De fascinerende film begint in 1852 in Bologna, dat dan nog deel uitmaakt van de Kerkelijke Staat, met de stiekeme doop van de doodzieke baby Edgardo. Het dienstmeisje handelt uit angst: als de baby ongedoopt sterft, zal hij niet in de hemel komen. Edgardo blijft in leven en als de roomse autoriteiten zes jaar later van de doop horen, rukken pauselijke gendarmes het kind uit de armen van de ouders en brengen het naar een katholiek opvoedingsinstituut. De kinderdiefstal leidt tot veel publieke verontwaardiging en zelfs tot diplomatieke spanningen tussen paus Pius IX en de regeringen van onder andere Engeland en Frankrijk. Maar de antisemitische en dogmatische geloofsfanaticus weet van geen wijken. Zijn halsstarrige houding draagt bij aan de ondergang van de Kerkelijke Staat. Voor de ouders van Edgardo eindigt het tragisch: hun zoon raakt volledig van hen vervreemd.

