Alle artikelen
In meer dan één opzicht laat Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825) zich misschien wel het best begrijpen als de Job Cohen van zijn tijd. Nu goed, hij was liberaal, stamde in de verte uit de Gelderse adel (hoewel van een bastaardtak; zijn vader was wijnhandelaar) en hij werd als ‘raadpensionaris’ tussen 1805 en 1806 kortstondig staatshoofd van Nederland, maar voor de rest is de gelijkenis tamelijk frappant.
Beiden waren jurist, vrijzinnig van aard, met wortels in een religieuze minderheid (doopsgezind-hervormd en Joods); beiden toonden zich gematigd in een opgewonden tijd; beiden beoogden de boel bij elkaar te houden in een conflictueuze sa¬menleving; beiden wer-den nogal be¬daarde voormannen van politieke bewegingen die aanmerkelijk radicaler waren dan zijzelf; beiden werden gekenmerkt door een zonderlinge menging van intellectualisme en ijdelheid; beiden waren bekwaam, maar besluiteloos toen het erop aankwam; en beiden wer-den vrij roemloos afgeserveerd op het moment dat zij de hoogste trede van de macht binnen handbereik leken te hebben.
In zijn jonge jaren had Schimmelpennick de maatschappelijke wind en het politieke getij overigens alleszins mee. In 1788 trouwde hij als gegoede burgerman uit Deventer met de stinkend rijke Amsterdamse Catharina Nahuys, die hem toegang verschafte tot de hoofdstedelijke elite, waar zijn beargumenteerde anti-aristocratische en anti-orangistische opvattingen in de smaak vielen van de patriotse voormannen.
Na de Franse inval van 1795 kwam hij aan het hoofd te staan van de voorlopige rege-ring van Amsterdam en werd hij voor het kiesdistrict Amsterdam XIV gekozen in de eerste Nationale Vergadering, die een jaar later bijeenkwam in Den Haag. Als leider van de modera-te patriotten schopte hij het in 1798 tot ambassadeur van de Bataafse Republiek in Parijs, waar hij danig in de ban raakte van Napoleon Bonaparte.
Die bewondering was zo sterk dat hij zich in 1805 zonder merkbare tegenspraak door de Franse keizer liet aanwijzen tot staatshoofd van het Bataafsch Gemeenebest, zoals Neder-land toen onder Frans toezicht heette. Daarmee was Schimmelpenninck bekleed met de uit-voerende macht over de Lage Landen, maar echt genieten kon hij er niet van. Met zijn aan-stelling was er wel sprake van een eenhoofdig landsbestuur, maar zeker niet van presidentiële macht of allure, want de door hem begeerde titel ‘president’ – naar Amerikaans model – gun-de Napoleon hem niet.
De keizer koos voor het aloude zeventiende-eeuwse ‘raadpensionaris’ om de nieuwe positie te hullen in een traditioneel jasje uit de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlan-den. En hij schoof Schimmelpenninck al na een jaar achteloos terzijde, opdat broerlief Lode-wijk Napoleon als koning van Holland de Franse belangen kon dienen.
Precies dit maakt de titel van de onlangs verschenen biografie van Schimmelpenninck door de Amsterdamse cultuurhistorica Edwina Hagen enigszins raadselachtig, of althans bevreemdend en misschien wel een tikje ongelukkig. De schrijfster van President van Nederland beschrijft uitvoerig de frustraties van Schimmelpenninck (en niet in de laatste plaats van zijn echtgenote) over het mislopen van de titel ‘president’, en noemt haar onderwerp met nadruk ‘Bijna President’. Dit doet zij overigens met merkbare spijt, want haar boek, dat verscheen in de door het Prins Bernhard Cultuur¬fonds met bijna 500.000 euro begunstigde reeks van acht le-vensschetsen van vaderlandse ‘sleutel¬figuren’, is toch wel bedoeld als een herwaardering van Schimmelpenninck, die in de historiografische traditie zo dikwijls is weggezet als een stroman van Napoleon.
Nu zijn de fundamenten van deze herwaardering de laatste jaren al behoorlijk stevig gelegd, onder meer in publicaties van de Utrechts-Leidse historicus Stephan Klein en vooral die van de Utrechts-Amsterdamse hoogleraar geschiedenis na 1750 Niek van Sas, bij wie Ha-gen in 2008 promoveerde op haar studie ‘Een meer of min doodlyken haat’. Antipapisme en cultureel natiebesef in Nederland rond 1800.
En misschien is de revaluatie van Schimmelpenninck zelfs eerder begonnen, gezien het feit dat Pieter Geyl al lovend schreef over de ‘wijze vermaningen’ van Schimmelpenninck aan zijn meer heethoofdige Bataafse tijdgenoten en hem omschreef als ‘een geboren parlementaire tacticus en leider’, die als enig defect had dat zijn kalme geesteshouding ‘soms niet vrij van illusionisme’ was.
In elk geval doet Hagen in haar biografie nog een schepje boven op het toch al sterk opgeklaarde imago van de raadpensionaris. Zij roemt diens ‘pioniersfunctie’, noemt hem ‘krachtig’, ‘overtuigend’, ‘succesvol’, ‘een pragmaticus van het zuiverste water’ en zelfs ‘een belangrijke, zo niet de belangrijkste sleutelfiguur in de ontstaansgeschiedenis van onze demo-cratische rechtsstaat’.
Dat ‘sleutelfiguur’ lijkt me een buiging naar subsidieverstrekker, en dat ‘onze’ neigt naar een onhistorische uitglijder, maar de boodschap is duidelijk. De biografe is nogal verrukt over de tegenwoordige ‘herwaardering van de Bataafse revolutie’, want die ‘is ook goed voor de canonieke status van Schimmelpenninck’ en ‘dat is winst’.
Deze al te innige identificatie van Hagen met haar onderwerp is overigens verteerbaar in het licht van de rest van haar boek. Hoewel het werk niet overal kan tippen aan de helderheid en de beknoptheid van het portret van Schimmelpenninck dat Van Sas schilderde in zijn in 2004 verschenen De metamorfose van Nederland. Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900, biedt Hagen een veelheid aan details die (hoewel soms anekdotisch en niet altijd scherp gean-noteerd) het beeld zeker verrijken.
Zo staat in dit boek behoorlijk wat informatie over Schimmelpennincks jaren als Ba-taafs diplomaat in Frankrijk (waar hij in Parijs buitengewoon gevolmachtigd minister en ordi-naris ambassadeur was, alsook buitengewoon ambassadeur te Amiens) en Engeland (waar hij buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister was in Londen). En ook de door haar opge-diepte buitenlandse bronnen werken dikwijls verhelderend, zoals het citaat uit The Times met een ondertoon die toch eerder ironisch dan bewonderend is: ‘Wat betreft de luxueuze spijzen en de keuze van zijn wijnen overtrof burger Schimmelpenninck, de Bataafse gevolmachtigde, al zijn mededingers.’
De grootste toegevoegde waarde van President van Nederland schuilt evenwel in de zeer grote nadruk die wordt gelegd op de rol van echtgenote Catharina Nahuys, ‘la belle Ma-dame Schimmelpenninck’, in het leven en werk van de raadpensionaris. Zij zag niet alleen trouwhartig diverse schimmige escapades met dames van lichte zeden van haar man door de vingers, maar was ook – zo blijkt klip en klaar uit dit boek – een belangrijke en actieve steun-pilaar van de politieke ambities van Schimmelpenninck.
Hoewel Hagen ook van Catharina een wel bijzonder positief beeld schetst en haar meer dan eens op een overdreven manier verdedigt tegen criticasters, heeft zij uit de familiearchie-ven nieuw bronnenmateriaal opgediept die aan de echtgenote een stem geven die soms zelfs luider klinkt dan die van Schimmelpenninck zelf. Af en toe heeft men zelfs het gevoel dat er een soort evenwichtsprobleem ontstaat in de presentatie van hun beider historisch belang.
Niettemin blijkt zo wel heel aardig hoe Catharina en Rutger Jan een politiek gedreven echtpaar vormden, welhaast à la de Clintons, waarbij tomeloze aspiraties, ongebreidelde pronkzucht en bewonderenswaardige kundigheid onontwarbaar waren verknoopt.
President van Nederland. Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825)
Edwina Hagen
358 p. Balans, € 29,95
Dit artikel is exclusief voor abonnees
BOEKEN: De Nederlandse Clintons
In meer dan één opzicht laat Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825) zich misschien wel het best begrijpen als de Job Cohen van zijn tijd. Nu goed, hij was liberaal, stamde in de verte uit de Gelderse adel (hoewel van een bastaardtak; zijn vader was wijnhandelaar) en hij werd als ‘raadpensionaris’ tussen 1805 en 1806 kortstondig...
BOEKEN: Charmante inbreker wordt dubbelspion
Op 16 december 1942 werd Eddie Chapman ’s nachts door een Duits vliegtuig gedropt boven Cambridgeshire. Zijn missie was om de fabriek op te blazen waar de effectieve Mosquito-bommenwerpers werden gemaakt. Chapman was een Engelse crimineel die half oktober 1941 op het eiland Jersey uit de gevangenis was ontslagen. Drie dagen later viel de Kanaaleilanden...
BOEKEN: De stoïcijnse keizer
Op Twitter en elders op internet is het tegenwoordig de gewoonte dat mensen een note to (one)self plaatsen. Het heeft iets paradoxaals, een dergelijke openbare zelfvermaning. Een persoonlijke notitie kun je immers ook op een briefje schrijven of gewoon in je computer opslaan. Waarom moet iedereen meelezen? Maar het patroon is vrij herkenbaar: iemand heeft...
BOEKEN: Het onzingehalte van de Bosma-these
Nadat Adolf Hitler in 1933 in Duitsland aan de macht was gekomen, werd in bepaalde kringen binnen de Nederlandse Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP) serieus nagedacht over de oprichting van een eigen militie, de ‘arbeidersweer’. Had de Schutzbund in Oostenrijk geen mooie successen geboekt bij het in bedwang houden van de bruine horde? Een Nederlandse ‘arbeidersschietvereniging’...
BOEKEN: Geschiedenis van een teleurstelling of van hoop?
Wat maakte de Verenigde Staten tot een onweerstaanbare wereldmacht? Hoe kan Amerika de huidige neergang keren? Wat heeft het de wereld nog te bieden? Die existentiële vragen houden Amerikaanse historici in toenemende mate bezig. De academische discussie over de aard en toekomst van het Amerikaanse imperium staat hoog op de agenda. ...
BOEKEN: Signalementen
Historia Augusta. Keizers en tegenkeizers in de tweede en derde eeuw 573 p. Athenaeum-Polak & Van Gennep, € 49,95 Deze biografieën van keizers zijn ontstaan tegen het einde van de vierde eeuw. De historische betrouwbaarheid lijkt dubieus: veel nevenfiguren en ‘officiële’ stukken zijn fictief. Maar over veel van de besproken personen hebben...
Hartstochtelijk verlangen naar een betere wereld
Roem is vergankelijk. Annie Romein Verschoor vergeleek de gedichten van Henriette Roland Holst (1869-1952) met het werk van Dante en Homerus. Johan Huizinga merkte op dat de rest van de wereld ooit Nederlands zou gaan leren om haar gedichten te kunnen lezen. Maar ruim een halve eeuw na haar dood is Roland Holst vergeten....
FILM: Signalementen
Israël. Een monument in film Willy Lindwer Source1Media, € 49,50 De 66-jarige Willy Lindwer maakt sinds hij in 1985 een eigen productiemaatschappij oprichtte films over het Jodendom, Israël en de Holocaust. Zijn verzamelbox Israël. Een monument in film bevat zes dvd’s met tien documentaires over Israël. Aan bod komt de geschiedenis van...
WEBSITE: Personen op Papier
Als gastdocent op universiteiten verbaas ik me erover hoe weinig geschiedenisstudenten (en -docenten) weten over zoeken naar bronnen en documenten op internet. Van termen als ‘invisible’ of ‘deep web’ en ‘archiefvormers’ heeft men zelden gehoord. Terwijl dat essentiële onderdelen zijn van de ‘digitale heuristiek’. Wat bijvoorbeeld een archiefvormer is valt te...
TENTOONSTELLING:Chauvinisme met nuances
Het vernieuwde gebouw van het Stedelijk Museum Alkmaar, dat onlangs in gebruik is genomen, oogt ambtelijk en functioneel. Meer een plek waar rijbewijzen worden verstrekt dan waar de rijke historie van een van Hollands mooiste steden wordt getoond. De expositieruimte is een betonnen kelder. Maar wat daar te zien is, maakt alles goed. ...
IN BEELD: De val van een despoot
Standbeelden zijn symbolen van macht en blijvendheid. Hoe narcistischer een dictator, des te groter het standbeeld. Ze zijn voor de eeuwigheid opgericht, maar blijken verbazingwekkend snel te kunnen verdwijnen. Hoe de groten der aarden van hun voetstuk tuimelen. Als iconen van standvastigheid en macht kijken in brons gevatte heersers uit over het volk. Het liefst...
LEZERSFORUM: ‘Willem de Zwijger was een opportunist’
Willem van Oranje wordt de Vader des Vaderlands genoemd, maar is hij ook de grootste Nederlandse held uit de geschiedenis? Ja, zegt 25 procent van de forumdeelnemers. Nee, vind 59 procent. ‘Willem was een kundig politicus, een slimme pragmaticus, een intelligente opportunist. Soit. Maar een held? Nee, dank u,’ zo...
