Home Alle artikelen

Alle artikelen

Een overzicht van de artikelen die we recent hebben gepubliceerd.

Moslims moeten integreren tot echte Nederlandse burgers, vinden velen. In de negentiende eeuw waren het de katholieken die als on-Nederlands werden beschouwd.


Toen de katholieke Kerk in 1853 bisschoppen benoemde, zagen conservatieve protestanten dat als een bedreiging voor de kracht en eenheid van Nederland. Zij vormden de Aprilbeweging, die zich hevig verzette tegen de katholieke plannen.
        ‘Alle partijen van elke nuance verkeerden in een staat van opgewondenheid; weinige politieke mannen welligt die in deze dagen hunne bedaardheid en hunne kalmte hadden behouden; wat zeldzaam is voor ons nationaal karakter, op straat, in koffijhuizen, in de schouwburgen, in de kerken, overal werd gepolitiseerd, getwist en gestreden.’ Met deze woorden keek de journalist Izaac Jacob Lion terug op de Aprilbeweging van 1853.
        Met een beroep op de liberale grondwet van 1848 had het Vaticaan in april 1853 besloten bisschoppen te benoemen in Nederland. Tot die tijd hadden de overwegend katholieke gebieden in het zuiden grotendeels niet-bisschoppelijke bestuurders – vicarissen -, die onder directe verantwoordelijkheid vielen van Rome; het noorden werd als missiegebied beschouwd. De benoeming van bisschoppen leidde tot volksprotesten en een grote protestantse petitiebeweging, die in korte tijd ruim 200.000 handtekeningen opleverde. Met name in de grote steden werden katholieke geestelijken op straat bespot en katholieke dienstboden ontslagen. Protestanten meden winkels van katholieken. Dominees predikten over de naderende godsdienstoorlog. Een stroom aan brochures, pamfletten, spotprenten en straatliedjes wakkerde de antikatholieke gevoelens aan. Marktventers verkochten harlekijnen met een mijter: `Een bisschop voor een cent! Hij kan ook hangen!’
        Het antikatholicisme in Nederland paste in een internationaal patroon. In de Duitstalige gebieden ageerde onder meer de Gustav Adolf Verein tegen de toenemende rol van de rooms-katholieke Kerk in het openbare leven. In Groot-Brittannië was de benoeming van bisschoppen in 1850 aanleiding tot een no popery-beweging.
        In Nederland uitten de protestanten hun ongenoegen in antikatholieke liederen, zoals het Nieuw Geuzenlied van april 1853, waarin koning Willem III werd aangespoord het katholieke gevaar te bestrijden: Zij hebben ‘t weêr voorwaar gezworen, om al wat Geus en Ketter heet, weêr te vervolgen als te voren, hier Granvel en d’Alva deed. De koning moest een voorbeeld nemen aan zijn voorvader Willem van Oranje, die tijdens de Opstand ten strijde was getrokken tegen de Spaanse katholieke overheersers. Naast religieuze sentimenten speelden ook politieke gevoelens een rol. De liberaal Thorbecke, die de invoering van een bisschoppelijke organisatie toestond, werd verweten de dominante positie van de protestanten in Nederland aan te tasten. Willem III moest een einde maken aan deze ‘onnationale’ politiek.

Inquisitie
In het Geuzenlied wordt nadrukkelijk verwezen naar de Opstand tegen Spanje, die het begin vormde van de protestantse Nederlandse republiek. Het lied verwijst naar de hertog van Alva, de landvoogd van Filips II, en Granvelle, de eerste aartsbisschop van de Nederlanden. Protestanten werden bang gemaakt voor een nieuwe rooms-katholieke inquisitie, mogelijk gemaakt door de politiek van Thorbecke. Willem III moest zich weer baas in eigen huis tonen en het initiatief nemen in de strijd voor het behoud van Nederland als onafhankelijke protestantse natie.
        Het Nieuw Geuzenlied verscheen bij De Fakkel in Tiel, tevens uitgever van het antikatholieke weekblad De Fakkel. Dat was in 1848 opgericht en stond een meer actieve politieke rol van de koning voor. Het blad beschreef de paus op 1 april 1853 als ‘een man die een vorst der vorsten is en over de 1.200.000 Roomsche zielen in Nederland oppermagtig gebiedt’. Het eveneens antikatholieke blad De Waakzaamheid schreef op 6 april: ‘Onder de mingegoede volksklasse heerscht eene onrustbarende gisting, en zoo de maatregel doorgedreven wordt, dan gaan wij met rassche en wisse schreden den door velen reeds lang voorspelden religie-oorlog te gemoet.’
        De 1,2 miljoen katholieken vormden in de jaren 1850 eenderde van de Nederlandse bevolking – een grote minderheid. Sinds de jaren 1840 had een voorzichtige katholieke emancipatie plaatsgevonden: katholieken bouwden kerken en kloosters, en in 1845 werd het katholieke dagblad De Tijd opgericht. De grondwet van 1848, die de benoeming van bisschoppen mogelijk maakte, was een volgende stap in de katholieke emancipatie. In de ogen van een groeiend aantal conservatieven en protestanten werd de eenheid van Nederland daardoor bedreigd.
        Een sprekend voorbeeld van dergelijk antikatholicisme is het boek Het eigenaardige der rooms-catholieke en der protestantsche kerk uit 1853 van hoogleraar Petrus Hofstede de Groot (1802-1888). Hofstede de Groot was een van de ‘Groninger godgeleerden’, een stroming die de verschillende religieuze richtingen in Nederland trachtte te verenigen in één nationale richting, gebaseerd op ‘oude, echt-Nederlandsche beginselen’. In zijn boek, een verslag van een reis langs de Maas en de Rijn, constateerde hij dat de uiterlijke praal van de rooms-katholieke Kerk gepaard ging met innerlijke ledigheid, terwijl de protestantse eenvoud verbonden was met innerlijke kracht en beschaving. De aantrekkingskracht van het katholicisme verklaarde hij uit de menselijke neiging zich te voegen naar het zondige en het zinnelijke. Dat leidde onvermijdelijk tot geestelijke vervlakking. Het rooms-katholicisme zag hij als een religie met weinig diepgang en nauwelijks individuele verantwoordelijkheid – eigenschappen die hij onverenigbaar achtte met het Nederlandse volksideaal.

Imams
Niet alleen theologen, maar ook politici waren beducht voor het morele kwaad van het katholicisme, zoals de conservatief Gerrit Jan Mulder (1802-1880), hoogleraar chemie in Utrecht en een van de organisatoren van de Aprilbeweging. Mulder onderscheidde het ‘Germaanse’ protestantisme van het ‘Romaanse’ katholicisme en vond, evenals Hofstede de Groot, dat dit laatste een bedreiging was voor de Nederlandse volksgeest. Beiden geloofden in de morele superioriteit van het protestantisme. Een rechtvaardiging hiervoor vonden zij in de filosofie van Philip Willem van Heusde (1778-1839), een humanist die grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van het toenmalige geestelijke klimaat in Nederland.
        In zijn vierdelige hoofdwerk De Socratische School (1834-1839) formuleerde Van Heusde een filosofie voor het Nederlandse volk. Nederland was in de negentiende eeuw een kleine natie geworden, die veel van de glans van de vroegere Republiek had verloren. Nederlanders waren volgens hem dan ook niet bijzonder gevoelig voor kunst, wetenschap of esthetiek, zoals de Duitsers, Engelen en Fransen. De kracht van de Nederlanders lag elders. Het tekort aan bijzondere kwaliteiten werd namelijk ruimschoots gecompenseerd door een vermogen tot geestelijke harmonie. Katholieken haalden die hoge morele standaard niet, dachten Mulder en Hofstede de Groot.
        De religieuze retoriek van de Aprilbeweging ging over de vraag wat het betekende om Nederlander te zijn. Wat zijn de morele uitgangspunten van onze samenleving? In hoeverre mogen burgers hun oor te luisteren leggen bij religieuze leiders als het om politieke zaken gaat? Beide partijen verdedigden hun antwoorden op deze vragen met een verwijzing naar de grondwet. De vrijheid van godsdienst, bijvoorbeeld, was voor katholieken aanleiding om ernst te maken met een eigen katholieke organisatie. Maar protestanten zagen de bisschopsbenoemingen als een gevaar voor de eigen vrijheid van godsdienst – volgens de schrijver van het Nieuw Geuzenlied werden protestanten zelfs bedreigd door het schavot. De Aprilbeweging van 1853 was dan ook vooral een constitutionele strijd gevoerd in godsdienstige termen: koning Willem III moest zich baas tonen in zijn grondwettelijke woning en de katholieken weer op hun eigen plaats zetten.
        Honderdvijftig jaar later is de vraag naar de verhouding tussen religieuze vrijheid en de plaats van andersdenkenden opnieuw actueel nu christenen en moslims steeds vaker scherp tegenover elkaar worden gesteld. Opnieuw interpreteren verschillende groepen de grondwet op verschillende manieren. Voor orthodoxe imams als el-Moumni is de vrijheid van godsdienst een reden om de positie van vrouwen in Nederland te bekritiseren. Maar emanciperende allochtonen als Hirsi Ali beroepen zich op een ander grondwettelijk recht – de gelijkheid van ieder mens – als ze de islamitische cultuur `achterlijk’ noemen. Steeds meer politici, zoals wijlen Pim Fortuyn, zien de emancipatie van moslims in Nederland als een bedreiging voor onze christelijke moraal. De Aprilbeweging van 1853 toont dat integratie vooral een kwestie is van discussie en interpretatie, en dat een beroep op de grondwet en een heersende moraal onvoldoende is.

Ronald van Raak is gepromoveerd op In naam van het volmaakte. Conservatisme in Nederland in de negentiende eeuw.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al vanaf €4,99 per maand.
Artikel

De Aprilbeweging van 1853

Moslims moeten integreren tot echte Nederlandse burgers, vinden velen. In de negentiende eeuw waren het de katholieken die als on-Nederlands werden beschouwd. Toen de katholieke Kerk in 1853 bisschoppen benoemde, zagen conservatieve protestanten dat als een bedreiging voor de kracht en eenheid van Nederland. Zij vormden de Aprilbeweging, die zich hevig verzette tegen de katholieke...

Lees meer
Vier eeuwen immigratie in Nederland
Vier eeuwen immigratie in Nederland
Artikel

Vier eeuwen immigratie in Nederland

Textielarbeiders werden met open armen binnengehaald, maar Duitse lutheranen mochten hun klokken niet luiden en joden werden zelfs stelselmatig gediscrimineerd. Miljoenen immigranten vestigden zich de afgelopen eeuwen in Nederland. Tot spanningen met de lokale bevolking leidde dat zelden. Rond 1590 vluchtte de protestantse lakenbereider Frans Franszoon Hals met zijn vrouw Adriana en zoontje Frans uit...

Lees meer
Column

Beschavingscrisis

Dit is mijn laatste column voor Historisch Nieuwsblad. Een hele opluchting. Voor mijzelf – ik deed dit alleen omdat de hoofdredacteur mij drie jaar lang fysiek bedreigde –, maar ook voor andere historici.         Zoals de Groningse hoogleraar en rector magnificus Doeko Bosscher, die briefjes naar dit blad schreef met de dringende suggestie mij te ontheffen...

Lees meer
Recensie

Tijdschrift: BIJDRAGEN EN MEDEDELINGEN BETREFFENDE DE GESCHIEDENIS DER NEDERLANDEN

Los nummer euro 16,00 (excl. porto). Telefoon: 070-314 03 63 Op 31 mei 2002 organiseerde het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap een studiedag over het al veelbesproken project ‘Nederlandse cultuur in Europese context’ – beter bekend als het ijkpuntenproject. De vijf delen (1650, 1800, 1900, 1950 en het afsluitende deel Rekenschap) waren het onderwerp van pittige...

Lees meer
Recensie

DE PALIMPSEST. GESCHIEDSCHRIJVING IN DE NEDERLANDEN 1500-1800

300 en 196 p. Verloren, euro 23,00 en 15,00 ‘Ik beloof dat ik enkel bied hetgeen ik over de heiligen in geschriften heb aangetroffen. Voor zover dat in mijn kunnen ligt, naai ik er niets aan, wijzig ik niets, verbeter ik niets naar mijn persoonlijk inzicht, laat ik niets wegvallen, maar bericht ik alles in...

Lees meer
Artikel

Brieven februari 2003

In deze rubriek kunnen lezers hun mening geven over artikelen die in het Historisch Nieuwsblad verschenen zijn. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten. Reacties: Postbus 1528, 1000 BM Amsterdam of redactiehn@vug.nl. In zijn recensie van het boek van Hein Klemann, Nederland 1938-1948. De sociaal-economische ontwikkeling in jaren van oorlog en...

Lees meer
Recensie

Boeken Top Tien januari 2003

1. DE ONDERGANG VAN DE BATAVIA door Mike DashArbeiderspers, euro 19,952. DE ERFENIS VAN ASTERIX. HET LEVEN IN DE LAGE LANDENdoor René van Royen en Sunnyva van der VegtBert Bakker, euro 14,953. AFRIKA. VAN KOUDE OORLOG NAAR DE 21E EEUW door Roel van der VeenKIT Publishers, euro 29,004. INGENIEURS VAN DE ZIELdoor Frank WestermanAtlas, euro...

Lees meer
Recensie

Verwacht voorjaar 2003

Herinneringen `Dit boek is een sensatie,’ zegt de uitgever er zelf over. En veel aandacht zal Memoires van een first lady (Balans, juni 2003) door Hillary Clinton zeker krijgen. Er komt een groot televisie-interview met Paul Witteman en in het najaar bezoekt de auteur ons land. Of Hillary Clinton veel zal prijsgeven over de affaire-Monica...

Lees meer
Recensie

HET VOLLE LEVEN. NEDERLANDSE LITERATUUR EN CULTUUR TEN TIJDE VAN DE REPUBLIEK

Het volle leven is een introductie tot de Nederlandse literatuur van de zeventiende en achttiende eeuw, waarbij de vaderlandse geschiedenis als invalshoek is genomen. De lezer krijgt de geschiedenis voorgeschoteld in allerhande geschriften: van liederen uit de Opstand via pamfletten uit het Rampjaar tot stukjes uit de Hollandsche Spectator en De Politieke Kruyer. Daarnaast behandelt...

Lees meer
Recensie

OMWILLE DER BILLIJKHEID. DE STRIJD OVER DE INVOERING VAN DE INKOMSTENBELASTING IN NEDERLAND

Het boek van Christianne Smit over de invoering van de inkomstenbelasting in Nederland bevat een perfect script voor een Hollywood-film. De protagonisten moeten vele moeilijkheden overwinnen, soms dienen zich kleine tussentijdse oplossingen aan, maar dan doemen weer nieuwe problemen op. Edoch, in het laatste hoofdstuk komt de glorieuze ontknoping. De lezer kan het boek met...

Lees meer
Recensie

1421, HET JAAR WAARIN CHINA DE NIEUWE WERELD ONTDEKTE

‘Ruim tien jaar geleden deed ik bij toeval een ongelofelijke ontdekking.’ Zo begint de gepensioneerde marineofficier Gavin Menzies zijn boek waarin hij reconstrueert hoe de Chinese vlootvoogd Zheng Ho en zijn flottieljeleiders in ruim twee jaar alle wereldzeeën hebben verkend. Columbus, Vasco da Gama en hoe al die andere slaafse navolgers ook mogen heten zijn...

Lees meer
Recensie

CENSORSHIP OF HISTORICAL THOUGHT. A WORLD GUIDE, 1945-2000

Hét boek over censuur in Nederland is geschreven door Wim Hazeu, en heet Wat niet mocht. Dit overzicht uit 1972 gaat over vrijheidsbeknotting in de journalistiek en de literatuur. Hazeu besteedt aandacht aan de schrijver en uitgever J. van Keulen, die onder de naam Han B. Aalberse zijn Bob en Daphne-boeken schreef. Het deeltje Liesbeth...

Lees meer
Loginmenu afsluiten