Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
maandag 23 september 2019

Hollandse glorie en gajes in het Oranjehotel

Interview met Bas von Benda-Beckmann over Het Oranjehotel

Door: Ianthe van Beuningen
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

‘In deze bajes zit geen gajes, maar Hollands glorie potverdorie,’ zo luidde een kenmerkende leus van het Oranjehotel. Hier werden de grote verzetshelden van Nederland opgesloten: dat was het beeld in ieder geval. Dit klopt in veel opzichten zeker,  maar toch ontbreekt het een en ander. Bas von Benda-Beckmann bespreekt in zijn nieuwe boek, Het Oranjehotel, ook de ervaringen van zwarthandelaren, Joden en andere delinquenten. Hij schetst het echte leven in de gevangenis: divers, kleurrijk en vol buitengewone verhalen.

Vanwaar dit boek?
De gevangenis van Scheveningen, het Oranjehotel, stond enkele jaren geleden op het punt afgebroken te worden. Stichting Oranjehotel heeft ervoor gezorgd dat het gebouw behouden bleef en een nationaal herinneringscentrum werd. Bij dit herinneringscentrum hoort een geschiedschrijving, één die er tot nu toe nog niet was. In opdracht van Stichting Oranjehotel heeft het NIOD mij daarvoor aangesteld. Ik hou me immers al mijn hele carrière als historicus bezig met de Tweede Wereldoorlog en schreef eerder ook een boek over het verzet (De Velser Affaire. Een omstreden oorlogsgeschiedenis, 2013).
 
U bespreekt de beeldvorming rondom het Oranjehotel, tijdens en na de oorlog. Wat was dit beeld van het Oranjehotel?
Het Oranjehotel is een geuzennaam voor wat officieel de Polizeigefängnis van Scheveningen heette. Eind 1940 kreeg het de bijnaam Oranjehotel. Dit verwees naar de vele verzetsmensen die daar zaten. Ook na de oorlog werd de gevangenis sterk geassocieerd met beroemde verzetshelden zoals Erik Hazelhoff Roelfzema, de Soldaat van Oranje, en Rudolph Cleveringa, de hoogleraar die opkwam voor zijn Joodse collega’s. Op den duur ontstond het beeld dat er bijna alleen maar van dit soort nationale helden in Scheveningen hun straf uitzaten.
 

D-gang in het Oranjehotel met cel 601. Foto: Arjan de Jager.
 
Hoe vult uw boek dit beeld aan?
Het stelt dit beeld bij. In werkelijkheid was de groep gevangenen heel divers. Jazeker, er zaten grote verzetshelden tussen, maar onder hen bevonden zich ook mensen die vastzaten voor kleinere vergrijpen, zoals de eerder genoemde Riet Hoogland. Ook verbleven er veel zwarthandelaren, economische delinquenten, oplichters en fraudeurs. Mensen die werden vervolgd door de Duitsers, zoals Joden, werden eveneens soms tijdelijk in het Oranjehotel vastgezet.
 
Naast het feit dat mijn boek de verscheidenheid in de demografie van het Oranjehotel laat zien, geeft het ook meer inzicht in de ervaringen van deze onderbelichte groepen. Er was niet één gevangenschapservaring in het Oranjehotel. Opgepakt voor verzet en zware mishandeling is een verhaal dat we vaak horen, maar de minder gehoorde verhalen heb ik ook een plaats gegeven.
 
Wie is de meest bijzondere gevangene die u bent tegengekomen in uw onderzoek?
25.000 mensen hebben in het Oranjehotel gezeten en ik heb honderden verhalen bestudeerd en uitgezocht, dus dat is een moeilijke keuze. Ik begin en eindig mijn boek in ieder geval met Riet Hoogland. Ze had een gedichtje in handen gekregen over het bombardement van Rotterdam. Zij tikte dit over op haar werk en deelde het uit onder haar collega’s. Hier zat ook een NSB’er tussen die haar aangaf bij de politie voor het verspreiden van anti-Duitse teksten. Riet moest voor de Duitse militaire rechtbank verschijnen en werd in 1940 veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan ze er zes in het Oranjehotel uitzat. Het verhaal van Riet contrasteert met dat van de grote verzetshelden die we normaal gesproken associëren met het Oranjehotel. Ze had hier een baantje als gangloopster, waarbij ze bewakers hielp met corvee. Zo kreeg ze een heleboel te zien wat anderen niet konden en mochten zien. Zij schreef een zeer gedetailleerd verslag over het gevangenisleven, de sociale interacties en verhoudingen onderling en met bewakers. Haar dagboek was ontzettend interessant en bijzonder voor mij en voor het algemeen begrip van het Oranjehotel.
 
Riet legde net na de bevrijding haar verslag voor aan de schrijver van het eerste gedenkboek, een majoor genaamd Weber. Deze schoof het aan de kant. Hij vond het maar niks: het was volgens hem gewoontjes en stond vol met geneuzel over alledaagse zaken, wat niet paste bij het eerdergenoemde beeld van het Oranjehotel. Dat ‘geneuzel’ is voor mij juist heel interessant.
 
Hoe overleefden gevangenen de sleur van het gevangenisleven? Wat hield hen dagelijks bezig?
Het hing er een beetje van af of je alleen zat of met meerdere mensen. Als je alleen zat was het zwaar om de dagelijkse sleur en onzekerheden het hoofd te bieden. Vaak wendde men zich tot het lezen van boeken of de bijbel. Gelovigen mochten vaak (niet altijd) een bijbel bij zich hebben.
 
Een andere mogelijkheid betrof het spelen van provisorisch zelfgemaakte spelletjes: stokken kaarten van stukjes wc-papier of een damspel. Ondertussen werd er veel gepraat. Mensen kwamen vaak in een cel met iemand die ze normaal gesproken nooit tegen zouden komen; zij kwamen uit een andere sociale klasse of hadden een ander geloof. Buiten het Oranjehotel zouden zij elkaar nooit hebben gezien, maar binnen de muren resulteerde dit in bijzondere ontmoetingen en gesprekken.


Het Oranjehotel. Een Duitse gevangenis in Scheveningen
Bas von Benda-Beckmann, 640 p. Querido
Bestel het boek in onze webshop!