Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 7/2007

Provocatie

J.A.A. van Doorn 320 p. Mets & Schilt, € 29,90: Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme

Door: door Willem Melching
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Het sociale van het nationaal-socialisme

Socioloog en columnist J.A.A. van Doorn heeft een studie gepubliceerd waarin hij de Duitse sociaal-democratie en het nationaal-socialisme met elkaar vergelijkt. Hij komt tot de conclusie dat de NSDAP veel van het socialisme had overgenomen, en aanzienlijk succesvoller en populairder was dan de SPD. Van Doorn concipieerde zijn boek al in de jaren tachtig, pas nu vond hij tijd om het te voltooien. Hij is iemand die graag provoceert, maar inmiddels wordt een groot deel van zijn these bevestigd door het onderzoek van 'jongere' historici als Götz Aly, Mark Mazower, Shelley Baranowski en anderen.


De socioloog belooft dat hij beide ideologieën met elkaar zal vergelijken. Dat doet hij uiteindelijk niet. Het boek bestaat in feite uit twee losstaande essays. Het eerste gaat over de Duitse sociaal-democratie. Conclusie is dat de marxistisch-revolutionaire vleugel van de SPD dominant was; daarom bleef de SPD volharden in een orthodox marxistisch standpunt en verloor zij het contact met de bevolking, die verlangde naar nationale solidariteit. Het zou uiteindelijk nog tot 1959 duren voor de SPD het marxisme definitief zou afzweren en een echte Volkspartei werd. 
          
Van Doorn legt niet erg duidelijk uit waarom het in de jaren 1930-1933 misging. Hier had hij te rade kunnen gaan bij de Berlijnse historicus Winkler. Gebrek aan zorg voor de bevolking, zoals Van Doorn suggereert, was juist níét de reden van de ondergang. Integendeel, de SPD hield krampachtig vast aan hoge lonen en uitkeringen, en was niet bereid tot echte bezuinigingen. Daarom gingen de katholieken en conservatieven noodgedwongen op zoek naar een nieuw politiek draagvlak. Na twee jaar doormodderen onder de katholiek Brüning, en een mislukt peronistisch experiment, sloten de conservatieve elites op 30 januari 1933 hun rampzalige verbond met populistisch rechts.

Het tweede essay gaat over de NSDAP als een 'socialistische' partij. Dat is een gewaagde invalshoek, maar uit recent onderzoek komt duidelijk naar voren dat de stabiliteit van het Derde Rijk inderdaad gebaseerd was op een succesvolle sociale politiek. Het is jammer dat Van Doorn noch de werken van Götz Aly, noch de dagboeken van Goebbels gebruikt, want uit beide blijkt de obsessie van de nazi's met het tevreden houden van de bevolking door een krachtig sociaal beleid. De jaren tot en met september 1939 waren voor de Duitse bevolking dan ook de Gouden Jaren. Zodra de oorlog begon, verloren velen hun vertrouwen in de NSDAP. 
           
Van Doorn kan niet nalaten om zijn lezers te tarten met zijn uitspraak 'Het is zelfs de vraag of het juist is nazi-Duitsland een totalitaire staat te noemen'. Dat is natuurlijk een provocatie, maar wel een verademing na de honderden boeken en televisiedocumentaires over het door duivelse propaganda misleide Duitse volk dat op beestachtige wijze door de Gestapo werd onderdrukt. Juist degenen die in deze onderdrukkingsthese geloven verhullen de individuele verantwoordelijkheid van de Duitsers. 
           
De totalitaire bewegingen leken in de jaren twintig en dertig het antwoord te hebben op de noden van de moderne tijd. Zij boden gelijkheid, broederschap én een paradijs op aarde. In ruil voor een ware Volksgemeinschaft schoot de vrijheid erbij in, maar dat kon slechts weinig mensen iets schelen. Aangezien de sociaal-democraten besloten hadden zich aan de democratische spelregels te houden, moesten ze met lede ogen aanzien dat anderen er met hun stokpaardjes vandoor gingen.

De vraag blijft of je sociaal-democratie en het völkische socialisme wel kunt vergelijken. Van Doorn ziet over het hoofd dat niet elke vorm van antikapitalisme een vorm van socialisme is. Juist de völkisch rechtse beweging had een lange en radicale antikapitalistische traditie. 
           
In de tweede plaats was de kern van het nazisme een raciale utopie, en dat is iets fundamenteel anders dan de materialistische utopie van het socialisme. Hitlers einddoel was juist niet het creëren van een economisch gezonde verzorgingsstaat en consumptieparadijs. Het creëren van een tevreden bevolking was een stap op weg naar zijn eigenlijke missie: het voeren van een oorlog en een kruistocht. Oorlog was het einddoel, en niet de verkoop van Volkswagens. Aan dat fundamentele verschil gaat Van Doorn mijns inziens ten onrechte voorbij.

Willem Melching is Duitsland-deskundige aan de Universiteit van Amsterdam.