• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Ötzi? De oudste mummie in Europa natuurlijk!

    Antwoorden voorronde Grote Geschiedenis Quiz 2013

    Ruim 900 mensen deden dit jaar mee aan de voorronde van de Grote Geschiedenis Quiz in de Volkskant en het Historisch Nieuwsblad, en 57 deelnemers wisten alle vragen goed te beantwoorden. Het team van lezerskandidaten dat naar de finale gaat is inmiddels bekend. Erik de Jong, Carla van der Wijden en Rianne Tieben nemen het op tegen onder meer een team van bekende bloggers (Ellen Diermanse, Bert Brusse), cabaretiers (Sanne Wallis de Vries, Pieter Derks) en bèta-deskundigen (Midas Dekkers, Vanessa Evers).

    Tien mensen hebben het historische verrassingspakket gewonnen: Renée Schreuder uit Amersfoort; Erik Stap uit Leiden; Ivo Müskens uit Nijmegen; Matthijs van de Woestijne uit Wierden; Jozef Kemps uit Arnhem; Toos Hertog uit Eindhoven; Adriaans de Jongh uit Bergambacht; Kick Oosterholt uit Roggel; Leo Suijker uit Pijnacker en Annelie van Dijk uit Nieuwegein. Hans Goedkoops boek over de Gouden Eeuw, Ben Macintyres Operatie Mincemeat en de cd-box Het Nederlandse Koningshuis liggen volgende week bij hun in de bus.

    De finale wordt dit jaar opgenomen in de Amsterdamse Zuiderkerk en uitgezonden op zaterdag 11 mei op Nederland 2 bij de NTR/VPRO, om 20.15 uur. Volg tot die tijd berichtgeving en blogs over de Grote Geschiedenis Quiz op www.ggq.nl en www.historischnieuwsblad.nl/quiz.

    De meeste mensen wisten dat Ötzi de oudste mummie van Europa was, en niet het eerste gekloonde schaap of Turkse gastarbeider. Lastig daarentegen was het Haags Besogne (vraag 18). Dat was geen spotnaam voor het Binnenhof in de negentiende eeuw, zoals 40 procent van de deelnemers meende, maar een adviescommissie van de VOC. Ook de lorrendraaiers zorgden voor verwarring; het waren smokkelaars die in slaven handelden, geen voddenhandelaren, zoals veel mensen dachten.

    Hieronder vindt u de goede antwoorden met toelichting.

    1.‘Hollanders! Nimmer zal ik een goed en deugdzaam volk vergeten, zoo als gij zijt. Mijne laatste gedachte zoo wel als Mijne laatste zugt zullen voor uw geluk zijn.’ Van wie is deze uitspraak?
    Het goede antwoord is B. Het citaat komt uit de afscheidsproclamatie van Lodewijk Napoleon Bonaparte, nadat hij van 1806 tot 1810 koning van Holland was geweest. In 2010 werd de uitspraak op een plaquette aan de gevel van het provinciehuis van Noord-Holland, Paviljoen Welgelegen in Haarlem geplaatst, Lodewijks favoriete residentie.


    2.Waarom versoepelde het Utrechtse vroedschap in 1712 het toneelverbod dat al decennia van kracht was?
    Het juiste antwoord is B. Ruim 70 procent van de deelnemers beantwoordden dit goed. Tot 1711 wist de calvinistische kerkraad van Utrecht succesvol ‘moreel verderfelijke’ theatervoorstellingen uit de stad te weren. In 1711 stond het vroedschap onder strenge voorwaarde mondjesmaat voorstellingen toe. In de aanloop naar de vredesonderhandelingen na de Spaanse Successieoorlog, die in Utrecht gehouden zouden worden, werd het toneelverbod aanzienlijk versoepeld – voornamelijk om de onderhandelaars een prettig en aangenaam verblijf te bezorgen.


    3.Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog vonden in Versailles de vredesonderhandelingen plaats. Nederland was neutraal gebleven. Toch vertrok minister van Buitenlandse Zaken Herman van Karnebeek voor aparte besprekingen naar Frankrijk. Waarom?
    Het goede antwoord is D. Dit was een instinkvraag, want hoewel de geallieerden in Versailles niet blij waren met het asiel van de Duitse keizer in Nederland en de doortocht van Duitse soldaten over Nederlands grondgebied, waren dat niet de onderwerpen waarover Herman van Karnebeek sprak. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken vertrok naar Versailles om de geallieerden – met succes – over te halen de Nederlandse kant te kiezen inzake de Belgische annexatieclaims op Zeeuws-Vlaanderen en stukken van Zeeland.


    4.Het woord ‘stadhouder’ komt van…
    Het goede antwoord was C. De meeste deelnemers wisten dat ‘stadhouder’ haar oorsprong vindt in ‘stathalter’, een term die stamt uit de Middeleeuwen en verwijst naar een plaatsvervanger van een koning of landsheer.


    5.Wie is Ötzi?
    Het goede antwoord is A. Ötzi is de naam van de ijsmummie die in 1991 in de Italiaanse Alpen gevonden werd. Ötzi was een man van vermoedelijk 45 jaar oud die leefde in de Kopertijd, zo’n 3300 jaar voor Chr. Daarmee is hij de oudste mummie die ooit werd gevonden in Europa. 89 procent van u wist het goede antwoord te geven.


    6.Het zogenaamde Emser-Depesche was het telegram…
    …Waarmee Otto van Bismarck in 1870 de Franse regering zo provoceerde dat oorlog onvermijdelijk was: antwoord A. Het telegram bevatte oorspronkelijk in zeer beleefde bewoordingen details over een onenigheid tussen keizer Wilhelm I en een Franse ambassadeur over de opvolging van de Spaanse troon. Bismarck scherpte de tekst zodanig aan dat deze ronduit beledigend werd voor de Fransen. Het telegram werd een belangrijke factor in het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog.


    7.Waarom veroorzaakte de Leica-camera uit 1924 een revolutie in de fotografie?
    Het goede antwoord is C. Met de traditionele zware plaatcamera’s ging het fotograferen langzaam en moeizaam. Oskar Barnack bedacht daar iets op en maakte in 1912 als eerste gebruik van een nieuw soort film, afgeleid van Edisons 35mm filmrol. Hij legde de filmrol in de lengte in plaats van in de breedte, waardoor er meer foto’s gemaakt konden worden op een kleiner oppervlak. In 1924 kwam deze kleinbeeldcamera met film op de markt, en de snelle ‘kiek’ was geboren.


    8.‘Het paard is verstandiger geweest dan zijn meester.’ Over wie deden tegenstanders deze uitspraak?
    Hoewel deze uitspraak wellicht op alle vier de personen van toepassing had kunnen zijn, ging de uitspraak over Francis David Schimmelpenninck, antwoord D. Door de val van zijn paard kon hij niet op tijd bij de Tweede Kamer zijn om tegen te stemmen en daarmee werd de Leerplichtwet van 1900 met 50 tegen 49 stemmen aangenomen. Voorstanders van de Leerplichtwet waren het paard van Schimmelpenninck dankbaar. 68 procent van de deelnemers wist deze vraag juist te beantwoorden.


    9.In welke volgorde schaften de onderstaande landen de slavernij af?
    De goede volgorde is D, Denemarken, Groot-Brittannië, Nederland, Brazilië. Alhoewel er eind achttiende eeuw in Groot-Brittannië al breed protest kwam tegen de slavernij, duurde het nog tot 1834 totdat deze daadwerkelijk werd afgeschaft. Denemarken beet het spits af in 1803, Nederland volgde in 1863 en Brazilië pas in 1888.


    10.Wat was de aanleiding voor de Nacht van Kersten van 10 op 11 november 1925, die resulteerde in de val van het eerste kabinet-Colijn?
    Het goede antwoord is A. Amper drie maanden nadat het eerste kabinet-Colijn geïnstalleerd was, kwam het alweer ten val. De rede was een amendement van het Gerrit Kersten van de Staatkundige Gereformeerde Partij, die de financiering voor het Nederlandse gezantschap in het Vaticaan wilde schrappen. Het amendement vond steun bij andere partijen die hun kans schoon zagen het confessionele kabinet-Colijn om zeep te helpen. Uiteindelijk waren het de katholieke ministers die hun ontslag aanboden.

    11.Wie werden een tijd lang Utrechtenaren genoemd?
    Het goede antwoord is C. Hoewel Utrechtenaar vandaag de dag een doorsnee benaming is voor iemand die uit Utrecht komt, was dat in de achttiende eeuw wel anders. De ruïnes van de Utrechtse Domkerk fungeerden omstreeks 1730 als ontmoetingsplek voor ‘sodomieten’, oftewel, homoseksuelen. Na klachten van het klooster werd er een onderzoek ingesteld, dat resulteerde in een reeks sodomietenvervolgingen. In het hele land werden homoseksuelen ter dood gebracht. Meer dan de helft van u wist het goede antwoord.


    12.In de oorlog had Artis een bijzondere groep bewoners. Dat waren..
    Het goede antwoord is D, onderduikers. Tijdens de oorlog bood Artis onderdak aan zowel eigen personeelsleden als aan burgers. Omdat zij natuurlijk niet ontdekt mochten worden, werkten zij overdag als verzorger bij de dieren of in de plantsoenen. Na sluitingstijd hielden zij zich schuil in het berenverblijf, het wolvenhuis en op de hooizolder. Artis had een goede reputatie bij de nazi’s, waardoor de onderduikers redelijk veilig in de dierentuin konden verblijven tijdens de oorlogsjaren.


    13.‘Pecunia non olet’ – geld stinkt niet. Van wie zou deze uitspraak zijn?
    De uitspraak komt volgens de overlevering van keizer Vespasianus, antwoord A. Toen Vespasianus na keizer Nero in 69 na Chr. aantrad, was Rome onder andere door een grote brand failliet. Om snel weer geld in kas te brengen voerde hij een belasting in voor latrinesbezitters. De keizer kreeg veel kritiek op de maatregel, onder andere van zijn zoon Titus. Vespasianus verdedigde zich door te stellen dat geld geld was, ook al kwam het van urine…kortom, geld stinkt niet.


    14.Wat staat bekend onder de naam The Great Game?
    Met The Great Game wordt niet de verdeling van het Afrikaanse continent in de negentiende eeuw bedoeld, zoals 32 procent van de deelnemers dacht. Slechts 41 procent van u wist het goede antwoord te geven, namelijk antwoord C, het Brits-Russische conflict over invloed in Centraal-Azië in de negentiende eeuw. De strijd om zowel politieke als economische invloed in Centraal-Azië zorgde voor toenemende rivaliteit tussen Groot-Brittannië en Rusland, en dat terwijl geen van beide landen het gebied goed kende. Het werd een langlopende concurrentiestrijd, maar het kwam nooit tot een gewelddadig conflict.


    15.Waardoor lukte het de Nederlandse autoriteiten in de oorlog om de voedselvoorziening tot de winter van 1944-’45 redelijk op peil te houden?
    Het goede antwoord is B. De Nederlandse autoriteiten zagen in dat de boer als voedselproducent een belangrijke rol vervulde in perioden van schaarste tijdens de bezettingstijd. In tegenstelling tot bijvoorbeeld België en Frankrijk, kregen de boeren in Nederland goede prijzen voor hun waar. Zo bleven ze binnen het systeem en kwam er slechts een klein deel van hun producten terecht op de zwarte markt. 46 procent van u had dit goed beantwoord.


    16.Welk voorwerp ziet u hier afgebeeld?




    Het goede antwoord is C, al ligt het antwoord net iets genuanceerder dan het korte zinnetje uit de voorronde. De afbeelding die u zag was een beloningspenning voor de eerste drie artsen die in een jaar kosteloos honderd mensen tegen koepokken gevaccineerd hadden. De penning werd in 1809 onder koning Lodewijk Napoleon voor het eerst overhandigd, en de traditie werd in stand gehouden onder koning Willem I. 52 procent van u beantwoordde deze vraag goed.


    17.Waarom stonden op 31 juli 1963 honderden vrachtwagens met boter en koffie in het kleine Nederlandse dorpje Elten?
    Dit was voor u blijkbaar geen moeilijke vraag, 82 procent koos voor antwoord A. Het van oorsprong Duitse dorpje Elten behoorde sinds de Tweede Wereldoorlog tot Nederlands grondgebied. Nederland had het gekregen ter compensatie voor de geleden schade. Na het betalen van tientallen miljoenen Wiedergutmachung zou Elten op 31 juli 1963 weer Duits worden. Duitse en Nederlandse handelaren zagen hun kans schoon en zette vrachtwagens vol levensmiddelen in het grensgebied. Toen Elten de volgende dag weer in Duitsland lag, waren de hoge invoerrechten op de levensmiddelen ontweken en hadden de handelaren flink geld verdiend met de smokkelactie. Het ging de boeken in als de Eltener Butternacht.


    18.Wat was het Haags Besogne?
    Nee, het Haags Besogne was geen spotnaam voor het Binnenhof in de negentiende eeuw, zoals ruim 40 procent van de deelnemers had geantwoord. Met slechts 23 procent goede antwoorden werd deze vraag het slechtst gemaakt van de hele voorronde. Het goede antwoord is B, een adviescommissie van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), gevestigd in Den Haag. De commissie hield zich bezig met post die de Raad van Indië vanuit Batavia naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden stuurde.


    19.Op 24 november 1982 werd het Akkoord van Wassenaar gesloten. Wat hield dat in?
    In 1982 accepteerde de vakbonden loonmatiging in ruil voor door de overheid toegezegde arbeidsverkorting. Daarmee werd op 24 november het Akkoord van Wassenaar gesloten. Het goede antwoord is B, en de meeste deelnemers hadden deze vraag goed beantwoord. Het Akkoord betekende het einde van een lange periode van politieke polariteit en bewees dat er met degelijk onderhandelen goede compromissen gesloten konden worden.


    20.In 1809 voerde Lodewijk Napoleon het eerste Wetboek van Strafrecht in. Welke straf werd daarin afgeschaft?
    Het enige juiste antwoord is D. Tijdens het koningschap van Lodewijk Napoleon (1806-1810) werd het eerste Wetboek van Strafrecht ingevoerd. Het wetboek was opvallend mild van toon. De doodstraf bleef gelegitimeerd, – al werd deze maar zelden opgelegd – maar wrede lijfstraffen, zoals radbraken, werden zonder pardon afgeschaft. Het wetboek had een humanitaire inslag. Zo moest een rechter niet enkel kijken naar de gepleegde misdaden, maar ook naar de omstandigheden waarin ze gepleegd waren en naar de achtergrond van de dader.


    21.Wanneer werd DNA voor het eerst als wettig bewijsmiddel aanvaard in een Nederlandse rechtszaak?
    Het goede antwoord is B. In 1987 werd DNA voor het eerst in Nederland als wettig en overtuigend bewijsmateriaal geaccepteerd. Het betrof een zaak in Amsterdam, waarbij zes vrouwen aangifte hadden gedaan van (poging tot) verkrachting bij het World Trade Center. Een grote hoeveelheid DNA van zowel de mogelijke dader als de slachtoffers werd maandenlang in Engeland onderzocht. De uitslag was helder, de verschillende spermamonsters bleken van dezelfde dader, maar niet van de verdachte. Voor de eerste keer werd dergelijk bewijsmateriaal geaccepteerd door een rechter, al leidde het niet tot een veroordeling.


    22.Wat waren lorrendraaiers?
    Het juiste antwoord is A. Dit bleek een moeilijke vraag, want slechts 40 procent van de deelnemers gaf het goede antwoord – 29 procent dacht dat lorrendraaiers Joodse handelaren waren die begin twintigste eeuw vodden opkochten aan de deur. Lorrendraaiers waren smokkelaars die buiten de West-Indische Compagnie in slaven handelden. De WIC had van de regering het alleenrecht gekregen op slavenhandel. Al snel werd dit recht ondermijnd door smokkelaars. Tussen 1700 en 1730 zijn er ruim 175 smokkelreizen op zee gemaakt, met naar schatting zo’n 50.000 slaven in totaal.


    23.In 1934 kwam een grote groep demonstranten in de Amsterdamse Jordaan in botsing met de politie. Er vielen vijf doden en honderden gewonden. Wat was de aanleiding voor dit Jordaanoproer?
    De economische wereldcrisis in de jaren 1930 zorgde ook in Nederland voor werkloosheid en armoede. Werklozen kregen een steunuitkering van de regering, maar door de aanhoudende recessie werd hier meerdere malen op gekort. Een massale protestactie van onder andere werklozen in de Jordaan op 4 juli 1934 tegen de steunverlaging eindigde in het Jordaanoproer, antwoord D. De betogers werden tegengehouden door de politie, en de demonstratie mondde uit hevige gevechten, waarbij enkele doden vielen en de straten vernield achterbleven.


    24.De Beemsterpolder in Noord-Holland werd aangelegd in de Gouden Eeuw. Waarom wilde Amsterdam de Beemster droog leggen?
    Het goede antwoord is AJan Adriaanszoon Leeghwater. De landbouwgrond van de Beemsterpolder bleek zeer vruchtbaar, en het werd een van de meest bekendste agrarische gebieden van Nederland. Het beeld van groene weilanden waar koeien hun gras grazen is niet meer weg te denken uit het Nederlandse landschap.


    25.Wat waren de Aprilstellingen?
    Het goede antwoord is C. Dit bleek een lastige vraag, want slechts een krappe meerderheid van u gaf het goede antwoord. Onder de Aprilstellingen wordt de verklaring verstaan van de bolsjewistische leider Lenin, waarin hij in 1917 opriep in Rusland het socialisme in te voeren.