Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 2/2012

Blind aan het rechteroog

Rechtse terroristen maakten meer slachtoffers dan RAF

Door: Antoine Verbij
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Begin november vorig jaar werd Duitsland met een schok wakker. Ineens openbaarde zich een fenomeen waarvan men het bestaan amper vermoedde: rechts terrorisme. Tien jaar lang had een drietal neonazi’s een bloedig spoor door het land getrokken. Resultaat: tien doden, of preciezer: acht Turken, één Griek en een politieagente.


Eigenlijk begon men in Duitsland een beetje te geloven dat het probleem van het militante rechts-extremisme aan het wegebben was. De extreem-rechtse partij NPD won geen terrein meer en was intern hopeloos verdeeld. Demonstraties van neonazi’s vielen bescheiden uit vergeleken met betogingen van de honderden of duizenden antifascistische tegendemonstranten waarop ze telkens stuitten. Enkele militante neonazigroepen waren door de rechter verboden.

Politiek, inlichtingendienst en politie waren vooral bezig met het bestrijden van islamitisch terrorisme. En de laatste tijd ook weer met links terrorisme. De jaarverslagen van de geheime diensten meldden een toename van extreem-links geweld en waarschuwden dat hiervan binnenkort doden te verwachten waren. Over extreem-rechts stelden de diensten telkens weer vast dat er van ‘terroristische structuren’ geen sprake was.

Ondertussen voerde de regering straffe bezuinigingen door op het jongerenwerk, ook bij organisaties die aan de bestrijding van rechts-extremisme deden. Zij moesten voortaan ook jaarlijks bewijzen dat ze niet met extreem-linkse organisaties samenwerkten. In de ogen van de autoriteiten kwamen de gevaren duidelijk van links en uit het Midden-Oosten.

Men keek nauwelijks naar rechts, met als gevolg dat veel zaken onopgelost bleven.
Heel schrijnend blijkt die verwaarlozing uit de manier waarop politie en inlichtingendiensten de moorden en aanslagen behandelden die nu uit rechtse hoek blijken te zijn gekomen. De moorden op negen allochtone middenstanders werden toegeschreven aan afrekeningen in het eigen milieu. Brandstichtingen in shoarmazaken kwamen in de la ‘verzekeringsfraude’ terecht.

De ontmanteling van de ‘Nationaal-Socialistische Ondergrondse’, zoals de drie terroristen zich noemden, heeft ertoe geleid dat men de geschiedenis van extreem-rechts van de afgelopen decennia kritisch onder de loep is gaan nemen, met name sinds de Duitse hereniging. Dat leidde tot verbluffende resultaten. Het aantal doden van rechts-extreem geweld is groter dan het aantal dodelijke slachtoffers van de RAF in de jaren zeventig en tachtig.

Zelfs het officiële dodental van 47 in de afgelopen twintig jaar overtreft de 34 slachtoffers die de RAF in de dertig jaar van haar bestaan maakte. Maar vrijwel niemand hecht waarde aan die 47. Journalisten van de Berlijnse Tagesspiegel en van Die Zeit en Zeit Online kwamen na onderzoek tot het aantal van 137 dodelijke slachtoffers van rechts-extreem geweld sinds 1990.

De Amadeu Antonio Stichting, die over rechts-extremisme informeert, hanteert zelfs een goed gedocumenteerde lijst met 181 doden. Amadeu Antonio Kiowa is een van de eersten op de lijst; in 1990 sloegen vijftig skinheads de Angolees dood. De lijst bevat de namen van allochtonen, punkers, daklozen, kunstenaars, politieagenten en advocaten. In een verbijsterend aantal gevallen weigerde de rechter een politiek motief te onderkennen.

Pijnlijk is vooral dat de laatste maanden allerlei gevallen opduiken van medewerkers van politie en geheime diensten die nauwe contacten met rechts-extremisten onderhielden. In enkele deelstaatparlementen en ook in de Bondsdag zijn nu onderzoekscommissies bezig om zulke vervlechtingen aan het licht te brengen. Er zijn aanwijzingen dat mede dankzij zulke contacten de drie terroristen tien jaar lang hun gang konden gaan.

De discussie over rechts-extremisme is weer helemaal terug. Politici debatteren over de voors en tegens van een verbod op de NPD. Onderzoeksjournalisten duiken in de geschiedenissen van de federale en regionale inlichtingendiensten. Historici wijzen op de tijd van bondskanselier Adenauer, toen ex-nazi’s hoge posten verwierven in het justitiële apparaat en de geheime diensten. Dat de veiligheidsorganen blind zijn aan het rechteroog, blijkt een voorgeschiedenis te hebben.

De media sturen ondertussen hun verslaggevers naar de plek des onheils: de voormalige DDR. Waarom verwierf het rechts-extremisme daar na de val van de Muur zoveel aanhang? Met name de Thüringse stad Jena, waar de drie terroristen hun neonazistische carrière begonnen, is door journalisten uitgekamd. Zelfs de ouders van de twee terroristen die vóór hun arrestatie zelfmoord pleegden, zijn aan de tand gevoeld.

Duitsland lijkt begonnen aan een nieuw hoofdstuk in zijn Vergangenheitsbewältigung. Oost-Duitsland blijkt na de hereniging niet alleen overstroomd te zijn door West-Duitse politici en managers van het tweede garnituur die de boel wel even zouden overnemen, ook kaderleden van rechts-extreme partijen als NPD, DVU en Republikaner ontdekten de nieuwe deelstaten als vruchtbaar missiegebied.

Ze troffen er een voedingsbodem aan van werk- en kansloze jongeren die al in de tijd van de DDR een uitlaatklep zochten in verzet tegen de antifascistische staat. West-Duitse rechts-extremisten bouwden de structuren op die niet alleen tot een paar verkiezingssuccessen voor de NPD leidden, maar ook tot het ontstaan van allerlei gewelddadige neonazigroepen. Een daarvan was de Nationaal-Socialistische Ondergrondse.

Antoine Verbij is correspondent in Berlijn