Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

De zomer van 1940

Door: Bas Kromhout

Er leek weinig aan de hand tijdens de eerste zomermaanden van 1940. De Duitse bezetter stelde zich welwillend op tegenover de bevolking, die genoot van het fraaie weer. Maar toen de Nederlanders zich begonnen te verzetten, sloeg de sfeer om.

Historisch Nieuwsblad 7/2015

Een bange zomer

De Tweede Wereldoorlog in Nederland

Zes tophistorici geven op deze cd’s een nieuw en verhelderend beeld van de cruciale personen, gebeurtenissen en gevolgen van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In 7 uur wordt u volledig bijgesproken over de vele aspecten van deze periode. Zoals:...

€ 7,50 | Koop nu


De oorlog begon zomers. Het KNMI in De Bilt mat op 10 mei 1940 een maximumtemperatuur van 19,4 graden Celsius, bij 81 procent zonneschijn. ‘De dag was zo stralend mooi,’ schreef burgemeester J.J.G. Boot van de Gelderse gemeente Wisch in zijn dagboek. ‘De mensen brachten hun stoelen voor hun huis. Lieten zich zonnen, terwijl de ene [Duitse] divisie na de andere aan hen voorbij trok.’

Al een paar weken was het aangenaam weer geweest, dankzij een hogedrukgebied dat zich stevig boven het Europese vasteland had genesteld. Tijdens de vier volgende oorlogsdagen was het minder warm, maar het bleef grotendeels droog. Op 14 mei – de dag van het bombardement op Rotterdam en de capitulatie - schoot het kwik weer omhoog, naar een kleine 20 graden.
 

Een 'Nieuwe Tijd'

De Duitsers hadden mooi weer meegebracht, zo leek het. Mei en juni waren bovengemiddeld warme en zonnige maanden. De Nederlandse bevolking kon er optimaal van genieten, want de bezetter voerde als eerste maatregel de Berlijnse tijd in en liet direct al de zomertijd ingaan, waardoor de klok in één keer 1 uur en 40 minuten vooruitging. Het is niet meer te achterhalen wat die extra zonuren deden met de stemming in het zopas bezette Nederland. Uit dagboeken blijkt dat ongeloof, ontzetting en verontwaardiging over de inval de boventoon voerden. Maar is het gewaagd te veronderstellen dat de plotselinge overgang van winter naar zomer het gevoel versterkte dat er een nieuwe fase voor het Nederlandse volk was aangebroken? Of misschien zelfs een ‘Nieuwe Tijd’, zoals de nationaal-socialisten zeiden?
 

Deze verwarring bepaalde in grote mate de houding van de Nederlandse bevolking tijdens de zomer van 1940    

Het was volstrekt duister hoe dit nieuwe tijdperk eruit zou zien en hoe lang het zou duren. De verwachting was dat de oorlog snel beslist zou zijn, naar alle waarschijnlijkheid in Duits voordeel. Zouden de Duitsers Nederland slechts voor de duur van de oorlog bezet houden, om het daarna zijn vrijheid terug te geven? Of wilden zij het land annexeren? Gingen ze de NSB aan de macht helpen, of was er nog een rol weggelegd voor de vooroorlogse instituties? Geen Nederlander die het wist. Sterker nog: de Duitsers wisten het zelf ook nog niet precies. Deze verwarring bepaalde in grote mate de houding van de Nederlandse bevolking tijdens de zomer van 1940.
 
In eerste instantie waren de Nederlanders uit het lood geslagen door de Duitse inval en de snelle capitulatie. ‘We zijn versuft, we kunnen het niet geloven,’ schreven twee verslaggevers in de Twentse krant Tubantia. ‘We hadden erop gerekend dat onze waterlinie het nog lang zou kunnen uithouden.’ De eigen militairen trof volgens de meeste mensen geen blaam. Die hadden als leeuwen gevochten tegen een overmacht. Maar de vijand had hulp gekregen van NSB’ers en andere landverraders. Iedereen kende de verhalen over soldaten die van achteren waren beschoten, of over granaten die met hooi waren gevuld. Indianenverhalen, maar te mooi om niet te geloven.
 

Mensen zaten te zonnen, terwijl Duitse divisies voorbijtrokken

Rijkscommissaris Seys-Inquart

Het leger had zich volgens de algemene opinie dus goed gehouden, maar dat kon niet worden gezegd van het staatshoofd. ‘Dat de koningin is weggegaan heeft intense verbittering gewekt,’ schreef de Dordrechtse advocaat en latere PvdA-politicus Jaap Burger in zijn dagboek. ‘Nu voelen we ons zonder leiding, inderdaad, als schapen zonder herder.’ Ook de Duitsers waren verrast door de lege troon. Voor Hitler was het een argument om in plaats van een militair bestuur een burgerlijke bewindvoerder aan te stellen. Vijf dagen na de capitulatie riep hij de Oostenrijkse nazi Arthur Seyss-Inquart bij zich en benoemde hem tot rijkscommissaris van de bezette Nederlandse gebieden.
 

Seyss-Inquart moest de indruk wekken dat hij de samenleving intact liet    

Hitler droeg hem op om de Nederlanders met zachte hand naar het nationaal-socialisme te leiden. Seyss-Inquart moest de indruk wekken dat hij de samenleving intact liet. Op die manier zou hij zoveel goodwill kweken dat de Nederlanders hun reserves lieten varen. Duitsland wilde Nederland nooit meer loslaten. Maar dat hoefden de Nederlanders niet te weten.
    
Seyss-Inquart knoopte de opdracht goed in zijn oren. Bij zijn inauguratie in de Haagse Ridderzaal op 29 mei verklaarde hij: ‘Wij komen niet hier om een volkskarakter in het nauw te brengen en te vernielen en om aan een land de vrijheid te ontnemen.’ En: ‘Wij willen dit land en zijn bevolking noch imperialistisch overheersen, noch onze politieke overtuigingen opdringen.’ Wetgeving en rechtspraak bleven zo veel mogelijk intact, beloofde de rijkscommissaris.

Deze boodschap werd met opluchting begroet. Nederland zou geen Duitsland worden, was de conclusie, maar grotendeels zichzelf blijven. En wie weet: als de Europese grootmachten na een korte oorlog aan de onderhandelingstafel plaatsnamen, kwam er misschien wel een einde aan de bezetting. In de tussentijd was het zaak zo goed mogelijk de nationale eigenheid te bewaren.
 

Samenwerken 

De beste manier om dit te bewerkstelligen, zo dacht men, was met de Duitsers samen te werken. Dat betekende allereerst dat ambtenaren en burgemeesters op hun posten bleven. Zolang zij loyaal waren en de bevolking zich aan de Duitse verordeningen hield, was er voor de bezetter geen reden om in te grijpen. De Nederlanders moesten Hitler vooral geen excuus verschaffen om de NSB-leider Mussert aan te stellen als regeringshoofd. Provocaties moesten daarom achterwege blijven.
 

De Duitse soldaat moet waardig en zelfbewust optreden 

De bereidheid om de uitgestoken hand van de bezetter voorzichtig aan te nemen, was dus pragmatisch gemotiveerd en kwam niet voort uit sympathie. De Volkskrant schreef: ‘Iedere Nederlander heeft de bitterheid gevoeld en ondergaan, dat een vreemdeling in de Ridderzaal het hoogste regeringsgezag op zich heeft genomen.’ Maar bittere gevoelens stonden samenwerking niet in de weg. Volgens de krant kon iedereen zich maar het best waardig gedragen en ijverig meewerken aan de wederopbouw. Dan zou ook de bezetter zich van zijn beste kant laten zien.

De Duitse militairen die hier waren gestationeerd kregen een heldere instructie: ‘Alle onnodige irritaties van Nederlandse staatsburgers moeten vermeden worden. De Duitse soldaat moet waardig en zelfbewust optreden.’ En dat gebeurde. Een man uit Hilversum schreef in zijn dagboek over twee soldaten die bij hem waren ingekwartierd: ‘[Ze] knappen alles netjes op; rommel wordt opgeruimd en het hek wordt gerepareerd. Van elders hoor ik ook steeds berichten over het correcte optreden van Duitse militairen, zowel officieren als minderen.’ Een Rotterdamse domineesvrouw, die met haar fiets tegen een Wehrmacht-soldaat aan was gereden, verbaasde zich over de laconieke reactie: ‘Zelfs toen geen woord en geen vloek.’ Toch bleef ze op haar hoede, want ‘hoe lang zal deze vriendelijkheid duren?’
 

Verzoening

De Duitse autoriteiten begonnen een waar charmeoffensief. Nederlandse kinderen mochten op vakantiereis naar Oostenrijk. Seyss-Inquart kwam hoogstpersoonlijk de eerste lichting kinderen uitzwaaien, die op 22 juni per trein vertrok uit Rotterdam. Een nog groter verzoenend gebaar maakte Hitler door alle 20.000 Nederlandse krijgsgevangenen vrij te laten. Voorwaarde was wel dat ze beloofden niets meer tegen de Duitsers te ondernemen. Slechts 69 militairen weigerden; de rest koos ervoor naar huis te gaan.
 

Nederlandse kinderen mochten op vakantiereis naar Oostenrijk

Zo leek het in de zomer van 1940 nog wel mee te vallen met de bezetting. De mensen genoten van het mooie weer, maakten uitstapjes en bezochten sportwedstrijden. De zwembaden waren overvol, Diergaarde Blijdorp opende na een verbouwing weer haar deuren en er werd druk gezeild op plassen en meren. Het enige wat aan de bezetting herinnerde waren de Duitse uniformen die zich groengrijs aftekenden tussen de dagjesmensen. Sommigen zochten het oorlogsleed juist op: ramptoeristen namen een kijkje in Rotterdam en aan de Grebbelinie.

Materieel leden de Nederlanders nog geen gebrek. Levensmiddelen waren voldoende te krijgen, al waren veel basisbehoeften gerantsoeneerd en op de bon. Alleen benzine werd direct schaars, zodat het straatbeeld drastisch veranderde. Wanneer na een lange zomeravond de nacht inviel, werd het bovendien vanwege de verduistering pikdonker. Om ongelukken te voorkomen werden hekken langs grachten geplaatst en obstakels wit geschilderd. Maar ondanks deze beperkingen ging het leven min of meer zijn normale gang.
 

Ontnomen vrijheid 

Althans, zo leek het. Volgens een doktersvrouw uit het Gelderse Hummelo was alle vrolijkheid en berusting slechts schijn. In haar dagboek schreef ze: ‘De Duitsers zelf noemen ons “fluitketels” omdat wij van buiten fluiten, maar van binnen koken.’ Hoewel de stemming van persoon tot persoon verschilde, zouden de Nederlanders één ding gemeen hebben: ‘Behalve de ellendige NSB’ers is iedereen fel tegen Duitsland.’ Dat merkte de bezetter ook. Een Duits rapport van 11 juni omschreef de onderworpenen als Dickköpfe, die zo anti-Duits waren dat propaganda zinloos was.

Want al gingen de Nederlanders door met werken en recreëren, ze waren zich ervan bewust dat hun vrijheid hun was ontnomen. En dat stak. ‘Nou, we zitten er onder, hoor,’ schreef een winkelmeisje uit Renkum vijf dagen na de capitulatie. ‘De radio is Duits, de pers is Duits, alles!’ Krantenredacties moesten zich houden aan de richtlijnen van de bezetter. Dat betekende: geen kritiek op de autoriteiten, geen verwijzingen naar het Koninklijk Huis en alleen oorlogsberichten die door de Duitsers werden gedicteerd. Ook verdwenen de weerberichten. Volgens Jaap Burger veranderden alle dagbladen in ‘sjablonenkranten’ vol ‘onuitstaanbare tegenstrijdigheden’. De doktersvrouw uit Hummelo vond dat haar krant ‘één leugen’ was geworden en zegde haar abonnement op.
 

Behalve de ellendige NSB’ers is iedereen fel tegen Duitsland

De behoefte aan betrouwbaar nieuws was groot. Daarnaast snakten de Nederlanders in die onwennige zomermaanden naar een richtinggevend en bemoedigend woord. Velen namen hun toevlucht tot de kerk. Ook keerde de Oranje-liefde terug. De aanvankelijke verontwaardiging over de vlucht van de koningin ebde verrassend snel weg. De eerste keer dat Wilhelmina’s stem te horen was op Radio Oranje – op 28 juni – maakte dit op veel luisteraars een onvergetelijke indruk. De timing was perfect, want de volgende dag was de verjaardag van prins Bernhard en die zou niet ongemerkt voorbijgaan.
 

Anjerdag

‘De dag van tevoren zag je allerlei mensen met bosjes anjers; de bloemenwinkels konden er haast niet tegen leveren,’ noteerde een vrouw uit Den Haag in haar dagboek. De favoriete ruiker van de prins mocht niet ontbreken bij de bloemenhulde die de bevolking stiekem aan het voorbereiden was. Toen het zover was, togen honderden Hagenaars met hun anjers naar Paleis Noordeinde. Op de trappen en bij het standbeeld van Willem de Zwijger legden zij hun bloemen, terwijl ook in andere steden Oranje-monumenten onder anjers werden bedolven. Het weer was opnieuw prachtig: zonnig en rond de 25 graden.

‘Anjerdag’ was een moment van ‘verbroedering’, volgens de Haagse dagboekschrijfster. ‘De mensen keken elkaar glimlachend aan, al kenden ze je niet.’ Plotseling arriveerde opperbevelhebber generaal Winkelman bij het paleis om het felicitatieregister te tekenen. Onder luid applaus ging hij naar binnen. Toen hij even later weer naar buiten kwam en richting de menigte salueerde, barstte die los in een geëmotioneerd Wilhelmus.
 

Voor Seyss-Inquart was Anjerdag een koude douche

Maar het Oranje-feestje was van korte duur. De Duitsers konden dit openlijke vertoon van weerstand tegen de Nieuwe Tijd niet accepteren. Rijkspropagandaminister Joseph Goebbels was nota bene in Den Haag op bezoek. Rond het middaguur verjoeg de Ordnungspolizei de aanwezigen en blokkeerde zij de toegangswegen naar het paleis met mitrailleurs.
 
Voor Seyss-Inquart was Anjerdag een koude douche. De fluwelen aanpak waarmee hij de harten van de Nederlanders dacht te winnen, werkte niet. Toch gaf hij de hoop nog niet op. Met een beetje geluk kon hij het op 29 juni getoonde patriottisme van de Nederlanders nog gebruiken voor zijn eigen plan van geleidelijke nazificatie. Want hoezeer zij ook hingen aan het Oranje-huis, om het vooroorlogse politieke stelsel leken ze amper een traan te laten. ‘De oorlogsdagen hebben velen doen inzien dat wat verdwenen is, door en door voos was,’ schreef De Telegraaf. Geen van de verzuilde kranten pleitte voor dictatuur, maar dat het partijenstelsel had gefaald, daarover waren de redacties het eens.
    

Collaboratie en de Nederlandse Unie

Oud-premier Hendrik Colijn schreef een brochure, getiteld Op de grens van twee werelden, waarin hij stelde dat samenwerking met Duitsland onvermijdelijk was. Hitler kon de overwinning niet meer ontgaan. Collaboratie was de enige manier waarop Nederland zijn zelfstandigheid zou kunnen behouden. Misschien kon dan zelfs de koningin terugkomen. Seyss-Inquart nodigde Colijn uit voor een gesprek, maar hij vond de calvinistische politicus te veel een man van de ‘oude tijd’.

Dit kon niet worden gezegd van een groep jonge bestuurders, die al vóór 1940 voor ‘vernieuwing’ had gepleit. Daartoe behoorden hoogleraar bedrijfspsychologie Jan de Quay, de Rotterdamse hoofdcommissaris Louis Einthoven en de Commissaris van de Koningin in Groningen, Hans Linthorst Homan. Zij lanceerden op 24 juli een nieuwe politieke beweging: de Nederlandse Unie.
    
Volgens haar programma streefde de Unie naar ‘het behoud en de versterking van vaderland en volksgemeenschap’. De Nederlandse zelfstandigheid stond voorop. De economie moest op corporatistische leest worden geschoeid, zodat klassentegenstellingen zouden verdwijnen. Zonder concreet te worden pleitte de Unie ook voor een meer autoritaire bestuursvorm. De Nederlandse tradities van godsdienstvrijheid en tolerantie moesten echter gewaarborgd blijven. De Unie wees het nationaal-socialisme af. Wel was gezien de omstandigheden een ‘loyale verhouding tot de bezettende overheid’ geboden.
 

De menigte barstte los in een geëmonioneerd Wilhelmus

In de conceptversie van het Unie-programma werd ook de verbondenheid met het Oranje-huis genoemd, maar de Duitsers lieten de passage schrappen. Zo was direct duidelijk dat de beweging slechts beperkte speelruimte had. Toch liet Seyss-Inquart de Unie toe. Want hoewel zij zich tegen het nazisme opstelde, waren er genoeg ideologische aanknopingspunten.

Voor de gemiddelde Nederlander was dit niet zo duidelijk. Die zag in de Unie vooral een middel om de weg naar annexatie of een NSB-regering af te snijden, en om zijn eigen patriottische gevoelens te uiten. De eerste openbare bijeenkomst, op 6 augustus in Den Haag, stond bol van de nationale symboliek. De zaal was versierd met vlaggen en leeuwen, en het publiek zong uit volle borst vaderlandslievende liederen. Binnen twee weken had de Nederlandse Unie al 250.000 leden.
 

Het omslagpunt

Aan het einde van de zomer sloeg de stemming in Nederland langzaam om. De bereidheid om met de bezetter samen te werken was gebaseerd op twee aannames, namelijk dat de Duitsers de oorlog zouden winnen en dat zij de Nederlandse tradities zouden respecteren. Beide veronderstellingen werden in toenemende mate onhoudbaar. Het lukte de onoverwinnelijk geachte Duitse oorlogsmachine niet om Groot-Brittannië klein te krijgen. In september 1940 blies Hitler de geplande invasie af. In Nederland groeide daardoor het geloof in een geallieerde overwinning.
 

De Duitsers schijnen het er op toe te leggen de Hollanders tegen zich in het harnas te jagen

Daarnaast voerden de Duitsers de repressie op. Na Anjerdag kwamen op alle uitingen van Oranjegezindheid – van speldjes tot liedjes – gevangenisstraffen te staan. Op 19 en 20 juli nam de bezetter 231 mensen in gijzeling als reactie op de internering van Duitsers in Nederlands-Indië. Bovendien moesten Joden het steeds vaker ontgelden. Joodse krantenredacteurs verloren al op 16 mei hun baan.

Vanaf eind augustus mocht de overheid geen Joodse medewerkers meer aannemen, en in oktober moest iedere ambtenaar een ‘ariërverklaring’ ondertekenen. ‘Een meer impopulaire maatregel laat zich wel moeilijk indenken,’ aldus een dagboekschrijver uit IJsselmonde. ‘De Duitsers schijnen het er op toe te leggen de Hollanders tegen zich in het harnas te jagen.’


Donkere tijden

Ook de NSB maakte zich nog minder geliefd dan ze al was. Musserts WA-mannen vielen Joden aan op straat. Op 2 september richtten de zwarthemden een ravage aan op de Amstelmarkt in de hoofdstad. De Nederlandse politie trad nog wel op tegen WA’ers, maar die kregen vaak bescherming van Duitse politietroepen. Seyss-Inquarts beloftes klonken steeds holler.

De meeste ambtenaren en burgemeesters zagen geen andere mogelijkheid dan de samenwerking met de Duitsers voort te zetten ‘om erger te voorkomen’ – namelijk een NSB-regering. De Nederlandse Unie protesteerde wel tegen de antisemitische maatregelen, maar bleef eveneens actief en groeide zelfs tot zo’n 800.000 leden. De Nederlandse bevolking geloofde echter definitief niet meer in de goede bedoelingen van de bezetter.

De zomer was voorbij. Donkerder tijden braken aan.
 
Meer weten

Begin 2015 is het boek 1940. Verwarring en aanpassing van Wichert ten Have verschenen. Het NIOD publiceert de komende tijd nog vier boeken, die elk een bezettingsjaar behandelen. Ten Have is ook de auteur van het standaardwerk De Nederlandse Unie uit 1999.
 
De eerste oorlogsmaanden zijn eveneens beschreven in De oorlog van Ad van Liempt en Hans Blom, het boek bij de tv-serie uit 2009. Zie voor sfeerbeelden van de zomer van 1940 uit deze serie www.historischnieuwsblad.nl/links.
 
Bart van der Boom heeft in ‘We leven nog’ (2003) de stemming in Nederland tijdens de oorlog beschreven aan de hand van dagboeken.
 
Al snel na de Duitse inval week Wilhelmina uit naar Londen. Lees een artikel over haar rol tijdens de oorlog op historischnieuwsblad.nl/bezetting.

Op 29 mei 1940 werd Seyss-Inquart beëdigd als rijkscommissaris in de Ridderzaal. Het Polygoonjournaal was erbij. Bekijk het fragment op historischnieuwsblad.nl/bezetting.

De bezetter legde de pers aan banden en voerde een regime van censuur en propaganda. De meeste journalisten probeerden zich zo goed en zo kwaad als het ging aan te passen. Andere Tijden maakte er een uitzending over, te zien op historischnieuwsblad.nl/bezetting
 
Op historischnieuwsblad.nl/bezetting stelde de redactie een themapagina samen over de jaren ’40-’45. U vindt hier bijvoorbeeld een artikel over Musserts raciale agenda, een interactieve kaart met alle aanvallen op Amsterdam en een documentaire over de tragische stadhuisramp in Heusden.

DVD pakket over de Tweede Wereldoorlog

Speciaal voor de feestdagen drie topdocumentaires over de Tweede Wereldoorlog, aangeboden voor een gereduceerde prijs. Kijk naar de originele beelden van de heldhaftige invasie van Normandië, het laatste jaar van Adolf Hitler en het ontroerende verhaal...

€ 25,00 | Koop nu

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

De Eerste Wereldoorlog (luisterbox)

Vier Nederlandse tophistorici vertellen het aangrijpende verhaal van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Willem Melching geeft antwoord op de vraag: was de oorlog de schuld van Duitsland? Paul Moeyes vertelt hoe het neutrale Nederland tussen de klippen...

€ 5,00 | Koop nu

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Lincoln

Verhagen plaatst Abraham Lincoln in de context van de geschiedenis van de VS. Volgens velen heeft Lincoln laten zien dat leiderschap niet kan worden aangeleerd, maar dat het aankomt op karakter.

€ 19,95 | Koop nu

Middeleeuwen