Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

De angst van het Warschaupact voor de NAVO

Door: Ivo van de Wijdeven

Historisch Nieuwsblad 2/2009
Bijna 35 jaar lang bereidden de lidstaten van de NAVO zich voor op de strijd tegen een gevreesde vijand: het Warschaupact. Maar hoe dacht de vijand eigenlijk over de NAVO? Was de vrees aan die kant net zo groot? Vrijgekomen archieven geven het antwoord.

IJzeren gordijn

'In dit boek onderzoek ik de jaren na de Tweede Wereldoorlog in Oost-Europa', vertelde Anne Applebaum in 2013 aan Historisch Nieuwsblad. 'Westerse historici schrijven alleen over wat ‘wij’ interessant vinden: het conflict  tussen de Sovjet-Unie...

€ 34,95 | Koop nu
Het is 14 oktober 1964. Een pre-emptive strike met 41 kernwapens vernietigt vrijwel alle NAVO-troepen die onder het mom van een oefening in offensieve posities zijn samengetrokken aan de grens met Tsjecho-Slowakije. Het Tsjecho-Slowaakse Volksleger gaat over tot de aanval.

Met nog eens 78 atoomwapens worden de overgebleven verzetshaarden en de militaire infrastructuur van de NAVO in het zuiden van West-Duitsland met de grond gelijkgemaakt. Ook in andere sectoren gaan de troepen van het Warschaupact in de aanval, waarbij een uiterst adequate luchtverdediging een paraplu vormt tegen nucleaire aanvallen vanuit het Westen.

De defensieve maatregelen van het NAVO-bondgenootschap blijken, zoals verwacht, volstrekt ontoereikend. De Tsjecho-Slowaken maken de grootste vorderingen. Zij rukken razendsnel op langs de lijn Neurenberg-Stuttgart-Straatsburg-Epinal-Dijon, en staan op de negende dag van hun offensief al in Lyon. Weliswaar is hun sector van het front net als de andere veranderd in een rokende, onbewoonbare puinhoop, maar de kapitalistische klassenvijand is in Europa een zware slag toegebracht.
 

Het plan schetst een aanval van het Warschaupact zoals die jarenlang in West-Europa gevreesd werd.

Zo staat het althans in een Actieplan voor het Tsjecho-Slowaakse Volksleger in oorlogstijd, dat begin 2000 in Tsjechische archieven werd ontdekt. Het plan schetst een aanval van het Warschaupact zoals die jarenlang in West-Europa gevreesd werd. Het waren dergelijke plannen waarop de NAVO een defensief antwoord zocht en waarvoor de NAVO-tanks in oefeningen over de Noord-Duitse laagvlakte denderden. Ieder jaar weer, vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot de val van de Muur.

Het plan vormt ook het toppunt van wat wel de ‘nucleaire romantiek’ van de jaren zestig genoemd wordt. Talloze atoomwapens worden ingezet, zonder ook maar enigszins rekening te houden met de gevolgen voor de oprukkende troepen – laat staan voor de bevolking van Europa.
 

Dreigementen

Het Warschaupact was in eerste instantie helemaal niet bedoeld als militaire macht. Onder Stalin had de Sovjet-Unie een agressief buitenlands beleid gevoerd, maar zijn opvolger Chroesjtsjov zette direct na zijn aantreden in 1953 een proces van destalinisatie en detente in gang. Die uitte zich in een soort ruilpolitiek.

Chroesjtsjov deed de Amerikanen allerlei voorstellen, bijvoorbeeld het verkleinen van de strategische wapenarsenalen of terugtrekking uit de beide Duitslanden. Hiermee wilde hij de Amerikanen verleiden om hun aanwezigheid – en daarmee ook hun invloed – in Europa te verkleinen. Weliswaar zouden ook de Russen zich moeten terugtrekken, maar als grote buurman kon de Sovjet-Unie ook zonder fysieke aanwezigheid gemakkelijk invloed uitoefenen in Europa, terwijl dat voor de Verenigde Staten een stuk lastiger was.
 

Als grote buurman kon de Sovjet-Unie ook zonder fysieke aanwezigheid gemakkelijk invloed uitoefenen in Europa

Toen de Bondsrepubliek Duitsland op 9 mei 1955 toetrad tot de NAVO, ging Chroesjtsjov naarstig op zoek naar een ruilmiddel om deze ontwikkeling terug te draaien. Binnen een week tekenden de Sovjet-Unie, de DDR, Polen, Tsjecho-Slowakije, Hongarije, Bulgarije, Roemenië en Albanië het Verdrag van Warschau.

Dit vertoonde grote overeenkomsten met het Verdrag van Washington uit 1949, dat de basis vormde voor de NAVO. Kern van beide verdragen was de belofte om een aanval op één lidstaat te beschouwen als een aanval op alle leden. Grootste verschil was dat het Verdrag van Washington sprak van een gelijkwaardig partnerschap, terwijl dergelijke noties in het Verdrag van Warschau zorgvuldig vermeden werden.

Chroesjtsjov wilde het Warschaupact graag uitruilen tegen de NAVO. Hij had er niets mee te verliezen, want er was bij de oprichting niets afgesproken over een onderliggende militaire structuur. In de praktijk bleef de Sovjet-Unie militair de dienst uitmaken en hadden de bondgenoten simpelweg te gehoorzamen.
 

NAVO-diplomaten noemden het Warschaupact bij oprichting al een 'kartonnen kasteel opgetrokken over een betonnen bunker'

Niet dat men dit aan de andere kant van het IJzeren Gordijn niet in de gaten had. NAVO-diplomaten noemden het Warschaupact bij oprichting al een ‘kartonnen kasteel dat wordt opgetrokken over een betonnen bunker’ – waarbij ze overigens wel degelijk angst en respect hadden voor de onderliggende bunker.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk op een top in Genève in juli 1955 niet akkoord gingen met een Russisch voorstel om beide bondgenootschappen op te heffen ten faveure van een nieuw ‘algemeen Europees verdrag over collectieve veiligheid in Europa’.

Toen Chroesjtsjov eenmaal in de gaten kreeg dat de Amerikanen niet van zins waren de NAVO op te offeren, verloor hij algauw zijn interesse in het Warschaupact. Bovendien had hij het te druk met het bezweren van de onrust in Polen en Hongarije, waar de bevolking in het proces van destalinisatie een kans zag voor een meer onafhankelijke koers. In Hongarije kwam het in november 1956 zelfs tot militair ingrijpen.

Chroesjtsjov veranderde ondertussen langzamerhand zijn toon richting het Westen. Incidenten als het neerstorten van een Amerikaans U2-spionagevliegtuig in de Sovjet-Unie, de Russische ruimtevaartsuccessen en vooral het mislukken van zijn toenaderingspogingen, zorgden ervoor dat de Sovjetleider overging op een strategie van dreigementen en ultimatums.
 

Chroesjtsjov speelde met de gedachte een afzonderlijk vredesverdrag met de DDR te sluiten

Zo speelde hij met de gedachte een afzonderlijk vredesverdrag met de DDR te sluiten. Tot dan toe waren de Russen samen met de Amerikanen, Engelsen en Fransen verantwoordelijk voor het beheer van de grenzen van de bezettingszones. Met het vredesverdrag zouden de bezettingszones komen te vervallen en zou het beheer in handen komen van de leiders van de DDR. Op die manier konden zij de exodus van Oost-Duitsers via West-Berlijn stoppen.

Om zijn dreigementen kracht bij te zetten én omdat Chroesjtsjov niet wist of zijn nieuwe strategie het Westen zou provoceren om over te gaan tot militaire maatregelen, kreeg het Rode Leger opdracht om de legers van de andere leden van het Warschaupact te versterken. Ook moest er een bruikbare militaire structuur komen en een nieuwe strategie worden geformuleerd.
 

Agent ‘Michelle’

Tot dan toe hadden alle militaire plannen een defensief karakter. In 1961 werd tijdens de oefening Buria (‘Storm’) voor het eerst een offensief scenario gebruikt: na het verijdelen van een poging van de NAVO om Oost-Duitsland te veroveren, gingen alle bondgenoten van het Warschaupact samen tot de aanval over en veroverden zij uiteindelijk Parijs.

In werkelijkheid sloot Chroesjtsjov uiteindelijk geen vredesverdrag, maar werd de Berlijnse crisis bezworen door de bouw van de Muur. De versterking van het Warschaupact ging echter onverstoorbaar door. De offensieve houding bleef ook gehandhaafd, wat onder meer resulteerde in het Tsjecho-Slowaakse actieplan van 1964.

Het is opmerkelijk dat de Russen na 1961 vrijwel continu aan de versteviging van het Warschaupact hebben gewerkt. De NAVO-oefeningen zijn gedurende de hele Koude Oorlog defensief van karakter geweest en behelsden niet meer dan het terugslaan van een vijandelijke aanval. Toch ging iedere oefening van het Warschaupact uit van een verrassingsaanval vanuit het Westen.
 

Iedere oefening van het Warschaupact ging uit van een verrassingsaanval vanuit het Westen

Hieraan lag een fraaie ideologische cirkelredenering ten grondslag. De kapitalistische klassenvijand was immers van nature agressief. Daarom moest het Warschaupact na het afslaan van een NAVO-verrassingsaanval zelf, onder het mom van ‘de aanval is de beste verdediging’, overgaan tot de aanval om de klassenvijand in Europa definitief onschadelijk te maken.

Niet dat de Russen niet beter wisten. Dankzij de grote efficiëntie van vooral de Oost-Duitse geheime dienst was het Kremlin zeer goed op de hoogte van het reilen en zeilen binnen de NAVO. Zo was agent ‘Michelle’ van 1967 tot 1979 secretaresse van een hoge NAVO-ambtenaar en speelde tientallen belangrijke geheime documenten door naar de andere kant van het IJzeren Gordijn.

Al met al was men er binnen het Warschaupact van overtuigd dat de eigen militaire macht in Europa superieur was aan die van de NAVO – wat tot midden jaren zeventig daadwerkelijk het geval was. Toch gingen de hoogste Sovjetmilitairen ervan uit dat hun westerse collega’s zo dom waren om tot de aanval over te gaan. Weliswaar hadden die dankzij het gesloten karakter van het Oostblok lang niet zulke goede inlichtingen als de bevelhebbers van het Warschaupact, maar ze waren ook niet blind.
 

De hoogste Sovjetmilitairen gingen ervan uit dat hun westerse collega's zo dom waren om tot de aanval over te gaan

De NAVO kwam in de loop van de jaren zestig in een crisis terecht. De Amerikanen raakten steeds dieper verstrikt in een uitzichtsloze strijd in Vietnam, terwijl de Sovjet-Unie door de ontwikkeling van intercontinentale raketten nu ook de Verenigde Staten zelf kon bestoken met kernwapens. De Europese NAVO-landen vreesden dat de Amerikanen zo onder druk stonden dat zij hen aan hun eigen lot zouden overlaten bij een Russische aanval.

Daarnaast waren de Europeanen van mening dat met de nieuwe Amerikaanse strategie van flexible response – waarbij de Amerikanen in een eventueel conflict niet meteen naar kernwapens wilden grijpen, maar kozen voor een escalatie in fases – de drempel voor een oorlog verlaagd werd. Frankrijk ontwikkelde daarom een eigen kernmacht en trok zich terug uit de militaire structuur van de NAVO. Pas in 1967 kwam er weer eenheid in de organisatie. De NAVO koos toen voor defensie en detente als de twee speerpunten en stelde gezamenlijke procedures op voor de inzet van kernwapens.
 

Albanië

Ondertussen was het Warschaupact niet zo’n monolithisch blok als in West-Europa gedacht werd. Achter de schermen was er onenigheid. De Europese Warschaupactleden eisten meer invloed in de besluitvorming. Met name de Polen en Tsjecho-Slowaken pleitten voor een bondgenootschap naar het model van de NAVO, met onder andere een secretariaat, een raad van permanente vertegenwoordigers van de lidstaten en een militaire raad. Tot dan toe hadden de Sovjets geen enkele moeite gedaan om het bondgenootschap verder op te tuigen, en ze waren in eerste instantie ook niet van plan om hun dominante positie op te geven.

De onenigheid binnen het Warschaupact werd zichtbaar voor de buitenwereld tijdens de Praagse Lente in 1968. De Tsjecho-Slowaakse leider Dubcek wilde ‘socialisme met een menselijk gezicht’ invoeren. Na diverse waarschuwingen aan het adres van Dubcek om van zijn hervormingen af te zien, vielen op 20 augustus 1968 onder de codenaam ‘Operatie Donau’ tanks en manschappen van het Warschaupact Tsjecho-Slowakije binnen. Dubcek werd gedwongen weer netjes de koers van het Kremlin te volgen.
 

Het was duidelijk geworden dat reorganisatie van het Warschaupact niet langer kon uitblijven

Toch was het de Russen duidelijk geworden dat reorganisatie van het Warschaupact niet langer kon uitblijven. In maart 1969 werden tijdens een bijeenkomst in Budapest nieuwe statuten ondertekend. De door de kleinere lidstaten zo vurig gewenste hervormingen waren een feit. Wel bleef de Sovjet-Unie een flinke vinger in de pap houden.

Zo had de militair opperbevelhebber – vanzelfsprekend een Rus – ook zitting in de militaire raad, terwijl de NAVO-versie van deze raad juist het opperbevel controleerde. Maar met de nieuwe statuten werd het Warschaupact wel een echt militair bondgenootschap, dat de vergelijking met de NAVO kon doorstaan. Ook in het Westen zag men het niet langer als een kartonnen kasteel.

Toch was nog steeds niet alles koek en ei binnen het Warschaupact. Het eigenwijze Roemenië bleef nog jarenlang dwarsliggen. De Russen hadden hiermee echter rekening gehouden door ervoor te zorgen dat voor belangrijke besluiten niet langer unanimiteit benodigd was. Buitenbeentje Albanië verliet al in 1968 het bondgenootschap uit woede over de interventie in Tsjecho-Slowakije. De Russen deden daar echter niet moeilijk over. Ze waren de lastige Albanese dictator Hoxha met zijn dwergstaatje liever kwijt dan rijk, al verloren ze daarmee de marinebasis Vlorë aan de Adriatische Zee.
 

Dubbelbesluit

Juist op het moment dat de NAVO en het Warschaupact weer klaar waren voor een volgende ronde in de strijd, trad in de Koude Oorlog de dooi in. De onstuimige Chroesjtsjov was in 1964 met pensioen gestuurd en opgevolgd door de kalmere Brezjnev. Diplomatieke initiatieven als de Ostpolitik van de West-Duitse bondskanselier Willy Brandt en de ondertekening van diverse wapenverdragen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zorgden voor een meer ontspannen situatie.

Hoogtepunt van deze ontspanning was de ondertekening van de Helsinki-akkoorden op 1 augustus 1975 tijdens de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. In deze door de Russen sinds 1955 gewenste overeenkomst erkenden de deelnemers elkaars grenzen en soevereiniteit, en daarmee impliciet ook elkaars invloedsferen. Eigenlijk was het pleit in Europa daarmee beslecht.

De voorbereidingen voor een eventueel gewapend conflict gingen echter gewoon door. In reactie op de flexible response-strategie van de Amerikanen hadden de Russen eind jaren zestig hun plannen bijgesteld. Nucleaire wapens waren ook voor het Warschaupact het uiterste middel geworden en in het ideale scenario zou de strijd in Europa met enkel conventionele wapens beslist worden.

In de loop van de jaren zeventig zetten de Russen steeds meer vraagtekens bij hun eigen troepenmacht

In de loop van de jaren zeventig zetten de Russen echter steeds meer vraagtekens bij de superioriteit van hun eigen troepenmacht. In de Zesdaagse Oorlog, en vooral in de Jom Kipoeroorlog tussen Israël en de Arabische buurlanden, moest het Russische wapentuig van de Arabieren het onderspit delven tegen het Amerikaanse materieel van de Israëli’s. Ook in NAVO-oefeningen als het jaarlijkse REFORGER (Return of Forces to Germany) kwam dit naar voren.

Door de technologische voorsprong was de NAVO in staat om de strategische reserves van het Warschaupact achter het front aan te vallen en tegelijkertijd zelf heel snel de eigen reserves te mobiliseren. Doel van de Russische strategie was altijd geweest de strijd te beslissen voordat de Amerikanen de oversteek over de Atlantische Oceaan konden maken. De militair analisten van het Warschaupact werden steeds sceptischer over de slagingskansen van deze strategie.

De militair analisten van het Warschaupact werden steeds sceptischer 

Daarom greep de Sovjet-Unie in 1977 terug naar oude middelen. Met de plaatsing van SS-20-kernraketten voor de middellange afstand in Oost-Europa was de dreiging van een atoomaanval op West-Europa weer helemaal terug. Samen met de Russische inval in Afghanistan in 1979 en de hardere koers van de in 1981 aangetreden Amerikaanse president Reagan zorgde dit voor een verslechtering van de relaties tussen Oost en West. De Koude Oorlog werd weer een heel stuk kouder.

De plaatsing van de SS-20’s dwong de NAVO tot een tegenzet. Met het beruchte ‘Dubbelbesluit’ koos de NAVO ervoor om zelf ook raketten voor de middellange afstand in Europa te plaatsen en tegelijkertijd te onderhandelen over verwijdering ervan. De ruilpolitiek van Chroesjtsjov was weer terug.
 

Scheurtjes

Het dubbelbesluit leidde in West-Europa tot protesten, maar de Russen slaagden er niet in om de verdeeldheid uit te buiten. Ondertussen verloor de Sovjet-Unie de strijd op een geheel ander vlak: de planeconomie was krakend en piepend tot stilstand gekomen. Niet het Warschaupact, maar de economie bleek van karton.

Om het Westen nog enigszins te kunnen bijbenen moest de in 1985 aangetreden Sovjetleider Gorbatsjov grootschalige hervormingen doorvoeren. Ook de offensieve strategie van het Warschaupact ging op de schop. In 1987 oefende het bondgenootschap voor het eerst sinds 1961 weer met een defensief scenario, en in datzelfde jaar sprak Gorbatsjov met Reagan af om de kernraketten voor middellange afstand weer af te schaffen.
 

Gorbatsjov hoopte de Sovjet-Unie en het Warschaupact weer op de rails te krijgen, maar het omgekeerde was het geval

Gorbatsjov hoopte zo de Sovjet-Unie en het Warschaupact weer op de rails te krijgen, maar het omgekeerde was het geval. De geest was uit de fles. De Oost-Europeanen zagen in dat de tijd van Russische militaire interventies, zoals in Hongarije en Tsjecho-Slowakije, voorbij was en grepen hun kans. In 1989 moesten de communistische regeringen een voor een het veld ruimen en op 9 november viel de Berlijnse Muur. De soldaten van het Warschaupact bleven al die tijd in hun kazernes.

De macht van de Sovjet-Unie over haar bondgenoten was gebroken. Gorbatsjov probeerde het Warschaupact – net als in de begintijd van het bondgenootschap – nog als politiek vehikel te gebruiken om de invloedssfeer van de Sovjet-Unie te handhaven, maar de andere leden zagen daar helemaal niets in. Op 1 juli 1991 werd het Verdrag van Warschau in Praag officieel ontbonden, net voordat er op 25 december een einde kwam aan de Sovjet-Unie. De aartsvijand van de NAVO was verslagen zonder ooit een schot te lossen.

Terugkijkend lijkt het alsof deze uitkomst onvermijdelijk was en dat de NAVO jarenlang heeft geoefend om zich te verdedigen tegen een vijand die helemaal niet zo stevig in z’n schoenen stond als alle retoriek deed vermoeden. Inderdaad vertoonde het monolithische machtsblok achter het IJzeren Gordijn scheurtjes.

Desondanks was het Warschaupact een formidabele militaire machine, die een ongelooflijke verwoesting teweeg had kunnen brengen als hij in beweging was gezet. De plannen waren er en de militair leiders van het Warschaupact waren niet bang om ze uit te voeren. Als het aan hen had gelegen, was een Derde Wereldoorlog helemaal niet ondenkbaar geweest.
 

Verder lezen

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op de bronnenpublicatie A Cardboard Castle? An Inside History of the Warsaw Pact, 1955-1991, dat onder redactie van Vojtech Mastny en Malcolm Byrne in 2004 is uitgegeven in het kader van het Parallel History Project. Dit samenwerkingsverband van het National Security Archive in Washington en het Center for Security Studies in Zürich onderzoekt archieven die zijn vrijgekomen na de val van de Muur. De in deze lijvige bundel opgenomen archiefstukken geven een schitterend beeld van het reilen en zeilen binnen het Warschaupact.

 

Fout in de Koude Oorlog

Wie was er eigenlijk niet fout in de Koude Oorlog? Dwepen met linkse dictators, met Stalin, Mao en Fidel Castro - ja, dat wa

€ 17,00 | Koop nu

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Het einde van de rode mens

De Wit-Russische onderzoeksjournaliste Svetlana Alexijevitsj ontving in 2015 de Nobelprijs voor de Literatuur. Ze schrijft boeiende en onthullende boeken, onder meer over de oorlog in Afghanistan en de ramp in Tsjernobyl. In haar eigen Wit-Rusland zijn...

€ 24,90 | Koop nu

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Luther

Deze diepgravende biografie van Maarten Luther belicht zijn goede kanten, zoals de moed om op te treden tegen de Kerk, maar ook zijn slechte, zoals zijn virulente antisemitisme.

€ 39,99 | Koop nu

Middeleeuwen