Alle artikelen
De Joodse Raad staat al sinds de bevrijding ter discussie. Waren de leden een soort collaborateurs, konden ze niet anders of probeerden ze erger te voorkomen? Historicus Laurien Vastenhout schreef er een uitstekend proefschrift over. Het zou het nieuwe uitgangspunt kunnen worden van het Nederlandse debat over de Joodse Raad.
Een van de kenmerken van de Nederlandse bezettingsgeschiedenis is het decennialange emotionele debat over de Joodse Raad. Zo hebben twee gezaghebbende buitenlandse experts, Bob Moore en Saul Friedländer, al enige tijd geleden verbaasd opgemerkt. Ook in andere landen, en met name in Israel, stond dit thema in de eerste jaren na de oorlog centraal, maar in Nederland was het debat vooral heftig, omdat de twee covoorzitters de oorlog overleefden en naar hun Amsterdamse gemeente terugkeerden.
Meer recensies van historische boeken lezen? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.
De discussie begon in november 1947, toen op last van de Amsterdamse procureur-fiscaal Nico Sikkel – die als schoonzoon van oorlogspremier Piet Gerbrandy niet kon worden weggewerkt – de beide oud-voorzitters Abraham Asscher en David Cohen vier weken vastzaten en tegen hen een strafzaak wegens collaboratie werd voorbereid. Dat was kras, want collaboratie veronderstelt kennis van wat de dader beoogt en ook vrije wil bij de verleende hulp. Ook van dat laatste was geen sprake, want de leiders waren net zo kwetsbaar als alle andere Joden.
Asscher trok zich daarna volledig terug uit het Joodse leven. Hij wilde zelfs niet op de Joodse begraafplaats liggen, zo onheus voelde hij zich behandeld. Maar Cohen ging door. Hij kon niet inzien dat het gedecimeerde Jodendom hem meer dan ooit nodig had, maar dan wel als zondebok. Hij vocht onverdroten door voor een gelijk dat niemand hem gunde; de befaamde bezettingshistorici Jacques Presser en Loe de Jong al helemaal niet.
Sindsdien is dat debat wel geluwd, maar niet verdwenen. Kortgeleden publiceerde de Leidse historicus Bart van der Boom een gematigde apologie van de Raad, al mocht die van hem vooral niet zo heten. En dan is er nu het proefschrift van de jonge historicus Laurien Vastenhout, begeleid door Bob Moore. De voornaamste verdienste van haar compacte en goed geschreven boek is de nieuwe dimensie, want ze behandelt ook Joodse organisaties in België (AJB) en Frankrijk (UGIF), die toch min of meer met hetzelfde doel werden opgericht, en vergelijkt die met elkaar.
Een belangrijke bijdrage van haar is ook dat ze de leden van deze organisaties in hun lokale sociale context plaatst; dat is nog niet eerder op zo’n manier gedaan. Ook laat ze zien dat je niet zo’n scherp onderscheid moet maken tussen de opgelegde medewerking met de nazi’s en clandestiene en verzetsactiviteiten. In het voetspoor van een befaamd artikel van Hans Blom uit 1987 verklaart ze de relatief verregaande meegaandheid van onze Joodse Raad uit de sterke positie van de NSDAP en SS in ons bezettingsbestuur . Daardoor had de Joodse Raad vergeleken met de AJB en de UGIF weinig manoeuvreerruimte. Dit is een moeilijk toetsbare stelling, want in de bestuurlijke lappendeken oftewel de georganiseerde chaos die Derde Rijk heette waren niet twee bezettingspolitieke structuren volledig identiek. Zelfs de civiele bezettingsbesturen in Nederland en Noorwegen niet.
Er zijn dus alleen afzonderlijke casussen, en dat bemoeilijkt de vergelijking. De achterliggende oorzaak was het onnavolgbare politieke genie van de Führer, die voor elke veroverde staat en elk volk een specifieke oplossing bedacht. Militaire bezettingsbesturen als die in België en bezet Frankrijk traden niet per se gematigder – dat wil zeggen, minder antisemitisch – op. In Servië bijvoorbeeld moordde de Wehrmachtin eigen regie de Joden uit, tot ergernis van de autoriteiten in Berlijn.
Europabreed is de enige mogelijke conclusie dat het niet de landen met militaire besturen waren waar Joden beter af waren. Het waren de satellietstaten van het Derde Rijk – Denemarken, Italië, Vichy-Frankrijk, Hongarije – die effectief hun Joden konden beschermen door ze niet aan Duitsland uit te leveren. Tenminste, zolang Hitler hun soevereiniteit niet beëindigde door middel van een bezetting.
De mindere meegaandheid van de AJB en de UGIF en de relatief lage deportatiepercentages in België en Frankrijk zijn dan ook slechts deels verklaarbaar uit de zwakkere positie van de SS daar, maar vragen mogelijk ook om een meer specifieke verklaring op lokaal niveau. Want uit Antwerpen werden relatief meer Joden weggevoerd dan uit Brussel, en nergens in Europa konden zoveel Joden onderduiken als in Parijs.
Ook met dit boek is het laatste woord dus nog niet gesproken. De oproep van de schrijfster in NRC – ‘Kijk verder dan het morele oordeel’ – komt dan ook te vroeg. Schrijven over verantwoordelijkheid en schuld gaat trouwens niet zonder moreel oordeel. Vastenhouts visie dat civiele bezettingsbesturen meer anti-Joods waren dan militaire besturen is dus ook een moreel oordeel.
Dat gezegd zijnde is dit een zeer fraai proefschrift, omdat comparatieve bezettingsgeschiedenis altijd een tour de force is, Vastenhout meer context biedt en drastische oordelen soms nuanceert. Deze knappe prestatie heeft dan ook alles in zich om het nieuwe uitgangspunt te worden van het Nederlandse debat over de Joodse Raad.
Between Community and Collaboration. ‘Jewish Councils’ in Western Europe under Nazi Occupation
Laurien Vastenhout
291 p. Cambridge University Press, € 95,-
Bestel bij Libris
Genuanceerd beeld van Joodse Raad
De Joodse Raad staat al sinds de bevrijding ter discussie. Waren de leden collaborateurs, konden ze niet anders of probeerden ze erger te voorkomen?
De januskop van een dominee-patriot
IJsbrand van Hamelsveld was dominee én patriot, een combinatie die hem hoon opleverde van tijdgenoten. Maar daar trok hij zich niets van aan.
Bernhard: geen schurk, maar ook geen held
Prins Bernhard riep tegengestelde reacties op. Sommigen liepen met hem weg, anderen zagen in hem een opportunistische oplichter.
Alle kennis kwam samen in Leiden
De universiteit van Leiden trok in de zestiende eeuw veel creatieve geesten en hielp bij de wederopbouw van de stad.
Turkije in tweestrijd: islamitisch of seculier?
Er is een tweede ronde nodig om de Turkse presidentsverkiezingen te beslissen. Het land zwalkt al een eeuw tussen vernieuwing en traditie.
Vegetariër in de negentiende eeuw: een menu zonder dierenleed
Steeds meer gemeentes verbieden vleesreclames in bushokjes. In de loop van de negentiende eeuw kregen politici, activisten en schrijvers oog voor dieren als ‘broeders’ van de mensheid.
De mythe van Colditz ontzenuwd
De tv-serie Colditz schetste in de jaren zeventig een heroïsch beeld van Britten in een Duitse gevangenis. Volgens Ben Macintyre was de werkelijkheid anders.
Amerikaanse leveranties hielpen Russen om Hitler te verslaan
De VS geven Oekraïne toestemming om hun langeafstandsraketten te gebruiken in Rusland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zorgde Washington voor militaire leveranties aan de geallieerden.
Koning bepaalt wie zijn archief mag zien
Wie hebben er toegang tot het archief van de Oranjes? Die vraag is weer actueel nu er een onderzoek komt naar de rol van het koningshuis in het koloniaal verleden.
Oorlog zonder einde
Beatrice de Graaf vraagt zich af hoe je weet wanneer je een oorlog moet beginnen. 'De oorlogen van nu worden voor een groot deel aan het thuisfront gestreden.'
Els Kloek: ‘Voor een megaproject als het Vrouwenlexicon moet je een beetje getikt zijn’
Els Kloek stopt met het Digitaal Vrouwenlexicon met biografieën van opmerkelijke Nederlandse vrouwen. ‘Ik heb geprobeerd te morrelen aan de wetten van historische roem.’
‘Familie is ons laatste toevluchtsoord’
In zijn nieuwste boek behandelt Simon Sebag Montefiore het verleden van de mensheid aan de hand van families. 'De dynastie is aan een comeback bezig.'

