Alle artikelen
Even leek het goed te gaan met de Nederlandse Spoorwegen, maar de laatste maanden klagen reizigers weer volop: over vertragingen, vierkante wielen en een zomerdienstregeling in de herfst. De chaos op het spoor heeft een geschiedenis van een eeuw: honderd jaar geleden, in januari en april 1903, vonden de eerste massale spoorwegstakingen plaats. Met grote gevolgen, want een eeuw geleden was de trein al een belangrijke spil in het vervoer van goederen en personen. Dat is sindsdien niet veranderd. Bij chaos op het spoor – of die nou door stakingen wordt veroorzaakt of door de natuur – komen werknemers te laat op kantoor, halen spoorstudenten hun colleges niet en gaan afspraken niet door.
Het belang van een goed functionerend spoorwegnet en een vaste, regelmatig uitgevoerde dienstregeling voor een moderne samenleving bleek direct bij de eerste spoorwegstaking. Cartoontekenaar Albert Hahn sr. bracht dat treffend onder woorden in een onderschrift bij een van zijn politieke prenten in de krant Het Volk: `Gansch het raderwerk staat stil, als Uw machtig arm het wil…’
De spoorwegstakingen van 1903 waren niet de eerste massale acties in de transportsector. In 1900 hadden Amsterdamse havenarbeiders al twee keer met succes gestaakt. Ze kregen een loonsverhoging van 20 naar 25 cent per uur, de werkdag werd teruggebracht naar tien uur, en de werkgevers zegden een toeslag voor nachtwerk toe. `Het was het eerste conflict met de arbeiders dat met een volkomen nederlaag van den werkgever eindigde,’ zei mededirecteur Ernst Heldring van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij later.
Al die tijd had personeel van de spoorwegen zich rustig gehouden. Jan Oudegeest, de grondlegger van de Nederlandsche Vereeniging van Spoorwegambtenaren, zei kort voor 1903 nog dat `het spoorwegpersoneel de eerste 25 jaar nog niet aan staking kon denken’. Het zou anders lopen. Eind 1902 besloot de Nationale Federatie van Transportarbeiders – een vakbond waarvan zowel havenarbeiders als spoorwegambtenaren lid konden worden – het verplichte lidmaatschap in te voeren. Dat betekende dat de leden van de federatie niet langer mochten samenwerken met ongeorganiseerden.
Onderkruipers
Voor de vaste arbeiders van het Blauwhoedenveem, een bedrijf dat goederen woog, sorteerde en opsloeg, was dat bijzonder lastig. De directie stond hun niet toe lid te worden van een vakorganisatie. Toen op 8 januari twee van hun arbeiders goederen kwamen halen bij het scheepvaartbedrijf W.H. Müller & Co., weigerden de georganiseerde arbeiders daar de spullen mee te geven. Daarom werden de arbeiders van het scheepvaartbedrijf ontslagen, waarop het gehele personeel in staking ging. In korte tijd breidde de staking zich uit over de meeste haven- en transportbedrijven in de Amsterdamse regio. De getroffen werkgevers haalden daarom `onderkruipers’ uit de dorpen Durgerdam, Nieuwendam en Schellingwoude. Zij waren geen vakbondslid, en vulden de vrijgekomen plaatsen van de ontslagen stakers op.
Vanwege de nauwe band tussen deze bedrijven en de spoorwegen lag het voor de hand dat ook het treinpersoneel zou worden geconfronteerd met `besmet’ werk van onderkruipers. Daarom belegden de Federatie van Spoorwegorganisaties en de Nationale Federatie van Transportarbeiders op 27 januari een vergadering, waar de Amsterdamse spoorwegarbeiders tot een beslissing moesten komen over de kwestie van het besmette werk. De stemming onder de arbeiders was geestdriftig en de gematigde leiders slaagden er niet in die te doven. De volgende dag werd een manifest verspreid dat in bloemrijke taal opriep geen onderkruipersarbeid te verrichten.
In de ochtend van 29 januari kreeg een rangeerder van de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij (HIJSM), Dirk Vreeken, de opdracht op goederenstation Rietlanden in Amsterdam een wagon te rangeren voor het Blauwhoedenveem. Vreeken weigerde en werd geschorst. Al snel verklaarde het gehele personeel van de goederenstations Rietlanden en Oostenburgergracht zich solidair met de geschorste werknemer. De staking greep snel om zich heen, onder meer naar het Centraal Station in Amsterdam.
De massale omvang ervan verbaasde ingewijden niet. Jarenlang hadden de grieven van de spoorwegarbeiders ten aanzien van de spoorwegdirecties zich opgehoopt zonder dat ze konden worden geuit. De werkdruk was hoog, de werkomstandigheden voor de stokers en de machinisten waren slecht, en onaangepast gedrag – zoals het laten horen van een socialistisch geluid – kon leiden tot overplaatsing naar een uithoek van het land.
De eisen van de stakers logen er dan ook niet om. Zij wensten terugname van de ontslagen stakers, uitkering van het loon over de gestaakte dagen en erkenning van de vakorganisaties. Toen de directies van de HIJSM en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen niet bereid bleken eisen van de stakers in te willigen, besloten de stakers de actie uit te breiden tot een achttal belangrijke spoorwegknooppunten. Daar waren de directies niet tegen opgewassen. Ze capituleerden en alle eisen werden ingewilligd. De regering had zich tijdens de staking geheel afzijdig gehouden en kreeg daarom veel kritiek te verduren. Onder druk van de publieke opinie, een belangrijk deel van de schrijvende pers en de confessionele vakbeweging besloten Abraham Kuyper en zijn kabinet hard in te grijpen. Die actie vormde de aanleiding tot de tweede spoorwegstaking.
Worgwetten
Als eerste maatregel riep de regering enkele lichtingen dienstplichtigen op om in geval van nood de stations te bezetten. Bovendien werd een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat stakingen bij de overheid en de spoorwegen in de toekomst verbood. De maximumstraf voor een spontane staking moest zes maanden cel of driehonderd gulden boete worden. Op een georganiseerde staking zou een maximumstraf van vier jaar komen te staan.
In de socialistische arbeidersbeweging sprak men van de `worgwetten’ van Abraham Kuyper, en op 5 april werd een staking uitgeroepen om invoering ervan te voorkomen. Onder de havenarbeiders, de gemeentewerklieden, de metaalarbeiders en de diamantbewerkers was de staking algemeen. Bij de spoorwegen mislukten de stakingen op vrijwel alle stations. De emplacementen waren door militairen bezet en de pasopgerichte Bonden van Orde van de spoorwegen deden hun werk. Ook de confessionele organisaties stelden zich passief op of steunden acties om de staking te breken.
De staking mislukte, en de gevolgen waren desastreus. Alleen al bij de spoorwegen werden tweeduizend, overwegend socialistische arbeiders op staande voet ontslagen. Ook de vakbeweging had een gevoelige klap gekregen, waarvan ze zich slechts met veel moeite en na een langdurig proces herstelde. De tegenstellingen tussen de confessionele en de socialistische vakorganisaties waren lange tijd onoverbrugbaar. Bovendien was het (rijks)ambtenaren lange tijd verboden om te staken.
De stakingen van het spoorwegpersoneel in 1903 waren een ontlading van psychische spanningen; niet de erkende vakbondsleiders brachten de arbeiders in beweging, maar de arbeiders dwongen hun leiders tot actie. Daardoor lijkt deze beweging wellicht grillig, incidenteel en opportunistisch, maar dat is kenmerkend voor een vakorganisatie in opkomst. De stakingen hadden ook een positief effect: uit de eropvolgende discussies over de te volgen strategie is de moderne vakbeweging gegroeid, die een belangrijke rol speelt in het overleg tussen overheid, werkgevers en werknemers – een vorm van overleg die lange tijd werd gezien als de grondslag van het veelgeroemde poldermodel.
Bij de Nederlandse Spoorwegen is de organisatiegraad van het personeel dankzij de lange vakbondstraditie in vergelijking met andere bedrijven nog steeds hoog. Ook de militante variant van de vakbeweging bestaat nog steeds bij de NS in de vorm van de zogenoemde collectieven. De meest constante factor bij de spoorwegen vormt echter het gevoel van verbondenheid met het bedrijf. Een directeur die blijk geeft van onvoldoende begrip daarvoor wordt dan ook genadeloos afgestraft. Door de hoge organisatiegraad en deze bedrijfscultuur is de stakingsbereidheid bij het spoorwegpersoneel nog steeds groot. Aan een oproep tot staking wordt dan ook meestal massaal gehoor gegeven, hetgeen – net als in 1903 –, zoals we vorig jaar weer merkten, al snel leidt tot een totale ontwrichting van het spoorwegverkeer.
In `Het Hoge Woord’ schrijven prominente historici korte historische beschouwingen naar aanleiding van actuele ontwikkelingen. Willem van den Broeke is verbonden aan de afdeling Economische en Sociale Geschiedenis van de Universiteit Utrecht. Hij schreef een proefschrift over de financiering van de Nederlandse spoorwegen tussen 1837 en 1890.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Het Hoge Woord: De chaos op het spoor heeft een geschiedenis van zeker een eeuw
WILLEM VAN DEN BROEKE . De spoorwegstakingen van 1903, bijna honderd jaar geleden, verliepen desastreus voor het personeel. Toch is de band met het bedrijf altijd groot geweest. Nog steeds wordt een directeur die dat niet begrijpt genadeloos afgestraft. Even leek het goed te gaan met de Nederlandse Spoorwegen, maar de laatste maanden klagen reizigers...
Films over de Franse Revolutie en angst voor het communisme
`Frankrijk 1794. Het geluid der guillotine! Frankrijk bloedt leeg. Het volk is één bloeddorstige bende en het monster moet elke dag zijn portie hebben.’ Films over de Franse Revolutie verheerlijken de adel en veroordelen het opstandige volk. Revoluties lopen altijd uit de hand en leiden vanzelf tot terreur, is de boodschap. Ook de recent uitgebrachte...
VOC-Herdenking ontloopt iedere controverse
Gesponsord door een bierbrouwer, een bank en de beurs vierde Nederland 400 jaar VOC. De oprichting van de VOC in 1602 `was het begin van de wereldwijde oriëntatie van Nederland’. Maar het ronkende proza van marketeers en organisatoren ging voorbij aan de complexiteit van dit verleden. Het is verontrustend dat er in Nederland weinig aandacht...
Hoe De Gaulle de Engelse toetreding tot de EEG torpedeerde
In januari 1963 weigerde president De Gaulle de toetreding van Engeland tot de EEG. Frankrijk wilde de leiding nemen van een politieke unie in West-Europa, als derde machtsblok naast Amerika en de Sovjet-Unie. Door protesten van Nederland ging dit plan-Fouchet niet door. Historisch Nieuwsblad interviewde toenmalig secretaris van de Rotterdamse Kamer van Koophandel Udink over...
Nederlanders consumeerden er in de Gouden Eeuw lustig op los
Glanzende stoffen en nieuwe artikelen uit Azië waren erg populair in de republiek. In de achttiende eeuw bezat vissersvrouw Cornelia Pietersdochter acht zilveren lepels, een zilveren tabaksdoor en enkele paren schoengespen. Voor exotisch aardewerk hoefden de inwoners van Maassluis toen al niet meer naar de grote stad. Meer dan ooit staat ons leven in het...
Boeken Top Tien oktober 2002
1. BERLIJN. DE ONDERGANG 1945 door Antony BeevorBalans, 27,00 euro2. DOEMVLUCHT. DE VERZWEGEN GEHEIMEN VAN DE BIJLMERRAMPdoor Pierre HeijboerSpectrum, 19,95 euro3. DE POORT. DE OUDEMANHUISPOORT EN HAAR GEBRUIKERS 1602-2002door Jurjen VisBoom, 19,50 euro4. HITLERS LAATSTE DAGEN. HET EINDE VAN HET DERDE RIJK door Joachim FestDe Bezige Bij, 18,50 euro5. INGENIEURS VAN DE ZIELdoor Frank WestermanAtlas,...
Tijdschrift voor Geschiedenis
Los nummer euro 16,00. Tel.: 0592-37 95 55 Onlangs hoorde ik dat in de geschiedwetenschap onderscheid wordt gemaakt tussen A- en B-tijdschriften. Iemand die in een A-tijdschrift publiceert, telt mee in de internationale wetenschap. Wie in een B-tijdschrift schrijft, geldt hooguit als een aardige krabbelaar. Laat nu niemand onmiddellijk onder de indruk zijn van dit...
Recent verschenen november 2002
Reconstructie `Er waren spelletjes gespeeld. Maar door wie? En waarom? Ed van Thijn had toen hij een poosje minister van Binnenlandse Zaken was geweest, laten zoeken in de dossiers van het ministerie en van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Maar mappen met daarop het woord “Bijlmerramp” waren in die dossiers niet aangetroffen.’ Volgens oud-Volkskrant-journalist Pierre Heijboer is...
DE ONWEERSTAANBARE BASTAARD
352 p. Augustus, euro 18,50 Wat kan een historisch geïnteresseerde lezer opsteken over de historische werkelijkheid van 1914-1918 uit de roman De onweerstaanbare bastaard van Conny Braam? Het antwoord op de vraag is: niets. Laten we, bij wijze van steekproef, één scène onder de loep nemen, waarin een Duitse deserteur vertelt over een aanval met...
Van Provo tot Fortuyn
Het Centraal Eindexamen geschiedenis 2003 heeft als onderwerp de jaren zestig. Ten onrechte loopt de te bestuderen periode daarbij van 1950 tot 1990. Wie de jaren zestig werkelijk wil begrijpen, kan de ogen niet sluiten voor de recente opkomst van Pim Fortuyn en zijn protestbeweging. Die vormt immers het voorlopige sluitstuk van een halve eeuw...
De buitenlandse politiek van Henry Kissinger
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Anthony Blinken is op bezoek in Peking. Om de Amerikaanse positie te versterken, besloot Henry Kissinger in 1971 toenadering te zoeken tot China.
`”Walen buiten!” was niet eens correct Nederlands, maar een gallicisme’
Op 22 november 1972 viel in België het kabinet van Gaston Eyskens. Struikelblok was het gekibbel tussen Vlamingen en Walen over de Voerstreek. Eyskens had van België een federatie gemaakt, met eigen bevoegdheden voor Vlaanderen en Wallonië. Zijn zoon, de politicus Mark Eyskens, zag het land daarna uiteenvallen. `Mijn vader zou dit nooit hebben goedgekeurd.’...
