Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

Ewoud Kieft over Oorlogsenthousiasme

Door: Ferdinand Lankamp

Het oorlogsenthousiasme van 1914 was opwelling noch randverschijnsel. Integendeel, het had diepe wortels. Dat betoogt Ewoud Kieft in Oorlogsenthousiasme. Europa 1900-1918. Hoe was het mogelijk dat intellectuelen in heel Europa warmliepen voor de Eerste Wereldoorlog? ‘Nagenoeg de hele culturele elite hield er vergelijkbare denkbeelden op na als, bijvoorbeeld, Mussolini. Dat geeft nogal te denken.’

‘Er moest iets wereldschokkends gebeuren’

Oorlogsenthousiasme

Wervelende tour d’horizon langs tal van Europese culturele centra aan het begin van de twintigste eeuw, waar veel kunstenaars, intellectuelen, schrijvers en wereldverbeteraars zich afzetten tegen de zelfgenoegzame,

€ 29,90 | Koop nu


In juli 1914 werd Europa na de moord op aartshertog Franz Ferdinand in een crisis gestort die zou uitmonden in de Eerste Wereldoorlog. In Wenen, Berlijn, Parijs, Londen en St. Petersburg gingen uitgelaten menigtes de straten op. ‘Die straatbetogingen hadden een uitgesproken politiek karakter,’ vertelt Kieft. ‘Ze kwamen voort uit vaderlandsliefde, maar ook uit bezorgdheid en nieuwsgierigheid.’
 
De hoofdpersonen in het boek vormen een bont gezelschap van kunstenaars, schrijvers, wereldverbeteraars en vrijheidsstrijders. ‘Hun reactie was van een heel andere orde dan de straatbetogingen. Aan het begin van mijn boek Het plagiaat vertel ik over Pieter van der Meer de Walcheren, een jonge schrijver die, na zijn terugkeer naar Nederland uit Frankrijk in 1918, het oorlogsgeweld verheerlijkt. Via Van der Meer ontdekte ik een netwerk van Europese intellectuelen en kunstenaars die soortgelijke ideeën hadden over de Eerste Wereldoorlog.’
 
‘Over de reacties op de julicrisis van 1914 zijn veel mythes ontstaan. Tegenwoordig zijn twee standpunten algemeen aanvaard. Aan de ene kant zijn er mensen die zeggen dat Europa in juli 1914 eenvoudigweg werd overspoeld door een golf van nationalistische hysterie. Aan de andere kant zijn er mensen die ontkennen dat er sprake was van oorlogsenthousiasme; daadwerkelijk enthousiasme zou slechts bij een groepje randfiguren terug te vinden zijn geweest. Uit beide standpunten valt af te leiden dat er een neiging bestaat om het oorlogsenthousiasme af te doen als vluchtig en irrationeel. Het past niet bij onze moderne opvattingen over beschaving. Wat mij betreft klopt dat niet. Het oorlogsenthousiasme had diepe wortels, en was niet een opwelling of een randverschijnsel. Begin twintigste eeuw hield nagenoeg de hele culturele elite er vergelijkbare denkbeelden op na als, bijvoorbeeld, Mussolini. Dat geeft nogal te denken.’
 
De oorsprong voor dit oorlogsenthousiasme lag in het Europa van de late negentiende eeuw. ‘Nieuwe ontwikkelingen zetten het oude, mechanische wereldbeeld totaal op zijn kop. Daarnaast maakten Europese steden een enorme groei door. Er hadden ingrijpende veranderingen plaats in de maatschappij. We kunnen ons tegenwoordig niet meer voorstellen wat voor effect dat had.’
 
Bij het schrijven van zijn proefschrift, dat voortbouwde op Het plagiaat, ontdekte Kieft een interessant verschijnsel onder Franse kunstenaars. ‘Rond de eeuwwisseling gingen ze met honderden tegelijk over naar het rooms-katholicisme. Ik kwam erachter dat juist in deze kringen het enthousiasme voor een nieuwe, grote oorlog heel groot was. Men zocht een houvast; men had het idee dat de wereld in een staat van verval verkeerde. Er moest iets ingrijpends gebeuren om dat verval te keren.’
 
Oorlogsenthousiastelingen hadden verschillende achtergronden, stelt Kieft. ‘Vaak was sprake van teleurgestelde socialisten, zoals de Franse schrijver Charles Péguy. Die had zich ten tijde van de Dreyfus-affaire volledig achter Émile Zola geschaard en was in de ban geraakt van het socialisme. Toen de socialisten een jaar later besloten deel te nemen aan de Franse regering, was Péguy ontgoocheld. Hij had gehoopt op een revolutie.’ Péguy keerde zich vervolgens tegen de pacifistische opvattingen van de Franse socialisten. In 1914 sneuvelde hij tijdens de Slag aan de Marne.
 
Toch lieten ook verklaarde antimilitaristen als Erich Mühsam, die in 1919 een van de leiders werd van de socialistische Beierse Radenrepubliek, zich in 1914 opzwepen door het oorlogsenthousiasme. ‘Dat was in zijn geval een momentopname en hij had er al snel spijt van, maar het kwam niet uit het niets. Veel linkse denkers hunkerden naar revolutie, naar iets wereldschokkends. Toen de oorlog uitbrak zagen ze hoe de maatschappij in een paar maanden op zijn kop werd gezet. Het had iets weg van een revolutie.’
 
Andere enthousiastelingen waren in de decennia voor 1914 in de ban geraakt van nieuwe technologische ontwikkelingen. Een voornaam voorbeeld is de schrijver H.G. Wells, bekend van onder andere The War of the Worlds en The Time Machine. Ook Wells vreesde maatschappelijk verval. ‘In de toekomstvisie van Wells, zoals hij die in The Time Machine etaleert, zijn de afstammelingen van de maatschappelijke bovenlaag verzwakt en verwend, doordat ze in luxe hebben geleefd. Ze zijn een prooi van de afstammelingen van de werkende klasse, die altijd hebben moeten vechten en daardoor sterk zijn geworden.’ Wells was zelfs enige tijd voorstander van eugenetica en gedwongen sterilisatie en euthanasie. ‘Hij was lang niet de enige. Wells kwam later nog op zijn denkbeelden terug, maar George Bernard Shaw bijvoorbeeld niet.’
 
Kieft lijkt nog altijd verbaasd over de opvattingen die de personen in zijn boek etaleerden. ‘Het zijn mensen met wie ik me kan identificeren. Toch hadden ze soms verschrikkelijke denkbeelden. Wat zegt dat over onszelf? Blijkbaar zijn onze beschaafde opvattingen niet zo vanzelfsprekend.’

Afbeelding: de Franse schrijver Charles Péguy
 

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Lincoln

Verhagen plaatst Abraham Lincoln in de context van de geschiedenis van de VS. Volgens velen heeft Lincoln laten zien dat leiderschap niet kan worden aangeleerd, maar dat het aankomt op karakter.

€ 19,95 | Koop nu

Middeleeuwen