Alle artikelen
In de zomer van 1941 veroverden het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie het Duitslandgezinde Iran. De sjah werd afgezet, opgevolgd door zijn zoon en het land werd opgedeeld in twee invloedssferen. De invasie zou ingrijpende gevolgen hebben voor het land, dat al decennialang speelbal was van de grote mogendheden.
25 augustus 1941, rond vier uur in de nacht, trokken troepen van het Britse Gemenebest het zuidwesten van Iran binnen via een pontonbrug over de Sjatt al-Arab-rivier, op de grens tussen Irak en Iran. Tegelijkertijd vielen Britse en Australische troepen het land vanuit het westen en zuiden aan en drong de Sovjet-Unie binnen vanuit het noorden, vanuit het huidige Turkmenistan, Azerbeidzjan en Armenië. Operation Countenance was begonnen.
Voor de Iraniërs kwam de aanval als een verrassing. Na minder dan een week was hun verzet gebroken en schudden de Britten en de Sovjets elkaar de hand nabij Qazvin, ten noordwesten van de hoofdstad Teheran. Iran werd bezet, ondanks zijn neutrale opstelling tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sjah Reza Pahlavi moest het veld ruimen en zijn prowesterse zoon Mohammad Reza Pahlavi werd aangewezen als opvolger. Het Verenigd Koninkrijk kreeg controle over het olierijke zuidwesten en de Sovjet-Unie bestierde het noorden van het land. Op die manier konden de twee mogendheden gebruikmaken van de belangrijke Trans-Iraanse Spoorlijn.
Meer lezen over Iran? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.
Tussen de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten was een wankele alliantie ontstaan nadat Hitler in juni 1941 de Sovjet-Unie was binnengevallen. Volgens de Russen moesten ze Iran daarna wel innemen, omdat het alleen zo uit handen van de Duitsers kon blijven.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Tussen Iran en nazi-Duitsland was voor de oorlog een innige band ontstaan, waarin economische belangen doorslaggevend waren. Sjah Reza Pahlavi had handel met Duitsland en Duits technologisch advies nodig voor zijn moderniseringsplannen. Hij liet bruggen, wegen, spoorlijnen en communicatienetwerken bouwen, fabrieken uit de grond stampen en moderniseerde de rechtspraak en het onderwijs. De aanleg van de Trans-Iraanse Spoorlijn was zo mogelijk het belangrijkste prestigeproject. Toen de oorlog uitbrak, waren er honderden Duitse adviseurs, ingenieurs en andere technici aanwezig in Iran en was Duitsland Irans grootste handelspartner. Andersom was Iran voor Duitsland een interessante bondgenoot vanwege de enorme rijkdom aan grondstoffen.
Trans-Iraanse Spoorlijn
In 1927 begon de aanleg van de Trans-Iraanse Spoorlijn, die van de Perzische Golf naar de Kaspische Zee liep. In 1938 was het project voltooid, al werd de spoorlijn begin jaren zestig door sjah Mohammad Reza Pahlavi doorgetrokken tot de hoofdstad Teheran en tot aan Gorgan, in het noordoosten van het land, tegen Turkmenistan aan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen de Amerikanen de exploitatie van de spoorlijn over om de Sovjet-Unie te bevoorraden voor de strijd tegen nazi-Duitsland.

Iran werd bezet door de geallieerden
In de zomer van 1941 veroverden het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie het Duitslandgezinde Iran. De invasie zou ingrijpende gevolgen hebben voor het land.
Voorproefje van het slavernijmuseum
Al in de zeventiende eeuw klonken er in de Nederlandse Republiek bezwaren tegen slavernij, zo is te zien in een pop up-tentoonstelling.
De PSP bleef altijd een getuigenispartij
De PSP was vanaf de oprichting in 1957 een vergaarbak van groepen, van republikeinen tot trotskisten. Dat leidde tot veel onderling gesteggel. Bij de oprichting had de activistische partij de tijdgeest mee, maar tot een stevige positie in de Tweede Kamer kwam het nooit. Mensen vroegen weleens aan Fred van der Spek wat hij in...
Wat te doen in tijden van crisis?
‘Toen we merkten dat de overheid tijdens de coronacrisis geen rekening hield met de sociale en culturele gevolgen van haar beleid, besloten we dit zelf te onderzoeken,’ vertelt Beatrice de Graaf.
‘Queer verhalen verdienen het verteld te worden’
Speculatie over de genderidentiteit en seksuele voorkeur van historische personen komt steeds vaker voor. Sommige onderzoekers pleiten voor een meer ‘queer’ blik op het verleden.
‘Deze serie wekt meer begrip voor de Joodse Raad dan historici ooit zouden kunnen’
Historicus Bart van der Boom reageert op de kritische kanttekeningen die emeritus-hoogleraar Johannes Houwink ten Cate bij de EO-serie over de Joodse Raad plaatst.
Het gehucht Wilsveen werd bijna een grote stad
Tussen Leidschendam en Zoetermeer ligt het buurtschap Wilsveen. Het scheelde weinig of dit dorpje had plaatsgemaakt voor een stad die groter zou worden dan Delft. De inwoners van het gehucht waren overgeleverd aan de belangen van de grote steden in de Randstad. Wilsveen is klein. Zo klein dat het geen eigen plaatsnaambord heeft. Het is...
Het grootste gevaar voor de NAVO komt van democratisch gekozen politici
Sinds de oprichting van de NAVO is er geen oorlog gevoerd op haar grondgebied. Al die tijd was niet Rusland, maar de democratie het grootste gevaar. Generaals vreesden dat een democratisch gekozen regering in een van de lidstaten het tapijt onder de alliantie vandaan zou trekken. Een week lang stond het militaire hoofdkwartier van de...
De Joodse Raad is toch weer de zondebok
De EO-serie De Joodse Raad is in de media geprezen als waarheidsgetrouw en begripvol. Op beide kwalificaties is veel af te dingen, schrijft emeritus-hoogleraar Johannes Houwink ten Cate.
‘Opgravingen in Sobibor geven slachtoffers een gezicht’
Archeologen zochten bijna twintig jaar naar sporen van het nazi-vernietigingskamp Sobibor. Ze vonden onder meer persoonlijke bezittingen van slachtoffers, vertelt NIOD-onderzoeker Erik Somers.
Simon Stevin: ingenieur van de prins
Alleskunner Simon Stevin benaderde de oorlog als een reeks meetkundige problemen. Zijn kennis van de wiskunde droeg hij over op prins Maurits, die er grote militaire successen mee haalde.
Amsterdammers liepen de deur bij elkaar plat
Amsterdam viert zijn 750-jarig bestaan. Zeventiende-eeuwse Amsterdammers wisten precies hoe het er bij hun buren aan toeging, blijkt uit een boek over het alledaagse leven in de stad.
