Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Egypte-gek door Napoleon

Door: Henk Wesseling

In 1798 ondernam Napoleon zijn expeditie naar Egypte. Militair was het een mislukking, maar cultureel en wetenschappelijk was het een groot succes. Tot op de dag van vandaag hebben de Fransen veel invloed in Caïro.

Historisch Nieuwsblad 4/2013
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.

Napoleon

Biografieën van Napoleon hebben nogal eens de neiging uit te dijen tot vuistdikke boekwerken, ...niet zelden in twee of meer delen. Vreemd is dat niet, aangezien weinig stervelingen Europa zo op hun kop hebben gezet a

€ 14,99 | Koop nu

Het gebouw van het Franse instituut voor egyptologie in Caïro is imposant. Ik gaf er ooit een lezing en in mijn herinnering heeft het de omvang van het Witte Huis in Washington. En de activiteiten van het instituut zijn al even indrukwekkend. Het geeft meer dan twintig tijdschriften en boekenseries uit.

Dus toen de onrusten van de revolutie op 17 december 2011 leidden tot brand in het instituut, waren egyptologen geschokt. Vooral het feit dat de beroemdste egyptologische boekenserie, Description de l’Égypte, was beschadigd – meer door het blussen overigens dan door de brand – trok de aandacht. De schade aan de boeken bleek trouwens achteraf mee te vallen.

Van de Description de l’Égypte zijn tussen 1809 en 1829 een kleine duizend exemplaren gedrukt, die de Édition impériale worden genoemd – de keizerlijke uitgave. Het initiatief ervoor kwam namelijk van keizer Napoleon, die ook de basis legde voor de hele Franse egyptologie, én voor de sterke Franse culturele invloed in Egypte, die tot op de dag van vandaag doorwerkt.

Het begon allemaal met de Egyptische expeditie van Napoleon, die in juli 1798 voet aan land zette in Alexandrië. Op het eerste gezicht is die expeditie een raadsel. Het lag bepaald niet voor de hand dat Frankrijk, dat op dat moment werd verscheurd door de Franse Revolutie, zo’n onderneming zou aangaan. En waarom werd de jonge briljante generaal Napoleon op zo’n verre missie gestuurd? De verklaring ligt in de internationale situatie en in de carrière en ambitie van de jonge generaal zelf.

De Franse Revolutie was tamelijk vreedzaam begonnen, maar al snel geëscaleerd. Na de bestorming van de Bastille werden de koning en koningin afgezet en onthoofd, tot ontzetting van vorsten in het buitenland. Een reeks landen bracht troepen samen om de revolutie te smoren. ‘La Patrie en danger,’ riepen de Fransen: het vaderland is in gevaar. En ze bedachten de militaire dienstplicht om hun land te verdedigen. Tot dan toe waren legers altijd gevuld met huurlingen.

De Franse volkslegers bleken bijzonder effectief. De vreemde inval werd gestuit en de Fransen gingen zelfs tot de aanval over om de tegenstanders, in het bijzonder Oostenrijk, op de knieën te dwingen. In dat kader voerden ze ook een succesvolle Italiaanse campagne. De generaal die deze veldtocht leidde, was Napoleon Bonaparte.

Waarschijnlijk is er over niemand meer geschreven dan over Napoleon. Laten we ons daarom beperken tot enkele vaststaande feiten: hij was klein van stuk, zeer intelligent, zeer ambitieus, grenzeloos leergierig, een geniaal strateeg en – dat was het allerbelangrijkste – een soldaat met geluk. Hij was pas 26 toen hij als generaal de Italiaanse veldtocht leidde die hem beroemd zou maken, en die Oostenrijk dwong vrede te sluiten.

Daarmee bleef alleen Engeland over als belangrijke tegenstander. Napoleon kwam al snel tot de conclusie dat de kracht van de Britse marine een invasie onmogelijk maakte. Maar misschien kon Engeland op een andere manier worden getroffen: door een inval in Egypte. Zo hoopte Napoleon de Britse heerschappij in het Midden-Oosten aan te tasten, en misschien zelfs die in India.

Waarschijnlijk is Charles-Maurice de Talleyrand, de beroemde diplomaat, de eerste geweest die dit plan opperde. Het viel in goede aarde bij Napoleon, die in deze expeditie een kans zag een tweede Alexander de Grote te worden, want die was immers ook opgerukt naar India. Het plan viel ook in de smaak bij het Directoire, zoals de Franse regering in die tijd heette, die bang was voor de ambities van de populaire oorlogsheld Napoleon en hem liever uit de buurt had.

Zo werd het besluit tot de expeditie genomen. In de Franse marinehaven Toulon werd een expeditiemacht van 50.000 man bijeengebracht, met 27 oorlogsschepen en 300 transportschepen. Op 19 mei 1798 wist de vloot te ontsnappen aan de aandacht van de Britse admiraal Nelson, die in de Middellandse Zee op zoek was naar de Fransen. Op 1 juli was de vloot in Alexandrië en een dag later was de stad in Franse handen.

Daarop volgde de beroemde slag bij de piramiden (‘Soldaten, bedenkt dat veertig eeuwen op u neerzien’), die de Fransen wonnen, en de intocht in Caïro. Maar kort daarna kwam het verpletterende nieuws dat de Franse vloot bij Aboukir was verslagen en vernietigd. Napoleon en zijn leger zaten opgesloten in Egypte.

Napoleon zelf keerde een jaar later terug naar Frankrijk, maar de troepen bleven achter en werden in 1801 door de Engelsen verslagen. Militair en politiek gezien was de expeditie mislukt. Geen van de beoogde doelen was bereikt. En toch was de tocht van blijvende betekenis, zowel voor Egypte als voor Frankrijk.

Napoleon was leergierig en had een ongebreidelde interesse. Het origineelste onderdeel van zijn expeditie naar Egypte was de wetenschappelijke delegatie die meeging: 167 geleerden (savants), en niet de geringsten. Gaspard Monge, de grote wiskundige, Claude Louis Berthollet, de chemicus, en Étienne Geoffroy Saint-Hilaire, de bioloog, hoorden bij de beroemdste geleerden van hun tijd. Parijse straatnamen herinneren aan hen.

Het geleerde gezelschap was zeer gemêleerd, want naast wiskundigen, astronomen, botanici, ingenieurs, architecten en geografen gingen ook medici mee, tolken, schrijvers, drukkers, tekenaars en zelfs twee musici. En de delegatie beschikte over een bibliotheek van 550 boeken.

De soldaten bejegenden de geleerden met enige spot. Toch zouden het de wetenschappers zijn die de expeditie haar blijvende betekenis gaven, want de tocht was het begin van de grote Franse egyptomanie. Deze uitte zich op tal van manieren: in de vorm van meubilair, versieringen, servies, behang et cetera. Ze sloeg ook over naar het buitenland. Toen Napoleon – inmiddels keizer – in 1803 Antwerpen bezocht, werden om hem te eren twee piramides opgericht naast het stadhuis. In Brussel werd een sfinx neergezet op de trap van het provinciehuis.

De passie voor Egypte is in Frankrijk altijd blijven bestaan, zoals blijkt uit het feit dat president Mitterrand nieuwjaar bij voorkeur vierde in Aswan – met zijn maîtresse en hun dochter. Hij wilde ook tot elke prijs een glazen piramide laten neerzetten op de binnenplaats van het Louvre. Ondanks veel protest is dat ook gebeurd, en het resultaat is schitterend.

Niet minder belangrijk zijn de wetenschappelijke resultaten. Daarmee is onverbrekelijk de naam verbonden van Jean-François Champollion, die in 1822 op 31-jarige leeftijd de hiëroglyfen ontcijferde – dankzij de steen van Rosetta, die werd gevonden door Franse soldaten. Champollion is wellicht de beroemdste Franse beoefenaar van de geesteswetenschappen aller tijden.

Een andere beroemde naam die verbonden is met deze expeditie is die van Ferdinand de Lesseps, de man van het Suez-kanaal. De Franse regering had Napoleon de opdracht gegeven de isthmus van Suez door te graven en zich meester te maken van de Britse bezittingen aan de Rode Zee. De ene opgave was nog ambitieuzer dan de andere.

Rond Kerstmis 1798 arriveerde Napoleon in Suez, vergezeld door geleerden en ingenieurs, onder wie de hoofdingenieur van Ponts et Chaussées (Verkeer en Waterstaat). Deze kwam tot de overigens verkeerde conclusie dat het water in de Rode Zee tien meter hoger stond dan in de Middellandse Zee en dat een overstroming van de delta dreigde als de landengte zou worden doorgegraven. Daarmee was dat project voorlopig van de baan.

De man die het plan nieuw leven inblies was de Franse utopisch-socialistische edelman Claude Henri de Rouvroy, graaf van Saint-Simon. Hij geloofde – en daarin had hij geen ongelijk – dat de toekomst van de mensheid zou worden beheerst door industrie en verkeer. Daarom liet hij een nieuw Frans volkslied schrijven, waarin de beroemde woorden Allons enfants de la patrie waren vervangen door Allons enfants de l’industrie.

In 1833 trokken volgelingen van Saint-Simon naar Egypte met plannen voor nieuwe industrie en een kanaal, maar om politieke redenen kwam het er niet van. Ferdinand de Lesseps had meer succes. Hij was bevriend met de khedive (onderkoning) Said en ging in 1854 naar Egypte om deze zijn plan voor te leggen.

Lesseps kreeg toestemming van de onderkoning, maar daarmee waren de politieke problemen niet van de baan. Engeland was namelijk tegen het kanaalplan, omdat hierdoor de Franse havens aan de Middellandse Zee dichter bij India en het Verre Oosten zouden komen te liggen dan Londen en Liverpool. Maar Lesseps zette door en in 1858 werden de aandelen uitgegeven van de Compagnie Universelle du Canal Maritime de Suez.

In Frankrijk was het enthousiasme groot, vooral ook omdat de Engelsen niet blij waren. Ook keizer Napoleon III schaarde zich achter de onderneming. Op 17 november 1869 werd het kanaal officieel geopend, in aanwezigheid van keizerin Eugénie, de vrouw van Napoleon III. Het kanaal zou de geschiedenis van Egypte op dramatische wijze veranderen en zelfs leiden tot een Engelse interventie en bezetting.

In de voorgaande periode had Egypte zich onder khedive Mohammed Ali (1769-1849) de facto losgemaakt van het Ottomaanse Rijk. Onder zijn opvolgers werd de modernisering van het land voortgezet, vooral onder khedive Ismail (1830-1895). Om zijn grootscheepse projecten te financieren, maakte Ismail grote schulden. Een staatsbankroet dreigde en de schuldeisers besloten te interveniëren. Ze namen de controle over de Egyptische staatsfinanciën over.

Dat leidde tot een opstand onder de jonge nationalistische officieren. Vanwege het strategische belang van het Suezkanaal besloten de belangrijkste betrokkenen, Engeland en Frankrijk, in 1882 in te grijpen. Franse en Britse schepen voeren voor de kust. De Fransen hadden het plan voor de interventie bedacht, maar zij lieten het op het laatste moment afweten, vooral wegens binnenlandse politieke verdeeldheid. De Engelsen bombardeerden op 11 juli 1882 Alexandrië en zetten een paar dagen later hun troepen aan land. Dit was het begin van de Engelse bezetting van Egypte, die officieel tot 1922, maar in werkelijkheid tot 1956 zou voortduren.

Hiermee ontstond een paradoxale situatie. De Engelsen hadden in Egypte de politieke en militaire macht, maar de Fransen beheersten de cultuur: de kranten, de literatuur en de wetenschap. Frankrijk kon de Britse verovering dan ook niet aanvaarden. Veel Fransen klaagden over het ‘verlies van Egypte’, ook al hadden ze er nooit de politieke macht gehad. Men kan blijkbaar iets verliezen wat men nooit bezeten heeft.

In deze jaren kwam het Europese imperialisme goed op gang. De wedstrijd om de macht in Afrika stond in het teken van de Frans-Britse rivaliteit, en Egypte was een aantrekkelijke buit. Daarom waren de Fransen vastbesloten ‘de Egyptische kwestie te heropenen’, zoals dat in diplomatentaal heet.

Ze zaten de Britten op allerlei manieren dwars, met als hoogtepunt een poging om zich meester te maken van een grondgebied aan de bovenloop van de Nijl. Dan zouden ze de controle krijgen over het water van de levensader van Egypte en zouden ze invloed op het bestuur van het land kunnen afdwingen bij de Britten. Althans, dat was de redenering.

Met dit doel ondernamen de Fransen verschillende expedities en één daarvan had succes. Op 1 september 1898 plantte de leider, kapitein Jean-Baptiste Marchand, de Franse vlag in Fasjoda aan de Boven-Nijl. Zijn triomf zou echter van korte duur zijn. Vanuit Egypte was een Brits-Egyptisch leger onderweg naar het zuiden om de Egyptische heerschappij over de Sudan te herstellen.

Op 12 september arriveerde Kitchener bij Fasjoda en gaf hij Marchand namens de Egyptische regering bevel de Franse tricolore te strijken. Het was een dramatisch moment, maar de Fransen hadden geen keuze. Marchand had een handjevol mannen, Kitchener een heel expeditieleger.

De Britse vloot beheerste de zeeën en de regering vond de Nijl van vitaal belang voor het Britse Empire. De Franse regering daarentegen had weinig machtsmiddelen, en bovendien verkeerde het land – en het leger – in crisis door de Dreyfus-affaire. De keuze was dus pijnlijk, maar niet moeilijk: Marchand kreeg opdracht te vertrekken.

Hierdoor kwam definitief een einde aan de Franse pogingen de Egyptische kwestie te ‘heropenen’. Een paar jaar na het Fasjoda-incident, in 1904, legden Engeland en Frankrijk de politieke geschillen bij en sloten ze de Entente Cordiale. Daarmee kwam na bijna een kwarteeuw een einde aan de Brits-Franse strijd om Afrika.

De Britten hielden de politieke, militaire en economische macht in Egypte, en de Fransen hun culturele overwicht, en dat werkt door tot op de dag van vandaag. Er is in Caïro geen Brits instituut dat ook maar in de buurt komt van de grandeur van het Franse egyptologische instituut.

En Egypte is lid van de Vereniging van francofone landen; de bekende Egyptische diplomaat en oud-secretaris-generaal van de Verenigde Naties Boutros-Boutros Ghali is er voorzitter van geweest. Politieke en culturele invloed gaan niet altijd gelijk op.


Meer weten

Boeken
Het meest recente overzicht van Napoleons expeditie is van Paul Strathern: Napoleon in Egypt (2007). Over de Franse Egyptegekte schreef Robert Sole L'Égypte. Passion française (1997).
Ouder, maar nog zeer bruikbaar zijn Bonaparte en Égypte (1978) van J.Thiry en J.Christopher Herolds Bonaparte in Egypt (1962).

Internet
Teylers Museum heeft de grote banden van de Description de l’Egypte online gezet: blader door alle boeken op tinyurl.com/ceaxfhn.

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen