Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 4/2001

Willem van Kooten alias Joost den Draaijer over veertig jaar radio

'De overheid hield altijd alles tegen om Hilversum te beschermen'

Door: Yvette Nelen
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Dertig jaar geleden, op 15 mei 1971, lieten drie kikvorsmannen in opdracht van radiopiraat Veronica een bom ontploffen op de boot van rivaal Radio Noordzee. Diskjockey en zakenman Willem van Kooten, alias Joost den Draaijer, werkte in die dagen voor Radio Noordzee. `Ze dachten bij Veronica dat ze door Onze-Lieve-Heer gezonden waren.'

Radio en commercie – het is een combinatie die politiek Den Haag altijd al problemen heeft opgeleverd. De moeizame relatie met de commerciële zenders heeft haar wortels in de jaren zestig, toen de zeepiraten regeringen het leven zuur maakten. Dobberend buiten de territoriale wateren omzeilden ze de Nederlandse wetgeving die het maken van reclame via de ether verbood. Veertien jaar lang aarzelde de overheid voordat ze de zeezenders durfde aan te pakken. Want Radio Veronica, en later ook Radio Noordzee, was veel te populair bij de vooral jeugdige luisteraars. Pas in 1974 ratificeerde de Nederlandse regering het Verdrag van Straatsburg, waarmee de zeepiraten effectief konden worden bestreden.
        Willem van Kooten (1941), beter bekend als Joost den Draaijer, stond aan de wieg van Radio Veronica. Hij bleek een feilloos gevoel te hebben voor het medium radio en – niet in de laatste plaats – voor de commerciële mogelijkheden ervan. In 1964 werd Van Kooten programmaleider van de zeepiraat. Hij introduceerde de jingle en de top-40. Er kwam een zogenoemde horizontale programmering: elk uur had dagelijks zijn eigen programma. Het aantal luisteraars van Veronica groeide en de adverteerders stroomden binnen.
        In 1971 kreeg Veronica een concurrent op zee: Radio Noordzee. Men zond uit vanaf het schip de Mebo II, eigendom van Zwitserse handelaars. De spanningen tussen Radio Veronica en Radio Noordzee liepen al snel hoog op. Even daarvoor had Bull Verweij, (groot)aandeelhouder en oprichter van Radio Veronica, nog geprobeerd om de Engelstalige voorloper van Radio Noordzee met een miljoen gulden het zwijgen op te leggen. Maar Verweij kon niet voorkomen dat de Zwitserse eigenaars van de Mebo II van start gingen met een Nederlandstalige zender, onder leiding van niemand minder dan... Willem van Kooten. Die was inmiddels met ruzie bij Veronica weggegaan. Van Kootens betrokkenheid bij Radio Noordzee was voor de zakelijke leiding van Veronica de druppel. Verweij gaf de opdracht om een bom te plaatsen op de Mebo II, die op 15 mei 1971 ontplofte.

Hoe hadden de spanningen zo hoog kunnen oplopen?
`Dat kwam mede door mij! Ik was eind 1968 bij Radio Veronica weggelopen. Ik wilde niet mijn leven lang voor een baas werken. Ze hadden me van alles beloofd: ik kreeg aandelen, ik zou directeur worden – maar niets werd waargemaakt. Ik voelde me genaaid. Collega-diskjockey Jan van Veen – die ik nog ontdekt heb – en ik zijn begin 1971 voor Radio Noordzee gaan werken. Jan had ook ruzie gehad bij Veronica. Radio Noordzee was onze wraak. Binnen een paar maanden was de zender een groot succes. Dat vond Veronica heel vervelend; ze dachten daar dat ze door Onze-Lieve-Heer gezonden en dus uniek waren.'

Wat gebeurde er op 15 mei precies?
`Dat weet ik niet, want dat heeft niemand me ooit verteld. Ik weet wel dat ik in den lande was met de drive-in discotheek. Ik ben meteen naar Scheveningen gereden. Er waren gelukkig geen mensen gewond. De bom kwam in de machinekamer terecht en niet in het verblijf van de bemanning. Hoewel de eigenaars van Radio Noordzee Veronica niet wilden vervolgen, kregen Bull Verweij en zijn commercieel directeur een jaar gevangenisstraf.
        Vlak na de bom ben ik weggegaan bij Radio Noordzee. Het ging mij allemaal te ver. Het was geen spel meer. Ik heb me toegelegd op mijn eigen platenmaatschappij en muziekuitgeverij Red Bullet, en heb programma's gemaakt voor Hilversum 3. Veronica had in ieder geval bij mij alle krediet verloren.'

Hoe was u tien jaar eerder eigenlijk bij Veronica terechtgekomen?
`Ik had er een bijbaantje tijdens mijn studie. Na het gymnasium wist ik eigenlijk niet wat ik wilde gaan doen. Ja, ik wilde naar Amsterdam. Ik ben toen Nederlands gaan studeren aan de Vrije Universiteit. Ik had een beurs vanƒ 2150,- per jaar; daar kon ik natuurlijk niet van rondkomen. In 1961 bestond Veronica nog maar net. De heren Verweij, textielhandelaren uit Hilversum, waren grootaandeelhouders. Ik ben zelf geboren en getogen in Hilversum, en ik kende de dochters van Verweij. Op een feestje vroeg ik of ze niet iemand nodig hadden. ``Kom maandagochtend maar langs,'' zeiden ze.
        Ik kwam tegelijk met de eerste klant. Er was een probleem, want er moesten commercials gemaakt worden. Dat vak bestond toen nog niet in Nederland. Of ik het soms kon. Natuurlijk kon ik dat. Ik heb dus de eerste honderd radiocommercials gemaakt. Ik verdiende niet veel, maar ik vond het prachtig.'

Wat vindt u zo mooi aan radio?
`Ik heb radio altijd fascinerend gevonden, veel spannender dan televisie. Het is live, en je maakt het in je eentje of met z'n tweeën. Als jongetje zat ik net als alle jongetjes veel voor de radio, want er was niets anders. Ik herinner me nog de programma's voor onze soldaten in Indië, vlak na de oorlog. Ik mocht alleen luisteren naar programma's van de NCRV, want mijn ouders waren daar lid van. En naar de AVRO; dat waren ook nog ``nette mensen'', zeg maar. Maar boven op mijn kamertje luisterde ik ook stiekem naar Showboat van de VARA.
        In de tweede en derde klas van het christelijk lyceum in Hilversum werden we geronseld voor een live-programma van de NCRV, Jeugdland. Jaren heb ik daaraan meegewerkt, op woensdagmiddag. We deden hoorspelen en bijbelvertellingen. Dat vond ik wel mooi. In de NCRV-kantine interviewde ik dan ook nog bekende radiogasten voor de schoolkrant.'

Wanneer werd u Joost den Draaijer?
`In de zomer van 1961 had Veronica te weinig mensen. Programmaleider Tony Vos vroeg me of ik zijn programma's kon overnemen. Dat wilde ik wel. En omdat ik lid was van het VU-corps en daar allemaal eikels in zaten, wilde ik liever niet onder mijn eigen naam. Hoe moest mijn programma heten? ``Joost mag het weten!'' Toen heb ik Joost den Draaijer bedacht.'

Waarom mocht het VU-corps het niet weten?
`Ja, we spreken hier van de oertijd! Vóór provo, vóór het Maagdenhuis! Studentenmuziek, dat was dixieland. En ik was piraat. Kijk uit! Mijn vader vond het vreselijk. Een tijdje later kwam het toch uit. Maar toen kon het me niets meer schelen.'

Hoe verklaart u het succes van Veronica?
`De jaren 1963-'64 waren nog heel braaf. Maar kennelijk was er onderhuids een grote behoefte aan verandering. Ik bedacht nieuwe concepten, las Amerikaanse vakbladen. Ik kwam met jingles, introduceerde de horizontale programmering en de hitparade. Ik ben ook Hollandse bandjes gaan promoten, zoals de Golden Earring en The Motions.'

In hoeverre was Veronica typisch een product van de jaren zestig?
`De Verweijs en hun vrienden, de aandeelhouders, waren vrije jongens. Ze zaten in allerlei zaken. Van radioprogramma's maken wisten ze niets, maar wat zakendoen betreft heb ik nog veel van hen geleerd. De Verweijs deden alles buiten de gevestigde orde om. Ze werden niet geaccepteerd en hadden altijd moeilijkheden. Zo wilden ze in Nederland het kartel van de radiohandelaars doorbreken. Ze gingen zelf radio's importeren, buiten Philips en Grundig om. Dat mocht allemaal niet. Toen bedachten ze: we beginnen een eigen zender om reclame te maken voor onze producten. Ik ging daarin mee, want ik vond en vind: de ether is vrij. De overheid moet dingen mogelijk maken, niet onmogelijk. Maar radio was toen politiek. We zaten nog midden in de verzuiling.'

Maar nadat u bent weggegaan bij Veronica, bent u ook gaan werken voor de publieke omroep, bij Hilversum 3. Dat was nog vóór Radio Noordzee.
‘Hilversum 3 was in 1965 opgericht om Veronica te bestrijden. Niet toevallig werd in datzelfde jaar ook begonnen met de STER-reclames. Maar de zender leidde de eerste jaren een sukkelend bestaan. Toen ik in 1968 besloot weg te gaan bij Veronica, belde de VPRO me op. Ik mocht zelf weten wat ik voor hen ging doen. Ik ben een eigen hitparade begonnen. Toen ik even later ging werken voor Radio Noordzee, heb ik het de VPRO voorgelegd. Ik mocht blijven. Dat was heel uniek.’

In de jaren zeventig werd het publieke bestel in Nederland voorzichtig opengegooid. De Tros was al in 1966 begonnen; in 1970 gaat de EO van start; Veronica gaat in 1974 aan land. Hoe hebt u die jaren ervaren?
`Opengegooid?! De overheid hield altijd alles tegen om Hilversum te beschermen. Het verbod op de zeepiraten leidde tot grote protesten op het Malieveld. Minister van Cultuur Til Gardeniers beloofde toen dat er zenders voor de jeugd zouden komen, maar die beloften zijn nooit waargemaakt. Hoe lang heeft het moeten duren voor er een commerciële zender als RTL-Veronique vanuit Luxemburg werd geaccepteerd? De overheid wilde helemaal niets opengooien: een CDA-media-maffia, dát was het!
        Al in 1976 heb ik mijn eerste rondje langs politici gemaakt, om ze te vertellen dat er nieuwe tijden aanbraken, namelijk het satelliettijdperk. Ik heb een heel verslag gemaakt, maar daar is niets mee gebeurd. Zelf ben ik op 1 februari 1988 vanuit Hilversum de zender Cable One begonnen. Ik heb gevraagd in Den Haag wat de spelregels waren, of ik bijvoorbeeld vanuit Nederland mocht opstralen. Dat mocht. Ze hadden er niet echt over nagedacht, ook al was er toen net een nieuwe mediawet aangenomen.'

Is er in het radiobestel nog plaats voor publieke omroepen?
`Alleen als ze doen waar ze voor staan. In principe is Radio 1 een goede nieuwszender, als ze maar iets minder slap zouden lullen op bepaalde uren. De publieke omroepen hebben voor de rest geen duidelijk gezicht. Ze zouden reclamevrij moeten zijn en zich meer moeten profileren. Net als de BBC. Hier is alleen de EO herkenbaar. Als de KRO uitzendt, wil ik het katholieke karakter horen, de vespers.'

En wat is dan de rol van de overheid in radioland?
`De overheid wil zich er nog steeds mee bemoeien, maar ze weten niet hoe. Dat blijkt nu weer uit de veiling van de radiofrequenties. De FM-frequenties zouden geveild worden. Drie jaar geleden hadden ze al beloofd dat ze dat zouden doen, maar ze hebben het telkens weer uitgesteld. Om onduidelijke redenen. De overheid moet alleen faciliteren en die licenties gewoon verkopen. In principe zijn er frequenties genoeg. Iedereen die een zender wil beginnen moet met een bewijs van goed gedrag een licentie kunnen ophalen. En dan gewoon van start kunnen gaan.'

Wat vindt u van de kritiek dat de commerciële zenders hebben bijgedragen aan vervlakking op de radio?
(Verontwaardigd) `Wie zegt dat? Ik geloof in het idee van een aparte zender voor iedere leeftijdsgroep. Doelgroepradio is in; dat is het verschil met tien jaar geleden. En dan is er ook nog ruimte voor nieuwszenders, klassieke muziek of een businesszender. Iedere Nederlander zijn eigen radio, zeg ik altijd.'