Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

De voorsprong van Hitler 

Door: Menno Bos

Historisch Nieuwsblad 7/2008

Hoe Chamberlain de Führer het voordeel van de twijfel gaf

De angst voor het communisme was voor de Britse premier Neville Chamberlain een belangrijke reden om in 1938 toe te geven aan Hitlers territoriale eisen. Zijn appeasement-politiek faalde niet alleen in het voorkomen van de Tweede Wereldoorlog, maar gaf Hitler bovendien een gevaarlijke voorsprong.

Hitlers eerste slachtoffers

Hoe de Holocaust begon en door

€ 6,99 | Koop nu

Hoogtepunt van de appeasement-politiek

Op 30 september 1938 landde Neville Chamberlain op het Londense vliegveld Heston. Toen hij uit het vliegtuig stapte werd de Britse premier door een uitzinnige menigte Londenaren als een held ontvangen. In zijn rechterhand hield hij het door hem zo begeerde document hoog boven zijn hoofd. Het was het Verdrag van München, met daarop de handtekening van rijkskanselier Adolf Hitler en diens belofte geen oorlog te zullen voeren met Groot-Brittannië.

Het vormde het absolute hoogtepunt van de Britse appeasement-politiek: het toegeeflijke Britse beleid uit de jaren dertig van de twintigste eeuw ten aanzien van nazi-Duitsland, dat het zelfbeschikkingsrecht van Europese volken opofferde in de valse hoop Groot-Brittannië buiten de oorlog te kunnen houden.
 

Chamberlain stelde de nazileider in de gelegenheid om een superieure oorlogsmachine op te bouwen

De Britse premier Neville Chamberlain (1937-1940) gaf, in zijn streven de vrede te bewaren, Adolf Hitler het mooiste cadeau dat hij zich kon wensen. Door aan bijna al zijn territoriale eisen tegemoet te komen hoopte de Britse staatsman Hitlers ontevredenheid over het Verdrag van Versailles en de over Centraal-Europa verspreide Duitse minderheden weg te nemen.

 

De achterliggende gedachte was daarmee Duitse agressie en ook de betrokkenheid van Groot-Brittannië bij een nieuwe grote Europese oorlog te voorkomen. Maar het gevolg was dat Chamberlain de nazileider in de gelegenheid stelde een superieure oorlogsmachine op te bouwen en zijn gezag over Centraal-Europa flink uit te breiden, zonder daarvoor ooit een schot te hebben moeten lossen.
 

Waarom handelde Chamberlain zoals hij deed?

Historici zijn het er nog altijd niet over eens waarom Chamberlain het zover heeft laten komen. Direct na de oorlog werd de premier – die in 1940 overleed – gezien als een onbekwaam leider, die vanuit een militair zwakke positie een immoreel en zinloos beleid ten aanzien van nazi-Duitsland voerde. Eind jaren zestig veranderde dit beeld. Chamberlain kreeg eerherstel.
 

Historici zijn het er nog altijd niet over eens waarom Chamberlain het zover liet komen

Onder invloed van publiek toegankelijk geworden archieven uit de jaren dertig concludeerden historici van deze ‘revisionistische’ stroming dat de premier binnen de erfenis van zijn voorgangers – de Britse economische en militaire zwakheid – het maximale deed om het Britse imperium te redden, door een Europese oorlog te voorkomen.

Enige decennia later kwam er echter opnieuw kritiek, die zou leiden tot een postrevisionistische stroming. Deze beschouwt Chamberlain weliswaar als een intelligent politicus, maar bestrijdt dat hij geen andere keuze had dan appeasement. Uit intelligence-rapporten – die dagelijks op Chamberlains bureau belandden – had hij kunnen opmaken dat Hitler uit was op militaire overheersing in Europa. Bovendien negeerde hij kritiek uit het parlement en het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken, en voer hij te veel op eigen kompas.


Appeasement

De weg naar Chamberlains appeasement-politiek werd geplaveid tijdens de regeringen van Ramsay MacDonald (1929-1935), en Stanley Baldwin (1935-1937). Begin jaren dertig bestond er in Groot-Brittannië veel sympathie voor de Duitsers, die trachtten onder de zware en onmogelijke herstelbetalingen van het Verdrag van Versailles uit te komen. Bovendien waren de Britten oorlogsmoe. De Eerste Wereldoorlog had veel Britse levens geëist en werd achteraf als volstrekt zinloos beschouwd.
 

De premier was overtuigd geraakt van Hitlers goede bedoelingen

Er werd gevreesd dat het scheuren vertonende Britse imperium – in India won de onafhankelijkheidsbeweging aan kracht – een nieuwe oorlog niet zou overleven. De economische wereldcrisis trof Groot-Brittannië hard. En ten slotte voelde de Britse elite zich ernstig bedreigd door het ‘virus’ dat communisme heette. Op de door een nieuwe Brits-Duitse oorlog gecreëerde puinhopen zou het Sovjetcommunisme zegevieren.

Vandaar dat Groot-Brittannië niet stond te trappelen om in te grijpen – ondanks zeer verontrustende waarschuwingen van Britse ambassadeurs, militaire inlichtingendiensten en bondgenoot Frankrijk dat Hitler zich herbewapende en een oorlog op termijn onvermijdelijk leek ‘als deze mad dog niet zal worden gestopt’.

 

Weinig geld voor herbewapening Britse leger

Vijf maanden vóór de Britse oorlogsverklaring aan Hitler verkondigde Chamberlain nog op een conservatieve partijvergadering: ‘Wij bereiden ons niet voor op een oorlog, zet dat uit uw hoofd.’ Bovendien was de premier overtuigd geraakt van Hitlers goede bedoelingen. Eind jaren dertig schreef hij nog aan zijn zus Ida, ‘ondanks de meedogenloosheid die ik aan Hitlers gezicht meende af te lezen’, de indruk te hebben ‘dat hij iemand was die woord zou houden’.
 

Chamberlain was als minister niet erg scheutig geweest met fondsen voor herbewapening

De Britse premier was vastbesloten Groot-Brittannië door een vredesverdrag met de nazi’s buiten een oorlog te houden. Vandaar dat Britse herbewapening voor hem geen prioriteit vormde. Als minister van Financiën in voorgaande kabinetten (1929-1937) was Chamberlain niet erg scheutig geweest met het beschikbaar stellen van fondsen voor herbewapening. Hij vreesde dat opbouw van het Britse militaire potentieel Hitler maar het gevoel zou geven ‘te worden omsingeld door vijanden’ – de zogenoemde Einkreisung.

In maart 1935 verkondigde Hitler de beschikking te hebben over een luchtmacht en een kwart miljoen man tellend leger. Enkel om de verontruste Fransen tevreden te stellen werd de zogenoemde Stresafront-verklaring afgegeven, een Brits-Frans-Italiaanse verbale veroordeling van deze Duitse schending van het Verdrag van Versailles. Er werd verder geen actie ondernomen. Integendeel, de Britse minister van Buitenlandse Zaken John Simon bezocht Hitler van tevoren om hem gerust te stellen dat Stresa eigenlijk maar weinig te betekenen zou hebben.

 

Vlootverdrag

Frankrijk was verontrust dat nazi-Duitslands ongeremde militaire machtstoename tot toekomstige agressie zou leiden. Het sloot in mei 1935 een wederzijds bijstandsverdrag met de communistische Sovjet-Unie. Buurland Tsjecho-Slowakije – dat de bui ook zag hangen – voegde zich hier later bij. De Britten, not amused over deze Franse stap, sloten een maand later op 18 juni 1935 een Vlootverdrag met nazi-Duitsland.
 

Op 18 juni 1935 sloot Groot-Brittannië ee Vlootverdrag met nazi-Duitsland

Een eigenaardige beslissing, met name omdat Hitler nog nauwelijks over een marine van enige betekenis beschikte. De Führer zou nog jarenlang schepen kunnen bouwen zonder het in het verdrag genoemde plafond van 35 procent ten opzichte van de Britse marine te bereiken. Door de Duitsers de ruimte te geven zich militair te herstellen, hoopten de Britten dat zij zich op Oost-Europa zouden richten en de Britse koloniën en West-Europa met rust zouden laten.

Het Vlootverdrag gaf de doodsteek aan de bepalingen van Versailles, die grootschalige herbewapening aan Duitsland verboden. De overeenkomst stelde geen limiet aan de Duitse grondtroepen, waarmee het pact een formele Britse erkenning van het Duitse recht op herbewapening was. Hitler zag het Vlootverdrag als een eerste stap naar een Brits-Duitse alliantie, waarin Duitsland de hegemonie over Centraal- en Oost-Europa zou verkrijgen in ruil voor een hands-off-beleid ten aanzien West-Europa en Britse koloniën.


De Britse angst voor het communisme

Hoe laat het Britse buitenlandse beleid van de jaren dertig zich verklaren? Waarom dachten de Britten de vrede op het Europese continent te bewaren door de nazi’s de gelegenheid te geven zich in strijd met Versailles massaal te laten herbewapenen?

De Britse upperclass zag het communisme als een veel groter gevaar dan het fascisme en verwelkomde Europese dictators als een acceptabel alternatief. Hitlers grenzeloze haat tegen het communisme was haar niet onopgemerkt gebleven. Nazi-Duitsland vormde voor Groot-Brittannië een veilige buffer tegen de Sovjet-Unie. Een medewerker van de Britse geheime dienst, Bruce Lokhard, vertelde aan de Nederlandse gezant in Londen dat ‘het Brits-Duitse conflict weliswaar zorgen baarde’, maar dat ‘alles op de achtergrond geschoven werd door de verspreiding van de Russische ideologie’, zo rapporteerde de gezant aan het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag.
 

Het Duitse leger marcheerde op 7 maart 1936 het gedemilitariseerde Rijnland binnen

Op 7 maart 1936 marcheerde het Duitse leger het door het Verdrag van Versailles gedemilitariseerde Rijnland binnen. Tot groot ongenoegen van de Britse premier Baldwin leken de Fransen bereid om tot militaire actie over te gaan, zij het op voorwaarde dat de Britten hen zouden steunen. Baldwin verklaarde op 11 maart 1936 in het Britse parlement: ‘Als de Fransen hun zin krijgen, zal het Hitler-regime instorten en zullen de nazi’s verdwijnen ten gunste van het Duitse communisme.’

 

Ook vreesden de Britten dat de Franse Volksfrontregering, onder leiding van de socialistische premier Léon Blum, Frankrijk steeds dichter bij het communisme zou brengen. De Fransen, die van Baldwin te horen hadden gekregen niet op Britse steun te hoeven rekenen, lieten het uiteindelijk slechts bij een krachtig verbaal protest.
 

De gok van Hitler

Hitler beschouwde zijn militaire actie als een gok en verbaasde zich erover dat de geallieerden niet ingrepen. Ze hadden hem gemakkelijk kunnen verslaan. Vanwege het uitblijven van een reactie raakte hij ervan overtuigd dat Groot-Brittannië en Frankrijk hem ook in zijn toekomstige territoriale aspiraties niet in de weg zouden staan.
 

Hitler beschouwde zijn militaire actie als een gok en verbaasde zich

In november 1937 stuurde Chamberlain zijn adviseur lord Halifax – die spoedig de tegen appeasement gekante Anthony Eden zou vervangen als minister van Buitenlandse Zaken – naar Hitler. Halifax bedankte Hitler omdat hij Duitsland gered had van het communisme en een bolwerk vormde tegen verdere verspreiding van het bolsjewisme. ‘Om die reden,’ sprak Halifax, ‘had de Britse regering – ondanks felle oppositionele tegenstand – het Vlootverdrag met de nazi’s afgesloten en de Duitse militaire bezetting van het Rijnland toegestaan.’

Zowel uit het parlement als uit het Foreign Office klonken afkeurende geluiden over deze gang van zaken. Desondanks verklaarde Halifax ‘dat de Britse regering er geen bezwaar tegen zou hebben wanneer de Duitsers hun aspiraties ten aanzien van Oostenrijk (Anschluss) en de Sudeten-Duitsers in Tsjecho-Slowakije zouden verwezenlijken. Als dat – in verband met de Britse publieke opinie – maar zonder wapengekletter zou gebeuren.’


De Anschluss

Op 12 februari 1938 ontbood Hitler de Oostenrijkse kanselier Kurt Schuschnigg op zijn imposante Alpenwoning in Berchtesgaden. Hij was amper binnen toen Hitler een tirade afstak, hem een ultimatum stelde en dreigde met een invasie. De Oostenrijkse kanselier was hevig ontdaan en stemde uiteindelijk in met de benoeming van de Oostenrijkse nazi Arthur Seyss-Inquart als zijn opvolger.

Schuschnigg richtte nog wanhopige smeekbeden tot de Britse regering. Hij kreeg nul op het rekest en trad enige weken later af. Op 12 maart 1938 trok de Duitse Wehrmacht Oostenrijk binnen. De Anschluss was een feit. Een uitzinnige Oostenrijkse menigte verwelkomde de Führer tijdens zijn intocht. Hitler was zichtbaar ontroerd, de tranen liepen over zijn wangen.
 

Chamberlain had in zijn privédocumenten aangetekend dat Schuschnigg door een woedende Hitler geïntimideerd was

In maart 1938 verklaarde Chamberlain in het Britse parlement niets verdachts te zien in het feit dat twee gelijkwaardige leiders een gezamenlijke overeenkomst hadden gesloten waarbij de onafhankelijkheid van de een werd opgegeven ten gunste van de ander. In werkelijkheid wist hij wel beter. Op 19 februari had hij in zijn privédocumenten aangetekend dat Schuschnigg door een woedende Hitler geïntimideerd was.

 

De Nederlandse gezant in Londen had weinig begrip voor de Britse appeasement-politiek. ‘Het is verbijsterend,’ merkte hij op, ‘zo sliert Engeland, en met dit land geheel Europa, de helling af.’ En: ‘Wanneer zal Engeland begrijpen dat met nazi’s slechts te praten valt als met gangsters, dat wil zeggen met mitrailleurs?’ Had de Britse premier dan Mein Kampf niet gelezen?
 

Tsjecho-Slowakije

Enkele dagen na zijn triomftocht door Oostenrijk stond Hitler alweer met Goebbels over een landkaart gebogen: ‘Het is nu de beurt aan Tsjecho-Slowakije.’ Hitler zocht een aanleiding en vond deze in de ‘onderdrukking’ van de Sudeten-Duitsers in Tsjecho-Slowakije. Er was slechts een propagandacampagne voor nodig om de Britse regering te doen geloven dat de ruim 3 miljoen in de democratische staat Tsjecho-Slowakije wonende Sudeten-Duitsers – die meer rechten hadden dan de Duitsers in Duitsland zelf – bescherming nodig hadden van het dictatoriale Duitsland.

Chamberlain schreef in een brief van 13 september 1938 aan de Britse koning George VI dat hij Tsjecho-Slowakije als een laatste sta-in-de-weg zag voor het afsluiten van een Brits-Duits verdrag. Om tot overeenkomst te komen, aldus Chamberlain, was het ‘noodzakelijk Hitler tevreden te stellen in de Tsjecho-Slowaakse kwestie’. Chamberlain wees de koning op het belang van zo’n overeenkomst: Groot-Brittannië en Duitsland zouden als twee pilaren van de Europese vrede een garantie vormen tegen het communisme.
 

Volgens Chamberlain was het noodzakelijk om Hitler tevreden te stellen in de Tsjecho-Slowaakse kwestie

Bondgenoot Frankrijk had, evenals de Sovjet-Unie, een wederzijds bijstandsverdrag met Tsjecho-Slowakije, waardoor het gevaar bestond dat dit land Groot-Brittannië in een oorlog zou betrekken. Chamberlain was echter niet geïnteresseerd in het lot van de Tsjechen en Slowaken. In een toespraak in 1938 zei hij ‘het te betreuren dat Britten gasmaskers op zouden moeten zetten om de Tsjechen – een volk dat we niet eens kennen – te moeten verdedigen’.

Tijdens een regeringsbijeenkomst van 22 mei schreef Alexander Cadogan, de onderminister van Buitenlandse Zaken, in zijn dagboek dat hij in het Lagerhuis meer anti-Tsjechische dan antinazigeluiden hoorde. De pogingen van de Tsjecho-Slowaakse regering om de Duitsers ervan te weerhouden eenderde van haar grondgebied te amputeren werd door de Britse leiders gezien als ‘een vervelend obstakel op de weg naar een Brits-Duitse overeenkomst’. Onze man in Londen concludeerde: ‘Ik kan nergens sympathie voor Tsjecho-Slowakije ontdekken.’


Sudetenland

Met het doel een dreigende Duitse invasie in Tsjecho-Slowakije te voorkomen vloog Chamberlain op 15 september 1938 naar Duitsland voor een eerste ontmoeting met Hitler in Berchtesgaden. In een drie uur durend gesprek dreigde Hitler het Sudetengebied met geweld in te nemen. De Britse premier vertrok en dwong de Tsjechen Hitlers eis – incorporatie van het Sudeten-Duitse gebied in het Derde Rijk – in te willigen, onder het dreigement heel Tsjecho-Slowakije aan zijn lot over te laten. Op Parijs werd druk uitgeoefend om van het Franse bijstandsverdrag met het land af te zien.
 

In een laatste poging vroeg Chamberlain de Italiaanse dictator Mussolini om Hitler te bewegen tot een vreedzame oplossing

Sovjetleider Stalin, die vanaf 1934 bij de westerse geallieerden had gepleit voor een gezamenlijke militaire actie tegen Hitler, werd niet om zijn mening gevraagd. De Britse premier voelde niets voor steun uit communistische hoek. De Tsjecho-Slowaakse president Edvard Beneš had geen andere keus dan door de knieën te gaan. Met Tsjechische territoriale concessies op zak vloog Chamberlain op 22 september naar Godesberg voor een vervolggesprek met Hitler.

In Godesberg kwam Hitler tot groot ongenoegen van Chamberlain met nieuwe eisen. Hij wilde het Sudetenland onmiddellijk bezetten en niet-Duitse ingezeten moesten meteen vertrekken met maximaal één koffer aan bezittingen. Chamberlain vertrok daarop teleurgesteld terug naar Londen, in de overtuiging dat de Tweede Wereldoorlog niet lang meer op zich zou laten wachten.
 

De vrede werd gered

In een laatste poging een conflict te voorkomen vroeg Chamberlain de Italiaanse dictator Benito Mussolini Hitler te bewegen tot een vreedzame oplossing te komen tijdens een Europese conferentie. Duitse generaals, die een niet te winnen tweefrontenoorlog vreesden, overreedden Hitler met Mussolini’s voorstel akkoord te gaan. Chamberlain was juist aan het einde van zijn toespraak in het Britse parlement toen hij het nieuws te horen kreeg. De parlementsleden – die eigenlijk een oorlogsaankondiging hadden verwacht – klommen op de banken, zwaaiden met hun stukken en schreeuwden tot ze geen stem meer hadden.
 

Het verdrag symboliseerde de verkwanseling van democratische en morele principes

De vrede leek te zijn gered. In de avond van 29 op 30 september 1938 kwamen Hitler, Chamberlain, de Franse premier Eduard Daladier en Mussolini bijeen in het Braune Haus – het hoofdkwartier van de nazipartij – in München. Grote afwezigen bij deze ‘Europese’ vredesconferentie waren slachtoffer Tsjecho-Slowakije en de Sovjet-Unie: zij waren niet uitgenodigd. Met algemene instemming van de aanwezigen werd bepaald dat het Sudetenland per 10 oktober 1938 bij het Duitse Rijk zou worden gevoegd. Hitler beloofde dat het de laatste territoriale aanspraak was die hij zou maken, terwijl Groot-Brittannië en Frankrijk de nieuwe grenzen van Tsjecho-Slowakije zouden garanderen.

De volgende dag toonde Chamberlain triomfantelijk de handtekening van Hitler aan de wachtende journalisten op het vliegveld van Londen. Winston Churchill voorspelde echter dat de ondertekening van het Verdrag van München de geschiedenis in zou gaan als de zwartste dag uit de Britse geschiedenis. Het verdrag symboliseerde de verkwanseling van democratische en morele principes, waardoor Tsjecho-Slowakije werd opgeofferd in naam van de vrede en het Britse nationale belang.


Niet-aanvalsverdrag

En Hitler was in het geheel niet tevreden. Hij had liever Tsjecho-Slowakije in één keer willen verpletteren. ‘Die seniele oude Chamberlain heeft mij mijn intocht in Praag afgenomen,’ treurde de Führer. Op 15 maart 1939 bezetten Duitse troepen – in strijd met het Verdrag van München – alsnog de rest van Tsjecho-Slowakije. Het betekende het einde van Chamberlains droom. Eindelijk besefte hij wat Hitlers handtekening waard was geweest: niets.
 

Op 1 september 1939 viel de Wehrmacht Polen binnen. Chamberlain twijfelde nog steeds

In het Britse parlement verklaarde Chamberlain dat de overeenkomst om Tsjecho-Slowakije militair bij te staan niet meer van toepassing was, omdat de Tsjecho-Slowaakse staat niet meer bestond. Churchill stelde dat Groot-Brittannië de keuze had tussen oorlog en schaamte. Chamberlain koos voor het laatste, waarmee hij de in het Verdrag van München vastgelegde afspraken verried.

Ondertussen begon Hitler ook aan Polen te knagen. Dat de Britten nu wel een grens trokken, had meer met eigenbelang te maken dan met bezorgdheid om het lot van Polen. Het lot van de Polen liet Chamberlain evenzeer koud als dat van de Tsjechen. Maar inlichtingenrapporten wezen op Hitlers plannen West-Europa aan te vallen. Dat was reden voor de Britse regering om aan Polen garanties te bieden, zodat Hitler zou worden opgezadeld met een tweefrontenoorlog.
 

Anticommunistische sentimenten

Maar de beslissing van Groot-Brittannië om de communistische Sovjet-Unie niet als bondgenoot te aanvaarden werd West-Europa bijna fataal. Stalin zou de les van München, die in zijn ogen de onbetrouwbaarheid van de kapitalistische staten bevestigde, niet vergeten. Hij voelde zich door het Westen verraden en sloot daarom op 23 augustus 1939 een niet-aanvalsverdrag met Hitler. De Führer had daardoor de handen vrij om met Polen militair af te rekenen. Op 1 september 1939 viel de Wehrmacht Polen binnen. Chamberlain twijfelde nog steeds. Pas twee dagen later zou zijn regering Hitler de oorlog verklaren.
 

Anticommunistische sentimenten drukten hun stempel op het Britse appeasement-beleid

Een antwoord op de vraag wat een intelligente politicus als Chamberlain bezielde om keer op keer aan Hitlers eisen tegemoet te komen, kan – behalve in de oprechte wens om oorlog te voorkomen – worden gevonden in de vrees dat een Duitse nederlaag tot een communistische overwinning zou leiden. De Britse conservatieve elite heeft het Sovjetcommunisme gedurende het grootste gedeelte van de jaren dertig als een veel grotere dreiging beschouwd dan nazi-Duitsland.

Anticommunistische sentimenten drukten hun stempel op het Britse appeasement-beleid dat – al dan niet onbedoeld – Hitlers superieure militaire machtpositie mede tot stand bracht.
 

Meer informatie

Boeken
Voor wie op zoek is naar een samenvatting van de belangrijkste feiten en visies ten aanzien van de Britse appeasement-politiek is Frank McDonough, Chamberlain and Appeasement (2002) een uitstekend boek. In 1997 schreven de Canadezen Alvin Finkel en Clement Leibovitz The Chamberlain-Hitler Collusion, waarin zij op basis van officiële documenten proberen te bewijzen dat de appeasement tegen de Sovjet-Unie was gericht. Het boek bevat waardevolle informatie, maar met de conclusies moet kritisch worden omgesprongen.

Over de Britse ambivalentie ten aanzien van nazi-Duitsland in de jaren dertig schreef de gerenommeerde historicus Ian Kershaw Heulen met Hitler (2004). Hoofdthema is het treurige leven van lord Londonderry, die als minister voor Luchtmacht (1931-1935) tevergeefs pleitte voor een uitbreiding van de Britse luchtverdediging. Na zijn ministerschap onderhield hij vriendschappelijke contacten met Hitler en andere hooggeplaatste nazi’s. Het aardige van dit boek is dat Kershaw probeert duidelijk te maken waarom er in hogere Britse kringen sympathieën voor nazi-Duitsland bestonden.

Lukes Igor geeft in Czechoslovakia between Stalin and Hitler. The Diplomacy of Edvard Benes in the 1930s (1996) de doodstrijd van de Tsjecho-Slowaakse staat weer. De visie van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt op de totstandkoming van het Verdrag van München is beschreven door Barbara Rearden Famham in Roosevelt and the Munich Crisis. A Study of Politicial Decision-making (1997). Famham veronderstelt dat München een beslissende rol speelde bij de ontwikkeling van Roosevelts visie dat Duitslands megalomane Europa-politiek een directe dreiging vormde voor de Verenigde Staten.

De Russische kant van het verhaal wordt beschreven in The Soviets, the Munich Crisis, and the Coming of World War II (2004) van Hugh Ragsdale. De auteur geeft de onmogelijke situatie van de Sovjet-Unie overtuigend weer.

Hitlers furien

Spraakmakend boek over Hitlers vrouwelijke beulen   Hitlers furiën is een verbluffend boek over de onderbelichte rol die Duitse vrouwen speelden aan het Oostfront. Deze vrouwen waren niet alleen getuigen, maar vaak ook gewetenloze daders....

€ 11,69 | Koop nu

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Hitler

Wie was Hitler? Wat waren zijn ideeën? Hoe kwam hij aan de macht? Waarom stond vrijwel het hele Duitse volk als één man en vrouw achter hem? In plaats van speculaties over de psychopaat Hitler plaatst Willem Melching de politicus Hitler in de...

€ 15,00 | Koop nu

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Middeleeuwen