• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Manon Henzen

    Eten en drinken in WO2

    Lezing met hapjes, 16.45-17.45

    Denken we aan eten in de Tweede Wereldoorlog, dan is de eerste associatie de Hongerwinter. Maar het verhaal van koken in de oorlog wordt – zeker in de eerste oorlogsjaren – ook getekend door veerkracht en creativiteit. Minder vlees eten, streekproducten, een eigen moestuin, fermenteren, wildplukken, koken met restjes: de noodgrepen uit de jaren ’40-’45 zijn de culinaire trends van vandaag. Ook is uit onderzoek gebleken dat Nederlanders nog nooit zo gezond gevoed zijn als in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog. Henzen vertelt alles over eten en drinken in de oorlogsjaren.

    Als oprichter en eigenaar van historisch kookatelier eet!verleden brengt historicus Manon Henzen culinaire geschiedenis voor het voetlicht. Ze schrijft kookboeken met historische recepten en organiseert historische kookworkshops en andere activiteiten, geïnspireerd op historische bronnen, zoals manuscripten, fresco’s en mozaïeken uit Europa en de Arabische wereld.

    Henzen vertelt: ‘Met het schaarser worden van voedsel nam ook de hoeveelheid beschikbare brandstof af. Mensen bedachten daarom creatieve oplossingen om met zo min mogelijk brandstof te koken. Een heel bekend voorbeeld daarvan is de hooikist. Verder werd groente bijvoorbeeld veel korter gekookt dan voorheen.’ Henzen verbaast zich herhaaldelijk over de vindingrijkheid die mensen tijdens de bezetting aan de dag legden. Een goed voorbeeld daarvan is de “rampentaart” waarvan ze via een Nederlandse familie een recept heeft gekregen. ‘Om een verjaardag te vieren, werden alle restjes bij elkaar geschraapt, waarmee een taart werd gebakken. Die familie maakt nog steeds jaarlijks zo’n taart.’

    Naar aanleiding van periodes van honger tijdens de Eerste Wereldoorlog had de Nederlandse overheid al in de jaren 30 een plan opgesteld om met voedselschaarste om te gaan. Dat leidde voor het menu van de Nederlander tot een grote ommekeer naar voornamelijk plantaardig voedsel, zo vertelt Henzen. ‘Door een akker vol aardappels kon je veel meer mensen voeden dan door een weiland met koeien. Het eten van plantaardige maaltijden was tijdens de bezetting noodzakelijk en werd natuurlijk als onprettig ervaren, maar voor het lichaam was deze verandering juist best gezond. De laatste jaren zijn veel van zulke veranderingen die in de oorlog plaatsvonden, nieuwe trends geworden.’

    Tijdens het Geschiedenis Festival serveert Manon Henzen hapjes die gebaseerd zijn op kookboeken en persoonlijke kookschriftjes uit de tijd van de bezetting. Die boekjes haalde ze voornamelijk uit archieven of ontving ze van eigenaars zelf. Ze is zelfs van plan tijdens het Festival iets met tulpenbollen te doen.