Alle artikelen
Er heerste paniek in de beschaafde wereld. Sinds de bloedbaden die Robespierre en de jakobijnen aanrichtten en sinds de ‘buiten het menselijk ras’ opererende Napoleon leek niets meer veilig tussen hemel en aarde – de koningen niet, de constituties niet en de kerk niet. Er was crisis in Europa, die duurde van de Franse Revolutie tot en met de democratische revoluties van 1848. En eigenlijk was die daarna ook nog niet voorbij. Het gevoel bestond dat politieke sluipmoordenaars en gelijksoortig addergebroed elk moment konden toeslaan – wat incidenteel ook het geval was, met ook toen al zelfmoordterrorisme.
Dat gevoel werd aangewakkerd door staatsmannen, ideologen en fantasten. Zo schreef de Franse reactionair Joseph de Maistre dat ‘geen verstandig mens nog een nacht kon slapen zolang het fatale en absurde dogma van de volkssoevereiniteit’ voortduurde, en waarschuwde de Britse conservatieve politiek filosoof Edmund Burke voor ‘de walgelijke Franse pest’ en haar ‘verloederde soort barbarij’.
Deze halve eeuw moet voor Europa destijds minstens zo schokkend zijn geweest als de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw. Na 1945 moest men zich verhouden tot de nazibreuk met de geschiedenis, in de periode 1789-1848 moest men een plek geven aan de ‘vrijheidszwendel’ van de Verlichting en Revolutie, die eveneens werd ervaren als een cesuur in de tot dan toe voor geciviliseerd gehouden historie.
Want waarom moest in plaats van een vorst het volk aan de macht komen? Van zoiets kon enkel narigheid komen: jakobijnse en napoleontische plebsdictatuur en erger. Dat het een ‘etappe’ was in de ontwikkeling van een feodale staat naar een rechtsstaat, van knielende onderdaan naar meepratende burger, kon indertijd niemand zomaar zien.
Om kort te gaan: het was een periode vol verwarring en chaos, voer voor een historicus die de geschiedenis wil betrappen op cruciale tijdvakken. Zo’n historicus is de Engels-Amerikaans-Poolse Adam Zamoyski. Hij schreef eerder belangrijke boeken over de mislukte napoleontische veldtocht in Rusland en over het Congres van Wenen in 1815, het restauratieve antwoord van Europa op het monster Napoleon. Nu bekommert Zamoyski zich om de halve eeuw verwerking van de grote achttiende-eeuwse revolutie – en hij doet dat met de toewijding aan elk historisch feit die we van hem kennen uit zijn eerdere boeken, maar waarin de lezer weleens verdwaalt.
En wat blijkt: er werd tegen de nieuwlichterij geschreven. Bijvoorbeeld door de architect van de restauratie Metternich, die ‘een zondvloed van opstandige woorden’ voorzag die moest worden ingedamd. De vernieuwing werd voortdurend stiekem tegengewerkt, omdat de ‘gevaarlijke elementen’ nou eenmaal ook in het geniep werkten. De doos van Pandora – van Rousseau, Danton en Napoleon – moest hoe dan ook weer dicht, daartoe waren alle middelen geoorloofd. Daarom werd alles wat neigde naar wat men noemde ‘de filosofie’, waarmee de Franse narigheid vanaf Voltaire werd bedoeld, verdacht gemaakt.
Europa werd overspoeld met lekkere boekjes en schotschriften waarin werd beschreven hoe wulpse Franse danseressen de revolutie exporteerden, en waarin de brave Duitse vrijmetselaars alles ontwijdende gewetenloze schurken bleken te zijn. Helemaal ongelijk hadden de tegenschrijvers trouwens niet. Er bestond veel opgewonden gekkigheid aan de kant van de revolutionairen, bijvoorbeeld bij de Italiaanse politieke organisatie Carbonari, waar ingewijden als een soort Jezus van het kruis werden gehaald, helemaal klaar voor de rol van verlosser. Maar de verbale bestrijding van dit soort groepen stond geenszins in verhouding tot het werkelijke gevaar, schrijft Zamoyski.
Evenzeer over the top was de politionele reactie. In Frankrijk, Pruisen, het Oostenrijkse Habsburg en Groot-Brittannië ontstonden geheime diensten die alles wat zweemde naar foute opvattingen bespioneerden. Ze onderscheidden zich vanaf het begin door uitermate selectieve observatie en in de zogenoemde self fulfilling prophecy-waarneming die dit soort organisaties eigen is. Daarbij werden ze ook nog eens bemand door ongeschoolde amateurs, vaak uit de zelfkant van de samenleving.
‘Ik ben de grote minister van de Europese politiemacht, ik weet alles,’ schreef Metternich. En inderdaad, hij kon weten dat de dichter Lord Byron, aldus de rapporteurs, ‘buitensporig libidineus en immoreel was zoals alle Engelsen, en uit op vernietiging en bloedvergieten’, en dat de schilder Casper David Friedrich niet gewoon romantische jongens in Altdeutsche Tracht schilderde, maar samenzweerderige terroristen (Friedrich werd ook verhoord door het ‘inquisitoriale apparaat’, zoals Freiherr vom Stein het noemde).
Het hele systeem van de geheime politie, schrijft Zamoyski, ging uit van een eenzijdige voorstelling van de werkelijkheid. Er was een geprivilegieerde en een gedepriviligieerde kaste. Het goddelijke koningschap mocht een beetje worden bijgestuurd, maar niet wezenlijk worden aangetast door allerhande brutale bemoeials. Staat en politiek moesten het werktuig blijven van de bevoorrechte klasse en elite; het volk moest zich erbuiten houden. Het was alsof Metternich, Castlereagh en Talleyrand – respectievelijk de Oostenrijkse, Engelse en Franse topmannen van de restauratie – niet verder konden kijken dan de bange neus van hun soevereinen lang was. Het leverde een vals paradigma op, dat in elk geval heel lang de geheime diensten regeerde. En dat terwijl er zich tussen pakweg 1800 en 1850 een achteraf begrijpelijk conflict van belangen en posities afspeelde in wat ooit zou uitmonden in een democratisch systeem.
Maar dat conflict werd aangezien voor kruit uit de doos van Pandora tegen de beschaving. De zittende machten, concludeert Zamoyski, leden aan zelfopgeroepen bijziendheid. Zijn boek is een leerzame waarschuwing voor partiële politieke blindheid.
De fantoomterreur. Revolutiedreiging en onderdrukking van de vrijheid 1789-1848
Adam Zamoyski
607 p. Balans
€ 27,50
Dit artikel is exclusief voor abonnees
BOEKEN De fantoomterreur – Adam Zamoyski
Er heerste paniek in de beschaafde wereld. Sinds de bloedbaden die Robespierre en de jakobijnen aanrichtten en sinds de ‘buiten het menselijk ras’ opererende Napoleon leek niets meer veilig tussen hemel en aarde – de koningen niet, de constituties niet en de kerk niet. Er was crisis in Europa, die duurde van de Franse Revolutie...
SIGNALEMENTEN FILM Testament of Youth
Misschien mosterd na de maaltijd na het herdenkingsjaar van de Eerste Wereldoorlog, maar voor een goede film is het altijd tijd. En uitstekend – ‘degelijk’ is misschien een beter woord – is Testament of Youth, de verfilming van de in 1933 gepubliceerde autobiografie van Vera Brittain. Brittain was een protofeministische jonge vrouw, die...
FILM The King’s Gardens
‘Geloof je in orde? Orde in het landschap?’ Landschapsarchitect André Le Nôtre (1613-1700) is geen liefhebber van wilde tuinen. De man zoekt in het begin van The King’s Gardens een medewerker om hem te helpen bij het ontwerpen van de tuinen van Versailles. De eigenzinnige Sabine De Barra, een weduwe met een traumatisch verleden, is...
TENTOONSTELLING Het Hof van Nederland: permanente expositie
Het onlangs verbouwde museum Het Hof van Nederland in Dordrecht is gevestigd in wat ooit het belangrijkste en grootste augustijnenklooster van de Noordelijke Nederlanden was. Het Hof werd in de dertiende eeuw gebouwd en na een verwoestende brand in 1512 herbouwd. Het gebouw alleen al is een bezoek waard, maar we komen voor het museum. ...
‘Seyss-Inquart was invloedrijker dan Rauter’
Wie was de ‘kwade genius’ tijdens de Duitse bezetting, Arthur Seyss-Inquart of Hanns Albin Rauter? Onder leiding van Bas Kromhout (Historisch Nieuwsblad) spraken de Duitse historicus Johannes Koll, die een biografie schrijft over Seyss-Inquart, en promovendus Theo Gerritse, die onderzoek doet naar Rauter, hierover tijdens de tweede bijeenkomst van de serie Helden en Schurken op 21...
‘Van Liempt schetst geen genuanceerd beeld van de politie tijdens de oorlog’
Wat voor rol speelden individuele politieagenten tijdens de Tweede Wereldoorlog? En hoe ‘fout’ was de politie als geheel? Guus Meershoek en Tommy van Es, als historisch onderzoekers verbonden aan de Politieacademie, schreven samen met Jos Smeets In de Frontlinie. Tien politiemannen en de Duitse bezetting. ‘Jonge politiechefs die tijdens de oorlog Joden deporteerden, kwamen later...
Veel verzetsmensen kwamen uit Nederlands-Indië in de Tweede Wereldoorlog
Veel van de Engelandvaarders, oorlogsvliegers en verzetsmensen kwamen uit Nederlands-Indië in de Tweede Wereldoorlog. weerstand tegen de Duitsers was niet alleen het werk van autochtone Nederlanders. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, wonen er al veel mensen uit Nederlands-Indië in Nederland. Een deel van hen raakt betrokken bij het verzet. Het gaat om indo’s (Indische Nederlanders),...
Hanns Albin Rauter
Als hoogste SS’er in ons land was Hanns Albin Rauter verantwoordelijk voor de Jodendeportaties. In studies duikt hij altijd op als de stereotiepe sadistische nazi uit een B-film. Maar wie was Rauter echt? Net een vogelverschrikker ‘De deur gaat open. Een lange gestalte dook naar binnen. “Rauter.” Eerste indruk: wat is die man afgrijselijk mager...
De stadhuisramp van Heusden
Enkele uren voordat het Brabantse stadje Heusden werd bevrijd, voltrok zich er een dramatische oorlogsmisdaad. In de nacht van 4 op 5 november 1944 brachten Duitse genisten het stadhuis tot ontploffing, uitgerekend de plek die de inwoners als schuilplaats gebruikten. Chaos. Dat was de toestand in Heusden toen op zondag 5 november 1944 de eerste...
Het late verzet van de NS
De NS vroeg de overheid na de Tweede Wereldoorlog een vergoeding voor het terugbrengen van Joden uit concentratiekampen. Waarom staakte de NS pas in 1944 de samenwerking met de bezetter?
Het NIOD
Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie kreeg in 1945 opdracht de herinnering aan de heroïsche ‘vrijheidsstrijd’ van Nederland levend te houden. Enthousiast begonnen Loe de Jong en zijn medewerkers aan de enorme klus. Gaandeweg bleek ons land geen natie van 9 miljoen verzetsstrijders, maar van 110.000 afgevoerde Joden. De klok sloeg negen – tijd voor de dagelijkse...
Mussert wilde een raciale schoonmaak
NSB-leider Anton Mussert komt er in de geschiedschrijving vanaf als een naïeve, zwakke leider. Zijn antisemitisme zou niet veel hebben voorgesteld. In werkelijkheid bepleitte hij al voor de oorlog een raciale zuivering van ons land. ‘Wat niet in ons Volk behoort, moet eruit: van de Pinda-Chineezen tot en met de Joden.’ De verwachtingen waren hooggespannen....
