Home Dossiers Tweede Wereldoorlog Hendrik Wijdeveld: architect van de nieuwe orde

Hendrik Wijdeveld: architect van de nieuwe orde

  • Gepubliceerd op: 23 april 2024
  • Laatste update 26 apr 2024
  • Auteur:
    Fanta Voogd
  • 10 minuten leestijd
Hendrik Wijdeveld, 3 oktober 1980.
Hitler in de Tweede Wereldoorlog
Dossier Tweede Wereldoorlog Bekijk dossier

Hendrik Wijdeveld wilde met zijn bouwkundige ontwerpen de samenleving drastisch hervormen. Toen in 1940 de nationaal-socialisten hun ‘Nieuwe Orde’ uitriepen, bood hij zijn diensten aan. Zo’n kans kon hij toch niet laten lopen? 

In boeken over de Nederlandse architectuurgeschiedenis komen de bezettingsjaren vaak slechts kort, of helemaal niet aan bod. Vanaf de zomer van 1942 was er een algehele bouwstop van kracht. Je bent dus snel uitgesproken over het oorlogsverleden van architecten, lijkt de impliciete gedachte van historici. Toch is dat maar gedeeltelijk waar.   

Meer lezen over de Tweede Wereldoorlog? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Menig architect had tijdens of zelfs al voor de Tweede Wereldoorlog moeite de verlokkingen van het nationaal-socialisme te weerstaan. Sommigen lieten zich leiden door opportunisme of blinde ambitie, anderen door ideologische overtuiging. 

In die eerste categorie valt bijvoorbeeld de prominente architect Ko Oud. Hij sloot zich in 1917 op 27-jarige leeftijd aan bij kunstenaarsgroep De Stijl en ontpopte zich tot een van de wegbereiders van de moderne architectuur. Tijdens de bezetting gaf Oud gehoor aan de oproep zich te melden voor de Nederlandsche Kultuurkamer, die ervoor moest zorgen dat het hele kunst- en cultuuraanbod voldeed aan nationaal-socialistische normen. Om toe te treden ondertekende Oud de verplichte ‘ariërverklaring’, waarmee hij verklaarde geen Joodse ouders of grootouders te hebben. 

Wijdeveld tijdens een reis door het mandaatgebied Palestina, 1923.
Wijdeveld tijdens een reis door het mandaatgebied Palestina, 1923.

Dat was niet fraai van hem, maar het was collaboratie in de lichtste graad. Net als Oud meldde het overgrote deel van de Nederlandse architecten zich aan voor de Kultuurkamer. Alleen dan zouden zij hun vak mogen blijven uitoefenen. Oud werd na de oorlog dan ook straf- noch tuchtrechtelijk iets verweten. In 1951 kreeg hij zelfs de opdracht het Nationaal Monument op de Dam te ontwerpen. 

Van een andere orde was de collaboratie van Mart Jansen. Voor de oorlog had hij als architect een bescheiden staat van dienst. Jansen behoorde evenwel tot de eerste lichting NSB-leden en was kaderlid bij de Nationale Jeugdstorm, de nationaal-socialistische padvinderij. In 1937 gaf leider Anton Mussert hem opdracht een terrein voor massabijeenkomsten te ontwerpen, dat zou worden aangelegd op de Goudsberg in Lunteren. De resten van dit Nationaal Tehuis, beter bekend als ‘de Muur van Mussert’, zijn in 2018  aangewezen als rijksmonument. Jansen werd voor zijn werkzaamheden in dienst van de NSB veroordeeld tot een internering van drieënhalf jaar, een straf die hij grotendeels uitzat. 

NSB’ers luisteren naar de ‘Hagespraak der Bevrijding’ bij de Muur van Mussert, 22 juni 1940.
NSB’ers luisteren naar de ‘Hagespraak der Bevrijding’ bij de Muur van Mussert, 22 juni 1940.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Ook Nederlandse architecten die in opdracht van de Duitsers werk uitvoerden in Oost-Europa, werden na de oorlog bestraft. Bijvoorbeeld B. Boezeman, die als bouwkundige bij de Waffen-SS een riool ontwierp in het concentratiekamp Poniatowa in Polen, en zo indirect een bijdrage leverde aan de moord op 14.000 Joden. Boezeman kreeg na de oorlog twee jaar internering opgelegd. Een relatief lage straf, die misschien wel tekenend is voor de geringe aandacht die er in de eerste jaren na de bevrijding was voor het gruwelijke lot van de Joden. 

Amsterdamse School 

Tussen de uitersten van Ouds vergeeflijke misstap en Boezemans gitzwarte gebrek aan ethisch besef zit het verhaal van architect Hendrik Wijdeveld. Het laat zien hoe overtuiging en opportunisme onontwarbaar met elkaar verknoopt kunnen raken.  

Wijdeveld is zonder meer een van de meest intrigerende Nederlandse ontwerpers van de twintigste eeuw. Zijn lange leven weerspiegelt de extreme contradicties van zijn tijd. Als tiener trad hij in dienst van architect Pierre Cuypers, die met zijn meer dan honderd kerken, het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam een vervolmaakte versie van de middeleeuwse gotiek creëerde. En op 80-jarige leeftijd ontwierp Wijdeveld het omslag van het hippe jongerenblad Hitweek, met de ruige Drentse beatband Cuby + The Blizzards. Lotgevallen waarvan nauwelijks is voor te stellen dat ze in één leven hebben plaatsgevonden. 

Chaos en Orde’: Plan van Wijdeveld voor de uitbreiding van Amsterdam. 1920-1927.
Chaos en Orde’: Plan van Wijdeveld voor de uitbreiding van Amsterdam. 1920-1927.

Zijn in steen nagelaten oeuvre maakt weinig indruk: landhuis De Wachter in Amersfoort, De Flesseman op de Amsterdamse Nieuwmarkt, een paar woonblokken in Amsterdam-West en -Zuid. Ze zijn gebouwd in een strakke variant van de Amsterdamse Schoolstijl. Wijdevelds belangrijkste artistieke prestatie is het door hem in 1918 opgerichte tijdschrift Wendingen. Niet alleen vanwege de baanbrekende vormgeving en typografie, maar ook omdat het zich ontpopte tot spreekbuis van de Amsterdamse School

In de jaren twintig ontwierp Wijdeveld een nogal radicaal uitbreidingsplan voor Amsterdam, dat hij de naam Chaos en Orde gaf. De oude binnenstad van Amsterdam wilde hij nog wel als monument sparen. De buitenwijken en dorpen rond de stad moesten echter ‘door slooping van vele duizenden murenmassa’s’ plaatsmaken voor een parklandschap, doorsneden door brede boulevards. Wijdeveld: ‘Naast de individuele kleine woning zullen hooghuizen verrijzen, waarin vijfhonderd families in vijftig of meer verdiepingen wonen. Zij zullen te midden van een ongerepte natuur verrijzen, op afstanden van enige kilometers van elkaar. Het zullen economische eenheden zijn, die geheel voor zichzelf zorgen, voorzien van eigen licht- en warmtecentrale, eetzalen, zwembad, school, theater en muziekzalen.’ 

Le Corbusier in zijn studio in Parijs, jaren zestig.
Le Corbusier in zijn studio in Parijs, jaren zestig. Bron: Getty Images.

Foute modernisten

Uiteraard schurkten niet alleen Nederlandse architecten aan tegen autoritaire machthebbers. De Zwitsers-Franse modernist Le Corbusier, door velen gezien als de grootste architect van de twintigste eeuw, was wat dat betreft niet kieskeurig. Hij bouwde in Stalins Sovjet-Unie, bood Mussolini aan om de bezette Ethiopische hoofdstad Addis Abeba te herbouwen, en in brieven aan zijn moeder sprak hij zijn bewondering uit voor Hitler. Het voorbeeld van Le Corbusier laat zien dat moderne architecten soms niet minder gevoelig waren voor de totalitaire verleiding. 

In tegenstelling tot wat meestal voetstoots wordt aangenomen, was de dominante bouwstijl in de woningbouw van het Derde Rijk niet het traditionalisme. Noch het grimmige neoclassicisme van architect en naziminister Albert Speer. Reichswohnungkommissar Robert Ley heeft vooral ingezet op de – in essentie modernistische – standaardisering en rationalisering van de bouw,  die na de oorlog even bepalend was voor de architectuur in het democratische West- als in het totalitaire Oost-Europa. 

Om een dergelijk megaproject te kunnen realiseren, moet je de overheid aan je zijde hebben. Architectuur en macht zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het ligt in de aard van het vak dat een architect zich voegt naar de wensen van machtige opdrachtgevers. Een dictatuur biedt architecten de kans hun wildste plannen te verwezenlijken. Omgekeerd is architectuur een geschikt middel voor een dictator om zijn macht uit te drukken. 

Wijdeveld had messiaanse pretenties 

Het Nationaal Archief in Den Haag bewaart een brief die Wijdeveld in november 1940 heeft geschreven aan Anton Mussert, waarin hij zich aanmeldt als lid van de NSB. Wijdeveld schrijft dat zijn ideeën zich sinds zijn jeugd hebben ontwikkeld in een richting ‘die het fascisme en Nationaal Socialisme zeer nabij streefden’. Vervolgens brengt hij zijn echtgenote en zijn schoonmoeder, van Duitse en deels Joodse origine, ter sprake. Na een korte antisemitische passage over een ‘bolwerk van naar macht zoekenden Joden’ stelt Wijdeveld dat hij niet zou kunnen aanvaarden ‘dat alle Joden getroffen moeten worden’. 

Het zou onrechtvaardig zijn Wijdeveld te beoordelen op deze tenenkrommende brief.  

Een beter beeld van zijn ware gezindheid – los van zijn opportunisme en maar al te reële zorgen over zijn familie – bieden zijn vooroorlogse essays. Daaruit spreekt geen antisemitisme, maar inderdaad wel een onmiskenbare sympathie voor het fascisme, bewondering voor Mussolini en afwijzing van de democratie.  

NSB-leider Anton Mussert (midden) op een architectuurtentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, 1943.
NSB-leider Anton Mussert (midden) op een architectuurtentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, 1943.

Wijdeveld kon geen letter op papier zetten zonder daarbij klaroengeschal en paukengeroffel te laten klinken. Wat opvalt in zijn geschriften is de obsessie met ‘orde’, ‘zuiverheid’ en ‘eenheid’, en vrees voor ‘chaos’ en ‘ondergang’. De architect lijkt een schoolvoorbeeld van wat de Duits-Amerikaanse sociaal psycholoog Erich Fromm in 1941 typeerde als een autoritaire persoonlijkheid, gedreven door ‘de angst voor de vrijheid’.  

Daar komt nog bij dat bouwkunst een grote en directe invloed heeft op het welzijn van mensen. Misschien dat architecten daarom, meer dan andere kunstenaars of ontwerpers, geneigd zijn tot blaaskakerij en messiaanse pretenties.  

Wat opvalt is de obsessie met ‘orde’, ‘zuiverheid’ en ‘eenheid’ 

Op 24 december 1940 publiceerde Wijdeveld een artikel in het uiterst rechtse en pro-Duitse tijdschrift De Waag. Het laat zien dat zijn engagement met het nationaal-socialisme ver uitsteeg boven louter opportunistische plichtplegingen. Het betoog geeft bovendien inzicht in Wijdevelds pompeuze denkwereld. Hij omschrijft de democratie als   ‘de beweging die eenmaal individueele vrijheid verdedigde, maar de laatste decennia in de greep der kapitalistische grootmachten is geraakt’. Nu is het de beurt aan het nationaal-socialisme om de democratie omver te werpen en Europa te ordenen. ‘Een bevrijdingskreet in naam van het volk weerklinkt. De eeuwige worsteling van het individu op weg naar de Gemeenschap! Nogmaals gaat de menschheid op het pad naar een lokkende verte. Nu met het licht dat trilt en het atoom dat wentelt, door de lucht die draagt en met de machine die vervangt, op naar de stratospheer die lokt, neer in de aardkost die gloeit.’ 

Deze laatste woorden moesten letterlijk worden genomen. In de Hongerwinter van 1944 bedacht en tekende Wijdeveld het megalomane ontwerp 15 miles into the Earth, een geologisch onderzoekcentrum rond een bijna 25 kilometer diepe schacht, met daarboven een glazen koepel met een doorsnee van een kilometer of twee. Het project was bedoeld als ode aan Moeder Aarde. Zijn meest radicale poging tot verwezenlijking van zijn hoogste ambitie: ‘herstel van de eenheid tussen natuur en cultuur’. 

Wijdeveld uitgeroepen tot ‘grootste visionair’ 

Wijdeveld was tijdens de Duitse bezetting lid van het nationaal-socialistische Technisch Gilde en actief voor de Nederlandsche Kultuurkamer – hij schreef onder meer in het huisorgaan De Schouw. Maar het feit dat hij was getrouwd met een vrouw die half-Joods was volgens de rassenleer, maakte dat sommige bestuurders van de Kultuurkamer hem niet volledig accepteerden. De NSB zou Wijdeveld nooit in de gelederen opnemen. Na de oorlog startte de Politieke Opsporingsdienst een onderzoek naar de man, maar net zoals andere ‘lichte’ collaborateurs werd hij uiteindelijk niet veroordeeld. Wel legde de Ereraad voor Architectuur hem een disciplinaire straf op. 

Kwaad daglicht

Ook in Duitsland verhaspelden de voorstanders van moderne architectuur het vraagstuk van mooi of lelijk’ met de discussie over goed of fout. De traditionalistische bouwmeesters bleven er nog langer dan in Nederland in een kwaad daglicht staan. De vorig jaar overleden Luxemburgse architect Rob Krier bekend van zijn populaire, traditionalistische bouwprojecten zoals de Helmondse Vinex-wijk Brandevoort zei in een interview in NRC Handelsblad in 2002: In Duitsland word ik als een soort fascist beschouwd. Duitsers zitten nog erg met hun naziverleden en dat bepaalt nog steeds de architectuurdiscussie. Een pleidooi voor ambachtelijke architectuur is in Duitsland verdacht, omdat de nazi’s daar ook voor waren. 

De vraag, welke architect tijdens de bezetting ‘goed’ was geweest en welke ‘fout’, liep bijna ongemerkt over in een richtingenstrijd over de vermeende politieke lading van verschillende bouwstijlen. Moderne architectuur zou aan de goede kant hebben gestaan, terwijl traditioneel ingestelde architecten vooral geneigd zouden zijn geweest de kant van het nationaal-socialisme te kiezen. Een karikaturale voorstelling, die geen recht doet aan de werkelijkheid en waarmee sommige architecten ten onrechte in de ‘foute’ hoek werden gedrukt.  

‘Nogmaals gaat de menschheid op het pad naar een lokkende verte’ 

Een groot deel van de architecten van de traditionalistische Delftse School bijvoorbeeld, heeft zich nooit met nationaal-socialisme ingelaten. Die simplistische tweedeling wordt ook gelogenstraft door het Nationaal Tehuis in Lunteren – in Nederland hét nazibouwwerk bij uitstek – dat met zijn strakke metselwerk en horizontale belijning eerder modernistisch was dan traditioneel. 

Ook de ontwerpen van Hendrik Wijdeveld hadden niets traditioneels of conservatiefs. Het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam wijdde in 2006 een tentoonstelling aan Wijdeveld en noemde hem in de catalogus zelfs ‘de grootste visionair uit de Nederlandse architectuurgeschiedenis’. Een wonderlijk eerbetoon. Wijdevelds gedroomde toekomst was zonder meer groots en meeslepend, maar ook ronduit huiveringwekkend. 

Meer weten

  • Bouwkunst en de Nieuwe Orde (2017) door David Keuning neemt de collaboratie en berechting van Nederlandse architecten onder de loep.  
  • Technici en de totalitaire verleiding (2023) door Hans Schippers over de rol die ingenieurs hebben gespeeld tijdens de bezetting. 
  •  De Muur van Mussert (2015) door René van Heijningen gaat over het ontwerp en het gebruik van het Nationaal Tehuis van de NSB. 

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 5 - 2024