Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 2/2012

Spartaans leven

Door: Afke van der Toolen
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
De oude Spartanen waren befaamd om hun strenge soberheid. Zelfs hun geld was met opzet van waardeloos ijzer. Gestaag bouwden ze aan een stelsel van regels dat niet alleen de staatsinstellingen vormgaf, maar ook de opvoeding en de sobere leefstijl van alle Spartanen.


Ooit waren er Grieken die niet verguisd werden om hun spilzucht, maar die juist werden bewonderd om hun zuinigheid. Hun levensideaal was zo streng dat het in de Oudheid al legendarisch was en in onze tijd een lemma in elk woordenboek. ‘Spartaans’: het staat voor een uiterst eenvoudige leefstijl, karig, hard en gestreng.

Sparta lag in het langgerekte dal van de rivier de Eurotas op de Peloponnesos, het zuidwestelijke schiereiland van Griekenland. Het was aan drie kanten omringd door bergen en hoogvlaktes, met aan de zuidkant een open landschap dat begrensd werd door de zee. Een afgelegen plek, waar een cultuur kon ontstaan die in veel opzichten van die in de rest van Griekenland afweek. Zelfs het geld was er anders. Rolde overal elders het goud en het zilver, in Sparta was het geld van ijzer, het onaanzienlijkste aller metalen.

Zo raar was Sparta dat klassieke schrijvers als Xenophon en Plutarchus er al boekwerken over schreven die bol stonden van een verwondering die moeiteloos de oversteek naar bewondering maakte. Iets van dat aura is altijd om Sparta heen blijven hangen. Het kón dus, sober leven, met alleen het hoognodige. Een simpel leven waar je sterk en stoer van werd.

De spartaanse leefstijl heeft de aantrekkingskracht van het pure, absolute. Maar wie ‘Sparta’ zegt, moet meer zeggen dan alleen ‘sober’. De leefstijl van de oude Spartanen had ook kanten die niet in het woordenboek te vinden zijn.

‘Als Sparta nu werd verlaten, en er slechts heiligdommen en de fundamenten van gebouwen overbleven, dan zouden de latere generaties de macht en roem der Spartanen erg ongeloofwaardig vinden.’ De Atheense geschiedschrijver Thucydides schreef deze woorden in de vijfde eeuw voor onze jaartelling, in een tijd dat Sparta zo machtig was dat het heel Griekenland overvleugelde.

Sparta was ontstaan toen de Doriërs, een stammengroep van de Balkan, tussen de elfde en de negende eeuw druppelgewijs de Peloponnesos binnentrokken. Aan de oevers van de Eurotas stichtten zij vier bijeengelegen dorpen. Maar in hun directe omgeving was algauw te weinig landbouwgrond, en hun oog viel op het open rivierland in het zuiden. Dat daar allang mensen woonden, hield hen niet lang tegen: de Spartaanse expansie begon met de annexatie van deze streek, die Lakonië heette.

‘Begon’ – want daar stopte het niet. Aan de andere kant van de westelijke bergen lokte nog veel meer vruchtbaar land. ‘Messenië, goed te ploegen, goed te zaaien,’ zong de zevende-eeuwse Spartaanse dichter Tyrtaios. ‘De speervechters, die de vaders van onze vaders waren, streden er negentien jaar lang ononderbroken voor.’

Hiermee sloeg Sparta meteen al een andere weg in dan andere Griekse stadstaten, zoals Athene. Die richtten zich veel meer op kolonisatie overzee en legden zich toe op handel en nijverheid, waardoor er een stroom van goederen en geld naar het moederland op gang kon komen. Niets van dat alles in Sparta. Daar zat de rijkdom vast in land.

Maar de Spartanen bewerkten hun land niet zelf. Ze maakten de overwonnen Messeniërs tot heloten: onvrijen, slaven, die hun voormalige eigen grond nu voor de Spartanen moesten bewerken – ‘als ezels bedrukt door een zware last’, zoals Tyrtaios het invoelend verwoordde. En daarmee bezegelden de Spartanen niet alleen het lot van de Messeniërs, maar ook dat van henzelf. Want nu hadden ze in hun eigen achtertuin een broeinest van opstandige tendensen gecreëerd. Voortaan waren de Spartanen gedwongen om voortdurend militair op hun qui-vive te zijn, en dat zou hun leefwijze voortaan tot in de details gaan beïnvloeden.

De verwerving van Messenië luidde een moeilijke tijd in voor Sparta. Sommige burgers profiteerden meer van de landwinst dan andere, en dit zorgde voor sociale onvrede. De onrustige sfeer werd nog verergerd doordat de soldaten, die de overwinning zwaar hadden bevochten, begonnen te morren. Ze vonden dat ze meer rechten verdienden, en eisten medezeggenschap over het voeren van oorlogen.

In deze naoorlogse tijd ontstond de roemruchte eigenaardigheid van Sparta pas echt. Er moest een ordelijk Sparta komen, dat de eigen burgers tevreden, het leger machtig en de Messeniërs klein hield. In de Oudheid werd geloofd dat een mythische wetgever, Lycurgus, hiervoor zorgde. Tegenwoordig denkt men eerder dat de Spartanen gewoon heel gestaag aan hun eunomia – of ‘goede orde’ – hebben gebouwd. Hoe dan ook, het resultaat was een stelsel van regels dat niet alleen de staatsinstellingen vormgaf, maar ook de opvoeding en de sobere leefstijl – in feite het hele Spartaanse leven.

In het jaar 1845 van onze jaartelling betrok Henry David Thoreau in z’n eentje een hut in de bossen van Massachusetts om sober te leren leven. Later schreef hij daarover in zijn boek Walden: ‘I wanted to live Spartan-like.’ Het is duidelijk dat dit een individuele, vrijwillige keuze was, dat Thoreau de bedoeling had om op zoek te gaan naar zichzelf. Verder verwijderd van ‘to live Spartan-like’ had hij niet kunnen komen.

In het oude Sparta wonen betekende een bestaan in een gesloten collectief, waar ‘individualiteit’ geen betekenis had. De spartaanse soberheid waar Thoreau zich zo romantisch op beriep, had niets met persoonlijke groei te maken. Het was een van bovenaf opgelegde plicht. Sparta was een soort kazerne, waarin de beste soldaat als de beste mens werd gezien.

De hele opvoeding was hierop gericht. Van jongs af aan werden de soberheid en hardheid erin gehamerd. Tenminste, als je als pasgeborene door de keuring kwam. Oordeelde een speciale zuigelingencommissie van oude mannen dat je fysiek niet zo tiptop was dat je het Spartaanse leven aankon, dan werd je ergens op een eenzaam plekje in de omringende bergen achtergelaten.
De eerste zeven jaar bleven de goedgekeurde jongens en meisjes thuis bij hun ouders wonen. Maar niet in een warm, veilig nest. Op peuter- en kleuterleeftijd leerden ze al kou, hitte, honger en dorst te doorstaan en absolute gehoorzaamheid te betrachten. Daarna scheidden de wegen van de zoontjes en de dochtertjes.

De meisjes bleven bij moeder om het huishouden en de landerijen te leren bestieren. Ze bleven wel trainen, omdat de Spartanen geloofden dat alleen sterke vrouwen echte mannen konden voortbrengen. De jongetjes werden uit huis geplaatst. Ze kwamen terecht in klasjes met leeftijdgenoten, en hun hardingsproces ging in verhoogd tempo door.

Ze werkten aan hun conditie, leerden meer ontberingen te doorstaan, en oefenden zich spelenderwijs in de grondbeginselen der gevechtskunst. Dit alles onder leiding van een oudere jongen, bijgestaan door een ambtelijke opzichter en agenten met zwepen. Op hun veertiende kwamen de jongens in een hogere klas en werden de soldateske levenseisen nogmaals opgeschroefd.

Nu kregen ze voor het hele jaar één grofstoffelijk gewaad te dragen en sliepen ze op zelfgesneden riet. Hun voeding was zo karig dat ze uit stelen moesten gaan. Na nog eens zes jaar was de opvoeding voltooid, en het resultaat was een jongeman die doelbewust door een soldaatvormige mal was geperst, en nu klaar was om ten strijde te trekken.

Tot hun dertigste bleven deze jongemannen in instituten wonen, voor zover ze niet op veldtocht waren. Daarna kregen ze het burgerrecht en waren ze ‘vrij’ – maar slechts in zoverre dat ze nog steeds een heleboel moesten en nog meer niet mochten. Ze mochten geen commercieel beroep uitoefenen, want daar verdiende je maar geld mee. De woonhuizen mochten geen enkele versiering bevatten: het plafond mocht met niets anders dan alleen een bijl zijn gemaakt, de deuren alleen met een zaag.

De maaltijden mochten niet thuis worden genuttigd. Het eten, met als hoofdgerecht bloedsoep, werd bereid in gaarkeukens en in verplichte gezamenlijkheid genuttigd, in zulke porties dat niemand zich kon overeten.

Plutarchus legt uit waartoe die gemeenschappelijke maaltijdplicht diende. ‘Dit betekende dat ze niet meer thuis op dure matrassen mochten liggen en aan dure tafels mochten zitten om zich als vraatzuchtige dieren bij kaarslicht te laten vetmesten met producten van bakkers en koks, en zo tegelijk met hun karakter ook hun lijf te ruïneren, aangezien dat voor allerhande lustbevrediging de vrije hand kreeg, waarbij lang slapen, warme baden, veel luieren en om zo te zeggen een dagelijkse verpleging noodzakelijk waren.’ Maar belangrijker nog was ‘dat rijkdom oninteressant en onrijkdom werd door het gemeenschappelijk karakter van de maaltijden en de soberheid van het dieet’.

Krachtig symbool van de harde, karige leefstijl was het geld. Dat had de vorm van dunne, lange staven van wel anderhalve meter lang, oftewel ‘spitten’. Het gietijzer waarvan die spitten waren vervaardigd, was ook nog eens met een speciaal procedé broos gemaakt, zodat het niet meer voor ander gebruik kon worden verwerkt. Het Spartaanse geld was gestolde soberheid, en al met al niet iets wat je los in je zak kon hebben zitten. Als er een grotere aankoop gedaan moest worden, was er een vrachtwagen nodig om het gevraagde bedrag te vervoeren.

Het ijzergeld kon niet naar de rest van Griekenland worden uitgevoerd, en werd daar ook niet als betaalmiddel geaccepteerd, vertelt Plutarchus. Hij somt de consequenties op: ‘Het was daardoor niet mogelijk om enig buitenlands product of souvenir te kopen. Er voer geen enkel vrachtschip de havens binnen. Geen enkele leraar in welsprekendheid, geen rondtrekkende waarzegger, geen hoerenbaas, geen producent van gouden of zilveren sieraden betrad Spartaanse grond, aangezien er geen geld was. De hang naar weelde kwijnde daardoor vanzelf zoetjesaan weg.’

Plutarchus had het hoog op met de Spartaanse stijl, maar uit deze woorden doemt toch iets engs en muffigs op. En inderdaad: Sparta was een zeer gesloten, conservatieve samenleving, angstig voor alles wat van buiten kwam. Niet alleen een uitwisseling van goederen was ongewenst, de uitwisseling van ideeën ook, want de eigen leefstijl moest koste wat kost worden beschermd. Het was een houding die slecht samenging met succes op het wereldtoneel.

De militaire overmacht van de Spartanen vond in de twintigste eeuw veel bewondering bij Adolf Hitler en zijn kompanen. Dat de Spartanen met een paar duizend man de veel talrijkere heloten konden overheersen, was volgens Mein Kampf te danken aan hun moedige beslissing om ‘inferieure’ kinderen te vernietigen. En ten tijde van de Slag om Stalingrad zou Göring hebben herinnerd aan de dappere zelfopoffering der Spartaanse soldaten. Het is duidelijk: de nazi’s zagen in Sparta iets heel anders dan de zachtzinnige zelfzoeker Thoreau.

Maar wat de nazi’s vergaten, was dat Sparta eerst helemaal geen grote speler in de wereldpolitiek wilde worden. Toen de Perzen aan het begin van de vijfde eeuw de Grieken bedreigden, weigerden de Spartanen zich ermee te bemoeien. Het was veel te ver weg van het beschutte dal op de Peloponnesos om hun interesse te wekken. Zelfs toen de Perzen tot gevaarlijk dichtbij oprukten en het tot de beroemde Slag bij Marathon (490) kwam, concentreerde Sparta zich er thuis op een helotenopstand neer te slaan.

Maar negen jaar later, toen de Perzen opnieuw uit alle macht aandrongen, deden de Spartanen wel mee. En omdat ze zo sterk waren, kregen ze meteen de militaire leiding over alle Grieken. Het was tijdens deze oorlog dat de Spartanen hun krijgsroem vestigden.

Toen driehonderd Spartaanse hoplieten zich onder leiding van koning Leonidas heldhaftig opofferden bij Thermopylae, en daarmee een gunstig keerpunt in de oorlog veroorzaakten, wonnen ze de blijvende bewondering van de overige Grieken. Een herdenkingsepigram legde een verband met de Spartaanse gestrengheid: ‘Reiziger, vertel het thuis aan de Spartaanse burgers: gesneuveld liggen wij hier, zelfs in de dood nog trouw aan uw geboden.’

Nadat de Perzen verslagen waren, kwamen de Spartanen en de Atheners tegenover elkaar te staan in een strijd om de macht. De Peloponnesische Oorlog die daaruit voortvloeide werd door Sparta overtuigend gewonnen. Daarna was Sparta almachtig in Griekenland; het heerste over de Griekse koloniën in Klein-Azië en ongekende rijkdommen vloeiden naar het bergomringde dal van de Eurotas.

En dat had gevolgen. De nieuwe rijkdommen en buitenlandse invloeden leidden thuis tot grote spanningen. De ongelijkheid nam weer toe en de sobere leefstijl was moeilijk vol te houden, met zoveel zicht op de overvloed elders. Als reactie koos Sparta voor het conservatieve pad, hamerde het juist extra op soberheid en verscherpte het de leefregels. De koningen, bijvoorbeeld, moesten nu ook aanschuiven bij de gemeenschappelijke gaarkeukenmaaltijden.

In een tijd dat elders in Griekenland de cultuur welig bloeide en architectuur, beeldhouwkunst, filosofie en geschiedschrijving grote hoogten bereikten, trok Sparta zich krampachtig terug rond de aloude bloedsoep. Maar dat recept werkte in de nieuwe tijden niet meer. De neergang van het verstarde Sparta voltrok zich langzaam, maar zeker.

Actueel

16 januari 2012: De Grieken moeten de broekriem nog verder aanhalen. Internationale inspecteurs constateren dat hun staatsschuld groter is dan gedacht. Sinds het begin van de eurocrisis zijn in Griekenland stevige bezuinigingen doorgevoerd. Mede daardoor bevindt het land zich in een economische recessie.


Meer weten?

Boeken
Uitgeverij Chaironeia heeft afgelopen jaar een vertaling uitgebracht met de Sparta-werken van Xenophon en Plutarchus, onder de titel De Spartaanse maatschappij. Gezond tegenwicht biedt Aristoteles in zijn Politika; de Historische Uitgeverij heeft een nieuwe vertaling in voorbereiding.
Een recent, fijn boekje over Sparta, maar wel Duitstalig, is Sparta. Geschichte, Gesellschaft, Kultur (1998) van Ernst Baltrusch. In ons land heeft specialist Conrad Stibbe verschillende werken over Sparta geschreven, weliswaar wat langer geleden, maar prettig leesbaar, zoals: Sparta. Geschiedenis en cultuur der Spartanen van praehistorie tot Perzische oorlogen (1969).

Films
Sparta heeft verschillende Hollywood-draken opgeleverd, waaronder The 300 Spartans uit 1962, over de Slag bij Thermopylae.