Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Franz Ferdinand (1863-1914)

Door: Guido van Hengel

Historisch Nieuwsblad 2/2014

Vredesduif met jachtgeweer

Kroonprins van Oostenrijk-Hongarije Franz Ferdinand was verzot op de jacht en maakte overal ruzie. Tegelijkertijd deed hij zijn uiterste best de vrede in Europa te handhaven. Na de fatale aanslag op zijn leven grepen haviken hun kans om de Eerste Wereldoorlog te ontketenen.

Gavrilo Princip vermoordt Franz Ferdinand

Op 28 juni 1914 schoot Gavrilo Princip in Sarajevo twee keer op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie, die in een open auto door de stad reden. Sophie werd vol in haar buik geraakt, waar de kogel een gat van zes centimeter sloeg. Franz Ferdinand zag zijn vrouw ineenzakken, waarop hij uitriep: ‘Sopherl! Sopherl! Niet sterven! Blijf in leven voor de kinderen!’

Het leek alsof hijzelf ongedeerd was, totdat een omstander een straal bloed uit zijn mond zag lopen. Hij boog zich over de troonopvolger van Oostenrijk en hoorde hem rochelen, steeds zwakker: ‘Het is niets! Het is niets!’ De kinderen Sophie, Max en Ernst waren op dat moment thuis in Bohemen. ’s Middags, om 14.30 uur, kregen ze via de telefoon te horen dat hun ouders tijdens een bezoek in Bosnië ‘gewond’ waren geraakt.

Terwijl in de julimaand die volgde de diplomaten en keizers van Europa steeds heviger ruzieden over de verantwoordelijkheid voor deze aanslag, werden de lichamen van het echtpaar geruisloos teruggebracht naar Wenen.

In de schaduw van het wereldtoneel vond nog een kleine, merkwaardige geschiedenis plaats: keizer Frans Jozef van Oostenrijk gebood dat het stoffelijk overschot van Sophie niet naar Wenen mocht komen en linea recta naar een verafgelegen kasteel moest worden gebracht, om daar voorgoed te blijven.
 

Zelfs de Duitse keizer Wilhelm II mocht niet aanwezig zijn bij de herdenking van Franz Ferdinand

Dankzij tussenkomst van Franz Ferdinands neef Karl, de nieuwe troonopvolger, kon het echtpaar toch kort in Wenen opgebaard liggen. Bij de herdenking in de Hofburg daar mocht slechts een zeer select gezelschap aanwezig zijn. Zelfs de Duitse keizer Wilhelm II, een persoonlijke vriend van het slachtoffer, kreeg te horen dat hij in Berlijn moest blijven.

Ook de jonge Sophie, Max en Ernst werden geweerd. Het echtpaar vond een laatste rustplaats in de tuin van slot Artstetten, en niet, zoals gebruikelijk, in het Habsburgse familiegraf in de Weense Kapucijnerkapel.

Een correspondent van de Times vroeg zich terecht af waarom die Oostenrijkers Franz Ferdinand hadden begraven ‘als een hond’. Een van de weinige vrienden van het echtpaar, adjudant Morsey, schreef in zijn dagboek dat het een beschamende ‘derdeklas begrafenis’ was geweest.

Zelfs in het Hongaarse parlement vroegen afgevaardigden waarom de uitvaart niet was aangegrepen om de grandeur van de monarchie nog eens te benadrukken.
 

Franz Ferdinand was geen keizermateriaal

Franz Ferdinand was met zijn paradoxale en complexe karakter een moeilijk mens, zowel voor zichzelf als voor zijn omgeving. Niemand in de Dubbelmonarchie had ooit een keizer in hem gezien. Hij was derde, of zelfs vierde keus.

De broer van keizer Frans Jozef, Maximiliaan, eindigde als keizer van Mexico voor een vuurpeloton, ver van huis. De volgende kandidaat was de zoon van de keizer, de flamboyante kroonprins Rudolf. Hij pleegde in 1889 samen met zijn minderjarige maîtresse zelfmoord in slot Mayerling.

Toen had de keizer nog een broer over, Karl Ludwig, een fervent postzegelverzamelaar, die zelfs als stadhouder van Tirol jammerlijk mislukte. Hij had aantoonbaar geen talent voor het keizerschap.

Dat hij in 1896 aan cholera overleed omdat hij vervuild water uit de Jordaan had gedronken, droeg alleen maar bij aan zijn al bestaande imago van tragisch figuur.
 

Franz Ferdinand was derde of vierde keus, maar twee ooms en zijn tante Sisi belandden voor een vuurpeloton in Mexico, bezweken aan cholera, pleegden zelfmoord of werden doodgestoken met een vijl

In deze afvalrace bleef uiteindelijk Franz Ferdinand, het neefje van de keizer, als troonopvolger over. Overigens was ook Sisi, de depressieve keizerin, intussen door een Italiaanse anarchist met een vijl doodgestoken aan het Meer van Genève.

Franz Ferdinand kwam dus heel laat in zijn leven in de schijnwerpers te staan en had daarom als kind geen ‘keizerlijke’ opleiding genoten. Met zijn neef, kroonprins Rudolf, had hij een goede band, ook al waren hun karakters zeer verschillend.

Rudolf raakte in zijn tienerjaren gefascineerd door filosofie, religie en poëzie, terwijl Franz Ferdinand zich ontwikkelde tot een zelfverklaard cultuurbarbaar. Hij vond het bijvoorbeeld een schande dat er overal standbeelden van Goethe en Schiller stonden, terwijl de grote generaals nergens werden geëerd. Zijn bestemming lag in het leger: op 28-jarige leeftijd werd hij benoemd tot generaal-majoor.
 

Frans Jozef had geen vertrouwen in Franz Ferdinand

Rudolfs dramatische zelfmoord in 1889 zette Franz Ferdinands wereld op zijn kop. Zijn eerste daaropvolgende audiëntie bij de keizer was verre van hartelijk. Frans Jozef had er geen vertrouwen in dat zijn neef het Fingerspitzengefühl had dat zo nodig was om alle volkeren van de Donaumonarchie bij elkaar te houden.

Daarom tekende hij pas jaren later, na het overlijden van Karl Ludwig in 1896, de opvolgingspapieren voor Franz Ferdinand. De keizer zag de toekomst wat betreft zijn erfopvolging somber in.

Franz Ferdinand kreeg niet alleen te kampen met deze onderhuidse spanningen in de dynastie, maar ook met fysieke klachten. In 1892 constateerden artsen een longziekte en ze meenden dat hij nog maar een paar jaar te leven had.

Franz Ferdinand verwerkte deze tegenslag niet door zich terug te trekken in een kuuroord, maar ging op wereldreis. Opgelucht verliet hij de benauwende slangenkuil van het Weense hof. Met een groot Oostenrijks schip voer hij naar Brits- en Nederlands-Indië, Australië, Japan en de Verenigde Staten, om pas na een jaar weer terug te keren.
 

Toen Franz Ferdinand van een arts te horen kreeg dat hij nog maar enkele jaren te leven had, ging hij een jaar lang op wereldreis

Meer nog dan naar frisse lucht zocht hij in de jungle naar prooi – hoe exotischer, hoe beter. Uit zijn reislogboek spreekt een bijna pathologische behoefte om te jagen, of beter gezegd: systematisch dieren dood te schieten.

Dit verklaart ook de aanwezigheid van een vooraanstaand taxidermist in zijn gevolg, die de opdracht kreeg alle door hem gedode emoes, tijgers, krokodillen, kangoeroes, panters en zeldzame vogelbekdieren op te zetten.

Behalve die jachttrofeeën hield Franz Ferdinand aan deze reis een grote bewondering over voor het Britse imperium. Bij terugkeer stelde hij zichzelf dan ook de taak een Oostenrijks-Hongaarse vloot op te bouwen en zo een macht op zee te worden.

Sommige kranten speculeerden daarom dat er wellicht een huwelijk aanstaande was met een Britse prinses, wat natuurlijk grote gevolgen zou hebben voor de Europese machtsverhoudingen.
 

Huwelijk met Sophie van Chotek

Niets daarvan was waar. In 1895 raakte Franz Ferdinand verliefd op een hofdame van lage, Boheemse adel. Deze Sophie von Chotek was zeker geen ‘meisje van het volk’, maar werd als bruid van de aanstaande keizer van Oostenrijk-Hongarije absoluut te licht bevonden.

De frustratie over die hachelijke situatie uitte Franz Ferdinand in bedekte termen in brieven, zoals die aan een bevriende hertogin; ‘Helaas is er geen keuze uit de huwbare prinsessen; ze zijn als kinderen, domme gansjes van zeventien en achttien, de een nog lelijker dan de ander…’

In diezelfde tijd hield hij een tirade tegen zijn lijfarts over de inteelt in de Europese dynastieën, waardoor ‘de helft van de kinderen epileptisch of gestoord is’.

Jarenlang worstelde hij met de keuze voor het keizerschap of de liefde. Hij koos de liefde. Wat volgde, was een beschamende dynastieke crisis, die breed werd uitgemeten in de opkomende pers.
 

Franz Ferdinand mocht trouwen met Sophie nadat hij liet vastleggen dat zij en hun toekomstige kinderen geen aanspraak konden maken op de troon

Pas in 1900 bereikte Franz Ferdinand een compromis met de keizer: hij mocht Sophie trouwen, mits hij zou laten vastleggen dat zij en ook hun toekomstige kinderen geen deel zouden uitmaken van het huis Habsburg en geen aanspraak konden maken op de troon.

Een dergelijk morganatisch huwelijk kwam veel vaker voor, maar dat het ook de keizerlijke familie zelf trof, was voor de oude Frans Jozef moeilijk verteerbaar.

Bij de bruiloft waren daarom geen mannelijke leden van de keizerlijke familie aanwezig. Om zijn opvolger te feliciteren stuurde Frans Jozef een telegram en daar liet hij het bij.

Deze vernedering kraste op de ziel van Franz Ferdinand. Ook omdat zijn vrouw voortdurend op haar minderwaardigheid werd gewezen, verbleef hij met haar zo ver mogelijk van het hof in Schönbrunn.
 

Franz Ferdinand als betrokken vader

Hun leven met drie kinderen in kasteel Konopischt, ten zuiden van Praag, was voor hem een veilige idylle. Franz Ferdinand was een lieve vader, die op een voor die tijd vrij atypische, betrokken manier voor zijn kinderen zorgde. Verder hield hij zich hoogstpersoonlijk bezig met de rozentuin.

De persoonlijke tragedie rond het huwelijk zou een bepalende rol spelen in Franz Ferdinands werk. Eenmaal getrouwd deelde hij de mensheid in twee groepen in: zij die Sophie wel accepteerden en zij die dat niet deden.

Hij zag – en kreeg – overal vijanden en uitte zich onverbloemd grof over socialisten, traditionele aristocraten, moderne aristocraten, protestanten, Joden en vrijmetselaars.

Hij haatte hielenlikkers, jaknikkers en domme, maar ook intellectuele mensen. ‘Als ik opperbevelhebber ben,’ zei hij tegen een officier, ‘dan doe ik wat ik wil. Als iemand iets anders doet, laat ik hen allemaal doodschieten.’ Zijn grove taal vormde een breuk met de toon van zijn oude oom, die juist het imago van wijs en rechtvaardig keizer hooghield.
 

'Als ik opperbevelhebber ben, doe ik wat ik wil. Als iemand iets anders doet, laat ik ze allemaal doodschieten'

Franz Ferdinand deed geen moeite alle volkeren te vriend te houden. Vooral de Hongaren moesten het ontgelden. Het was voor hem onbegrijpelijk dat zijn oom in 1867 veel macht had afgestaan aan de Hongaren en daarbij ook nog eens de Habsburgse monarchie had omgevormd tot het in zijn ogen wankele Oostenrijk-Hongarije: ‘Die Hongaren kunnen naar de duivel met hun voorrechten! Ze zijn een volk als alle anderen. Waarom zouden ze meer rechten hebben dan de Tsjechen, Polen, Roemenen en de Slovenen?’

Het liefst wilde hij die Ausgleich terugdraaien en de Dubbelmonarchie vervangen door een soort ‘Verenigde Staten van Groot-Oostenrijk’. Daarin was in zijn visie ruimte zowel voor verregaande decentralisatie en gelijkwaardige autonomie voor de vele volkeren als voor een sterke politieke en culturele binding met de Habsburgse dynastie. Duits zou de enige lingua franca van deze Unie worden.

Het valt niet met zekerheid te zeggen wat Franz Ferdinand had gedaan wanneer hij Frans Jozef had kunnen opvolgen. Maar het is zeer aannemelijk dat hij daadwerkelijk een nieuwe wind zou hebben laten waaien. Politici binnen en buiten het rijk bekeken hem met argusogen.
 

Verenigde Staten van Groot-Oostenrijk

Wat zou er van Midden-Europa worden als hij aan de macht zou komen? Wat zou de impact zijn van zo’n ‘Verenigde Staten van Groot-Oostenrijk’? Deze angst werd vooral gevoeld in buurland Servië, waar zowel in het geheim als open en bloot territoriale aanspraken werden gemaakt op verschillende Habsburgse provincies, zoals Bosnië en Hercegovina.

Legerofficieren die streefden naar een Groot-Servië waren in Belgrado een haatcampagne begonnen, waarbij vooral de Servische inwoners van Bosnië werden opgejut.

Het Servische diasporatijdschrift Srbobran schreef eind 1913: ‘Als de troonopvolger naar Bosnië komt, zal hij daarvoor boeten… Serviërs, gebruik elk wapen, dolken, pistolen, bommen en dynamiet. De wraak is heilig. Dood aan de Habsburgse dynastie. De helden die tegen hen opstaan, zullen eeuwig voortleven in de herinnering…’
 

Als mens was Franz Ferdinand een olifant in een porseleinkast, maar als aankomend vorst bewaakte hij de vrede

In pamfletten schreven de officieren dat Franz Ferdinand een ‘vijand van het Servische volk’ was en de stichting van een Groot-Servisch (of Joegoslavisch) Rijk op de Balkan zou verijdelen.

Dit was grotendeels onjuist. Hoewel Franz Ferdinand geen liefhebber was van de Serviërs, wilde hij een aanval op het kleine buurland koste wat kost voorkomen.

Mede vanwege zijn radicale ideeën over de inrichting van de monarchie was zijn buitenlandse beleid gericht op vreedzame co-existentie en stabiliteit. Als mens toonde hij zich een olifant in de porseleinkast, maar als aankomend vorst op het Europese toneel bewaakte hij de vrede.

Daarom vormde de oorlogspartij binnen het Oostenrijks-Hongaarse leger zijn grootste vijand. Die bestond uit officieren die droomden van een heldhaftige en bloedige oorlog.
 

Conrad von Hötzendorf

Een van hen was Freiherr Franz Conrad von Hötzendorf, chef van de generale staf, die elke gelegenheid aangreep om te pleiten voor een oorlog met Italië, Montenegro of Servië – of alle drie tegelijk.

Zo’n oorlog betekende voor Conrad niet zozeer een strategische zet als wel een apocalyptische daad. Hij vond dat de oude monarchie, die verzwakt was, niet als een nachtkaars mocht doven, maar in een grote strijd heroïsch ten onder moest gaan.

Tegen dit soort zelfdestructieve dwaasheid kwam Franz Ferdinand in het geweer. Hij vond het absoluut onacceptabel om de regering in Belgrado te provoceren. Dat zou de vrede in Europa onnodig in gevaar brengen. ‘Nog geen pruimenboom, nog geen schaap’ wilde hij van Servië.

Zelfs na de Oostenrijkse annexatie van Bosnië in 1908, die leidde tot een grote, internationale Balkancrisis, schreef hij: ‘Vooral geen oorlog met Servië of Montenegro en geen overhaaste stappen, mobilisering en dat soort dingen. Dat is op dit moment zeer verkeerd!’

Franz Ferdinand kwam dan ook niet zelf met het plan om in 1914 naar Bosnië en Hercegovina te reizen om daar het leger te inspecteren. Het was geïnitieerd, georganiseerd en gepland door de Oostenrijkse gouverneur van Bosnië – net als Conrad een voorstander van een grote oorlog.
 

Franz Ferdinands bezoek aan Servië moest feestelijk worden afgesloten met een parade door Sarajevo op 28 juni, nota bene een Servische feestdag

Op 23 juni 1914 verliet Franz Ferdinand zijn kasteel in Bohemen voor wat zijn laatste reis zou zijn. Voordat hij vertrok had hij de Bosnische gouverneur nog bevolen niet te veel legers op de been te brengen voor de geplande manoeuvres, omdat dat niet alleen te kostbaar zou zijn, maar ook Servië zou provoceren.

Toch bedacht de gouverneur dat het bezoek feestelijk zou worden afgesloten met een parade door Sarajevo op 28 juni, nota bene tijdens een Servische feestdag.

Van 25 tot 27 juni sliepen Franz Ferdinand en Sophie in een kuuroord bij Sarajevo. Na aankomst stuurde hij een hartelijk telegram aan zijn 13-jarige dochter: ‘Veilig aangekomen [in Ilidže]. Heb mama gevonden. Heel mooi en fijn hier. We hebben een prachtig verblijf. Het weer is erg goed. Goedenacht, ik omarm jou en je broers.’

In Bosnië kon Sophie gewoon naast haar man verschijnen, omdat veel regels van de Dubbelmonarchie daar niet golden. Zo konden de twee zich voor het eerst in hun leven presenteren zoals ze dat vurig wensten: als een keizerlijk echtpaar, toegewuifd door enthousiaste onderdanen.
 

Gavrilo Princip bestudeerde Franz Ferdinand van dichtbij

Deze nieuwe vrijheid maakte hen roekeloos. Op de eerste dag wandelden ze zonder enige bewaking door het centrum van Sarajevo. Een van de omstanders in de bazaar vol potten, pannen en tapijten was Gavrilo Princip, die zijn slachtoffers van heel dichtbij bestudeerde.

Bij het laatste diner, op 27 juni, trof Sophie een notabele die haar op de dag van aankomst had gewaarschuwd. Ze sprak hem toe: ‘Meneer Sunarić, u had het bij het verkeerde eind. De zaken zijn niet zo gelopen als u dacht. Waar we ook kwamen, werden we, tot onze grote vreugde, spontaan begroet door iedereen, ook door de Serviërs, met veel warmte en vriendelijkheid.’

Hierop antwoordde Sunarić: ‘Hoogheid, ik bid tot God dat wanneer ik de eer heb u morgenavond nog te zien, u nog in staat bent dit opnieuw tegen me te zeggen, want dan zal er een zware last van mijn hart vallen.’
 

'Waar we ook kwamen werden we spontaan begroet door iedereen, ook door de Serviërs, met veel warmte en vriendelijkheid'

Het is een perverse ironie dat Franz Ferdinand als een van de bewakers van de Europese vrede de dag erna uit de weg zou worden geruimd, niet door zijn tegenstanders in het leger, maar door een geradicaliseerde, warhoofdige Bosnisch-Servische scholier met een pistool uit Belgrado.

Toen Franz Ferdinand wegviel, kregen de haviken vrij spel om Europa blind mee te slepen in de Eerste Wereldoorlog. In de berichten die over en weer gingen tussen Belgrado en Wenen, en later ook tussen Berlijn, Londen en Sint-Petersburg, was de toon hysterisch.

De Oostenrijks-Hongaarse haviken, met hun dorst naar uitzichtloze oorlog, werden op hun wenken bediend: voor de Dubbelmonarchie verliep de strijd meteen in 1914 al dramatisch. De Serviërs riepen het keizerlijke leger een halt toe op de berg Cer in Bosnië. Onder bevel van Conrad von Hötzendorf stierven in de herfst van dat jaar aan het Galicische front in Polen 100.000 Oostenrijkse en Hongaarse soldaten; nog eens 220.000 raakten ernstig gewond en ruim 100.000 soldaten werden gevangengenomen door de Russen.

Historicus Koen Koch concludeerde in zijn Kleine geschiedenis van de Grote Oorlog dat wanneer Franz Ferdinand in die herfst nog had geleefd, hij Conrad von Hötzendorf zeker had laten executeren voor zoveel verspilling. Maar aan Franz Ferdinand en zijn goede raad dacht toen niemand meer.


Meer lezen
Omdat het leven van Franz Ferdinand zo spannend en spraakmakend was, zijn er redelijk veel biografieën over hem verschenen. Een daarvan is herhaaldelijk aangevuld en verbeterd: Franz Ferdinand. Der verhinderte Herrscher (2007) door Friedrich Weissensteiner.

Meer verhalende, romantische boeken over Franz Ferdinand en Sophie zijn: Gordon Brook-Shepherd, Victims at Sarajevo. The Romance and Tragedy of Franz Ferdinand and Sophie (1984) en Beate Hammond, Habsburgs größte Liebesgeschichte (2001). Nog steeds zeer leerzaam en bruikbaar is de studie van Robert A. Kann: Erzherzog Franz Ferdinand (1976).

Max en Ernst, de zonen van Franz Ferdinand, zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog in het concentratiekamp Dachau terechtkomen. Deze en andere fascinerende verhalen over de familie zijn te lezen in Die verhinderte Dynastie. Erzherzog Franz Ferdinand und das Haus Hohenberg (2000) door Lucian Meysel.

Onlangs is het reisdagboek van Franz Ferdinand opnieuw uitgegeven, met veel foto’s van jachtpartijen in Azië en Australië: ‘Die Eingeborenen machten keinen besonders günstigen Eindruck’. Tagebuch meiner Reise um die Erde 1892-1893 (2013).

De biografie van Franz Conrad von Hötzendorf is van de hand van Lawrence Sondhaus: Franz Conrad von Hötzendorf. Architect of the Apocalyps (2000). Over de intriges aan de top van het Oostenrijkse leger valt veel te lezen in het recente boek van Christopher Clarke, dat ook in het Nederlands vertaald is: Slaapwandelaars. Hoe Europa in 1914 ten oorlog trok (2013).

Een uitstekende en historisch ook overtuigende film over deze intriges is Oberst Redl van de Hongaarse regisseur István Szabo uit 1985. Hierin figureren Franz Ferdinand en Franz Conrad von Hötzendorf als personages in een spannend verhaal over macht, verraad en spionage.

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen