Alle artikelen
Meer Nederlanders aan het sporten krijgen is al jaren overheidsbeleid, want bewegen is gezond. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is er een argument bijgekomen: sport bevordert de nationale weerbaarheid. Dit was meer dan een eeuw geleden zelfs de belangrijkste reden waarom onderwijzers en militairen pleitten voor verplichte gymlessen en meer sportaccommodaties.
Fysieke weerbaarheid is geen kwestie van een uitzonderlijk gespierd lichaam, maar van een goede algemene gezondheid en conditie, zodat mensen ook onder druk kunnen blijven functioneren. In tijden van oorlog of crisis kan dat bepalend zijn voor de nationale paraatheid, omdat meer burgers inzetbaar zijn voor militaire of ondersteunende taken. In Oekraïne is dat zichtbaar: ondanks bombardementen proberen burgers daar het dagelijks leven draaiend te houden.
Hoe fysiek weerbaar is Nederland? Meer dan de helft van de bevolking heeft overgewicht en volgens het RIVM kan dat percentage in 2050 oplopen tot 64 procent. De gezondheid van kinderen staat onder druk: één op de vijf is lichamelijk niet fit. De overheid wil dat kinderen sporten en bewegen, maar volgens onderzoekers van EenVandaag voldoet één op de drie scholen niet aan de wettelijke norm van negentig minuten gymnastiekonderwijs per week. Sommige onderwijzers zeggen dat er te weinig accommodaties zijn om kinderen te laten sporten. Ook is er een tekort aan gymleraren.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Experts van het Mulier Instituut adviseren scholen vaker in klassikaal verband spelletjes op het schoolplein te doen, zodat leerlingen toch voldoende lichaamsbeweging krijgen. De Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving wijzen er in hun jongste rapport op dat sporten voor veel Nederlanders iets onbereikbaars is. Zij roepen overheden op meer gebruik te maken van laagdrempelige voorzieningen zoals buurthuizen, speeltuinen en parken om ook die mensen aan het bewegen te krijgen.
Rugby of turnen?
Rond 1900 speelde een vergelijkbare discussie. Ook toen sloegen deskundigen alarm vanwege de slechte lichamelijke conditie van de gemiddelde Nederlander. Aan het begin van de twintigste eeuw leefden grote delen van de bevolking in armoede en onder slechte hygiënische omstandigheden. Veel families hadden geen toegang tot schoon drinkwater, waardoor ondervoeding en ziektes als cholera en tyfus geregeld voorkwamen. De overheid hield zich vanuit een liberaal standpunt grotendeels afzijdig van deze problemen. Tegelijkertijd groeide met name onder militairen de vrees dat de slechte volksgezondheid de landsverdediging in gevaar bracht.
Beroepsofficieren constateerden dat veel dienstplichtigen nauwelijks bestand waren tegen de fysieke belasting van het soldatenleven. Vooral bij jongens uit de lagere klassen waren de gevolgen van beperkte voeding, weinig beweging en een gebrek aan structuur duidelijk zichtbaar. Zij voerden oefeningen moeizaam uit en bereikten snel de grenzen van hun uithoudingsvermogen.
Behalve militairen maakten ook onderwijzers zich zorgen over de verslechterende volksgezondheid. Een van hen was Sebastian van Aken, een Rotterdamse leraar met een militaire achtergrond. Hij zag regelmatig leerlingen met klachten als bloedarmoede, ondervoeding en zenuwziekten in zijn lessen verschijnen. De slechte hygiëne in de stad en een gebrek aan lichaamsbeweging veroorzaakten volgens hem deze problemen. Van Aken ontpopte zich als een van belangrijkste Nederlandse ‘beweegpropagandisten’ en pleitte voor verplicht gymnastiekonderwijs.

Veel gymnastiekmeesters hadden een loopbaan in het leger achter de rug. Naar hun idee moesten de gymlessen jongens voorbereiden op de militaire dienst. Door te sporten ontwikkelden zij discipline en doorzettingsvermogen, en werd hun lichaam sterk en gezond, wat van groot belang was voor de krijgsmacht. Maar in die tijd kregen de meeste Nederlandse kinderen nauwelijks gymnastiekles en waren er ook bijna geen sportvoorzieningen. Logisch dus, dat de beweegpropagandisten daar de focus op legden.
Voor inspiratie konden zij kijken naar Duitsland en Groot-Brittannië, waar het schoolvak gymnastiek al aan het einde van de negentiende eeuw op grote schaal werd gegeven. Nederlandse militairen waren gecharmeerd van de Engelse methode, waarbij leerlingen in de buitenlucht teamsporten als voetbal, cricket en rugby beoefenden. Hierbij lag de nadruk op het aankweken van een competitieve mentaliteit en teamgeest, eigenschappen die volgens hen nuttig waren in het leger. Onderwijzers keerden zich echter tegen de Engelse aanpak, omdat zij zagen dat leerlingen uitgeput raakten en op een bijna militaire wijze werden gedrild. Sommige oud-officieren geven les alsof zij nog steeds op de exercitieplaats stonden.
Onderwijzers zagen daarom meer in de Duitse gymnastiekmethode, waarbij in plaats van militaire discipline de lichaamsontwikkeling centraal stond. Deze methode bestond vooral uit turnen en toesteloefeningen, en was beter geschikt voor klassikale, opvoedkundige lessen dan de Engelse veldsporten. Ondanks hevige discussies kwamen de twee groepen tot een compromis. Dat is nog altijd zichtbaar in het huidige gymnastiekonderwijs, waar kinderen zowel teamsporten zoals hockey en trefbal beoefenen als bokspringen en ringzwaaien.
Vierdaagse
Ondanks hun meningsverschillen besloten militairen en onderwijzers zich in 1908 te verenigen in de Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding (NBVLO). Een van de bekendste initiatieven van de bond waren de vierdaagse wandelmarsen, waar burgers en militairen gezamenlijk aan deelnamen. De marsen waren voorlopers van de huidige vierdaagse in Nijmegen en andere plaatsen.
De wandelmarsen waren een succes volgens een deelnemer, de officier Middendorp. ‘We lopen samen met honderd jongens van Arnhem naar Dordrecht. Onderweg bezoeken we het kasteel in Doorwerth. Daarna lopen we met tromgeroffel en slagorde de Wageningse Berg op. De nacht brengen we door in een kazerne in Leerdam. Het is erg leuk om kinderen en vrijwilligers iets te leren over militaire dienst.’

Naast de vierdaagse organiseerde de bond ook landelijke sportfeesten en cursussen voor gymnastiekonderwijzers. Deze initiatieven waren bedoeld om het belang van lichamelijke opvoeding en sport over het voetlicht te brengen, maar hadden slechts een beperkt effect. De overheid beschouwde sport als een privékwestie, waarmee zij zich niet hoefde te bemoeien.
Bovendien waren er binnen de bond nog voortdurend conflicten tussen officieren en onderwijzers over de juiste aanpak, waardoor een gezamenlijke strategie uitbleef. De onderwijzers wilden meer focussen op volksgezondheid, terwijl de militairen sport puur zagen als een middel om meer mensen in het leger te krijgen. In 1912 leidde dit tot het opstappen van de voorzitter, die samen met een aantal sportbonden het Nederlands Olympisch Comité (NOC) oprichtte. Ook enkele officieren, onder wie de latere commandant van Rotterdam tijdens de meidagen Pieter Scharroo, sloten zich aan om invloed te behouden. De nieuwe organisatie bleef in eerste instantie echter zwak en haar invloed gering. Totdat de Eerste Wereldoorlog de situatie verandert.
Nederland bleef tijdens de oorlog neutraal, maar mobiliseerde toch ongeveer 250.000 mannen. Al snel bleek dat veel soldaten slecht getraind waren en in een matige lichamelijke conditie verkeerden – een bevestiging van wat militairen en gymnastiekonderwijzers al jaren stelden. De minister van Oorlog gaf gymleraren daarom de opdracht om militairen lichamelijk te trainen. Ook opperbevelhebber Cornelis Jacobus Snijders raakte overtuigd van het belang van gymnastiek. Tussen 1915 en 1918 werden ongeveer vierduizend officieren opgeleid tot instructeurs.

In 1917 richtte de overheid ook het Algemeen College van Advies voor Lichamelijke Opvoeding op. Dit orgaan stelde dat verplichte lichamelijke opvoeding en de aanleg van sportvoorzieningen noodzakelijk waren om de bevolking gezonder en daardoor fysiek weerbaarder te maken. Maar van veel plannen en adviezen komt uiteindelijk weinig terecht. Na de Eerste Wereldoorlog verdween de urgentie en volgden er nieuwe bezuinigingen. Op het oog bereikten de beweegpropagandisten een belangrijk doel: in 1920 werd gymnastiek een verplicht vak op de lagere en middelbare scholen. Maar in de praktijk kwam er weinig van. Veel scholen beschikten niet over een gymzaal of ander geschikt lokaal, waardoor ze de wet niet uitvoerden.
Werkverschaffing
Steden kampten met een tekort aan sportterreinen. Kolonel Scharroo, de vicevoorzitter van het NOC, constateerde in het jubileumboek van het NOC dat er bij gemeentelijke bouwprojecten onvoldoende aandacht werd gegeven aan de aanleg van sportvoorzieningen. Woningbouw kreeg voorrang, omdat de Nederlandse bevolking snel groeit. Volgens Scharroo en andere beweegpropagandisten was dat een groot probleem, want zonder goede voorzieningen konden kinderen moeilijk uitgroeien tot gezonde en fysiek weerbare burgers. Daarom schreef Scharroo samen met de architect Jan Wils een boek vol nieuwe ontwerpen voor moderne sportaccommodaties.
Scharroo en Wils stelden hoge eisen. Gymzalen moesten ruim zijn en veel licht en frisse lucht toelaten. Ze zouden daarom niet aan schoolgebouwen vast moeten zitten. Verder moesten de zalen beschikken over centrale verwarming. Ook speelplaatsen wilden zij anders inrichten: in plaats van één groot sportveld voor de hele stad pleitten zij voor meerdere kleinere speelterreinen verspreid over woonwijken, zodat ze voor kinderen op loopafstand zouden liggen. Rond zwembaden, sportvelden en speeltuinen ontwierpen zij groene zones die functioneerden als de longen van de stad.
De rijksoverheid zag niet veel in de voorstellen van Scharroo en Wils, maar gemeenten wel. Lokale bestuurders hadden minder last van liberale terughoudendheid, omdat zij met eigen ogen zagen hoe slecht de volksgezondheid in sommige wijken was. In verschillende steden – grote en kleine – verschenen in korte tijd nieuwe sportvelden, zwembaden en gymzalen. Tussen 1931 en 1935 groeide het aantal sportaccommodaties in Nederland van 555 naar 777.

Opvallend genoeg vond deze bouwwoede juist plaats in een periode van economische crisis en grote bezuinigingen. Waarom investeerden gemeenten dan toch zoveel geld in sport? Dat was juist te danken aan de crisis. Overheden gebruikten de aanleg van sportparken als werkverschaffing. Zo legden werklozen het Amsterdamse Bos en het Zuiderpark in Den Haag aan, inclusief roeibanen, sportvelden en wandelpaden. Volgens NOC-voorzitter Schimmelpenninck zorgde die uitbreiding ervoor dat steeds meer Nederlanders gaan sporten en bewegen.
Maar de crisis had ook voor de sportbevordering een keerzijde. Veel organisaties die lichamelijke opvoeding op scholen moesten verspreiden, gingen failliet. Zo leidde de economische crisis tegelijkertijd tot een versnelling en een terugval. Het streven naar een fysiek weerbare bevolking bleef levend, maar kreeg pas in de jaren veertig een gedwongen wending.
In 1941 voerde de Duitse bezetter lichamelijke opvoeding in op alle Nederlandse scholen. Dit keer voerden zij de maatregel wel uit, omdat er inmiddels voldoende oefenlokalen waren. Ook de nazi’s zagen sport en gymnastiek als middelen om een bevolking sterk en weerbaar te maken. Zo zagen de Nederlandse beweegpropagandisten alsnog hun ideaal in vervulling gaan.
Meer weten:
- Volkskracht. Sport, lichamelijke opvoeding en de versterking van Nederland 1880-1940 (2021) door Jelle Zondag.
- Burgerzin en soldatengeest. De relatie tussen volk, leger en vloot 1832-1914 (2009) door Ben Schoenmaker.
- Oorlogsenthousiasme. Europa 1900-1918 (2005) door Ewout Kieft.
Met dank aan Jurryt van de Vooren en Jelle Zondag.
Sport en gymnastiek moesten Nederlanders voorbereiden op oorlog
Meer Nederlanders aan het sporten krijgen is al jaren overheidsbeleid, want bewegen is gezond. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is er een argument bijgekomen: sport bevordert de nationale weerbaarheid. Dit was meer dan een eeuw geleden zelfs de belangrijkste reden waarom onderwijzers en militairen pleitten voor verplichte gymlessen en meer sportaccommodaties. Fysieke...
Beatrice de Graaf: ‘De beschaving sterft aan een netwerkinfarct’
Als de hedendaagse beschaving ten onder gaat, gebeurt dat niet door invallen van Vandalen. Noch door natuurrampen. En evenmin door een atoomoorlog. Maar het zal geschieden door overbelasting van webservers, telecomcentrales en data-opslagplaatsen. De afgelopen weken stonden de kranten vol nieuws over oorlog en conflict, nieuwe schermutselingen rond de Straat van Hormuz, een opleving van...
Nieuwe Titanic-tentoonstelling draait vooral om spektakel
De rondreizende tentoonstelling Titanic: An Immersive Voyage is nu te zien in de Jaarbeurs van Utrecht. Het internationale entertainment bedrijf achter de tentoonstelling belooft met ‘innovatieve technologieën’ het verhaal van de scheepsramp tot leven te wekken. De makers hebben daarbij meer oog voor sensatie dan geschiedenis. Het eerste wat bezoekers bij binnenkomst zien is een...
Hoe konden de pokken uit een Engels lab ontsnappen?
Een lek in een laboratorium veroorzaakte in 1983 een MKZ-uitbraak, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Vijf jaar eerder ontsnapte er een veel dodelijker virus uit een lab. De WHO stond op het punt om de pokken uitgeroeid te verklaren, toen de ziekte plotseling opdook in de Engelse stad Birmingham. Het kostte de wereld 300...
Rechtse populisten jutten het Tsjechische publiek op tegen Sudeten-Duitsers
Sudeten-Duitsers hielden op 24 en 25 mei hun jaarlijkse festival in Tsjechië. De rechts-populistische premier Andrej Babiš noemde hun aanwezigheid een ‘provocatie’. Maar een jonge generatie Tsjechen is klaar voor verzoening met de Duitstaligen die na de Tweede Wereldoorlog met bruut geweld werden verdreven. Meeting Brno, een Tsjechisch burgerinitiatief in de tweede stad van het...
Thuisonderwijs was ooit een statussymbool
De regels rond thuisonderwijs worden strenger: ‘levensbeschouwelijke bezwaren’ zijn geen geldige reden meer om kinderen van school te houden. Het verbod op thuisonderwijs stamt uit 1969, maar volgens hoogleraar Johannes Westberg was het op dat moment een marginaal verschijnsel. ‘De negentiende-eeuwse gouvernante was al zo goed als uitgestorven.’ Hoe zag thuisonderwijs eruit in de negentiende...
Graffitikunst met kabouters was effectief protestmiddel in communistisch Polen
Als de democratie onder druk staat, is humor een tegenwicht. Dat begreep de Poolse protestbeweging Oranje Alternatief in de jaren tachtig maar al te goed. Met graffitikunst en ludieke straatacties bracht ze de communistische eenpartijstaat in verlegenheid. Protesteren tegen de communistische dictatuur in Polen was levensgevaarlijk. In 1981 kondigde generaal Wojciech Jaruzelski de staat van...
Deze tien boeken maken kans op de Libris Geschiedenis Prijs 2026
De longlist met tien genomineerden voor de Libris Geschiedenis Prijs 2026 is bekend. Recensent Rob Hartmans, een van de leden van de voorselectiecommissie, zet de tien kanshebbers op een rij. Dirk Alkemade – Radicale democratie Eigenlijk was het vreemd dat er nog geen biografie van Pieter Vreede was. Deze rijke ondernemer, politicus en schrijver speelde een...
‘Voor de Antideutsche beweging gaat het voortbestaan van Israël voor alles’
In het gespannen Duitse debat over Israël en Palestina nemen de zogenoemde Antideutsche een opvallende positie in. Waar andere antifa-bewegingen het opnemen voor de Palestijnen, geeft deze links-radicale subcultuur onvoorwaardelijke steun aan Israël. De Antideutsche stellen sympathie voor Palestijnen gelijk aan antisemitisme en zien Israëls oorlogen als onvermijdelijk om een nieuwe Holocaust te voorkomen. Onenigheid...
Trump is gewaarschuwd: het einde van hoogbejaarde leiders is vaak ontluisterend
Komend weekend wordt president Donald Trump tachtig jaar. Hij vindt zelf dat hij nog fit genoeg is om te regeren, maar veel Amerikanen betwijfelen dat. Hoogbejaarde staatshoofden zijn niet ongebruikelijk. Maar hun einde is vaak beschamend, zoals blijkt uit onderstaande voorbeelden. Vorige maand onderging Donald Trump voor de derde keer in 13 maanden een medische...
Hoe het Westen Japan omarmde
Eeuwenlang hadden Japan en de westerse wereld nauwelijks contact. Toen daarvan weer sprake was leidde dat tot aanvaringen, maar ook tot wederzijdse fascinatie. Op 8 juli 1853 verschenen vier zwaarbewapende Amerikaanse oorlogsschepen in de baai van Edo. Commodore Matthew Perry dwong de Japanse regering zo om na eeuwen van isolatie de grenzen te openen voor...
De homo-emancipatie stopte door ‘links’
Hoe is de homo-emancipatie in Nederland de afgelopen vijftig jaar verlopen? En hoe kan het dat die is gestagneerd? Coos Huijsen en Geerten Waling onderzoeken het in Roze draad. Op 30 maart 1976 kwam Coos Huijsen (1939) publiekelijk uit de kast en werd hij de eerste openlijk homoseksuele parlementariër ter wereld. Hij schreef erover in...
