Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 1/2010

Christoffel Columbus (1451-1506)

Een wereld te winnen

Door: Rob Hartmans
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Dat ontdekkingsreiziger Columbus een grote visionair was, die in tegenstelling tot zijn tijdgenoten doorhad dat de wereld niet plat was maar rond, is een verzinsel uit de Romantiek. De zeevaarder ging zelfs met volledig verkeerde berekeningen op pad. Dat maakt zijn prestatie echter niet minder groot.
Over Christofoor Columbus weten we weliswaar veel meer dan over andere vijftiende-eeuwers, maar toch is die informatie zo beperkt en fragmentarisch dat ze nu al vijf ruim eeuwen ruimte biedt voor allerlei wilde theorieën en verzinsels. Dat begon al bij Columbus zelf. Geheel volgens de traditie van de middeleeuwse heiligenlevens stileerde hij zijn levensloop tot het verhaal van iemand die ‘door Gods hand’ was gewezen op een tot dan toe door niemand geziene waarheid, en vervolgens geprobeerd heeft anderen daarvan te overtuigen.

Ook zijn zoons en vroege biografen hebben bijgedragen aan dit beeld. Tegelijkertijd waren er in de wedloop om de roem veel concurrenten, en werd het nieuwe werelddeel uiteindelijk niet vernoemd naar Columbus, maar naar de eveneens uit Italië afkomstige cartograaf en ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci.
 

Dwaas of groot visionair?

Al tijdens zijn leven werd Columbus door velen gezien als een dwaas of querulant, wiens reputatie door enkele catastrofaal verlopen vervolgreizen naar het westen sterk was aangetast. Vandaar dat er lange tijd weinig aandacht aan hem werd geschonken, totdat de jonge Verenigde Staten grote behoefte kregen aan nationale helden.
 

De grote Genuees die aan de overzijde van het water een nieuw continent verwachtte, zocht en vond.

In 1828 publiceerde Washington Irving zijn Life and Voyages of Christopher Columbus, een beststeller waarvan vóór 1900 niet minder dan 175 drukken verschenen. Generaties Amerikanen en Engelsen zijn vervolgens opgegroeid met het beeld van Columbus als de grote visionair, die – in tegenstelling tot zijn nog in middeleeuwse onwetendheid gedompelde tijdgenoten – doorhad dat de wereld niet plat, maar rond was. Maar ook de grote Zwitserse historicus Jacob Burckhardt beschreef Columbus in Die Kultur der Renaissance in Italien (1860) als: "De grote Genuees die aan de overzijde van het water een nieuw continent verwachtte, zocht en vond."

In veel levensbeschrijvingen van Columbus overheerste de romantische notie van het miskende genie, de man die vergeten en verguisd in armoede stierf en wiens grote betekenis pas door latere generaties onderkend werd. Daarnaast waren er tal van auteurs die de vele witte plekken en vraagtekens in de levensloop van Columbus gebruikten om hun fantasie de vrije loop te laten, en van hem een Portugees, een Catalaan of zelfs een Jood te maken.


Historische visies

Zo beweerde de beroemde nazi-jager Simon Wiesenthal, die overigens wat betreft Columbus’ Joodse afkomst een slag om de arm hield, in Zeilen der hoop (1972) dat zijn eerste reis niet los kon worden gezien van het in maart 1492 afgekondigde decreet van de Spaanse vorsten waarin Joden werden gedwongen het land voor het eind van het jaar te verlaten. Columbus zou op zoek zijn geweest naar de kortste weg naar Indië, waarvan het gerucht ging dat er grote Joodse gemeenschappen leefden.
 

Ze zijn zo uitgemolken dat bijna alle serieuze historici hun best doen het thema Columbus te vermijden.

Was hier sprake van het annexeren van Columbus, andere auteurs probeerden zijn prestatie te bagatelliseren door te wijzen op een geheimzinnige voorganger. Die zou Columbus in vertrouwen verteld hebben dat hij aan gene zijde van de Atlantische Oceaan een nieuw continent had ontdekt, waarna de Genuees er met de eer vandoor ging. Ook bestaat er een theorie dat een paar oorspronkelijke inwoners van het Amerikaanse continent met hun kano richting Europa zijn afgedreven, en dat Columbus dit te weten was gekomen. In ieder geval hebben nogal wat fantasierijke auteurs beweerd dat Columbus een ‘geheim’ had, en dat zijn ‘ontdekking’ dus geen echte ontdekking was.

De schaarse ‘harde’ feiten en talloze theorieën over Columbus vormen een probleem. In zijn fraaie boek Zwarte Renaissance, over de Spaanse gloriejaren tussen 1492 en 1536, schreef Chris van der Heijden dan ook dat over de persoon Columbus en zijn daden schijnbaar niets meer te zeggen valt. Ze zijn zo uitgemolken dat bijna alle serieuze historici hun best doen het thema Columbus te vermijden.

En inderdaad, populaire en zelfs op sensatie beluste boeken verschijnen er nog altijd, maar na de vijfhonderdste verjaardag van zijn ontdekking in 1992 zijn er nauwelijks nog wetenschappelijke studies over Columbus uitgekomen.
 

Een bescheiden afkomst

Alle speculaties ten spijt staat toch wel vast dat de Christóbal Colón die op 3 augustus 1492 met drie schepen uit de Andalusische haven Palos vertrok om de Atlantische Oceaan over te steken, dezelfde was als de Christoforo Colombo die rond 1451 in of bij Genua werd geboren als zoon van een wever. Zijn afkomst was zo nederig dat hij in een van de contemporaine bronnen wordt aangeduid als ‘Columbus de pauper’.

Voor de ambitieuze Columbus was er alle reden om te verzwijgen waar hij vandaan kwam en te beweren dat een van zijn voorvaderen admiraal was geweest. Zelf stelde hij dat hij uit bescheidenheid zweeg over zijn familie; hij wilde beoordeeld worden op zijn eigen daden, niet op de verdiensten van zijn voorvaderen. Maar van die illustere voorvaderen – en van bescheidenheid – ontbreekt verder elk spoor.
 

Columbus moet op jonge leeftijd naar zee zijn gegaan, aangezien hij al als twintiger gezagvoerder was van een schip.

Voor onaanzienlijke maar ambitieuze vijftiende-eeuwers was de kerk een beproefd middel om de maatschappelijke ladder te beklimmen, voor inwoners van Genua was er ook nog de zeevaart. Het handelsimperium van de Genuezen had zich aanvankelijk vooral in de Levant en het gebied rond de Zwarte Zee uitgestrekt, maar na de val van Constantinopel was het zich gaan uitbreiden in de Atlantische Oceaan. In verschillende Portugese en Spaanse havens bevonden zich aanzienlijke kolonies Genuese kooplieden, wier schepen voeren tot aan IJsland en de Canarische Eilanden. Columbus moet op jonge leeftijd naar zee zijn gegaan, aangezien hij al als twintiger gezagvoerder was van een schip.

Na aanvankelijk vooral in de westelijke Middellandse Zee te hebben gevaren, vestigde hij zich in 1477 in Lissabon, waarna hij zijn aandacht vooral richtte op de enorme plas water die zijn tijdgenoten de ‘Oceaanzee’ noemden.


Mytische eilanden in het Westen

In de loop van de veertiende en vijftiende eeuw hadden met name de Portugezen zich steeds zuidelijker op de Atlantische Oceaan gewaagd en tal van eilanden voor de kust van Afrika ontdekt en in kaart gebracht. Tegelijkertijd geloofde men in het bestaan van allerlei mythische eilanden – zoals ‘Brazilië’ en ‘Antillië’ – die niet zelden op kaarten werden ingetekend. 
 

Maar wat zou men aantreffen als men steeds verder westwaarts zou zeilen?

De ontdekkers van de Canarische Eilanden in 1402 waren gelokt doordat een cartograaf daar een groot eiland had getekend waarop een ‘rivier van goud’ zou stromen. Dat viel tegen, maar deze eilandengroep werd wel spoedig gekoloniseerd. Voor eerzuchtige en avontuurlijke zeevaarders was hier letterlijk een wereld te winnen. Maar wat zou men aantreffen als men steeds verder westwaarts zou zeilen?
 

Dat Columbus’ tijdgenoten dachten dat de aarde een pannenkoek was waar men vanaf kon vallen, is een verzinsel uit de Romantiek. De rond het begin van onze jaartelling levende Strabo had als eerste ondubbelzinnig beweerd dat de aarde bolvormig was, en een vertaling van diens Geografie was in 1469 in Italië in druk verschenen.
 

Nog een continent?

Er werd volop gespeculeerd over de vraag of er ten westen van Europa en Afrika nog een continent lag, of dat er alleen eilanden waren en men in theorie zo naar Azië zou kunnen varen. En mocht dat laatste het geval zijn, hoe breed was de oceaan dan? Was het mogelijk om die over te steken? 
 

Vanaf de jaren 1480 was hij sterk geïnteresseerd in alle theorieën over de Atlantische Oceaan

Omdat Columbus al jong naar zee was gegaan, had hij niet gestudeerd, maar uit zijn geschriften blijkt dat hij vooral op latere leeftijd zeer belezen was. Als typische autodidact was hij overigens tamelijk onkritisch, hoewel hij er ook een kinderlijk plezier in had als hij een geleerde autoriteit op een vergissing betrapte. Vanaf de jaren 1480 was hij sterk geïnteresseerd in alle theorieën over de Atlantische Oceaan en op een zeker moment moet bij hem de gedachte zijn opgekomen om westwaarts te varen. 

Uit de spaarzame geschriften en kanttekeningen in de door hem bestudeerde boeken blijkt dat Columbus uiteenlopende ideeën had over wat hij in het westen zou kunnen aantreffen. Op het ene moment leek hij erg geïnteresseerd in de – ook reeds door Strabo genoemde – ‘antipoden’ of ‘tegenvoeters’, terwijl hij op andere momenten leek te hopen dat hij zelf een te koloniseren eilandengroep zou ontdekken. Het idee dat hij het vasteland van Azië, of het daarvoor gelegen eiland Cipangu (Japan), zou kunnen bereiken kwam waarschijnlijk vrij laat bij hem op.
 

Via het Westen naar Azië

De theorie dat vanuit Europa westwaarts naar Azië kon worden gezeild werd vooral gepropageerd door de Florentijnse wiskundige en astronoom Paolo dal Pozzo Toscanelli, die de Portugezen adviseerde dit waagstuk te ondernemen. Zij wezen het plan echter af, omdat de afstand veel te groot zou zijn en water en voedsel op zo’n lange reis zouden bederven.

Vandaar dat Columbus geen gehoor vond toen hij bij de Portugezen aanklopte. Ook toen hij zich daarna richtte tot het Spaanse koningspaar Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon, werden zijn plannen keer op keer afgewezen door de geleerden aan het hof. Daardoor zijn zij in de negentiende en twintigste eeuw vaak afgeschilderd als bekrompen middeleeuwers, die er volstrekt achterhaalde ideeën op na hielden.
 

De schattingsfout van Columbus

In werkelijkheid bleken de toen gangbare opvattingen over de afstand die – uitgaande van de veronderstelling dat er geen continent tussen Europa en Azië zou liggen – naar Azië zou moeten worden afgelegd redelijk te kloppen met wat we nu weten. Columbus daarentegen schatte de omtrek van de aarde 25 procent kleiner in dan feitelijk het geval is, terwijl hij ervan uitging dat de Euro-Aziatische landmassa veel groter was dan we nu weten.

Hierdoor kwam hij tot de conclusie dat de zeereis van de Canarische Eilanden naar Japan slechts 16 dagen zou duren.
In werkelijkheid zou dat – met de schepen uit die tijd en bij afwezigheid van Amerika – zo’n 70 dagen zijn. Iets wat gezien de toenmalige navigatietechnieken en bevoorrading volstrekt onverantwoord was.
 

Hierdoor kwam hij tot de conclusie dat de zeereis van de Canarische Eilanden naar Japan slechts 16 dagen zou duren.

Toen hij, nadat hij jarenlang gelobbyd had en door belangrijke hovelingen was gesteund, eindelijk opdracht kreeg ‘in de Oceaanzee eilanden en vasteland’ te zoeken, mocht Columbus van geluk spreken dat zijn theorie van de Oceaanzee niet klopte en dat er wel degelijk een continent lag tussen Europa en Azië. Anders waren hij en zijn mannen jammerlijk omgekomen van dorst en honger.


Naar het Westen

Na het vertrek uit Palos zette Columbus met de kraak Santa María en de karvelen Pinta en Niña koers naar de Canarische Eilanden, vanwaar hij op 6 september 1492 begon aan de grote oversteek. In de vroege ochtend van 12 oktober riep een matroos van de Pinta het lang verwachtte ‘Tierra! Tierra!

Hij had toen volgens zijn berekeningen echter al drie weken in Japan moeten zijn. Columbus zou later beweren dat hij ’s nachts al licht had gezien, zodat hij de matroos vóór was en de in het vooruitzicht gestelde beloning in eigen zak kon steken.

Op welk Caribisch eiland Columbus die dag nu precies aan land ging zal wel altijd onduidelijk blijven; belangrijker is echter dat hij nog altijd dacht dat in Azië aangekomen te zijn. Omdat het onmiddellijk duidelijk was dat de bewoners niet tot de verfijnde beschaving behoorden die door Marco Polo en andere reizigers was beschreven, beklemtoonde Columbus dat het ging om ‘naakte mensen’. Dit was niet louter een constatering maar tevens een classificatie: het betrof hier ‘wilden’, die weliswaar moreel hoogstaand waren, maar geen burgers van een bestaande staat. Zodoende kon dit grondgebied door de Spaanse kroon in bezit worden genomen.
 

In de vroege ochtend van 12 oktober riep een matroos van de Pinta het lang verwachtte ‘Tierra! Tierra!’

Nog drie expedities

Hoewel tijdens de drie maanden durende verkenningstocht door het Caribisch gebied de gedroomde hoeveelheden goud en de verwachte hoogstaande beschavingen niet werden gevonden en Columbus’ vlaggenschip Santa María verging, keerde hij triomferend terug in Spanje. De daaropvolgende jaren zou hij nog driemaal een expeditie naar de Nieuwe Wereld leiden. Deze duurden veel langer dan de eerste, en verliepen voor Columbus allemaal tamelijk rampzalig.
 

Zijn doel, de Oriënt bereiken, had hij immers niet verwezenlijkt.

Tijdens de derde tocht – waarbij voor het eerst het vasteland van Zuid-Amerika werd bereikt – werd hij na een conflict met kolonisten in Santo Domingo zelfs gearresteerd door een Spaanse regeringsfunctionaris, waarna hij in ketenen naar Spanje werd gevoerd. Daar werd hij door Isabella en Ferdinand echter welwillend ontvangen, zodat hij na ruim een jaar – in het voorjaar van 1502 – voor de laatste maal westwaarts kon varen.

Hoewel Columbus, in weerwil van de romantische legende, bij zijn dood in 1506 niet straatarm maar tamelijk rijk was, stierf hij wel als een verbitterd en teleurgesteld man. Van eenvoudige weverszoon mocht hij dan zijn opgeklommen tot admiraal, onderkoning van de Spaanse koloniën en stichter van een adellijk geslacht, voor de hyperambitieuze Columbus was het niet voldoende. Zijn doel, de Oriënt bereiken, had hij immers niet verwezenlijkt.
 

Het karakter van Columbus

Columbus was een uitermate complexe figuur. Deels had dit te maken met zijn karakter. Hij had een onlesbare dorst naar status en rijkdom, was berekenend en ging desnoods over lijken, maar tegelijkertijd was hij diep religieus – zijn ultieme droom was Jeruzalem te bevrijden van de ‘heidenen’. De door en door praktische zeeman en briljante navigator, die als eerste doorhad hoe gebruik kon worden gemaakt van de passaatwinden en met uiterst primitieve middelen levensgevaarlijke zeereizen maakte, hoorde regelmatig ‘hemelse stemmen’, geloofde te handelen in opdracht van God, en schreef curieuze teksten vol visioenen.
 

Door zijn overtuiging, zeemanschap en durf deed Columbus iets waar anderen zich niet aan waagden.

Hij was zowel mysticus als empirist. Wat dit betreft moet Columbus dan ook worden gezien als iemand die met het ene been nog volop in de Middeleeuwen stond, terwijl hij zijn andere been plantte in wat wij tegenwoordig de ‘moderniteit’ noemen. Enerzijds sloot hij het boek van de middeleeuwse kosmografie af, terwijl hij anderzijds de eerste, aarzelende notities maakte in de annalen van de wetenschappelijke revolutie.

Hoewel hij zeker niet de briljante visionair was die de negentiende-eeuwers in hem zagen, was hij ook niet de gek voor wie veel tijdgenoten hem versleten. Dat hij zijn eerste tocht baseerde op onjuiste berekeningen en het Amerikaanse continent ‘per ongeluk’ ontdekte, maakt zijn prestatie niet minder groot. Door zijn overtuiging, zeemanschap en durf deed Columbus iets waar anderen zich niet aan waagden.

De Portugezen hadden vanaf de jaren 1430 stukje voor stukje de Afrikaanse kust verkend, totdat Vasco da Gama in 1498 uiteindelijk om Kaap de Goede Hoop naar India zou varen. Dit was een pragmatische, min of meer wetenschappelijke aanpak, een proces van trial and error. Wat Columbus deed, op basis van verkeerde vooronderstellingen, was niet minder dan een kwantumsprong.


Grootse ontdekking of niets bijzonders?

Net zo goed als het onzin is om Columbus als genie te beschouwen, is het flauwekul om zijn ontdekking te bagatelliseren. Er is wel beweerd dat hij helemaal niets ‘ontdekt’ heeft, omdat hij niet doorhad dat hij niet in Azië was, maar op een geheel ander continent. Na zijn derde reis erkende Columbus echter dat de door hem gevonden landmassa het continent was waarover sommige geleerden al eeuwen hadden gespeculeerd.
 

De betekenis van de ontdekking van Amerika voor de ontwikkeling van Europa kan moeilijk worden overschat.

Een ander argument om Columbus’ prestatie te kleineren, is wijzen op het feit dat de Vikingen rond het jaar 1000 Noord-Amerika reeds hadden bereikt. Het grote verschil is echter dat dit de Scandinaviërs lukte met ‘eilandhoppen’; ze voeren via IJsland en Groenland en hoefden zodoende veel minder grote afstanden te overbruggen. Bovendien waren de gevolgen van deze tijdelijke kolonisatie tamelijk marginaal en niet te vergelijken met de immense consequenties van de kolonisatie van Amerika door Spanjaarden en Portugezen en, in de zeventiende eeuw, landen uit Noordwest-Europa.

De betekenis van de ontdekking van Amerika voor de ontwikkeling van Europa kan moeilijk worden overschat.
Natuurlijk is het zo dat als Columbus op 11 oktober 1492 het roer had omgegooid en terug was gezeild iemand anders enkele jaren later Amerika had gevonden, maar zoiets geldt voor nagenoeg elke ontdekking. Columbus bleef echter op koers en was daardoor verantwoordelijk voor een cruciaal keerpunt in de geschiedenis van Europa én van Amerika.