Alle artikelen
In deze rubriek kunnen lezers hun mening geven over artikelen die in het Historisch Nieuwsblad verschenen zijn. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten. Reacties: Postbus 1528, 1000 BM Amsterdam of redactiehn@vug.nl
Johanna de Waanzinnige
Gijs Versteegen wijdt in vorige nummer van Historisch Nieuwsblad (2001/9&10) de nodige aandacht aan ‘Het tragische Leven van Johanna de Waanzinnige’ naar aanleiding van de biografie van Manuel Fernández Álvarez (2000). Dit inspireert me tot het volgende commentaar.
De gekte over en van Johanna de Waanzinnige lijkt geen einde te nemen. In El Pais van 24 december 2001 recenseert Elisa Silió La reina Juana. Gobierno, piedad y dinastia (Koningin Johanna. Regering, godsvrucht en dynastie) van Bethany Aram, hoogleraar aan de universiteit van Sevilla: alweer een biografie over Johanna de Waanzinnige. De auteur van deze biografie stelt dat niet alleen Johanna’s man, Philips de Schone, haar vader Ferdinand en haar zoon Karel haar geestesziekte gebruikt c.q. misbruikt, maar dat ook Johanna zelf haar geestesziekte aanwendde om niet een tweede huwelijk met de koning van Engeland aan te hoeven gaan. De eerste symptomen van haar krankzinnigheid zouden tijdens haar eerste zwangerschap aan het licht zijn getreden; je zou je kunnen afvragen of het hier niet een ‘gewone’ zwangerschapsdepressie of -psychose betrof.
Wat nog meer intrigeert is de bezorgdheid van Isabel, moeder van Johanna, over het buitenissige gedrag van haar jaloerse dochter, waarover Versteegen spreekt. Het lijkt erop dat Isabel met verschillende maten meet. Want in 1497 waren bepaalde kringen ook bezorgd over Isabels zoon, Juan (1478-1497), zegt F. Susarte in Bodas y Partos de las Reinas de España (Bruiloften en bevallingen van de Spaanse koninginnen): ‘Prins Juan die door zijn moeder “mijn engel” genoemd werd, was zwak en ziekelijk. Hij was geboren met een hazenlip en een gespleten gehemelte, zodat je amper kon verstaan wat hij zei. Dit vormde voor hem evenwel geen beletsel om te trouwen met de zuster van Philips de Schone, Margaretha van Habsburg, een mooi, intelligent en beschaafd meisje van zeventien jaar.
Ze trouwden niet alleen, maar ze brachten ook het grootste deel van de dag – compenetrando [haast niet te vertalen: bij elkaar binnendringend, F.G.] – in bed door. De furor sexualis van de prins was zo indrukwekkend dat de hofartsen, gezien Juans toenemende bleekzucht en zwakte, de katholieke koningen het advies gaven er bij het jonge paar op aan te dringen het aantal “nummertjes” te beperken. Vader Ferdinand ondersteunde dit advies, maar moeder Isabel niet, want, zo sprak zij, “Wat God verenigd heeft, zal niemand kunnen scheiden.”
Zes maanden later (4 oktober 1497) stierf Juan op de leeftijd van negentien jaar in Burgos, waarschijnlijk aan tuberculose. Zijn dood werd toegeschreven aan wat we tegenwoordig malpractice noemen, van de joodse arts, Juan de Rives-Altas, die deswege werd veroordeeld tot de dood op de brandstapel. Margaretha was nu weduwe en zwanger. Even later baarde zij een levenloze foetus, waarmee alweer een potentiële troonopvolger verloren ging.’
Twee conclusies lijkten op grond van bovenstaande gerechtvaardigd. Ten eerste: Isabel discrimineerde niet alleen op religieuze gronden, maar ook op basis van geslacht. Ten tweede: Het is niet uitgesloten dat Johanna de Waanzinnige met dezelfde furor sexualis behept is geweest als haar broer Juan, mede in aanmerking genomen dat hun ouders bloedverwant waren in de derde graad. Inteelt immers vergroot de kans op aangeboren afwijkingen die familiair voorkomen, zoniet genetisch bepaald zijn.
Frans J.A. Gescher, Breda
Slappe Nederlanders
De eerste alinea van mijn boek Die slappe Nederlanders – of viel het toch wel mee in 1940-1945? is een citaat uit Historisch Nieuwblad dat in een tiental regels een karikaturale samenvatting gaf van Nederland in bezettingstijd. ‘Ik keek ervan op, toen ik het las,’ aldus mijn commentaar, omdat ik volgens die definitie blijkbaar geen bezetting had meegemaakt. Maar ik keek er nog meer van op, zo voegde ik eraan toe, toen ik in een cursief onderschrift las dat de schrijver ‘Johannes Houwink ten Cate, medewerker van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie’ was . ‘Van zo iemand verwacht je toch eerder een wetenschappelijk dan een demagogisch argument,’ critiseerde ik.
Ik keek er dus in het geheel niet van op, toen dezelfde Houwink ten Cate mij in zijn recensie van mijn boek in het decembernummer van Historisch Nieuwsblad (2001/9&10)
met eveneens demagogische argumenten te lijf ging. Ik zou daarom niet op die recensie zijn ingegaan, als er niet een uitermate intrigererende zin in had gestaan, die de moeite waard is nader te beschouwen; de zin: ‘Verkijk heeft als jongen in Haarlem de oorlog zelf meegemaakt en gaat daar prat op.’
Laat dat laatste door mij gecursiveerde deel eens door uw brein heen en weer schuiven. Met de uitdrukking ‘prat gaan op’wordt altijd iets denigrerends bedoeld. Zo van: ten onrechte ergens trots op zijn, jezelf daden toeschrijven, die je helemaal niet hebt uitgevoerd. Maar hoe kun je prat gaan op een periode? Ik ben geboren in 1929. Ik heb niet alleen de Tweede Wereldoorlog meegemaakt, maar ook de moord op Kennedy, de Vietnamoorlog, de Koude Oorlog, de 11e september 2001 (om maar een paar belangrijke gebeurtenissen van de twintigste eeuw op te sommen). Mag je niet over die gebeurtenissen schrijven zonder het verwijt te krijgen dat je er prat op gaat die gebeurtenissen te hebben meegemaakt?
Mijn dochter, ver na de oorlog geboren, zei mij onlangs, toen we het over de modieuze neo-historici hadden die de bezettingstijd karakteriseren zoals Houwink ten Cate dat doet: ‘Weet je wat ik denk: die historici zijn jaloers dat jullie die oorlog nog wel en zij niet meer hebben meegemaakt.’ Ik denk dat ze de spijker op de kop slaat. Hoe anders kan een zinsnede als ‘er prat op gaan dat hij de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt’ ontstaan? Is Freud niet
medeschuldig aan dit soort formuleringen? Het nazi-regime, Hitler, de Tweede Wereldoorlog – ze hebben het gezicht van de twintigste eeuw bepaald en de doorwerking daarvan in de geschiedenis is, naar mijn idee, permanent.
Kan een wetenschappelijk geschoold historicus zich iets interessanters voorstellen dan zo’n gezichtsbepalende periode door het loutere toeval van zijn geboortedatum in levende lijve te hebben meegemaakt? En is het daarom niet uitermate frustrerend voor zo’n historicus, dat hij door een zelfde louter toeval van zijn geboortedatum, die doorslaggevende periode niet heeft meegemaakt? En zou dat de reden kunnen zijn, dat hij de neiging heeft die periode te maken tot slechts een gebeurtenis van één uit vele; te stellen dat de mensen van toen dat ook zo ervoeren en min of meer hun gewone leven voortzetten? En dat ze dus niet moeten denken dat ze nou zo iets bijzonders hebben meegemaakt?
Dick Verkijk, Sandy (Verenigde Staten)
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Brieven februari 2002
In deze rubriek kunnen lezers hun mening geven over artikelen die in het Historisch Nieuwsblad verschenen zijn. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten. Reacties: Postbus 1528, 1000 BM Amsterdam of redactiehn@vug.nl Johanna de WaanzinnigeGijs Versteegen wijdt in vorige nummer van Historisch Nieuwsblad (2001/9&10) de nodige aandacht aan ‘Het tragische Leven...
Nieuwe Media: Ford
Op het web staan de oldtimers in de file. Wat hebben de lopende band, Canadese whisky en een koninklijke wielbasis met elkaar gemeen? Een prachtige foto in de Volkskrant van 16 januari 2002. Het kapotte hek bovenaan de dijk, de bandensporen naar beneden, het uit zijn voegen gerukte portier. Je ziet niet alleen dat er...
Lifestyle: Stemmige deftigheid
De hotspots in achttiende-eeuws Parijs. Lekker weg in de jaren dertig. Haute cuisine in de Middeleeuwen. Trends zijn van alle tijden. Culinaire avonturen, mode, wonen en uitgaan door de eeuwen heen. De Spanjaarden, die weten pas hoe ze zich op gepaste en voorname wijze aan het hof dienen te presenteren. De in het zwart geklede...
Stille getuigen: De preparaten van Frederick Ruysch
De geschiedenis laat haar sporen na. Monumenten, voorwerpen en graven herinneren aan bijna vergeten personen. Hun verhaal wordt hier verteld. Deze keer de preparaten van Frederick Ruysch (1638-1731) in het Anatomisch Museum te Leiden. De menselijke preparaten van Frederick Ruysch zijn van een morbide schoonheid. In een bedje van sterk water ligt een kind rustig...
Beeldgeheim februari 2002
Een onbekende historische foto. Is het verhaal erachter te vertellen? Vakbondsvoorzitters Lodewijk de Waal (FNV) en Doekle Terpstra (CNV) doen een poging. `Ik heb ooit een verhaal gehoord van een oude vakbondsman,’ peinst De Waal, `die mij vertelde over het medezeggenschapsorgaan van een fabriek. De vertegenwoordigers van de arbeiders kregen, vlak voordat de vergadering was...
De vooruitgang: `Voorlichters mogen de burgers niet opvoeden’
Proefschriften, lezingen of artikelen kunnen ons beeld van het verleden ingrijpend veranderen. Luuk Hajema legt in zijn proefschrift uit waarom de Nederlandse overheid zoveel voorlichters heeft. `In maart 1946 stelde de regering een commissie in onder leiding van Gerrit Jan Van Heuven Goedhart. Die moest onderzoeken hoe de overheid burgers moest voorlichten over beleid,’ vertelt...
Ahmed Al-Raisoeni: de Osama Bin Laden van Marokko
Hij begint zijn carrière als schapendief, maar beheerst algauw het noorden van Marokko. Moelai Ahmed Al-Raisoeni maakt zijn fortuin met het ontvoeren van rijke buitenlanders. Vanuit zijn roversnest in de bergen neemt hij het op tegen de sultan, maar ook tegen Engeland, Frankrijk en Spanje. Evenals Bin Laden in onze tijd speelt in het begin...
Met internet gaan we terug naar de Middeleeuwen
De toegankelijkheid van kennis lijkt door internet enorm toe te nemen, net als na de uitvinding van de boekdrukkunst. Maar omdat we veranderingen in de media beschouwen als vooruitgang, zien we niet wat we door internet kwijtraken. U leest dit artikel in een nummer van Historisch Nieuwsblad. De tekst van dit artikel is identiek aan...
Mussolini liet niet alle treinen op tijd rijden
Iedereen weet dat de treinen in Italië onder het bewind van Mussolini op tijd reden. Of is dit een sprookje? Niet helemaal, zegt Italië-deskundige Romke Visser. `Italië heeft onder Mussolini reële vooruitgang geboekt.’ `Behalve het cliché dat Mussolini de treinen op tijd heeft laten rijden, is er weinig bekend over de manier waarop hij...
Cees Fasseur (1938-2016)
Historicus Cees Fasseur overleed op 13 maart 2016 op 77-jarige leeftijd. In 2002 werd hij uitgeroepen tot belangrijkste historicus. Historisch Nieuwsblad publiceerde toen deze biografie van de spraakmakende historicus. Hij oogstte nationale roem als biograaf van Wilhelmina en werd in dit blad uitgeroepen tot de belangrijkste historicus van 2002. Maar Cees Fasseur vindt het mooi...
Nederland had in de achttiende eeuw al last van georganiseerde misdaad
Ridouan Taghi is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De achttiende-eeuwse Republiek was ook al een lusthof voor het bendewezen.
De moord op de IKON-journalisten in El Salvador
Na 42 jaar moeten verdachten van de moord op vier Nederlandse journalisten in El Salvador voor de rechter verschijnen.
