Home Alle artikelen

Alle artikelen

Een overzicht van de artikelen die we recent hebben gepubliceerd.
‘Als ik in de oorlog geen kind was geweest, hoe moedig zou ik me dan hebben gedragen? Zou ik in het verzet zijn gegaan? Zou ik me te weer hebben gesteld? Zou ik zo untouchable zijn geweest als mijn vader? Zou ik de moed hebben gehad uit een rijdende trein te springen? Zou ik erin geslaagd zijn mijn kind uit Westerbork te krijgen?’ Dit zijn de vragen die door het hoofd van Ed van Thijn spoken wanneer hij, omstreeks zijn vijfentwintigste levensjaar, in Parijs nietsvermoedend een café binnenstapt, waar een SS’ er in uniform aan de bar staat. Van Thijn wil met hem op de vuist, of hem te lijf gaan met een barkruk, een wijnfles, een bierglas. Hij heeft niet voor niets jiu jitsu en boksen geleerd: voortaan wilde hij weerbaar zijn wanneer hij geconfronteerd werd met de vijand. Maar niemand in het café besteedt ook maar enige aandacht aan de SS’er en even later staat Van Thijn, trillend over zijn hele lichaam en beschaamd over zijn eigen lafhartigheid, buiten op straat. Verderop blijkt het te barsten van SS’ers: allen figuranten in een speelfilm met als decor bezet Parijs. Dit miniatuurtje bevat veel van de elementen die de ruggengraat vormen van Het Verhaal, het autobiografisch relaas van Ed van Thijn, in 1999 gepubliceerd na jaren van rijping. Het hele boek cirkelt rond die ene vraag: ‘Als ik in de oorlog geen kind was geweest…’ Of, net iets anders gesteld: wat voor invloed heeft het op mijn persoonlijk en emotioneel, maatschappelijk en politiek leven gehad dát ik tijdens de oorlog een kind was, een joods kind wel te verstaan. En langzaam, heel langzaam, zal de vraag evolueren naar: wat betekent het dat ik jood ben. Het joodse jongetje Ed van Thijn (1934) heeft de Duitse bezetting van begin tot eind aan den lijve ervaren: de razzia’s, het ‘verdwijnen’ van opa en oma, Westerbork, gescheiden worden van zijn ouders, onderduiken op achttien verschillende adressen, gepakt worden, gevangenis, en opnieuw Westerbork. Wat hem bespaard is gebleven door het late stadium van zijn arrestatie, is de gang naar een concentratiekamp en een vroegtijdige dood. En hij behield zijn ouders: ook zijn vader en moeder overleefden de Jodenvervolging. Toch heeft de oorlog Van Thijn in zekere zin verweesd. Er was geen familie meer, noch de vanzelfsprekendheid van een seculier joods milieu, en ook zijn ouders waren niet meer de ouders die hij van voor de oorlog kende. En zelf was hij niet meer dat afhankelijke jongetje van wie zijn ouders noodgedwongen afstand hadden gedaan: zijn ervaringen hadden hem oud voor zijn leeftijd gemaakt. De jongensachtige, maar o zo eigenzinnige brieven die hij vanuit een bevrijd Westerbork aan zijn ouders schrijft, behoren tot de pareltjes in het boek.

‘Ultieme slachtoffer’

De Jodenvervolging heeft haar tentakels tot ver over de vernietiging zelf uitgestrekt. Rouw, angst, vernedering, woede en wantrouwen eisten van begin af aan hun tol binnen de joodse naoorlogse gezinsverhoudingen, en vormden daar een potentieel explosieve en destructieve kracht. De eerste direct betrokkene die dit taboe-thema publiekelijk verwoordde was Ischa Meijer (1943). In zijn controversiële Brief aan mijn moeder (1974) probeerde Meijer de catastrofale verhouding met zijn ouders te duiden en van zich af te schrijven. Ook in Het Verhaal vormt de complexe, ambivalente verhouding van Ed van Thijn tot zijn ouders een hoofdthema, dat ingehouden maar indringend wordt beschreven. En opnieuw wordt duidelijk dat een verstoorde ouder-kindrelatie een van de vele no-winsituaties is waar joden na de oorlog mee werden opgezadeld. In het geval van Van Thijn is er de verwarrende rol van zijn vader, die hem en zijn moeder verschillende keren door een moedig bliksemoptreden heeft weten te redden. Voor het jongetje Ed van Thijn is zijn vader het voorbeeld waaraan hij zich spiegelt. Toch was zijn vader niet almachtig. Hij heeft immers niet kunnen voorkomen dat zijn zoontje gepakt werd, en hijzelf zich moest verschuilen. Kortom, Eds vader is held en slachtoffer tegelijk. En een paar jaar na de oorlog kiest hij zich een nieuwe vrouw. Eds moeder daarentegen ontpopt zich in Van Thijns levensverhaal tot het prototype van het ‘ultieme slachtoffer’. De Jodenvernietiging blijft haar referentiekader, verdriet en verlies vormen tezamen haar nieuwe levenspartner. Temeer omdat zij wordt verlaten door Eds vader – een afwijzing die zij niet kan en wil accepteren. Haar verlies op alle fronten maakt haar tot een verstikkende moeder die haar zoon terroriseert met haar ongeluk, en van hem een grenzeloze en dus niet realiseerbare loyaliteit verlangt. Bij de zoon resulteert dit in een bijna krampachtig streven vóór alles geen slachtoffer te zijn. De oorlog: dat is het terrein van zijn moeder. Zo raakt Ed van Thijn verstrikt in een veelvoudige tussenpositie. Hij kiest voor zijn moeder, maar houdt ook van zijn vader. Als zoon moet hij laveren tussen twee partijen, twee loyaliteiten. Hier lijkt de kiem te liggen voor zijn latere rol in de politiek als bemiddelaar en bruggenbouwer. Bovendien neemt hij een tussenpositie in op de ‘ladder van het leed’. Met en zonder woorden wordt hem bijgebracht dat zijn oorlogservaringen onbeduidend zijn: hij was toch maar een kind? Van Thijn internaliseert dit gebrek aan erkenning. Tot slot is er de halfslachtige positie ten opzichte van het jodendom. Zoals zoveel getraumatiseerde, seculiere joden geven Eds ouders hun kind een dubbele boodschap mee. Ze verbieden hem een voortzetting van de joodse les waarvan hij, nota bene in Westerbork, de smaak te pakken had gekregen. Ze sturen hem naar een christelijke school. Maar hun huis wordt bezocht door joodse vrienden en bepaalde gerechten komen wél, en andere juist niet op tafel. Ed probeert consequenter te zijn dan zijn ouders en kiest metterdaad voor assimilatie: op school, in zijn studententijd, in zijn partnerkeuze en als politicus.

Joods politicus

Maar als zijn ouders en zijn eigen herinneringen hem al niet met een zekere regelmaat terugwerpen op zijn jodendom, dan zorgt de niet-joodse samenleving daar wel voor. Ed van Thijn maakt mee dat meisjes op wie hij verliefd wordt in paniek raken door zijn ‘Verhaal over de oorlog’, of van hun ouders geen joods vriendje mogen hebben. Dergelijke ‘speldenprikken’ hebben zeker bijgedragen aan Van Thijns uiteindelijke omarming van zijn joodse identiteit, maar destijds reageerde hij anders. Met optimisme – ‘ik keek vooruit en niet meer terug’ – met een aanval van zijn persoonlijke kwelgeest astma, of met drift. ‘Vernedering’ vormt in het boek van Van Thijn een sleutelbegrip. Elke nieuwe ervaring met vernedering of afwijzing noopt tot een keuze tussen aanpassing (‘uit de toon vallen was wel het laatste wat ik wou’) of verzet. Van Thijn schroomt niet duidelijk te maken dat de woede altijd dicht onder zijn huid heeft gelegen en in talloze driftbuien een uitweg zocht. Zo krijgt een meisje dat niet gediend is van zijn avances, te maken met een redeloze driftaanval: ‘Ik wierp haar tegen de grond en wreef haar gezicht door het grint.’ Ook Van Thijns politieke carrière zal gekenmerkt worden door een voortdurende keuze tussen aanpassing en verzet, maar zij start als protestdaad. Nadat hij, voor de tweede keer in zijn leven, in elkaar is geslagen door antisemieten, beseft hij dat het fascisme niet voorbij is. ‘Ik besloot in de politiek te gaan.’ Het was destijds Presser die Van Thijn de ‘opdracht’ gaf te getuigen van zijn ervaringen als joods oorlogskind. Deze ervaringen, en vooral hoe ze uitwaaierden over Van Thijns leven, vormen het eigenlijke verhaal dat de lezer in haar greep houdt en waaraan het boek zijn overtuigingskracht ontleent. Het is begrijpelijk dat Van Thijn, gezien de vervlechting in zijn leven van oorlog, politiek en jodendom, ervoor gekozen heeft om ook zijn politieke loopbaan te beschrijven. Maar die beschrijving is te minimaal, te willekeurig om Het Verhaal meer diepgang te verlenen. Zo horen we wel over Van Thijn als ‘de man achter Den Uyl’, maar niet over zijn standpunt als burgemeester, (sociaal-)democraat, jood én antiracist over de installatie van het raadslid van de Centrum Partij in Amsterdam. Tenslotte is het een politieke kwestie die direct in verband staat met de Jodenvervolging, de Drie van Breda, die definitief door Van Thijns harnas breekt: van ‘politicus sec’ wordt hij een ‘joods politicus’. Juist dan gaat Van Thijn wel erg kort door de bocht: een eerste bezoek aan Israël, terug naar Westerbork, een onthullend interview met Bibeb en een scheiding in het licht van Van Thijns ‘identiteitsproblemen’ volgen elkaar in razend tempo op. De lezer blijft ook met vragen achter over de overaanwezige, maar tegelijk zo raadselachtige moeder. Gelukkig licht Van Thijn nog wel een tipje van de sluier. Wanneer zijn moeder op haar sterfbed ligt en de dokter vraagt of ze nog wensen heeft, luidt het antwoord: ‘Nee dokter, ik zou niet weten wat. Het is de eerste keer dat ik doodga’. Op een letterlijk existentieel moment toont ze haar kracht. Pas dan beseft haar zoon dat het die kracht geweest moet zijn die hen, die eerste keer, uit Westerbork heeft kunnen doen vertrekken. Ook het ultieme slachtoffer blijkt onvermoed sterk te zijn. Evelien Gans was een Nederlands historica, publiciste en bijzonder hoogleraar. Ze promoveerde in 1999 op De kleine verschillen die het leven uitmaken. Een historische studie naar joodse sociaal-democraten en socialistisch-zionisten in Nederland. Ze was onderzoeker bij het NIOD en publiceerde in 2008 een biografie over Jaap en Ischa Meijer.
Het Verhaal: de autobiografie van Ed van Thijn
Het Verhaal: de autobiografie van Ed van Thijn
Recensie

Het Verhaal: de autobiografie van Ed van Thijn

‘Als ik in de oorlog geen kind was geweest, hoe moedig zou ik me dan hebben gedragen? Zou ik in het verzet zijn gegaan? Zou ik me te weer hebben gesteld? Zou ik zo untouchable zijn geweest als mijn vader? Zou ik de moed hebben gehad uit een rijdende trein te springen? Zou ik erin...

Lees meer
Recensie

1950 – WELVAART IN ZWART-WIT door Kees Schuyt en Ed Taverne

Pas op het einde van hun boek onthullen de auteurs waarom ze het Welvaart in zwart-withebben genoemd. Het gaat namelijk om een periode waarvan voornamelijk beelden in zwart- wit bestaan. Ze zijn vastgelegd in foto’s, films en televisiebanden. Het zwart-wit symboliseert, zeggen ze, geen tegenstellingen maar sobere welvaart en afgebakende patronen. Daarna ging de fullcolour...

Lees meer
Artikel

Audiovisueel: ‘In Amerika waren de straten met goud geplaveid’

Tien kinderen had Albert Zuiderhof uit het Groningse Grootegast begraven, toen hij met zijn vrouw, vier zoons en drie dochters per schip uit de haven van Rotterdam vertrok. Zijn boerderij, familie en bekenden; alles liet hij achter op weg naar een beter leven in Amerika. Zes maanden na aankomst in de haven van New York...

Lees meer
Artikel

Nieuwe Media: Hekserij

Wat hebben een griezelfilm, latent sadomasochisme en een Amerikaanse gouverneursvrouw met elkaar te maken? Hekserij in cyberspace. Met een budget waarvoor zelfs Nederlandse cineasten hun neus zouden ophalen veroorzaakten twee volledig onbekende filmmakers in 1999 een wereldwijde hype rond de film The Blair Witch Project. Dit succes was niet in de laatste plaats te danken...

Lees meer
Artikel

Stille getuigen: De stenen van Tjerk Vermaning

De geschiedenis laat haar sporen na. Monumenten, voorwerpen en graven herinneren aan bijna vergeten personen. Hun verhaal wordt hier verteld. Deze keer de stenen van Tjerk Vermaning (1929-1987) in het Drents Museum te Assen. Zijn ze echt of niet? Eind december 1964 haastte een man zich door de blubber van een net geploegde akker bij...

Lees meer
Artikel

Beeldgeheim

Een onbekende historische foto. Is het verhaal erachter te vertellen? Deze keer een poging van de uitgevers Mai Spijkers en Bert de Groot. De toewijzing van marktkramen, het tegenhouden van oprukkende stakers, wellicht de aankondiging van de geboorte van prinses Juliana – wie zal het zeggen? De uitgevers speculeren er lustig op los.         Eerst maar...

Lees meer
Artikel

De Vooruitgang: De VOC was geen koloniale macht in Azië

Proefschriften, lezingen of artikelen kunnen ons beeld van het verleden ingrijpend veranderen. Deze keer het proefschrift van Els Jacobs, waarin zij stelt dat de VOC in de achttiende eeuw minder macht had dan altijd gedacht wordt. ‘Het beeld van de VOC als koloniale macht klopt niet. De VOC opereerde in Azië als koopman. De...

Lees meer
Hermann von der Dunk (1928-2018): ‘Helden zijn onmisbaar’
Hermann von der Dunk (1928-2018): ‘Helden zijn onmisbaar’
Artikel

Hermann von der Dunk (1928-2018): ‘Helden zijn onmisbaar’

Hermann von der Dunk, die op 22 augustus jongstsleden is overleden, was aan het begin van het millennium vaste auteur van Historisch Nieuwsblad. De toen al emeritus hoogleraar contemporaine geschiedenis vulde de rubriek Het Hoge Woord met zijn opinies. Altijd in zwierig proza, met veel humor en licht provocatief.   Sommige van Von der Dunks...

Lees meer
Interview

Frans Wong, oprichter van de eerste abortuskliniek

Dertig jaar geleden richtte Frans Wong de eerste Nederlandse abortuskliniek op, aan het Amsterdamse Oosterpark. Abortus was officieel illegaal, maar werd gedoogd. Wong: ‘Om tegenstanders te pesten liet ik liet een bord ophangen over twee gevels breed: abortuskliniek.’ Tien jaar later, in 1980, werd abortus gelegaliseerd. In december 1980 nam de Tweede Kamer met een...

Lees meer
Margaret Thatcher, premier van Groot-Brittannië
Margaret Thatcher, premier van Groot-Brittannië
Artikel

Buitenstaander Margaret Thatcher

28 november 1990 moest ze aftreden. Maar liefst elf en een half jaar was ze prime minister geweest: Margaret Thatcher. Hoe was ze erin geslaagd zo ver te komen en zo lang aan te blijven in een zo weinig vrouwvriendelijke mannenwereld als de Britse politiek? Een analyse. Maar liefst elf en een half jaar was...

Lees meer
De honderdjarige oorlog tussen Joden en Arabieren
De honderdjarige oorlog tussen Joden en Arabieren
Artikel

De honderdjarige oorlog tussen Joden en Arabieren

Twintig jaren van bloedvergieten moesten eraan vooraf gaan. En toen beseften de Britten, vlak voor de Tweede Wereldoorlog: alleen de oprichting van een aparte Arabische en Joodse staat kan een einde maken aan het geweld in Palestina. Inmiddels is er nog steeds geen oplossing. Zondag 1 mei 1921 braken in de havenstad Jaffa, tegenwoordig deel...

Lees meer
Artikel

Een andere kijk op meneer Beerta

‘Meneer Beerta’ heet hij in J.J. Voskuils romancyclus Het Bureau. Beerta is het alterego van P.J. Meertens (1899-1985), hoofd van het later naar hem vernoemde Meertens Instituut. Wie was hij? Bij het verschijnen van het laatste deel van Het Bureau een portret van Meertens in de Tweede Wereldoorlog. Lees ook: Mythen, sprookjes en wetenschap: De...

Lees meer
Loginmenu afsluiten