Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 5/2001

RADICAL ENLIGHTENMENT. PHILOSOPHY AND THE MAKING OF MODERNITY 1650-1750

door Jonathan Israel. 812 p. Oxford University Press, ƒ 120,-

Door: Luuc Kooijmans
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Radical Enlightenment, het laatste boek van Jonathan Israel, behandelt het intellectuele debat in de periode die voorafging aan de hoogtijdagen van de Verlichting, het tijdvak van 1650 tot 1750. Het geeft een mooi beeld van de turbulentie van die periode, waarin traditionele waarden steeds minder houdbaar bleken, maar niet duidelijk was welke ervoor in de plaats moesten komen. Tot dan toe was in Europa vooral gestreden over de vraag welke van de christelijke kerken de waarheid in pacht had, maar vanaf halverwege de zeventiende eeuw kwam het geloof zelf ter discussie te staan. In intellectuele kringen – vooral in internationaal georiënteerde steden – groeide het vertrouwen in de rationele capaciteiten van de mens, zonder dat er onmiddellijk een overtuigend alternatief voor het traditionele christelijke wereldbeeld werd gevonden. Er heerste er een intellectuele chaos, die bekend staat als 'la crise de la conscience européenne'. Autoriteiten moesten zich voortdurend afvragen welke nieuwe wetenschappelijke en filosofische inzichten een bedreiging vormden en welke ze konden toelaten. In rooms-katholieke landen werd als vanouds gekozen voor de beproefde strategie van de harde onderdrukking, maar ook in het tolerante Nederland konden lang niet alle denkbeelden worden gepubliceerd. Zolang het om een discussie tussen geleerden ging, in het Latijn, was het nog wel mogelijk radicale ideeën te ventileren, maar zodra er een groter publiek werd gezocht nam de repressie toe.

Intolerantie
De Amsterdamse filosoof Spinoza verhinderde zelf dat zijn werk in het Nederlands werd vertaald, omdat hij vond dat het leven hem al zuur genoeg werd gemaakt. Nu waren de denkbeelden van Spinoza voor de autoriteiten ook wel extreem bedreigend, want hij verwierp alle waarden waarop zij hun gezag hadden gevestigd. Terwijl gematigde Verlichtingsdenkers hun pijlen vooral richtten op onwetendheid, bijgeloof en intolerantie, verwierp Spinoza alle geloof, zowel in de schepping, wonderen, hemel en hel, als in de openbaring en de goddelijke voorzienigheid. Daarmee ontnam hij de autoriteit van de kerk en ook de bestaande maatschappelijke hiërarchie elke grondslag. Hij pleitte voor een geseculariseerde, rationele samenleving en daardoor kan hij met enig recht worden beschouwd als een van de grondleggers van de moderne maatschappij.
        Dat Jonathan Israel hem als zodanig beschouwt lijdt geen enkele twijfel. Radical Enlightenment is een moker waarmee zevenhonderd bladzijden lang een boodschap wordt ingehamerd: de achttiende-eeuwse Verlichtingsfilosofen bouwden slechts voort op ideeën die waren ontwikkeld in de tweede helft van de zeventiende eeuw, en wel voornamelijk in Nederland, en dan vooral in het brein van Spinoza. Hoewel de titel dat niet onmiddellijk verraadt - de ondertitel luidt Philosophy and the Making of Modernity 1650-1750 – is Radical Enlightenment in feite een boek over de receptie en invloed van het werk van Spinoza in Europa. Het laat zien dat intellectuelen in heel Europa, van Portugal tot Rusland en van Ierland tot Sicilië, zich scherpten aan de ideeën van Spinoza, die daarbij zowel held als boeman kon zijn.
        Het boek geeft blijk van een indrukwekkende eruditie. Jonathan Israel beheerst vele talen en is in staat om de Europese geschiedenis vanuit diverse invalshoeken te beschouwen. Ooit liet zijn leermeester J.H. Elliott hem kennismaken met de vroeg-moderne Latijns-Amerikaanse geschiedenis, waardoor hij te maken kreeg met de problemen van het Spaanse rijk, waarvan de Nederlanden indertijd deel uitmaakten. Zo kwam hij van zijn oorspronkelijke studie van het zeventiende-eeuwse Mexico op zijn latere specialisaties, de geschiedenis van de Europese joden en de geschiedenis van Nederland. Voor de Nederlandse geschiedenis is zijn inbreng in twee opzichten waardevol: hij verrijkt de vaderlandse geschiedenis met een internationaal perspectief en bovendien fungeert hij internationaal als pleitbezorger van de Nederlandse geschiedenis.
        Zo wordt de lezer van Radical Enlightenment niet alleen geconfronteerd met Descartes, Bayle, Locke, Leibniz, Vico en Diderot, maar ook met Lodewijk Meijer, Frans van den Enden, Johannes Koerbagh, Anthonie van Dale, Balthasar Bekker, Frederik van Leenhof en Bernard Nieuwentijt, om slechts enkelen te noemen. Radical Enlightenment is een ware encyclopedie, met analyses van werk van filosofen uit alle windstreken en van diverse pluimage. Velen van hen zijn tegenwoordig tamelijk obscuur, maar Israel heeft zijn werk grondig gedaan. Hij geeft ruimte aan alle auteurs die – door hun uitlatingen in het debat pro of contra Spinoza – bruikbaar zijn om de stelling te adstrueren die ten grondslag ligt aan het boek, namelijk dat de invloed van Spinoza ten onrechte wordt onderschat.

Radicalen
Dat is een van de redenen dat dit zo'n lijvig boek is geworden. Jonathan Israel hanteert een methode die leidt tot lijvige boeken: hij kiest bij de behandeling van een onderwerp bij voorkeur een enigszins provocerende stellingname en probeert zijn visie vervolgens aannemelijk te maken door zijn lezers te bedelven onder een lawine van voorbeelden, die het product vormen van gedegen bronnenonderzoek. Een voorbeeld is zijn boek Nederland als centrum van de wereldhandel (1991). Dat Nederland in de zeventiende eeuw het centrum van de wereldhandel kon worden, zo luidde traditioneel de verklaring, kwam doordat Nederlandse kooplieden in de voorafgaande periode de graanhandel op het Oostzeegebied waren gaan beheersen. Israel probeerde met een groot aantal voorbeelden aan te tonen dat de overheersende marktpositie van de Republiek juist te danken was aan de handel in hoogwaardige goederen, die bijvoorbeeld werd bedreven door de VOC. Door zijn tegendraadse stellingname en zijn werkwijze oogstte hij felle kritiek. Er werd hem verweten dat hij alleen feiten gebruikte die in zijn kraam te pas kwamen en sommige historici meenden zelfs dat hij daarmee op de rand van het toelaatbare balanceerde.
        Door Isreals imponerende feitenkennis en zijn scherpzinnige manier van analyseren zou de lezer uit het oog kunnen verliezen dat zijn voorbeelden zorgvuldig zijn gekozen en dat het gaat om een interpretatie. Ware het niet dat Israel zijn boodschap met zoveel nadruk naar voren brengt. In Radical Enlightenment legitimeert hij zijn benadering door te wijzen op de beperkingen van de gangbare interpretaties, die eenzijdig de Franse of Engelse bijdrage aan de Verlichting beklemtonen en zijns inziens te weinig oog hebben voor het internationale karakter van het filosofische debat dat aan de Verlichting vooraf ging.
        Bovendien is er volgens hem te weinig aandacht voor de radicale stroming binnen het Verlichtingsdenken. De radicalen (die aanvankelijk vooral vanuit Holland opereerden) vormden in zijn ogen geen marginale groep, maar een essentieel onderdeel van de beweging die uiteindelijk het ancien regime heeft gesloopt. Het zijn allemaal punten waarvoor het nodige valt te zeggen, en – al wordt de betekenis van iemand als Locke wel erg sterk gerelativeerd – als poging om de balans in evenwicht te brengen is Radical Enlightenment beslist overtuigend. Het boek geeft een verfrissende hollandocentrische kijk op de Europese intellectuele geschiedenis. Bovendien worden diverse interessante Nederlandse auteurs onder de aandacht van een buitenlands lezerspubliek gebracht, waarmee Jonathan Israel de Nederlandse en de Europese geschiedenis opnieuw een goede dienst bewijst.

Luuc Kooijmans is auteur van ‘Liefde in opdracht. Het leven van Willem Frederik van Nassau’.