Contact | Adverteren | Login | Klantenservice | Privacy
Log in
Wachtwoord vergeten
Historisch Nieuwsblad 8/2008

Regentes Emma (1858-1934), moeder van de toekomstig koningin

‘Lief, lief Spekkie’

Door: Maurice Blessing
Met deze knop kunt u artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier om in te loggen.
Ze cijferde zichzelf volledig weg voor haar echtgenoot Willem III en stond bekend als ‘koningin der barmhartigheid’. Maar ze is ook getypeerd als een heerszuchtige bemoeial, die haar dochter Wilhelmina drilde als een Pruisische veldheer. Hoe vallen die twee kanten van koningin-moeder Emma’s persoonlijkheid met elkaar te rijmen?


>>> Klik hier voor een themapagina over de Nederlandse monarchie.



Adelheid Emma Wilhelmina Theresia, prinses van het Duitse vorstenstaatje Waldeck-Pyrmont, koestert geen al te hoge verwachtingen van het bezoek van Willem III aan de zomerresidentie van de familie te Pyrmont. Natuurlijk weet ze dat de 61-jarige vorst sinds de dood van zijn vrouw Sophie op vrijersvoeten is. En natuurlijk weet ze dat haar moeder zich het vuur uit de sloffen loopt om voor haar – nu ze binnenkort twintig wordt – een meer dan uitstekende partij te vinden. Alleen zo kan het armlastige, door het machtige Pruisen politiek onmondig gemaakte Huis Waldeck-Pyrmont concurrerend blijven binnen de ongenadige pikorde van de protestantse vorstenhoven in Europa. Maar Willem III van Oranje-Nassau als toekomstig echtgenoot? Dat lijkt Emma niet erg waarschijnlijk.

Het is niet zozeer dat de koning veel te oud is voor een prinses van haar leeftijd. En ook niet dat hij bekendstaat als een overspelige bruut die zijn vrouw zaliger het leven onmogelijk heeft gemaakt. Dat is allemaal overkomelijk. Het is eerder dat Emma ervan uitgaat dat ze nog niet aan de beurt is. Sinds haar betreurde zuster Sophie in 1869 aan tuberculose is bezweken, is Pauline de rijpste vrucht aan het Waldeckse hof. Nu is Pauline niet bepaald knap – en haar wat zwaarmoedige oogopslag spreekt ook niet in haar voordeel –, maar ze is wel drie jaar ouder dan Emma. Bovendien is ze reeds oneigenlijk op de huwelijksmarkt gepasseerd door de twee jaar jongere Marie.

Minnehandel
Niettemin wordt Emma door haar moeder verzocht om op die bewuste avond van 28 juli 1878, samen met Pauline, aan haar zijde plaats te nemen in de grote salon voor de ontvangst van de Nederlandse vrijer-koning. Alle lichten worden ontstoken en Emma’s vader, Georg V Victor, leidt de Oranje-vorst binnen. De Nederlandse koning is een opvallende verschijning. Hij is fors gebouwd, heeft een volle grijze baard en een ongedwongen voorkomen. Uit de terughoudende wijze waarop zijn persoonlijk adjudant graaf Dumonceau hem terzijde staat, maakt Emma op dat de koning niet is gediend van enige ruggenspraak. Maar tegenover haar moeder, Pauline en haarzelf is hij zeer voorkomend – charmant zelfs.

De daaropvolgende dagen verlopen onverwacht soepel. Meteen de volgende ochtend gaat de koning een wandeling maken met de twee prinsessen op de omwalling van het kasteeltje. Pauline en Emma wijzen hem op de oude lindeboom, en vertellen over de rol die deze heeft gespeeld in de Dertigjarige Oorlog. Willem III hoort het welwillend aan. Hij besteedt, zoals te verwachten viel, vooral aandacht aan Pauline. In de middag nemen ze allen deel aan een balspel, waarbij zowel Pauline als Emma een zachtroze japon draagt en een ronde strooien hoed, die ze tijdens het spel behendig in een bevallige positie weten te houden.

Vanaf dat moment gaat de koning duidelijk meer aandacht besteden aan de jongste dochter, die volgens Dumonceau ‘slank en goedgebouwd’ is terwijl ‘haar jongemeisjesgezichtje schranderheid en een grote goedheid’ verraadt. Dat de koning heel misschien verliefd is, of in ieder geval opgewonden is geraakt door het spel der voorbereidende minnehandel, merkt Dumonceau korte tijd later. Tijdens een rijtoertje met de prinsessen beklimt de koning, ‘anders traag en op zijn gemak gesteld’, met opmerkelijke vaart de talrijke traptreden van een hoge uitkijktoren.

De koning keert op 2 augustus, de dag dat Emma twintig wordt, terug naar huis. Hij zal zijn Emma eind september alweer terugzien, maar nu op de Waldeckse winterresidentie te Arolsen. Emma geeft subtiel te kennen dat de interesse wederzijds is door Dumonceau – die vooruit is gereisd om op 25 september het zilveren huwelijksfeest van Emma’s ouders bij te wonen – te vragen samen met haar de eerste quadrille van het bal in te zetten. Dumonceau schrijft zijn vrouw een dag later verrukt: ‘Ik voorspel dat het huwelijksaanzoek wel snor zal zitten!’ Inderdaad stemt Emma een paar dagen later toe.

Alles lijkt in kannen en kruiken, en de huwelijksplechtigheid wordt voor 7 januari 1879 in Arolsen gepland. Maar tot Emma’s grote schrik ontdekt Willem ter elfder ure een tekortkoming in zijn toekomstige echtgenote. Emma heeft namelijk, zo is de koning ter ore gekomen, in Arolsen met plaatselijke burgerjuffrouwen verkeerd om kleren voor de armen te naaien. Willem III is razend over deze schending van de koninklijke waardigheid en hij verkondigt aan wie het maar horen wil dat hij de trouwerij – die een dikke week later plaats zal hebben – zal afblazen.

Dumonceau kan zijn baas er ternauwernood van overtuigen dat de schande van afgelasting van de trouwerij in dit stadium nog vele malen groter zal zijn dan die opgelopen door de openbare handenarbeid (‘N.B. voor liefdadigheidswerk’) van zijn toekomstige vrouw. Emma toont zich intens dankbaar voor Dumonceaus bemoeienis en laat weten ‘dat zij het niet zou hebben gedaan als zij geweten had dat het de koning boos zou maken’.

Keulse pottenmeid
Hoe het huwelijk van de piepjonge Emma met een bejaarde, gefortuneerde vorst van bedenkelijke reputatie in het kleinburgerlijke Nederland is ontvangen, laat zich gemakkelijk raden. De journalist Conrad Busken Huet schrijft vanuit Brussel – uiteraard onder pseudoniem – dat Emma in Nederland vele vijanden heeft die het niet kunnen uitstaan dat ‘deze berooide jonge vrouw, die zij zonder omwegen een Keulse pottenmeid noemen, hare jeugd uit eerzucht heeft weggeworpen aan een afgeleefd man’. Zijn collega-gifmenger, de socialist Sicco Roorda van Eysinga, kan daar natuurlijk niet bij achterblijven. Hij noemt Emma een ‘verachtelijke hoer’ die zich ‘louter om de millioenen in den echt begaf met een afgeleefden, verzopen en verzwijnden vorst’.

Emma zal in Nederland op weinig steun en nog minder vrienden kunnen rekenen. Haar beide stiefzonen weigeren haar te ontmoeten, uit wrok omdat hun vader reeds binnen een jaar een nieuwe – en zo’n jonge – vrouw heeft gevonden. Van haar echtgenoot hoeft ze ook niet veel compassie te verwachten. Die vervalt alweer snel in zijn oude patroon van wispelturige tirannie.

Op 26 augustus 1879 – Emma en Willem zijn dan amper een halfjaar getrouwd – schrijft Dumonceau vanuit zomerresidentie Het Loo: ‘Er heerst vrij grote paniek. De Koning richt het woord niet meer tot de Koningin die alles wat zij heeft aan goeds ten toon spreidt om de aandacht van de Koning te trekken zonder dat hij aandacht aan haar lijkt te schenken.’ Emma’s hofdame Henriëtte van de Poll zal haar familie niet veel later schrijven hoe Emma met trillende handen haar koffie probeert te drinken na weer een onverwachte schoffering van Willem te hebben doorstaan.

Tijdens Emma’s eerste jaren aan het hof benadrukken waarnemers vooral Emma’s vriendelijkheid, zorgzaamheid en bescheidenheid. Na enkele jaren lijkt zij zich echter assertiever te gaan opstellen. Deze omslag valt mede op te maken uit de in 1907 opgetekende memoires van haar gewezen kamerheer Pauw van Wieldrecht. Hij omschrijft Emma als ‘ontzettend ambitieus, beredeneerd, dril- en heerschzuchtig, bemoeial en nieuwsgierig, met een vriendelijke inborst die echter, wanneer haar eigenbelang in het spel komt, geheel op den achtergrond kan worden geschoven’. Maar zelfs de adellijke Pauw van Wieldrecht – die zijn bazin altijd een ‘parvenue’ is blijven vinden en na een conflict vertrok – houdt oog voor Emma’s meer positieve kanten: ‘Daarentegen [is zij] hoogst praktisch, onvermoeid werkzaam, minutieus, zeer leergierig, vol van plichtsbesef, courageus en kranig.’

Het is duidelijk dat Emma zich in deze jaren angstvallig heeft vastgeklampt aan het hofprotocol. Dat protocol was in het Nederland van die jaren – zelfs naar de toenmalige Europese maatstaven – zeer rigide. Daar kwam bij dat Emma, volledig in de geest van de tijd, een opvoeding had genoten die was gegrond op de overtuiging dat de vrouw moet worden voorbereid op ultieme dienstbaarheid aan haar echtgenoot.

Ongetwijfeld was ze ook, vanuit haar diep protestantse opvoeding, bekend met de gevleugelde frase uit Genesis 3:16, die haar toekomst als echtgenote leek te profeteren: ‘Met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen.’ Emma zou inderdaad begeren en baren en worden overheerst. Maar ze zal ook het heft in eigen handen nemen.

Rebellie
Op dinsdag 31 augustus 1880 wordt op het Haagse paleis Noordeinde een kerngezonde dochter geboren: Wilhelmina. De zielsgelukkige, maar als altijd onnavolgbare vader decreteert dat niemand behalve de directe verzorgers zijn dochter mag zien. Emma is het daar niet mee eens. In het diepste geheim toont zij haar kind aan haar twee hofdames. En ze dreigt nog verder te rebelleren. Op 11 november weet Van de Poll Emma er ternauwernood van te weerhouden Wilhelmina onder de neuzen van ’s konings hofheren te duwen – die overigens als de dood zijn om in een dergelijke compromitterende situatie te geraken.

Het zijn Emma’s belangrijkste wapenfeiten in haar zeer bescheiden streven naar meer echtelijke autonomie. Maar het maakt niettemin duidelijk waar vanaf nu haar prioriteiten liggen: bij Wilhelmina en de moederrol die zij naar eigen eer en geweten wil vervullen.

Die moederrol krijgt in 1884 nog extra gewicht. In dat jaar overlijdt de ziekelijke troonopvolger Alexander, de laatst overgebleven zoon van Willem III. Wilhelmina is nu de officiële troonopvolgster. Deze omstandigheid heeft ook consequenties voor de positie van Emma. Op 1 augustus, een dag voor haar 26ste verjaardag, besluiten de Staten-Generaal dat Emma als koningin-regentes zal regeren indien Willem III – wiens gezondheidstoestand te wensen overlaat – zal komen te overlijden voordat Wilhelmina achttien jaar is.

De bijna unanieme beslissing lijkt te impliceren dat Emma’s optreden op brede waardering kan rekenen. Maar niet uit te sluiten valt dat regering en Kamerleden de voordelen wel inzagen van een staatshoofd dat, naar aller verwachting, de politiek volledig aan de heren politici zou laten.

Dat zou nog vies tegenvallen. De Emma die zes jaar later – haar echtgenoot sterft op 23 november 1890 – aantreedt als regentes, is een strijdbare vrouw die geen enkele aantasting accepteert van de koninklijke prerogatieven die in 1898 aan haar dochter zullen toevallen. Zo houdt zij voet bij stuk wanneer minister van Binnenlandse Zaken Tak van Poortvliet haar ambtelijke secretariaat – het kabinet der Koningin – bij zijn eigen ministerie wil onderbrengen. Emma, die weet dat zij deze hervorming niet kan voorkomen met constitutionele argumenten, weet de zaak zodanig te traineren dat van uitstel afstel komt. De Nederlandse regering heeft tot op de dag van vandaag geen formele macht over dit instituut.

Uitstel – van officiële antwoorden, van audiënties – zal Emma’s favoriete machtsmiddel worden. In die aanpak wordt zij gesteund en gesouffleerd door haar enige vertrouweling in die jaren: haar altijd van goede raad overlopende schoonzus Sophie, groothertogin van Saksen-Weimar. De uitgekookte Sophie zorgt er niet alleen voor dat Emma in staatsrechtelijk en politiek opzicht onverwacht vastberaden en onderlegd voor den dag komt; ze is ook toetssteen en medevormgeefster van wat Emma na het overlijden van haar echtgenoot – die ze tot diens laatste snauw vanaf zijn sterfbed met bewonderenswaardige toewijzing heeft verzorgd – als de belangrijkste taak in haar leven beschouwt: Wilhelmina klaarstomen voor de Nederlandse troon.

Project-Wilhelmina
Er is veel geschreven over de strenge opvoeding van Wilhelmina. Wilhelmina zelf zal zich op latere leeftijd beklagen over de ‘kooisfeer’ waarin zij van jongs af aan gedwongen was te leven. Het rigide hofprotocol – waaraan Emma strikt de hand hield – zou het haar onmogelijk hebben gemaakt ongedwongen met haar ‘onderdanen’ om te gaan of voeling te krijgen met wat er werkelijk onder ‘het volk’ leefde.

Als verklaring voor Emma’s opvoedkundige opvattingen is niet zelden verwezen naar haar Duitse afkomst. Maar dat is veel te simpel. Emma’s eigen opvoeding was juist veel losser en opener geweest. Zo zat op het slot in Waldeck-Pyrmont het personeel aan tafel met de vorst en zijn gezin, iets wat ondenkbaar was – en is – binnen de Nederlandse verhoudingen. Het opmerkelijke is ook dat Emma, wanneer zij refereert aan haar gelukkige jeugd, juist de ongedwongenheid en toegankelijkheid van het Waldeckse hof roemt.

Emma’s angsten en onzekerheid vormen dan ook de enige logische verklaringen voor haar inmiddels legendarische dril- en bedilzucht. Als jong meisje dat niets liever wenste dan een nuttige, onkreukbare echtgenote te zijn voor de Nederlandse koning, moet het een enorme klap zijn geweest dat ze – nota bene een week voor haar huwelijk – bijna aan de kant was gezet vanwege een onbewuste overtreding van de in Nederland geldende hofetiquette.

Toen ze eenmaal getrouwd was, bleek het bijzonder moeilijk enige lijn te vinden in de eisen die Willem III stelde aan het gedrag van zijn vrouw. Het moet haar nog onzekerder hebben gemaakt. Ook de openlijke vijandigheid in sommige segmenten van de Nederlandse samenleving ten opzichte van de ‘Duitse hoer’ zal haar zelfvertrouwen geen goed hebben gedaan. Tel daarbij op de opkomst van het antimonarchale socialisme en de regelmatige aanslagen op Europese staatshoofden in die jaren, en het mag duidelijk zijn waarom Emma al snel in regelzucht en afzondering haar heil zocht.

Emma was bovendien van mening dat protocol alleen Wilhelmina onvoldoende zou kunnen beschermen. Om op haar zware toekomstige taak berekend te zijn moest haar gevoelige dochter worden ‘getraind’ tot een ‘moedige en nobele vrouw’, ‘vastberaden en sterk’. Emma maakte zich wat dat betreft zorgen over ‘antecedenten in de familie’. Mogelijk dacht ze hierbij aan de wispelturige gekte van haar echtgenoot, aan diens zenuwzieke zoon Alexander, aan de seksuele ‘onnatuurlijkheid’ van Wilhelmina’s grootvader Willem II, of aan het gerucht dat met diens echtgenote Anna Paulowna het Oranje-bloed besmet was geraakt met de legendarische waanzinnigheid van de Russische tsarenfamilie.

Sophie moet Emma over de geestelijke (on)gesteldheid van sommige familieleden hebben geïnformeerd, en samen pakken ze het zorgelijke project-Wilhelmina met volledige overgave aan. In 1894 schrijft Emma aan Sophie: ‘Ik bemerk ook dat wat W. betreft alles een klein beetje beter in harmonie is, maar het is nog lang niet zoals het zou moeten zijn.’
Pas als Wilhelmina in 1898 de troon bestijgt en Emma regentes af is, laat ze noodgedwongen de teugels vieren. Een jaar eerder is Sophie overleden. Het is voor Emma een ‘onuitsprekelijk zwaar verlies’, zo schrijft ze haar tante Marie von Wied. ‘Bij niemand kan ik mij zo uitspreken zoals ik dat bij haar kon, omdat niemand de verhoudingen hier zo goed kent.’

Syfilis
Na Wilhelmina’s door Emma gearrangeerde huwelijk met de Duitse hertog Hendrik van Mecklenburg-Schwerin, op 7 januari 1901, moet Emma haar dochter definitief loslaten. Hofdame Van de Poll schrijft medelijdend: ‘Het is een vreeselijk ding voor Haar zich niet meer met alles te kunnen bemoeien en niet meer alles te kunnen voorschrijven.’ Alleen wanneer Wilhelmina herstelt van weer een miskraam, en Emma haar verzorging op zich neemt, herleven de oude verhoudingen.

Het is niet duidelijk of Emma ooit weet heeft gehad van de roddel dat de vele miskramen van Wilhelmina werden veroorzaakt door Hendriks syfilis, of dat zijzelf dat verband heeft gelegd. Net zoals onbekend is of Emma zich verantwoordelijk heeft gevoeld voor het slechte huwelijk van Wilhelmina of haar vereenzaming nadat dit nog slechts voor de vorm in stand werd gehouden.

Wilhelmina zelf lijkt het haar moeder in ieder geval niet kwalijk te hebben genomen. Die vond juist dat ze zelf tekort was geschoten als echtgenote – waarbij ze ongetwijfeld de mateloze opofferingsgezindheid van haar moeder als onbereikbaar ideaal voor ogen had. Dat Emma inmiddels vanwege haar vele liefdadigheidswerk bekendstond als ‘de koningin der barmhartigheid’ zal Wilhelmina’s bewondering voor haar moeder slechts hebben doen toenemen.

In de laatste jaren van Emma’s leven voelt Wilhelmina zich verbondener dan ooit met Emma, zo blijkt uit de vele liefdevolle brieven aan haar moeder, waarin ze Emma ‘lief, lief Spekkie’ noemt. De oude, breekbare ‘Spekkie’ zal op 20 maart 1934 overlijden aan de gevolgen van een longontsteking. Bij de begrafenis in de Nieuwe Kerk te Delft zet een diepbedroefde Wilhelmina de minister van Justitie de grafkelder uit, omdat hij met luide stem het proces-verbaal van de verzegeling van de kisten laat voorlezen, waarna hij Wilhelmina opdraagt dit te ondertekenen. Door dit ontactvolle optreden, zo vindt de koningin, heeft hij zich te veel laten leiden door de officiële regels en te weinig door medeleven.


Meer informatie

Boeken
Er is nog geen biografie van Emma verschenen van het kaliber Wilhelmina van Cees Fasseur. Diens tweedelige levensbeschrijving, De jonge koningin uit 1998 en Krijgshaftig in een vormeloze jas uit 2001, vormt echter ook een goed vertrekpunt voor wie zich in de koningin-moeder wil verdiepen. Onmisbaar is ook Koningin Emma. Opstellen over haar regentschap en voogdij (1990) onder redactie van C.A. Tamse.

Brieven van Wilhelmina aan Emma – die van Emma aan Wilhelmina zijn vernietigd door de laatste – zijn na te lezen in Drie vorstinnen. Brieven van Emma, Wilhelmina en Juliana van A.P.J. van Osta (1995). In zijn levendige memoires, die in 1989 zijn gepubliceerd onder de titel Sire….(II) Herinnering aan Z.M. Koning Willem III en H.M. Koningin Emma, trekt graaf Dumonceau duidelijk partij voor de vrouw van zijn werkgever. Zijn notities zijn vertaald en bewerkt door René Cleverens.
In 1994 publiceerde deze laatste Niet verder dan ons Huis… De Koninklijke Hofhouding. Het dagelijks leven in de paleizen Noordeinde en Het Loo 1870-1918. Dit boek bracht de journalisten Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra op het spoor van Emma’s hondstrouwe hofdame Henriëtte van de Poll. De meest sappige anekdotes uit Henriëttes correspondentie werkten zij uit in ‘Vertel dit toch aan niemand’. Leven aan het hof (2006).

Websites
Wie de tentoonstellingen ter ere van Emma’s 150ste geboortedag in Arolsen en Pyrmont – afgesloten op 24 augustus – heeft gemist, kan op de site van de RVD (www.koninklijkhuis.nl.content.jsp?objectid=25956) nog stukken van de tentoonstellingen bekijken.
Een pelgrimstocht naar het paleis te Arolsen – geboorteplek van Emma – en het kasteeltje te Pyrmont – waar ze balde met Willem – is nog altijd mogelijk (zie www.oranjeroute.nl).
Meer informatie over Emma en Waldeck-Pyrmont is te vinden op de site van het Reformatorisch Dagblad: www.reformatorischdagblad.nl. Klik op ‘Meer dossiers’ en ga naar ‘Koninklijk Huis’: ‘Koningin Emma’.

Welkom bij Historisch Nieuwsblad!

Maak nu gratis kennis met de journalistiek van Historisch Nieuwsblad. In dit dossier hebben wij de mooiste verhalen uit ons archief voor u gebundeld. Lees bijvoorbeeld hoe de Stasi tijdens de Koude Oorlog spioneerde in Nederland, waarom we 1968 kunnen bestempelen als rampjaar en wat ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog in hun dagboek schreven.