Alle artikelen
Eind negentiende eeuw was het voor de gemiddelde Amerikaan onmogelijk om aandelen te kopen op de New York Stock Exchange. Op Wall Street zat een gesloten club miljonairs die uitsluitend handel met elkaar dreven. De meeste Amerikanen waren daarom aangewezen op ‘curb trading’.
De New York Stock Exchange ontstond in 1792, toen een klein gezelschap effectenmakelaars samenkwam in een hotel aan Wall Street en daar het Corre’s Hotel Pact ondertekende. De aandelenmarkt was in die tijd nog zo klein dat aandelen in veilinghuizen werden verkocht. Dat gaf de veilingmeesters te veel invloed op de markt, vonden de makelaars. Ze spraken daarom af dat ze elkaar voor zouden trekken in onderhandelingen over het kopen en verkopen van aandelen.
Door zich te verenigen tegen de veilingmeesters wisten de effectenmakelaars meer macht naar zich toe te trekken. Maar hoe beter de New Yorkse aandelenmarkt werd georganiseerd, hoe minder toegankelijk deze werd voor het brede publiek. In 1817 richtten de aandelenhandelaars de voorloper van de huidige beurs op, die zij de New York Stock and Exchange Board noemden. In 1820 stelde de Board vast dat handel in minder dan 500 dollar aan aandelen niet werd toegestaan, een bedrag dat tegenwoordig zou neerkomen op 14.000 euro. Rond 1857 was de prijs voor een zetel op de Board ook omhooggeschoten naar 1000 dollar.
Handel op de stoep
Voor de gemiddelde Amerikaan waren de deuren van het beursgebouw gesloten, maar dat weerhield hem er niet van om zelf in aandelen te handelen. Er ontstond een levendige cultuur van effectenmakelaars die zakendeden op de stoep buiten het beursgebouw. Dankzij hen wordt handel buiten de beurzen om nog steeds ‘curb trading’ genoemd. Deze ‘curbstone brokers’ waren een doorn in het oog van de leden van de Board, die de aandelen die buiten verhandeld werden als frauduleus bestempelden. Hun pogingen om curb trading in te perken mochten niet baten: er werd meer handelgedreven op de stoep dan in het beursgebouw.

Curb trading was razend populair in tijden van economische voorspoed, maar gevaarlijk bij een beurscrash. Na een recessie lag de stoep er verlaten bij en duurde het vaak jaren voordat de koersen voldoende waren opgeklommen om de amateurs weer naar Wall Street te lokken.
Wedden op beursprijzen
Met de Industriële Revolutie werd de aandelenmarkt populairder dan ooit, maar de beurs bleef ontoegankelijk voor onvermogende handelaren. Tegen het einde van de negentiende eeuw accepteerde de Stock Exchange uitsluitend handel in pakketten van minimaal honderd aandelen, waardoor de gemiddelde effectenmakelaar honderden of zelfs duizenden dollars voor een aankoop moest kunnen neerleggen. Afgesneden van de aandelenmarkt keerden amateurs zich daarom tot een nieuw fenomeen: ‘bucket shops’.
De term verwees naar een type kroeg in Londen waar uit emmers werd gedronken. In de Verenigde Staten werden de emmers niet met bierschuim gevuld, maar met geld. Bij bookmakers konden geïnteresseerden wedden op de beurskoersen: als zij correct wisten te voorspellen of de aandeelprijs van een bedrijf zou stijgen of dalen, kregen ze flink uitbetaald.
In de decennia die volgden verspreidden bucket shops zich in rap tempo door het land, tot onvrede van de Stock Exchange. Net zoals de ‘echte’ beurzen maakten de shops gebruik van tickersymbolen om de koersen te communiceren aan hun klanten. In reactie hierop probeerden de beurzen deze informatie via de rechter als vertrouwelijk te bestempelen. Ze beargumenteerden dat het gebruik van tickersymbolen de bucket shops een schijn van legitimiteit gaf. Sommige gokkers dachten inderdaad dat ze met hun weddenschappen daadwerkelijk aandelen aan het kopen waren.
Wall Street leeggezogen
De bucket shops waren vaak allesbehalve legitiem. Veel shops werden opgericht zonder kapitaalsteun, waardoor er soms niet genoeg geld was om uit te betalen. Ook waren bucket shops vaak eigendom van effectenmakelaars die genoeg aandelen in bezit hadden om de markt te manipuleren. Als een meerderheid van gokkers voorspelde dat een prijs zou stijgen, dumpte de bedrijfseigenaar zijn aandelen op de markt. Dankzij deze ‘wash sale’ kelderde de prijs, waardoor hij het geld van zijn klanten in eigen zak kon steken.
Begin twintigste eeuw waren sommige zakenlieden zo rijk geworden dat ze hele ketens aan bucket shops in bezit hadden. Hun vermogen bestond niet alleen uit het geld van curbstone brokers en amateurs: ook leden van de Stock Exchange sloten geregeld weddenschappen bij de bookmakers. Er ontstond hierdoor een schaduwmarkt die steeds grotere sommen geld van de aandelenbeurzen opslokte. In tijden van economische voorspoed waren er weinig mensen die zich hier zorgen over maakten, maar toen meerdere banken in 1907 hun faillissement aankondigden, werd Wall Street geraakt door de zwaarste beurscrash in haar geschiedenis. Het onderliggende kapitaal dat de economie drijvende had moeten houden bleek in de bucket shops te zijn verdwenen.

In de nasleep van de Paniek van 1907 gaven de lokale overheden de Stock Exchange haar gelijk: bucket shops werden verboden. De omstandigheden die tot het ontstaan van de bucket shops hadden geleid, waren ondertussen grondig veranderd. De beurzen waren begonnen met het toestaan van kleinschalige transacties, waardoor ook de middenklasse toegang kreeg tot de aandelenmarkt. Wedden op de beurskoersen werd niet langer toegestaan; behalve in het beursgebouw natuurlijk.
Geen Polymarket, maar ‘curb trading’: in Wall Street zaten de kleine gokkers op de stoep
Eind negentiende eeuw was het voor de gemiddelde Amerikaan onmogelijk om aandelen te kopen op de New York Stock Exchange. Op Wall Street zat een gesloten club miljonairs die uitsluitend handel met elkaar dreven. De meeste Amerikanen waren daarom aangewezen op ‘curb trading’. De New York Stock Exchange ontstond in 1792, toen een klein gezelschap...
Op Deshima dronken de Japanners Europese koffie en jenever
In 1634 legden de Japanners Deshima aan, een kunstmatig eiland voor de kust van Nagasaki om ‘vreemde invloeden buiten de deur te houden. Anne Sey onderzoekt hoe de wisselwerking tussen de Japanners en de Nederlanders daar verliep. De Portugezen waren de eerste bewoners van Deshima, maar vanaf 1641 tot 1853 verbleven de ‘Hollanders’ er – een ruim begrip. Op de schepen die...
De kernramp in Tsjernobyl doet de Sovjet-Unie wankelen
Veertig jaar geleden ontplofte reactor 4 van de kerncentrale in Tsjernobyl. De ramp was het gevolg van Russisch wanbeleid en ontwrichtte het leven van honderdduizenden mensen. Vol ongeloof keken de mannen in de controlekamer elkaar aan. Wat was er in hemelsnaam zojuist met twee daverende klappen geëxplodeerd? Het kon de reactor niet zijn, want dat...
Boeken over de Tweede Wereldoorlog overspoelen de ramsj
Het is het sterfhuis van de ambitie. De opgeheven halte waar de laatste bus maanden geleden is vertrokken; een klas vol langzame leerlingen die hun examen gegarandeerd gaan verprutsen. En toch ga ik er graag heen, om me te laten verblinden door de prijskaartjes die in neonkleuren schreeuwen dat ik voor 4,99 euro in het bezit kan komen van een meesterwerkje. De ramsjafdeling. Mijn persoonlijke favoriet...
‘Floris leefde op het kruispunt van de Middeleeuwen en de Vroegmoderne tijd’
Als jongen was historicus Ad van der Zee – net als veel van zijn generatiegenoten – gefascineerd door de tv-serie Floris. Zijn interesse voor de Middeleeuwen werd zo gewekt. Na zijn pensionering raakte hij geïnteresseerd in een andere Floris, die als veldheer door Europa trok. In Floris van Egmond (1469-1539) schetst hij het leven van deze edelman en legeraanvoerder. Waarom heeft u een boek over Floris geschreven? ‘In...
Wie was Arsinoë, de opstandige zus van Cleopatra?
Arsinoë, de jongere zus van Cleopatra, was fel gekant tegen inmenging van de Romeinen in Egypte. De tiener liet zich uitroepen tot koningin van een onafhankelijk land. En ze ging een bloedige strijd aan met Cleopatra en haar minnaar Julius Caesar. Loodzwaar en moe zwom Julius Caesar naar het dichtstbijzijnde Romeinse oorlogsschip. Van alle kanten...
Duitse mythes over honger
In de Duitse herinnering aan de Eerste Wereldoorlog en de nasleep van de Tweede neemt hongersnood een voorname plaats in. Die herinnering is steeds voor politieke doeleinden gebruikt, stelt historicus Anne van Mourik. Van Mourik onderzoekt in haar proefschrift hoe twee perioden van massale honger in Duitsland zijn blijven voortleven in de nationale herinnering. De...
‘We vonden de weg naar de tempels van Mater Matuta’
Archeoloog Marijke Gnade, die al bijna een halve eeuw de bodem vlakbij Rome doorzoekt, vertelt over een bijzondere vondst. ‘Vroeger stonden we met een meetlint in het land, nu werken we met drones.’ Wat was uw bijzonderste vondst? ‘Als archeoloog leid ik al jaren de opgraving van het antieke Satricum in Latium, een uurtje rijden...
Canon-expositie in het Openluchtmuseum gaat de opgedoekte geschiedenisafdeling van het Rijksmuseum achterna
De tentoonstelling over de Canon van Nederland in het Openluchtmuseum in Arnhem sluit in 2027. De geschiedenis herhaalt zich, want een kwart eeuw geleden doekte het Rijksmuseum in Amsterdam zijn aparte afdeling over de Nederlandse historie op. Vanwege de behoefte aan een alternatief is uiteindelijk de Canon-expositie er gekomen. Dit blijkt uit een reconstructie door...
In Frankrijk is al anderhalve eeuw een voedingsbodem voor fascisme
De radicaal-rechtse partij Rassemblement National heeft terrein gewonnen bij de gemeenteraadsverkiezingen in Frankrijk. Sinds de tweede helft van de negentiende eeuw heeft het land veel radicaal-rechtse bewegingen gekend. Over de vraag hoe bepalend die zijn geweest voor de opkomst van het fascisme bestaat nog steeds discussie. In de tweede helft van de negentiende eeuw droegen...
Hoe de geschiedenis van Nederland uit het museum verdween
De Canonafdeling van het Nederlands Openluchtmuseum sluit in 2027. Hierna zal er nergens meer een museale plek zijn waar de Nederlandse geschiedenis als geheel wordt gepresenteerd. Zo ontstaat dezelfde situatie als 25 jaar geleden, toen het Rijksmuseum zijn afdeling Nederlandse geschiedenis offerde aan de kunst. Ter compensatie deed de politiek een mislukte poging om een...
Spaanse veroveraars scheppen op over de grote aantallen indianen die ze hebben gedood
De Spaanse conquistadores of ‘veroveraars’ pochten over de grote aantallen indianen die ze in Latijns-Amerika zouden hebben gedood. Dat droeg bij aan hun gitzwarte reputatie. Toch was er vanaf het begin ook verzet tegen de manier waarop ze de inheemse bevolking behandelden. ‘Ego vox clamantis in deserto!’ Die vierde adventszondag van 1511 galmde de stem van broeder Antonio de Montesinos door het kerkje van Santo Domingo,...
