Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
vrijdag 30 augustus 2013

‘Licht getinte slaven hadden meer kans om hun vrijheid terug te krijgen’

Aspha Bijnaar over het leven van slaven

Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Slaven die een goede relatie hadden met de plantage-eigenaren en de licht getinte slaven – nakomelingen van plantage-eigenaren en hun slavinnen – maakten de meeste kans om hun vrijheid terug te krijgen. Daarover vertelt Aspha Bijnaar, onderzoeker en projectmanager bij het Nederlands Instituut Slavernijverleden (NiNsee), tijdens de collegedag die Historisch Nieuwsblad op 19 april organiseert. ‘Huidskleur had een grote invloed op de positie van de slaaf.’


door Floris Betlem

U heeft meegeschreven aan het boek De Stilte. Sporen van het slavernijverleden in Nederland uit 2007. Vindt u dat het slavernijverleden in Nederland gebagatelliseerd wordt?
‘Ja, maar de afgelopen jaren hebben wel veranderingen plaatsgevonden. In de pers is er bijvoorbeeld meer aandacht voor het onderwerp gekomen. De tv-serie De Slavernij uit 2011, waarover zoveel commotie is geweest, is een goed voorbeeld daarvan. Ik sluit mij aan bij de criticasters van deze serie, die beweren dat het slavernijverleden in veel opzichten sterk vanuit eurocentrisch perspectief werd gepresenteerd. Het is ook belangrijk dat het slavernijverleden meer vanuit de kant van de gekolonialiseerde wordt belicht. Dat kan ondermeer door aandacht te geven aan recente onderzoeken van Antilliaanse en Surinaamse historici en sociologen, waarin de stem van de slaaf doorklinkt.’

Hoe was de slavenmaatschappij in de Nederlandse koloniën opgebouwd?
‘Het koloniale bestuur en zijn functionarissen vormden de bovenlaag van de samenleving. Daaronder had je de plantersklasse: de plantage-eigenaar, zijn medewerkers en de slavenhandelaren. De maatschappelijke positie van de slaven werd vaak bepaald door hun huidskleur en het werk dat ze moesten verrichten. De slaven die de plantage-opzichters, de zogenaamde ‘neger-officieren’, assisteerden en de licht getinte slaven hadden een hogere status dan de huisslaven (slaven die in het huishouden van de Nederlanders werkten). De laatstgenoemde hadden op hun beurt weer een betere positie dan de veld- en fabrieksslaven’.

Kunt u het leven van een slaaf op een plantage beschrijven?
‘De plantagehouder woonde met zijn gezin in een groot huis vooraan de plantage. De slaven leefden achterin in kleine, donkere hutten. Ze hadden daarbij de beschikking over een kleine veestapel en een aantal moestuinen, om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. De slaven moesten gemiddeld 10 tot 12 uur per dag werken op de plantage en werden daarbij vaak mishandeld en gedwongen om zware arbeid te verrichten.’

Op welke manieren kon een slaaf zijn vrijheid terug krijgen?
‘Het was voor een slaaf niet eenvoudig om zijn vrijheid terug te krijgen. De meest voorkomende vorm was de zogenaamde manumissie. Dit was een overeenkomst tussen eigenaar en slaaf over de invrijheidstelling van de slaaf. Maar het was moeilijk om een manumissie te krijgen, slechts een klein percentage van de slaven heeft hier gebruik van weten te maken. Vooral de slaven die een goede relatie hadden met de plantage-eigenaren en de licht getinte slaven maakten hier de meeste kans op.’

Afbeelding: Théodore Bray, Begrafenis bij plantageslaven (1840-1850), Koninklijk Instituut voor de Tropen