Alle artikelen
Parijs
De geest van de achttiende-eeuwse Verlichting kwam voort uit de wetenschappelijke en intellectuele revolutie van de zeventiende eeuw. Het vooruitgangsidee ging er vanuit dat elke generatie beter af zou zijn dan de vorige en dat iedereen uiteindelijk zou delen in deze ontwikkeling. Hierbij stond kennis centraal, dankzij kennis zou alles beheersbaar worden en zou er een nieuwe en betere maatschappij ontstaan. Het voornaamste principe van de Verlichte denkers was dat men de waarheid kon vinden met behulp van de ratio (de rede, het verstand). Wat kerkelijke autoriteiten zeiden, werd bijvoorbeeld niet meer zonder meer voor waar aangenomen. Deze ideeën ontstonden in de zeventiende eeuw, maar vonden na 1700 pas echt een goede voedingsbodem. De verlichte ideeën verspreidden zich over Europa dankzij de ‘filosofen’. Dit waren geen existentiële denkers, maar publicisten. Zij leverden hun sociale en literaire kritiek op zo’n manier dat het flink gegroeide lezerspubliek het interessant en begrijpelijk vond. Parijs vormde het zenuwcentrum van de Verlichting. Daar kwamen mensen met elkaar in discussie in de vele salons die de stad rijk was.
De bekendste filosofen van de Verlichting waren dan ook Frans: Montesquieu, Voltaire, Rousseau, Diderot en d Alembert. Allemaal dachten ze dat de maatschappij kon verbeteren. Montesquieu leverde een belangrijke bijdrage aan het denken over staatsinrichting. Met zijn Trias Politica, de scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, legde hij de basis voor veel parlementaire democratieën. Rousseau beïnvloedde het denken over opvoeding. In zijn ogen zijn mensen van nature goed en zijn kinderen uniek. Opvoeding moet dus vrij zijn en gericht op persoonlijke ontwikkeling. Deze visie ging regelrecht in tegen de heersende ideeën over opvoeding in zijn tijd en leeft nog steeds. Deze filosofen leverden bovendien een bijdrage aan de Encyclopédie van Diderot en d Alembert. De auteurs ervan brachten de wetenschap op een nieuwe manier in kaart, waarbij ook kritische kanttekeningen over de maatschappij werden geplaatst. In de Encyclopédie wilden ze de kennis van de voorbije eeuwen verzamelen, deze kennis aan het nageslacht doorgeven en zo mensen gelukkiger en beter maken.
Ook op economisch terrein stonden enkele grootheden op, die vooral een politiek van laissez-faire voorstonden, maar wel een sterke overheid verlangden. De bekendste van hen is ongetwijfeld Adam Smith, een Engelsman, wiens Wealth of Nations binnen enkele jaren al in vele talen vertaald werd. Hij werd de filosoof van de vrije markt, de voorvechter van vrije handel. De invisible hand zou de economie door middel van vraag en aanbod in evenwicht houden. Elke natie zou zijn relatieve voordeel op bepaalde terreinen van productie of handel moeten gebruiken om zwakheden op andere vlakken te compenseren en zo winst te maken.
Verlicht despotisme
In de achttiende eeuw wierpen enkele Europese vorsten zich op als ‘verlicht despoten’, die de nieuwe wetenschappelijke en filosofische inzichten wilden gebruiken om hun landen op te stoten in de vaart der volkeren. Grote verschillen met de despoten van voor de Verlichting waren er overigens niet, ze onderscheidden zich vooral in het tempo van de veranderingen die ze doorvoerden. Verlicht despotisme was seculier; de despoten verantwoordden hun aanwezigheid op basis van hun nut voor de maatschappij. Het verlicht despotisme kwam voor in Oostenrijk, Pruisen en Frankrijk. In het laatste land werd het echter geen succes, vooral omdat Lodewijk XV niet bijzonder geïnteresseerd was in politiek. Daarnaast waren juist welvarende groepen binnen de samenleving – adel en kerk – uitgesloten van belastingen. Hierdoor, en door de kostbare oorlogen, was de overheid chronisch arm. Engeland beleefde de Verlichting op zijn eigen manier manier. Door de bank genomen was de politieke elite tevreden met de maatregelen die er na de Glorious Revolution van 1688 genomen waren. Sschrijvers die de Franse filosofen het dichtst naderden in hun denkbeelden – zoals Hume en Gibbon – waren opvallend gematigd in hun politieke opvattingen. De belangrijkste tendens in het achttiende-eeuwse Engeland was de uitbreiding van de macht van het parlement en een centralisatie van het Britse rijk, ondanks voortdurende kritiek op het parlement.Amerikaanse Revolutie
In 1763 bemachtigde Groot-Brittannië de heerschappij over een groot deel van Noord-Amerika, na het winnen van de Franse en Indiaanse Oorlog. Het Britse koloniale rijk was hiermee inmiddels flink gegroeid en het was kostbaar om het te onderhouden. Om het rijk te bekostigen voerde Engeland belastingen in op diverse producten, zoals thee. Deze maatregel viel slecht bij Amerikaanse kolonisten, die zich al niet sterk verbonden voelden met Groot-Brittannië en bovendien geen inspraak in het bestuur kregen in ruil voor de belastingbetalingen. Zij voelden zich steeds meer Amerikanen in plaats van Engelsen en begonnen te verlangen naar onafhankelijkheid.
In november 1773 kwamen de spanningen tot een hoogtepunt, toen het Britse schip Dartmouth de haven van Boston aandeed. Plaatselijke kolonisten bevolen de kapitein rechtsomkeert te maken, maar de Britse gouverneur verbood dit. Na een kleine drie weken gingen de kolonisten onder leiding van bierbrouwer Samuel Adams tot actie over en gooiden zij alle thee overboord. De daad zou bekend worden als de Boston Tea Party en het begin markeren van de Amerikaanse Revolutie. In de maanden hierop volgend trad de Britse overheid hard op tegen de kolonisten om ze terug in het gareel te krijgen.
Na enkele jaren van oorlog scheidden de Amerikaanse koloniën zich officieel af van Groot-Brittannië. De verklaring werd opgesteld door onder anderen Thomas Jefferson, John Adams en Benjamin Franklin en zou bekend worden als de Declaration of Independence. Deze werd op 4 juli 1776 goedgekeurd door het congres en hiermee riepen de koloniën zich officieel uit tot vrij land.
De Amerikaanse Revolutie vond navolging in Frankrijk en Nederland. De Franse Revolutie maakte een einde aan het Ancien Régime en in Nederland verdreven de patriotten tijdens de Bataafse Revolutie stadhouder Willem V.
De Verlichting en de moderne samenleving
De waarden die uit het achttiende-eeuwse Verlichtingsdenken voortkwamen, worden in de westerse wereld als universeel leidend beschouwd. Men denkt dan aan het primaat van de rede, het vrije onderzoek en het open debat, de scheiding tussen de private en publieke sfeer, de gelijkheidsgedachte, respect voor de menselijke waardigheid, tolerantie voor politieke, culturele en sociale diversiteit, en vrijheid van meningsuiting, politieke overtuiging en religie. In de politiek vonden Verlichtingsidealen een vertaling in het liberalisme en het socialisme. Maar ook radicale ideologieën zoals het communisme zijn schatplichtig aan de Verlichting. De gedachte dat de mens en de wereld maakbaar zijn heeft niet alleen maar goeds voortgebracht.Dit artikel is exclusief voor abonnees
‘In de Verlichting ging het om het wereldbeeld’
Algemeen wordt de achttiende eeuw aangemerkt als de Verlichte periode, maar de idealen van deze tijd kregen al eerder voet aan de grond. In Historisch Nieuwsblad (1/2005) betoogt Jan Dirk Snel dat Newtons geschrift Principia, gepubliceerd in 1687, als beginpunt zou kunnen worden aangemerkt. De Verlichting kan namelijk beschouwd worden als reactie op de Wetenschappelijke...
IN BEELD: Tastbaar verleden
Op veel plaatsen in ons land liggen de sporen van de Tweede Wereldoorlog nog aan de oppervlakte. Historisch Nieuwsblad organiseert een reis onder leiding van publicist en televisiemaker Ad van Liempt langs plaatsen waar het verleden nog tastbaar is. Bekijk het beeldverslag hier. In de toelichting bij de foto’s vertelt Van Liempt wat er aan...
De perfecte genocide
Tussen 1915 en 1917 vermoordde de Ottomaanse regering 1,5 miljoen Armeense onderdanen. Vanuit het oogpunt van de daders was deze volkenmoord een groot succes. Niet alleen vanwege de efficiënte uitvoering, maar ook omdat bijna alle schuldigen vrijuit gingen en de wereld hun misdaad snel vergat. ‘Wie heeft het vandaag de dag nog over de...
Rome viel niet in één dag
Volgens de overlevering verwoestte een horde barbaren in 410 het glorieuze Rome. In werkelijkheid viel dat reuze mee. Maar het kwam een aantal kerkvaders goed uit om het drama zwaar te overdrijven. Zelfs in Bethlehem kwam de klap hard aan. Kerkvader Hieronymus, die er een klooster leidde, was er kapot van. ‘Ik kreeg een verschrikkelijk...
Discussies over het nut van de Eerste Kamer zijn zo oud als het instituut zelf
Sinds de instelling van de Eerste Kamer in 1815 vlamt regelmatig de discussie op over het nut van dit instituut. Toch zijn tegenstanders er nooit in geslaagd het op te heffen. Afschaffing van de Eerste Kamer is immers alleen mogelijk met instemming van de Eerste Kamer zelf. Hoe leg je een buitenlander uit dat het...
Zelfbenoemde held van de Arabieren
De jonge Britse officier Thomas Edward Lawrence poseerde als genius achter de Arabische Opstand van 1916-1917. Dat was bezijden de waarheid, maar kwam de geallieerden goed uit. Zo werd ‘Lawrence of Arabia’ een wereldberoemde held. Het is 18 september 1914; de Grote Oorlog is anderhalve maand oud. De 500.000ste soldaat is gesneuveld. In Oxford maakt...
Een heel normaal land
De exploderende welvaart in het naoorlogse Nederland werd lange tijd voorgesteld als een unieke ontwikkeling. Maar volgens Maarten van Rossem was die eigenlijk niet zo bijzonder. Andere West-Europese landen maakten dezelfde veranderingen door. De belangrijkste historische verandering in Nederland na de Tweede Wereldoorlog was de sterke welvaartsgroei. Die wordt meestal louter toegeschreven aan de ‘Gouden...
Het old boys network van de Wisselbank
Ooit was de Amsterdamse Wisselbank een baken van stabiliteit dat internationale handel mogelijk maakte. Maar toen begonnen de commissarissen onderhands onverantwoorde leningen te verstrekken en het ene gat te vullen met het andere. Toen de bank aan de rand van de afgrond stond, moesten tegenstribbelende burgers bijspringen. Eduard ’t Hoen was nog maar kort president-commissaris...
BOEKEN: Nederland moest na de val van de Muur snel bijleren
Na de val. Nederland na 1989 Hanco Jürgens 208 p. Uitgeverij Vantilt, € 19,89 Toen er in juni 1994 een nieuwe voorzitter voor de Europese Commissie werd gekozen als opvolger van de Fransman Jacques Delors, stond (bijna oud-)premier Lubbers te trappelen. Zijn fraaie staat van dienst maakte hem tot een logische kandidaat –...
BOEKEN: Het eigenzinnige leven van Marie Anne Tellegen
Vrouw achter de troon Marie Anne Tellegen 1893-1976 W.H. Weenink 460 p. Boom, € 24,90 De beroemde foto waarop Marie Anne Tellegen (1893-1976) achter koningin Juliana staat terwijl de vorstin in 1954 het Statuut voor het Koninkrijk met de West tekent, siert het omslag van haar zojuist verschenen biografie. Tellegen ziet er streng uit: zwart...
BOEKEN: Bosatlas toont cultureel verleden van Nederland
De Bosatlas van het cultureel erfgoed 416 p. Noordhoff Uitgevers bv, € 119,95. Voor korting zie p. 83 ‘Erfgoed’ zal nooit sexy klinken. Het is een ambtelijk containerbegrip. Zeker nu onder erfgoed niet alleen tastbare objecten worden verstaan, maar ook cultuur, tradities en gebruiken: het immateriële erfgoed. Geen probleem voor de makers van de nieuwste...
De bloederige keerzijde van Waterloo
De Slag bij Waterloo in 1815, zo beweren de Britten graag, is gewonnen op de speelweiden van Eton. De winnaar van de slag, de hertog van Wellington, had namelijk op deze kostschool zijn puberteit doorgebracht. Maar ook het nieuws van de zege bereikte het eiland dankzij Eton. Met een brief van Wellington in zijn bezit...
