Home `”Walen buiten!” was niet eens correct Nederlands, maar een gallicisme’

`”Walen buiten!” was niet eens correct Nederlands, maar een gallicisme’

  • Gepubliceerd op: 6 november 2002
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Bas Kromhout

Op 22 november 1972 viel in België het kabinet van Gaston Eyskens. Struikelblok was het gekibbel tussen Vlamingen en Walen over de Voerstreek. Eyskens had van België een federatie gemaakt, met eigen bevoegdheden voor Vlaanderen en Wallonië. Zijn zoon, de politicus Mark Eyskens, zag het land daarna uiteenvallen. `Mijn vader zou dit nooit hebben goedgekeurd.’


De Vlaamse christen-democraat Gaston Eyskens (1905-1988) gaf vijf keer leiding aan een Belgisch kabinet, de laatste keer begin jaren zeventig. Vlamingen en Walen vochten toen al jaren voor zelfbeschikking binnen een federaal België. Gaston Eyskens zette daartoe de eerste stap, door in 1970 een grondwetswijziging door het parlement te loodsen. In 1972 viel het laatste kabinet-Eyskens echter vanwege de Voer-kwestie.
        Zijn zoon, Mark Eyskens, was toen 33 jaar oud. Een jonge politicus, die later in verschillende kabinetten ministersposten zou bekleden en acht maanden premier is geweest. Op dit moment is Mark Eyskens lid van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers namens de Vlaamse christen-democratische partij (CD&V).

In 1970 maakte uw vader Gaston Eyskens van België een federatie. Waarom juist toen?
`Het federalisme in België gaat terug tot het interbellum. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was in Vlaanderen de Frontbeweging ontstaan onder oud-strijders die hadden gevochten aan het riviertje de IJzer. Zij voelden zich in de oorlog onheus behandeld door hun Waalse oversten. Die gaven hun bevelen in het Frans, terwijl de gewone soldaat die taal niet verstond. Vlamingen die voor de krijgsraad moesten verschijnen, kregen hun veroordeling in het Frans te horen. Dit soort dingen zorgden voor ressentiment, waardoor na 1918 allerlei Vlaams-nationale partijen ontstonden.
        Ook mijn eigen vader was actief in de Vlaamse beweging. Ik kwam laatst een oud artikel van hem tegen in het tijdschrift Nieuw Vlaanderen, met een soort blauwdruk voor verregaande autonomie. Namens de Katholieke Vlaamse Volkspartij (KVV) ondertekende hij een akkoord met het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) om te streven naar een federatief België. Eind jaren dertig brak hij echter met het VNV, toen de leden zwarte uniformen gingen dragen en elkaar groetten met gestrekte arm. In de Tweede Wereldoorlog collaboreerde het Vlaamse nationalisme met de Duitse nazi’s. Na de bevrijding was elk streven naar autonomie daarom verdacht, en het duurde tot 1970 voor federalisme weer bespreekbaar was.’

Leefde het federalisme alleen in Vlaanderen?
`Ook in Wallonië kwamen begin jaren zestig stemmen op voor meer autonomie. Maar op andere gronden en met een ander doel dan in het noorden. De Vlamingen vroegen vooral culturele zelfbeschikking: bescherming van het Nederlands, eigen bevoegdheid inzake onderwijs. De Walen wilden economische autonomie. Zij zaten met een verouderde industrie van kolenmijnen en staalfabrieken, en vonden dat de nationale regering onvoldoende oog had voor hun problemen.
        In 1960 barstte de bom. Ook toen was Gaston Eyskens premier. Hij wilde de overheidsfinanciën saneren en stelde bezuinigingen voor. De Waalse vakbonden kondigden stakingen af. Onder aanvoering van vakbondsleider André Renard ging het sociale protest gepaard met de roep om zelfbeschikking. Er ontstond een revolutionaire toestand; het hele zuiden lag plat. Spoorlijnen werden gesaboteerd met bomaanslagen. Het leger trad op en er vielen doden. Mijn vader werd met de dood bedreigd, zijn ambtswoning veranderde in een belegerde veste. Het heeft drie weken geduurd voor de rust enigszins terugkeerde.’

Toen kwam het `revolutiejaar’ 1968.
`Zeker. De studentenrevolte van 1968 was een internationaal fenomeen, maar kreeg in België een eigen karakter vanwege de taalstrijd. Vooral aan de Katholieke Universiteit Leuven. De Franstalige studenten en professoren daar hadden zich altijd zeer arrogant gedragen. Zij eisten bijvoorbeeld dat zij op het stadhuis van het Nederlandstalige Leuven in het Frans zouden worden aangesproken. Dat begon te botsen met de in aantal toenemende Vlaamse studenten. Zij gingen de straat op met de slogan “Walen buiten!”. Dat was nogal brutaal, en zelfs licht racistisch. Ironisch genoeg was “Walen buiten!” niet eens correct Nederlands, maar een gallicisme. Het had natuurlijk moeten zijn: “Walen eruit!”’

De perikelen in Leuven leidden tot de val van het kabinet-Vandenboeynants. Gaston Eyskens werd opnieuw premier. Was hij voor iedereen aanvaardbaar?
`In Wallonië was mijn vader gehaat. Tijdens de rellen van socialisten en vakbonden in 1960 werden poppen die op mijn vader leken op iedere straathoek opgeknoopt. Maar alles slijt in de politiek. In 1968 smeedde hij een coalitie tussen katholieken en socialisten. De vakbonden bleven wantrouwig, maar met de jonge socialistenleider Anton Cools bouwde mijn vader een vriendschappelijke relatie op.’

Hoe heeft uw vader het conflict in Leuven opgelost?
`Op een typisch Belgische manier: door vrede te kopen. Besloten werd een aparte Franstalige universiteit te bouwen in een bietenveld bij het Waalse plaatsje Ottignies, onder de naam Louvain-la-Neuve. De miljarden franken die daarvoor nodig waren zijn vrijgemaakt door de nationale regering. Als reactie eisten de Vlamingen aan de Vrije Universiteit in Brussel een Nederlandstalige afsplitsing. Die kregen ze. De Belgische pacificatie gaat altijd gepaard met smartengeld. Dat leidt tot enorme begrotingstekorten.’

Hoe kreeg de Belgische federatie in 1970 gestalte?
`België werd verdeeld in drie gewesten: Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Die kregen elk een gewestraad, met beperkte bevoegdheden. De leden van de gewestraden zaten ook in het nationale parlement. De Vlamingen wilden aanvankelijk een “binair federalisme”, waarbij Vlaanderen en Wallonië een gemeenschappelijke voogdij zouden voeren over de hoofdstad Brussel. Die opzet is mislukt. Wel kregen de twee grote gewesten zogenoemde persoonsgebonden bevoegdheden in Brussel, inzake bijvoorbeeld gezinspolitiek cultuur, onderwijs en media. Maar de “grondgebonden bevoegdheden”, bijvoorbeeld wat economie en ruimtelijke ordening betreft, kwamen te liggen bij de gewestraad van Brussel.’

Waarom is het kabinet-Eyskens in 1972 gevallen?
`De directe aanleiding was de Voer-kwestie. Voeren, een smalle Nederlandstalige strook vlak onder Maastricht, was bij de vaststelling van de taalgrens in 1962 van de Franstalige provincie Luik overgeheveld naar Belgisch Limburg. Maar er woonden veel Franstaligen. De gekozen burgemeester, José Happart, weigerde Nederlands te spreken, uiteraard tot woede van de Nederlandstalige inwoners. Langdurige en hoogoplopend spanningen waren het gevolg. Mijn vader heeft altijd gezegd: mijn kabinet is gevallen op een voorwendsel. Eigenlijk was er geen consensus over de manier waarop de federatieve inrichting van het land praktisch ingevuld moest worden. Hij heeft er toen voorgoed de brui aan gegeven.’

Wat gebeurde er met zijn politieke erfenis?
`De federatieve structuur van België werd verder versterkt. In 1980 heeft premier Wilfried Martens de gewesten eigen regeringen en parlementen gegeven. In de jaren negentig kregen die regeringen steeds meer te zeggen, en de huidige premier Guy Verhofstad trekt die lijn door. Daarbij is men al verder gegaan dan mijn vader verantwoord vond. Hij was zeer beducht voor het aantasten van de economische samenhang van België. Als je materiële tegenstellingen creëert, zet je het voortbestaan van het land op de helling.
         En hij had gelijk, hè? Als ik nu hoor dat sommige Vlamingen het stelsel van sociale zekerheid willen opsplitsen, dan betekent dat het einde van de solidariteit. Vlaanderen is welvarender dan Wallonië. Als je de sociale zekerheid echt zou decentraliseren, verdubbelt het aantal armen in Wallonië tot zo’n 16 procent van de bevolking. En stel je voor dat een Vlaming hier in Brussel een hogere uitkering zou krijgen dan zijn Waalse buurman. Zoiets zou mijn vader nooit goedkeuren. Hij was een echte christen-democraat, die zijn christelijke principes hoger stelde dan zijn Vlaamse beginselen.’

Waarom maakten de politici na hem, deels ook christen-democraten, een andere keuze?
`Dat ligt aan het generatieverschil. Mijn vader was van 1905 en getekend door twee oorlogen. In de Eerste Wereldoorlog was hij met zijn ouders gevlucht naar Nederlandse familieleden in Beek. In de Tweede Wereldoorlog was hij een militante anti-nazi en is hij ondergedoken geweest. Die ervaringen hebben hem gematigd. Mijn vader heeft de tijd nog meegemaakt dat Vlaanderen een arme landbouwstreek was.
        Iemand als Wilfried Martens daarentegen was een kind van de golden sixties, toen het noorden een enorme economische groei doormaakte. Zijn generatie zag het verschil niet, dacht dat al die welvaart normaal was. De nieuwe Vlaamse elite begon zich te ergeren aan die Waalse “profiteurs”, in plaats van zich solidair te tonen. Mijn vader vond al in 1980 dat Martens een groot risico nam door de federalisering van België verder door te voeren. Ik was dat toen niet met hem eens; ik behoorde immers ook tot die nieuwe generatie. Inmiddels denk ik dat hij gelijk had. Als ik zie wat er nu onder Verhofstad gebeurt…’

Wat dan?
`Zeer belangrijke bevoegdheden zijn gedecentraliseerd. Zo mogen de gewesten onafhankelijk van elkaar internationale verdragen sluiten. Er zijn nu in België geen federale ministers meer voor buitenlandse handel en landbouw. In plaats daarvan is er een Vlaamse en een Waalse landbouwminister, die samen België moeten vertegenwoordigen in de Europese Unie. Dus wat gebeurt er als zij het niet eens zijn? Dan heeft België geen standpunt. Dat is natuurlijk onbestaanbaar.’

Hoe ziet u de toekomst van België?
`Ondanks alles geloof ik in het Belgische model. We zullen het nog wat moeten finetunen, en sommige bevoegdheden moeten opnieuw worden gecentraliseerd. Maar België zal niet uiteenvallen, om het simpele feit dat je, wanneer je een Vlaamse republiek maakt, Brussel kwijt bent. Dat zou een enorme verminking zijn. België is een wijk van Brussel. Dat is de Europese hoofdstad; iedereen kent het. Dat kun je van Vlaanderen niet zeggen. Dat gewest heeft nu een eigen minister van Buitenlandse Handel die de wereld afdweilt met Vlaamse producten. Die Japanners en Amerikanen vragen: “Flanders? What is Flanders?” Het zegt hun niets.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.