Home Oekraïense historicus: ‘Nucleaire blufpoker leidt tot ongelukken’

Oekraïense historicus: ‘Nucleaire blufpoker leidt tot ongelukken’

  • Gepubliceerd op: 15 jan 2026
  • Update 15 jan 2026
  • Auteur:
    Ivo van de Wijdeven
Natuurkundige Leo Szilárd

In zijn boek Het atoomtijdperk pleit de Oekraïense historicus Serhii Plokhy voor herstel van ‘het angstevenwicht’. Volgens hem leidde het concept van gegarandeerde wederzijdse vernietiging decennialang tot een balans tussen de grootmachten. En die vrees moet terug, want ‘het ontbreken van een angstevenwicht moedigt agressie aan’.

In 1986, toen de reactor van de kerncentrale van Tsjernobyl smolt, woonde Serhii Plokhy samen met zijn vrouw en twee kinderen stroomafwaarts aan de Dnjepr. ‘De Sovjetautoriteiten hielden informatie achter. We wisten echt niet wat we konden verwachten en werden in het duister gehouden. In zekere zin bleef dat altijd zo. Als historicus probeerde ik decennia de waarheid over de Tsjernobyl‑ramp boven water te krijgen en een beeld te krijgen van de impact ervan. Dat gaf me ook inzicht in de late Sovjet‑Unie en de enorme invloed die nucleaire kwesties hebben. Het begin van het atoomtijdperk veranderde de wereld voorgoed. Er zijn twee terreinen waarop nucleaire technologie een andere toekomst beloofde: energie en wapens. Van het eerste kwam niet veel terecht. Hoewel kernenergie een grote rol zou kunnen spelen in de strijd tegen klimaatverandering, wordt wereldwijd slechts 10 procent van de elektriciteit op deze manier opgewekt. Door rampen zoals Tsjernobyl kreeg kernenergie een slechte reputatie. Maar atoombommen veranderden wél voorgoed het geopolitieke krachtenveld.’

‘Door rampen zoals Tsjernobyl kreeg kernenergie een slechte reputatie’

Geschiedenisliefhebbers in Nederland kennen de in rap tempo pratende Oekraïense Harvard‑historicus Serhii Plokhy ongetwijfeld als de auteur van De poorten van Europa. De Nederlandse vertaling van dit gezaghebbende boek over de geschiedenis van Oekraïne werd gepubliceerd na de grootschalige Russische invasie van het land in 2022, toen veel mensen op zoek waren naar antwoorden. Door zijn achtergrond – hij heeft lesgegeven in de Sovjet‑Unie, Oekraïne, Canada en de VS – was Plokhy perfect toegerust om Oekraïense en Russische denkwijzen te schetsen en de wortels van het succesvolle Oekraïense verzet tegen de boze buurman bloot te leggen. Daarbij ging Plokhy de zwarte bladzijden uit de Oekraïense geschiedenis niet uit de weg. Het ‘vervolg’ The Russo-Ukrainian War is een gedurfde poging om het meest recente hoofdstuk in die geschiedenis te schrijven.

Serhii Plokhy
Serhii Plokhy.

Maar Plokhy heeft inmiddels ook een reeks boeken over ‘nucleaire’ geschiedenis op zijn naam staan. De nieuwste toevoeging is Het atoomtijdperk over de geopolitiek achter de kernwapenwedloop, van de eerste atoombom tot de hedendaagse hernieuwde race.

Waarom wilde u over deze wapenwedloop schrijven?

‘Vanaf het begin van de Russisch‑Oekraïense oorlog heeft president Vladimir Poetin nucleaire chantage gebruikt om de wereld ervan te weerhouden zich met het conflict te bemoeien. Hij speelt heel sluw in op de angst voor kernwapens in het Westen. Dit boek begon als een onderzoek naar de gang van zaken rond de Oekraïense kernwapens. Na het uiteenvallen van de Sovjet‑Unie erfde het kersverse onafhankelijke Oekraïne het derde grootste nucleaire arsenaal ter wereld, maar het land gaf zijn atoombommen op onder politieke druk van de VS. Er zijn mensen die denken dat president Vladimir Poetin wel twee keer had nagedacht over zijn invasie als Oekraïne nog kernwapens had gehad. In mijn zoektocht naar het antwoord op die vraag kwam ik uit bij het begin van het atoomtijdperk.’

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

En dat is verrassend: u begint uw geschiedenis met de visionaire roman The World Set Free van sciencefictionschrijver H.G.Wells.

‘De profetie van H.G. Wells was voor mij ook echt een ontdekking. Aan zijn schrijftafel in Londen in 1913, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, dacht hij na over de effecten van het benutten van de kracht van het atoom – toen een zeer recente ontdekking – als wapen. Wells voorzag atoombommen die zo verwoestend waren dat de grootmachten zo geschokt zouden zijn dat ze een wereldregering zouden creëren om alle oorlogen voor altijd te beëindigen. Met de kennis van nu dacht ik: met die verwoesting zat Wells helemaal goed, maar met die wereldregering sloeg hij de plank nogal mis.

Maar toen ik keek naar de beginperiode van het atoomtijdperk – zeg maar van de jaren 1920 tot de jaren 1950 – bleek de gedachte om oorlog voor altijd te beëindigen met kernwapens heel gangbaar. Ook het denken van mensen als wetenschapper Robert Oppenheimer, de “vader van de atoombom”, werd er sterk door beïnvloed. Hij pleitte voor het afwerpen van de bom op Hiroshima en Nagasaki met het argument dat de wereld niet zou beseffen hoe gevaarlijk en verwoestend zo’n wapen was tenzij het op mensen werd gebruikt.’

Uw boek laat zien dat wetenschappers uit angst politici aanspoorden om de atoombom te bouwen. Had de wetenschappelijke wereld kunnen besluiten dat pad niet in te slaan?

‘De drijvende kracht achter de eerste atoombom was inderdaad de angst dat Adolf Hitler die het eerst in handen zou krijgen. Wetenschappers die van Europa naar de Verenigde Staten waren gevlucht – sommigen Joods – maakten zich vreselijk zorgen hierover. Toen het Amerikaanse Manhattan Project om de bom te bouwen in volle gang was en het duidelijk werd dat die niet gereed zou zijn vóór nazi‑Duitsland was verslagen, leidde dat tot felle discussies.

De natuurkundige Leo Szilard had bij Franklin D. Roosevelt bepleit de bom te bouwen, maar probeerde de president in 1944 tevergeefs te overtuigen het Manhattan Project te stoppen. Sommige wetenschappers verlieten het project simpelweg. Anderen besloten voor de Sovjet‑Unie te spioneren. Niet uit communistische overtuigingen, maar om een gelijk speelveld te creëren. Het idee was dat je meer dan één kernmacht nodig hebt om de wereld veilig te houden, omdat ze elkaar in bedwang houden. En natuurlijk waren er mensen die na de Tweede Wereldoorlog hoopten dat de Verenigde Naties zouden uitgroeien tot de wereldregering die H.G. Wells had voorzien, met kernenergie als bron van vrede en welvaart.’

Natuurkundige Leo Szilárd
Natuurkundige Leo Szilárd, hoogleraar aan de Universiteit van Chicago, bekijkt de kop in de Herald American: ‘Reds Have Atom Bomb’, 23 september 1949.

Maar dat was niet wat er gebeurde. De Verenigde Staten en de SovjetUnie bleven bovendien niet de enige kernmachten.

‘De meerderheid van de atoombommen die daarna werden gebouwd, ontstond als het ware uit angst voor de ander met de nucleaire honkbalknuppel. De Chinese leider Mao Zedong wilde zijn pas gevormde Volksrepubliek beschermen. Israël bouwde een bom uit angst om weggevaagd te worden door een conventionele aanval van al zijn Arabische buren. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ontwikkelden kernwapens in de eerste plaats om de Sovjet‑Unie af te schrikken en pas in de tweede plaats om hun status als grootmacht te behouden.

Ik zou zelfs betogen dat de Amerikaanse beslissing om de atoombom op Japanse steden te gebruiken, gemotiveerd was door angst. President Harry Truman maakte zich zorgen over het Congres, want zijn voorganger Roosevelt had de bom in het geheim laten bouwen en had zonder goedkeuring van het Congres geld naar het Manhattan Project gesluisd. Truman dacht: wat zal het Congres doen als we de bom bouwen tegen enorme kosten en we die niet gebruiken terwijl Amerikaanse soldaten sterven in de Stille Oceaan?

Trumans opvolger Dwight D. Eisenhower – voormalig opperbevelhebber van de geallieerde troepen tijdens de Tweede Wereldoorlog – omarmde het idee van de atoombom als het zoveelste wapen in zijn arsenaal én als een handige manier om geld te besparen op conventionele troepen. Tijdens zijn regeerperiode ontwikkelden de Amerikanen en de Sovjets ballistische raketten en de enorm destructieve waterstofbom. Maar dat betekende ook dat de Verenigde Staten niet langer veilig waren achter de Atlantische Oceaan. Terugkijkend vroeg Eisenhower zich dan ook sterk of de VS er geopolitiek gezien verstandig aan hadden gedaan.

Maar wetenschappelijke ontdekkingen kunnen niet ongedaan worden gemaakt. Daarom leven we nog steeds in een wereld met kernwapens en moeten we er het beste van zien te maken. Bij het bestuderen van het atoomtijdperk denk ik dat de belangrijkste vraag moet zijn: hoe hebben we de Koude Oorlog overleefd?’

‘De belangrijkste vraag is: hoe hebben we de Koude Oorlog overleefd?’

En hoe hebben we dat gedaan?

‘Geluk. Tenminste gedeeltelijk. Tijdens de Cubacrisis van 1962 waren er bijvoorbeeld een paar bijna‑ongelukken. Sovjetsoldaten op Cuba schoten een Amerikaans U‑2 spionagevliegtuig neer zonder orders vanuit Moskou. En een Sovjet‑onderzeeërcommandant stond op het punt een torpedo met een kernkop te gebruiken om de Amerikaanse zeeblokkade te doorbreken, omdat hij dacht dat de Derde Wereldoorlog al was uitgebroken.

Tijdens de Cubacrisis bespreekt president John F. Kennedy (rechts) met generaal Curtis Lemay en diens medewerkers de situatie
Tijdens de Cubacrisis bespreekt president John F. Kennedy (rechts) met generaal Curtis Lemay en diens medewerkers de situatie, 16 oktober 1962.

Dus geluk is één ding. Maar ik begin het boek met een citaat van Winston Churchill over de Amerikaanse ontwikkeling van de waterstofbom. Hij spreekt over “een stadium waarin veiligheid het stevige kind van terreur zal zijn, en overleven de tweelingbroer van vernietiging”. De gevaren van het nucleaire tijdperk leidden tot terughoudendheid: beide kanten waren bang om actie te ondernemen, omdat ze elkaar schrik aanjaagden. Ik noem dit een “angstevenwicht”. Ik denk dat het concept van Mutual Assured Destruction (MAD, wederzijdse gegarandeerde vernietiging) de meest stabiele periode in de Koude Oorlog opleverde. Het gaat ervan uit dat grootschalige inzet van kernwapens door een aanvaller tegen een eveneens met kernwapens bewapende verdediger leidt tot totale vernietiging van zowel de aanvaller als de verdediger. Natuurlijk was het een afschuwelijk vooruitzicht en was het ook moreel onaanvaardbaar voor veel mensen. Maar het werkte wel. Na een onstabiele periode met nucleaire blufpoker, die culmineerde in de Cubacrisis, bood het MAD-concept stabiliteit.’

Waaruit bleek dat?

‘Vanaf de jaren zeventig waren er minder mogelijkheden om uit de bocht de vliegen. Verdragen over nucleaire testen, non‑proliferatie, wapenbeheersing en antiballistische raketten boden duidelijk gedefinieerde grenzen. Er was een gedeelde interesse in het maken van internationale afspraken, een zekere solidariteit tussen nucleaire machten – deels uit egoïsme, want de grote jongens wilden de kernwapens natuurlijk voor zichzelf houden.

Maar het effende wel de weg voor verdragen over het inkrimpen van nucleaire arsenalen. Uiteindelijk kwamen we er met z’n allen zonder kleerscheuren doorheen. De Koude Oorlog eindigde in 1989 zonder heet te worden. Dat neemt niet weg dat er veel dingen moesten samenvallen. De Sovjet‑Unie bevond zich in een specifieke politieke en economische staat en Gorbatsjov stond aan het roer. Daarvoor was toch ook weer een stevige portie geluk nodig.’

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Maar nu lijken we weer terug bij af. Grote mogendheden breiden hun kernwapenarsenalen opnieuw uit.

‘In boekhandels staan nu boeken over “het tweede atoomtijdperk” waarin we nu zogenaamd leven. In werkelijkheid hebben we het atoomtijdperk helemaal nooit achter ons gelaten. Na 1989 vergaten we het simpelweg, maar het enige dat toen eindigde was de kernwapenwedloop.

Na 9/11 voelden de VS, als enige overgebleven supermacht, zich erg kwetsbaar. President George W. Bush besloot dat ze een raketafweerschild nodig hadden en trok de VS terug uit het ABM‑verdrag uit 1972 dat antiballistische raketten verbood. Poetin voelde zich daar op zijn beurt door bedreigd, omdat de VS mogelijk onkwetsbaar zouden worden voor Russische kernraketten. Zo leidde de beslissing van Bush stap voor stap tot ontmanteling van een hele reeks nucleaire verdragen. Welbeschouwd begon de kernwapenwedloop weer opnieuw in 2002.

‘De kernwapenwedloop begon opnieuw in 2002’

Twintig jaar later keerden met het begin van de grootschalige Russische invasie van Oekraïne ook blufpoker en dreigementen om kernwapens te gebruiken weer terug. Tijdens de Koude Oorlog was dat schering en inslag. Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov was een meester in nucleaire chantage. Hij bracht de wereld aan de rand van de afgrond tijdens de Cubacrisis. Nu hebben we Poetin.’

Wordt Poetin gedreven door angst?

‘Poetin wordt gedreven door revanchisme. Zijn idee is Rusland weer groot te maken. Poetin en zijn kompanen voelen zich geschoffeerd door de manier waarop de Koude Oorlog eindigde. Ze willen de loop van de geschiedenis rond dat cruciale moment herschrijven. Daarbij gebruikt Poetin onze angst voor kernwapens en dat is verdomd effectief. Maar hij wordt zelf niet door die angst gedreven. Het ergste wat hij zich kan voorstellen, is al gebeurd in 1991 met het uiteenvallen van de Sovjet‑Unie.

Om nucleaire chantage tegen te gaan, moet je reageren op intimidatie met een geloofwaardige eigen bedreiging. Dat klinkt oorlogszuchtig en niet bepaald aantrekkelijk. Het is een moreel dilemma en wat dat betreft snap ik een beetje hoe de atoomwetenschappers van 1945 zich voelden. Maar je moet gebruiken wat werkt omdat het hier gaat om ons voortbestaan. Zo simpel is het. Het ontbreken van een angstevenwicht moedigt agressie aan en dat kan leiden tot misrekeningen met desastreuze gevolgen. Het is een zeer complex en moeilijk spel, maar we hebben het redelijk goed gespeeld tijdens de Koude Oorlog. Dat is een les die we kunnen, nee, móéten trekken uit de geschiedenis.’

En het Oekraïense kernwapenarsenaal? Zou dat Poetin hebben afgeschrikt?

‘De hybride oorlog die in 2014 begon met de annexatie van de Krim had nog steeds kunnen plaatsvinden, omdat het een grijs gebied was. Maar ik zie niet hoe tussen twee kernmachten de grootste oorlog in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog zou zijn uitgebarsten.

Los daarvan was het niet haalbaar voor Oekraïne om zijn kernwapens te behouden. Na de onafhankelijkheid bevond het land zich in een zeer moeilijke economische en politieke situatie. Zowel Rusland als de VS oefenden druk uit en westerse financiële en economische hulp was onmisbaar voor het voortbestaan van de Oekraïense staat. Om het nucleaire arsenaal te behouden, had Oekraïne de weg van Noord‑Korea moeten volgen. Dan was het ook een geïsoleerde pariastaat geworden.

Soldaten verwijderen een ballistische SS-19-raket op het terrein van de grootste voormalige Sovjet-raketbasis in het Oekraïense Vakulenchuk,
Soldaten verwijderen een ballistische SS-19-raket op het terrein van de grootste voormalige Sovjet-raketbasis in het Oekraïense Vakulenchuk, 24 december 1997.

Vergeet niet dat de Oekraïners in de jaren negentig een heel andere mindset hadden. Tsjernobyl lag nog vers in het geheugen, dus ze dachten: nucleair = slecht. Destijds werden kernwapens op Oekraïens grondgebied juist gezien als een bedreiging voor de onafhankelijkheid, omdat Rusland ongetwijfeld zou proberen om ze fysiek onder controle te krijgen. Daarom zette Oekraïne in op veiligheidsgaranties in ruil voor de kernwapens. Wat werd aangeboden was het inmiddels beruchte Boedapestmemorandum, dat in 2014 door Rusland werd geschonden zonder consequenties.’

U roemde de vroegere solidariteit tussen de kernmachten, die sinds 1989 stapsgewijs is afgebroken. Is er een mogelijkheid om die te herstellen?

‘Er bestaat nog een beperkte mate van solidariteit. Dat is een van de redenen waarom Iran nog steeds geen bom kan krijgen. Maar dat kan veranderen vanwege geopolitieke overwegingen van de huidige kernmachten. Stel je voor dat Rusland besluit dat het goed zou zijn voor Iran om een atoombom te hebben als tegenwicht tegen de Amerikaanse belangen in het Midden‑Oosten. Dat zou kunnen gebeuren. Of stel je het onwaarschijnlijke geval voor dat de VS beslissen dat Oekraïne onterecht van zijn kernwapens is beroofd en dat het die moet terugkrijgen om zich te kunnen verdedigen.

Dergelijke situaties zouden kunnen ontstaan omdat de wereld momenteel uit balans is. Aan de ene kant hebben we een nieuwe opkomende supermacht, China. Aan de andere kant hebben we een oude supermacht in verval, de VS. En we hebben een revanchistische voormalige supermacht in de vorm van Rusland die probeert de loop van de geschiedenis sinds 1989 te herzien. Dus we hebben drie verschillende kernmachten die in flux zijn. De panelen schuiven op het geopolitieke toneel. Daarom moeten we uiterst voorzichtig zijn.’

Serhii Plokhy

(1957) is werkzaam als hoogleraar Oekraïense geschiedenis aan de Harvard-universiteit, waar hij ook het Harvard Ukrainian Research Institute leidt. Hij heeft meerdere boeken over Oekraïne, Rusland en Oost-Europa geschreven, waaronder het veelgeprezen De poorten van Europa. Een geschiedenis van Oekraïne. Onlangs verscheen Het atoomtijdperk. Een ijzingwekkende strijd om wapens, macht en voortbestaan (432 p. Querido Facto, € 29,99).

Het atoomtijdperk door Serhii Plokhy

Loginmenu afsluiten