Alle artikelen
Te smalle of juist te ruime aanduidingen voor andere volkeren zijn door de wispelturigheid van de geschiedenis schering en inslag. Engelsen houden Duitsers veel te algemeen voor Germanen, terwijl Fransen hen te eng identificeren als Alemannen. Engeland kan van alles betekenen, maar zelden betekent het gewoon Engeland. Holland is een pars pro toto, maar het verwarrende, adjectieve Dutch is weer te breed, want het slaat van oorsprong wel degelijk óók op Duitsers. Nog wel trouwens, denk maar aan de Pennsylvania Dutch.
Carnavalesk gedrag
Hoe anderen ons noemen is hun zaak, als wij het zelf maar weten, zou je denken. Maar nee, zelfs op de bijeenkomst in de Haagse Rolzaal, ooit een residentie van Hollandse graven, waar het eerste deel van de Geschiedenis van Holland – prijzenswaardig heldere titel overigens – aan kroonprins Willem-Alexander werd aangeboden, woekerde het Grote Misverstand welig voort. Hoogleraar historische Nederlandse letterkunde Herman Pleij confereerde over zijn vaste thema: Hollandse eigenaardigheden. Als je hem mag geloven, gedragen Hollanders zich meestal nogal gewoontjes – doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg -, maar gaan ze soms over tot carnavalesk gedrag. Zeg maar, als ze op een dooie socioloog stemmen, of Herman Brood feestelijk bewenen. Maar wat deed Pleij? Hij haalde zijn voorbeelden uit heel Nederland. Hoe was de zwemmer Pieter van den Hoogenband op school? Nou, dat was eigenlijk een heel gewone jongen. Als ik dat opschrijf, gaapt u verveeld, maar als Herman Pleij zoiets vertelt, ligt de hele Rolzaal plat. Het probleem is echter dat die hardzwemmer uit Eindhoven komt. Pleij kon niet anders, want over Hollanders alléén valt vandaag de dag nu eenmaal niets te vertellen.
Laten we niet moeilijk doen: er bestaat geen Hollandse identiteit meer. Alleen in de drie noordelijke en de drie zuidelijke provincies bestaat er zoiets als een provinciale identiteit. En in de rest van Nederland heb je hooguit kleinere regionale identiteiten (Tukkers, Veluwenaren en in Holland West-Friezen). Redacteur Thimo de Nijs kan in de inleiding dan wel beweren de vier geplande boeken het doel hebben om `het specifiek Hollandse’ op te sporen, maar ik voorspel nu al dat dat grotendeels gaat mislukken. Mediëvist Marco Mostert constateert in zijn verhaal over de religie en de schriftcultuur expliciet dat de verscheidenheid in Holland weliswaar groot was, maar geen eigen karakter vertoonde. Anders zou je ook niet verwachten. De auteurs van het hoofdstuk over de kunstproductie trekken dezelfde conclusie.
Het lijkt mij een modern misverstand dat een regionale geschiedenis iets met identiteit te maken moet hebben. Holland was tot het einde van de Republiek een zelfstandige politieke eenheid en is dat tot op heden nog steeds enigszins. Dat is genoeg aanleiding om er een afzonderlijk verhaal aan te wijden. Machtsvorming heeft nu eenmaal betrekking op een bepaald territorium. In dat gebied gebeurt in de loop der jaren vanzelf van alles – mensen kunnen niet stilzitten – en het verhaal daarover kun je vertellen voor wie er toevallig in geïnteresseerd is.
Dat gebeurt in dit eerste deel over de Middeleeuwen vrij helder. In feite wordt het verhaal van dezelfde mensen vier keer vanuit vier verschillende gezichtspunten verteld: vanuit politiek, economie, religie en cultuur. De grabbelton die meestal `sociale geschiedenis’ wordt genoemd, komt niet overmatig aan bod en is over de andere hoofdstukken verdeeld. Je verbaast je alleen wel eens over de tegenstrijdigheid van de menselijke natuur: waren die opdrachtgevers van al die fraaie, vaak vrome kunstproducten nu echt dezelfde lieden die in het hoofdstuk over de politiek zo’n gewelddadige indruk maakten? Veel beter dan hedendaagse warlords lijken die Hollandse graven en edelen meestal niet, en toch kun je je verbazen over het fraais op economisch en artistiek gebied dat onder hun heerschappij tot stand is gekomen.
Koeien
Dit hele deel draagt sterk het karakter van een voorgeschiedenis voor de latere ontplooiing van Holland. Een bezwaar tegen een dergelijk finalisme lijkt me niet terecht. Het eigenaardige van mensen is nu eenmaal dat ze er soms – of vaak, of meestal – naar streven om de wereld rijker geschakeerd achter te laten dan ze die bij hun geboorte aantroffen, en daar zijn de Hollanders in een eeuw of vijf wonderwel in geslaagd. Al was hun vernieuwende optreden vaak bittere noodzaak. Als de bodem voortdurend zakt en graanverbouw onmogelijk maakt, moet je wel iets verzinnen: koeien houden, in steden wonen, ambachtsproducten maken, graan importeren, zuivel exporteren, en nog meer handel drijven. In het algemeen hebben de auteurs de neiging om latere ontwikkelingen nogal vroeg te zien aankomen, al in de twaalfde en dertiende eeuw; dat is misschien wel het belangrijkste kenmerk van dit deel.
Een ander soort finalisme is dubieuzer. Als je dit boek bibliografisch correct wilt categoriseren, dan behoort het primair tot de Duitse regionale geschiedenis. Maar ook hier komt het Heilige Roomse Rijk (van de Duitse natie) als omvattend kader slechts terloops ter sprake. Het argument is altijd dat de invloed van dat Imperium aan de randen slechts beperkt was. Maar als de geschiedenis nu eens zijn normale loop had gehad en het huidige Nederlandse grondgebied bij Duitsland, of anders wel Frankrijk, had behoord, zou dan de ruimere context ook zo schaars behandeld zijn?
Het boek is rijk geïllustreerd. Op bijna elke tweede bladzijde staat wel een afbeelding of kaart. Het hoofdstuk over de cultuur krijgt gelukkig veel meer plaatjes mee dan dat over de politiek. Alle kleur komt daarbij uit de Middeleeuwen – wel meestal uit de vijftiende of zestiende eeuw -, terwijl de hedendaagse foto’s van bouwwerken zonder uitzondering in sepia afgedrukt zijn. Wat mij betreft had er wat meer landschap afgebeeld mogen worden.
Het middeleeuwse Holland was niet het belangrijkste gewest van de latere Nederlanden. Maar terwijl in algemene geschiedenissen van Nederland de disproportionele aandacht voor Holland vaak storend is, heb je daar in een geschiedenis van Holland nou eens heerlijk geen last van.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
GESCHIEDENIS VAN HOLLAND. I: TOT 1572 onder redactie van Thimo de Nijs en Eelco Beukers
Wie brede rivieren traag door oneindig laagland ziet gaan, kan beter niet aan Holland denken. Bij Katwijk verzandde de Rijn al vroeg. Grote rivieren kwamen daarna alleen nog door het zuiden van het graafschap. Het water zat aanvankelijk vooral in de bodem. Veenland zou de beste naam geweest zijn. Het werd, heel ontoepasselijk Houtland, dus...
Brieven juli 2002
In deze rubriek kunnen lezers hun mening geven over artikelen die in het Historisch Nieuwsblad verschenen zijn. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten. Reacties: Postbus 1528, 1000 BM Amsterdam of redactiehn@vug.nl AdlonIn een historisch tijdschrift mag zelfs op de kleinste slak zout gelegd worden, vind ik. Daarom: het Berlijnse hotel...
Commentaar: Nie wieder
Duitsland kruipt uit zijn schulp. Meer dan vijftig jaar heeft het zich politiek gedeisd gehouden. Boete en bezinning was het algemeen aanvaarde motto. Liever een goede Europeaan dan een goede Duitser zijn, om de weg terug naar het kwaad te vermijden. ‘Duitsland’ werd niet groot geschreven. Patriottisme en nationalisme waren verdachte gespreksthema’s. Als aanstichter en...
Post-utopisch landschap
Historici houden van grote verbanden. Zij zien een weefsel van structuren, conjuncturen en evenementen, waar anderen slechts moedwil of misverstand ontwaren. Geschiedkundigen staan dan ook niet verbaasd te kijken bij de vaststelling dat Nederlandse koters intellectueel onder doen voor hun Vlaamse collegae. Zij zien het historisch mozaïek en weten dat het waar is. Het past...
Klerkje
`Je kunt het zo gek niet bedenken of ik ben er géén lid van,’ zei historicus Jaap Meijer, vader van Ischa, ooit. Ik ben lid van de Lira in Hoofddorp, en daar heb ik me nooit voor aangemeld. Het is de vereniging die de leengelden van de bibliotheken naar schrijvers en vertalers doorsluist. Wie ooit...
Stille getuigen: De degen van generaal Van Heutsz
De geschiedenis laat haar sporen na. Monumenten, voorwerpen en graven herinneren aan bijna vergeten personen. Hun verhaal wordt hier verteld. Deze keer de staatsiedegen van generaal J.B. van Heutsz (1851-1924) in het Tropenmuseum te Amsterdam. Onschuldige bloemetjes en blaadjes sieren het harde metaal. De degen van de landvoogd van Nederlands-Indië was niet bedoeld om mee...
Beeldgeheim juli 2002
Een onbekende historische foto. Is het verhaal erachter te vertellen? Quiz-meesteressen Chazia Mourali van De Zwakste Schakel en Paula Udondek van Get the Picture doen een poging. `Ik heb helemaal niets met deze foto!’ roept Chazia Mourali verschrikt uit. `Het enige wat ik zie, zijn twee saaie mannen met iets technisch.’ Udondek blijft rustig. `Ik...
De vooruitgang: `De meeste ruziënde ouders hielden rekening met hun kinderen’
Proefschriften, lezingen of artikelen kunnen ons beeld van het verleden ingrijpend veranderen. Dini Helmers laat in haar proefschrift zien dat scheiden ook in de achttiende eeuw goed mogelijk was. Scheiden was in de achttiende-eeuwse Republiek alleen mogelijk wanneer overspel bewezen was, of als een partner de ander `kwaadwillig verlaten’ had. In alle andere gevallen waarin...
‘Het leek hem prachtig dat zijn zoon heil zou gaan zaaien in deze boze wereld’
Grootvader Ledeboer richtte de Eerste Utrechtsche Studenten Geheelonthouders Vereeniging op en vroeg Wilhelmina het paleis droog te leggen. Kleinzoon Nico organiseerde de eerste oecemenische diensten. Behalve in de Kerk is de familie al generaties lang actief in de zorgende beroepen. `Ze waren heel erg bezig met de sociale en politieke kanten van het evangelie.’ Hoewel...
Jurist Robert Samkalden:`Men sprak van de Hoge Raad en de Hoogste Raad, daarmee werd dan Meijers bedoeld’
Grootvader Meijers schrijft het Nieuw Burgerlijk Wetboek. Oom Hugo Samkalden, jurist, sterft als lid van een verzetsgroep. Vader Ivo Samkalden wisselt de rechtswetenschap af met politieke functies en wordt ten slotte burgemeester van Amsterdam. De familie Samkalden combineerde haar juridische activiteiten steevast met bestuurlijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid. `De Samkaldens waren van oorsprong Duitse joden; de...
Kunstenaar Rik Fernhout: `Niemand van mijn familie heeft zich opgesloten om alleen met schilderen bezig te zijn’
Er bestaat geen typische Toorop-Fernhout-stijl, denkt kunstenaar Rik Fernhout. Meer dan een eeuw lang was zijn familie toonaangevend in de ontwikkeling van de moderne Nederlandse kunst. Tegen wil en dank trad hij in de voetsporen van zijn voorouders. `Drie stevige generaties gingen me voor. Dat maakte het kunstenaarschap niet aantrekkelijk.’ Cultureel onderlegde televisiekijkers kan het...
Ondernemer Paul Fentener van Vlissingen: ‘Ik moest iets studeren waarmee ik altijd mijn boterham kon verdienen’
Noblesse oblige, vond vader Van Vlissingen. `Ben jij het niet aan je voorouders verplicht om in ieder geval een paar jaar te werken bij het familiebedrijf?’ Zijn zoon Paul, uit de negende generatie ondernemers binnen de familie, zwichtte en ging werken voor de Steenkolen Handelsvereniging. `Ik raakte zo geïntrigeerd door het bedrijf dat ik er...
