Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

‘Wij kunnen een voorbeeld nemen aan Duitsland’

Door: Bram van der Wilt

Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Beatrice de Graaf over de Historicidagen en publieksgeschiedenis

Eind augustus werden in Utrecht de Historicidagen georganiseerd, een driedaags congres voor Nederlandse beroepshistorici. Tijdens het congres spraken wij met Beatrice de Graaf, hoogleraar Internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht en een van de organisatoren van het congres.

Waarom dit congres? Heeft u het idee dat de Historicidagen in een behoefte voorzien?
‘Absoluut. Het grote voorbeeld van de Historicidagen, zoals ook blijkt uit de naam, zijn de Historikertage in Duitsland. Dat zijn jaarlijkse congressen waarbij Duitse historici samenkomen om te debatteren over kwesties in de Duitse geschiedschrijving. Dat is een waar walhalla voor de professionele historicus. In de Verenigde Staten hebben ze de samenkomsten van de American Historical Association. Zoiets wilden wij ook in Nederland, een gelegenheid voor historici om kennis uit te wisselen.’
 


De Historikertage zijn een Walhalla voor de professionele historicus.

Hoe bevalt het congres?
‘We moeten nog de feedback van de deelnemers afwachten, maar al tijdens de organisatie werden we verrast door het enthousiasme van mensen. Het idee werd direct vanuit verschillende hoeken omarmd. Zo was het in eerste instantie de vraag of de financiering van het congres zou rondkomen, maar dat is uiteindelijk gelukt dankzij partners die ons steunen en zelf ook een inhoudelijke bijdrage leveren aan het congres.’
 
Wat maakt het congres volgens u zo bijzonder?
‘Het is leuk dat er niet alleen academici zijn. Zo is er bijvoorbeeld ook een groep ZZP’ers die op eigen initiatief naar ons congres is gekomen. Daarbij zijn alle onderdelen van het congres ‘bottom-up’ gerealiseerd. Iedereen werd uitgenodigd om zijn eigen lezing of debat te organiseren, en zoals blijkt uit het programma hebben veel mensen daaraan gehoor gegeven.’
 

 
De belangrijkste verantwoordelijkheid voor de publiekshistoricus is zorgen dat de feiten kloppen.

Maria Grever hield een lezing over publieksgeschiedenis. Vindt u dat de professionele historicus zich actief moet mengen in het publieke debat?
‘De historicus is een graag geziene gast in het publieke debat. Ook niet-historici beseffen dat wij context kunnen bieden aan hedendaagse maatschappelijke kwesties. Vervolgens is het voor de historicus een keuze om wel of niet deel te nemen aan dat publieke debat. Maar iemand moet het doen. Het is te makkelijk om kritiek te leveren vanaf de zijlijn als je zelf niet bereid bent uit je ivoren toren te komen. Tegelijkertijd moeten publiekshistorici natuurlijk altijd kritisch op zichzelf blijven en nadenken over wat ze doen. De belangrijkste verantwoordelijkheid is zorgen dat de feiten kloppen.’
 


We moeten een voorbeeld nemen aan Duitsland, waar de historische discussies al heel lang in de publieke sfeer worden gevoerd.

Hoe kunnen we de samenleving en het publieke debat het best tot dienst zijn?
‘Ik denk dat we altijd als een onafhankelijk adviesorgaan beschikbaar moeten zijn. Mensen herkennen vanzelf het belang van een historisch kader, en wij kunnen dat scheppen. De laatste jaren vlamt het historische debat steeds vaker op in de publieke sfeer. Denk aan de slavernijdiscussie of de geschiedenis van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. In Duitsland voert men al veel langer historische discussies in de publieke sfeer, wat natuurlijk te maken heeft met de pijnlijke recente geschiedenis die de Duitsers hebben. Wij kunnen hierin een voorbeeld nemen aan Duitsland, de Historicidagen zijn daar een begin in.’

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen