Home BOEKEN: Nederland moest na de val van de Muur snel bijleren

BOEKEN: Nederland moest na de val van de Muur snel bijleren

Doeko Bosscher

Historicus en schrijver

Gepubliceerd op: 23 december 2014

Update 7 april 2020

Na de val. Nederland na 1989
Hanco Jürgens
208 p. Uitgeverij Vantilt, € 19,89


Toen er in juni 1994 een nieuwe voorzitter voor de Europese Commissie werd gekozen als opvolger van de Fransman Jacques Delors, stond (bijna oud-)premier Lubbers te trappelen. Zijn fraaie staat van dienst maakte hem tot een logische kandidaat – dacht hij. Helmut Kohl, de bondskanselier van het herenigde Duitsland, sneed Lubbers onverwachts de pas af. Omdat de Britten geen zin hadden in de Belg Jean-Luc Dehaene, Kohls favoriet, werd de Luxemburger Jacques Santer de nieuwe voorzitter.


De vraag waarom Lubbers’ theoretisch geestverwant (CDU en CDA waren zusterpartijen) opeens zijn gram haalde, is vaak beantwoord met een simpele verwijzing naar het gebrek aan enthousiasme van de Nederlandse premier over de hereniging van de twee Duitslanden, in de eerste maanden na de val van de Muur in 1989: wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.
Hanco Jürgens plaatst deze kwestie in een veel breder perspectief. Een reeks van diplomatieke blunders, niet alleen van Lubbers, maar ook van eurocommissaris Hans van den Broek en diverse andere Haagse gezagsdragers, had kwaad bloed gezet. Ook het imago van Nederland als een natie met een erg grote mond, die te weinig naar zichzelf keek en dacht dat de Duitsers ook de waterigste tomaten wel zouden blijven importeren, speelde Lubbers parten. Dat hij met zijn ambities op de koffie kwam toonde vooral de diepe kloof tussen wat Nederland zichzelf aan macht toedichtte en de werkelijke verhoudingen in Europa.
Een mythe met een anti-Duitse ondertoon ontkracht derhalve. En dat in een boek dat, hoewel geschreven door een medewerker van het Duitsland Instituut Amsterdam, verre van pro-Duits of extra kritisch over Nederland blijkt. Er ging onbehoorlijk veel mis in de nadagen van Lubbers’ premierschap, door zelfoverschatting en bijna hilarische naïviteit. Dit komt onder andere naar voren in Jürgens’ relaas over het Nederlandse blufpoker om de Europese Centrale Bank naar Amsterdam te halen. Dat die in Frankfurt zou moeten komen, alleen al om de Duitsers te masseren en ze akkoord te laten gaan met het opgeven van de D-mark, besefte elke Europese regeringsstad, behalve Den Haag.
Na de snelle Duitse hereniging moest Nederland in hoog tempo de bakens verzetten. Niet alleen de regering wist zich even geen raad, ook het publiek verloor nogal wat oude zekerheden. Hoe moest het nieuwe Duitsland worden bejegend? Was Nederland beter of slechter af na de Wende in het grote buurland? ‘Herbronnen’ noemt Jürgens dit proces van heroriëntatie. Tijd voor reflectie was er niet, want heel Europa kwam in beweging; denk alleen al aan de oorlog op de Balkan.
Jürgens schetst trefzeker hoe er spoedig een nieuw en positiever Duitsland-beeld ontstond, met tal van consequenties voor ons zelfbeeld. Wel moesten wij als Nederlanders eerst nog door een diep dal van vooroordelen heen, zoals in 1993, toen meer dan een miljoen Nederlanders meededen aan de ‘Ik ben woedend’-actie van het radioprogramma The Breakfast Club en een briefkaart aan Helmut Kohl stuurden. Dat de Duitsers zelf minstens zo woedend waren over de brandstichting door rechts-radicalen in een huis in Solingen, die de dood van vijf Turkse Duitsers tot gevolg had, was aan hen niet besteed. Niet zo heel lang daarna werden er in Nederland een paar oorverdovende bewijzen geleverd dat er goede redenen waren om woedend op onszelf te zijn, in plaats van de dominee uit te hangen in het buurland.

Als dit rijke boek naast zijn vele kwaliteiten ook tekortkomingen kent, zitten die vooral in de veelheid aan thema’s die worden aangesneden. De opknapbeurt voor de stad Amsterdam en een strengere omgang met uitkeringsfraude horen hier op zichzelf wel in thuis. Maar of de casus van Frans Haks, de directeur van het Groninger Museum, die uiteindelijk van uitkeringsfraude werd vrijgesproken, iets illustreert is de vraag.
Ook toont de auteur zich niet vies van een anachronisme als dit zijn betoog ondersteunt. Zo ziet hij in het succes van de door Hans Blom in de jaren tachtig geïnitieerde andere geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog, waarin ‘goed’ en ‘kwaad’ minder scherp worden gemarkeerd een bewijs dat ons land zichzelf langzamerhand een spiegel heeft leren voorhouden. De ergste uitglijders in de buitenlandse politiek, die het tegendeel bewijzen, moeten dan echter nog komen als Bloms visie al gemeengoed is geworden.
Maar een prachtige studie is Na de val zeker, die de lezer op een andere manier naar gebeurtenissen uit het recente verleden laat kijken. Zoals naar de kwestie-Srebrenica, ook al zo’n voorbeeld van wat een broeierige mix van eigenwaan, haast om een rol te spelen en doofheid voor tegenargumenten teweeg kan brengen.




Nieuwste berichten

De herbegrafenis van pater Toufar in 2015.
De herbegrafenis van pater Toufar in 2015.
Artikel

Een bewegend kruis werd de Tsjechische pater Toufar fataal

Tijdens een adventsmis in 1949 in een Tsjechisch dorpskerkje begon een crucifix op onverklaarbare wijze te bewegen. De pater Josef Toufar werd slachtoffer van dit ‘mirakel’. Hij bezweek aan martelingen door de Tsjechoslowaakse Staatsveiligheidsdienst, die hem ervan verdacht het wonder in elkaar te hebben geknutseld. Het was bijna twee jaar na de ‘Glorieuze Februari’ van...

Lees meer
Een planter met zijn njai en kinderen. Sumatra, circa 1900.
Een planter met zijn njai en kinderen. Sumatra, circa 1900.
Recensie

Indische seks in geuren en kleuren

De geschiedenis van ‘ons Indië’ wordt meestal beschreven met een focus op verovering en geweld. Lizzy van Leeuwen kiest in Indehoy! voor een radicaal andere aanpak: zij analyseert de seksuele praktijken die er ruim drie eeuwen heersten. Het gevaar bij een dergelijk ruim en tijdsomspannend perspectief is dat je een verzameling anekdotes en weetjes over...

Lees meer
Zicht op Utrecht. Tekening door Joost Cornelisz. Droochsloot, circa 1625.
Zicht op Utrecht. Tekening door Joost Cornelisz. Droochsloot, circa 1625.
Nieuws

Hoe ontstond de middeleeuwse stad?

Waarom kenmerkt het Utrechtse stadsbeeld zich door werfkelders en kloosters, maar dat van Amsterdam door lange grachten en nauwe steegjes? Historisch geograaf Marcel IJsselstijn zocht het uit in zijn promotieonderzoek aan de Universiteit Leiden. Lange tijd werd gedacht dat steden in de Middeleeuwen ofwel strak van bovenaf werden gepland, ofwel ‘organisch’ tot stand kwamen. Maar...

Lees meer
Installatie van Signaal 1 en 2 in de tuinen van het Rijksmuseum, 2024.
Installatie van Signaal 1 en 2 in de tuinen van het Rijksmuseum, 2024.
De vondst

‘Ik was enorm opgelucht: de beelden bestaan echt!’

Kunsthistoricus Ludo van Halem vertelt over zijn meest bijzondere vondst. ‘Ik raakte geïntrigeerd door een foto van twee van Carel Vissers beelden bij de ingang van een Haags kantoor.’ Kunt u iets vertellen over uw meest bijzondere vondst? ‘Het is bijna tien jaar geleden dat ik de verloren gewaande beelden Signaal 1 en 2 van...

Lees meer
Loginmenu afsluiten