Alle artikelen
Amerika heeft de Venezolaanse president Nicolás Maduro gevangengenomen. Na jaren van verwaarlozing en toenemende Chinese invloed besteedt Amerika weer meer aandacht aan zijn achtertuin.
De basisgedachte achter dit buitenlandbeleid is dat Amerika het enige land is dat mag optreden op het westelijk halfrond. Een tweede aspect ervan is dat het Amerika vrijstaat om daar simpelweg te doen wat in het Amerikaanse belang is. Dit idee werd al in 1823 geformuleerd door president James Monroe (1817-1825) en is naar hem de Monroe-doctrine genoemd.
Sommige waarnemers hebben het inmiddels al over de ‘Donroe-doctrine’, naar Donald Trump, maar eigenlijk is er niets nieuws aan de hand. Bemoeizucht en territoriumdrift: niets is normaler voor de Verenigde Staten.
Monroe-doctrine was eigenlijk van Adams
In die eerste decennia van de negentiende eeuw was het Spaanse wereldrijk in verval. Een aantal Spaanse kolonies in Latijns-Amerika verklaarde zich onafhankelijk, waarna de Verenigde Staten in 1822 vijf landen had erkend: Chili, Columbia, Mexico, Peru en La Plata (Argentinië).

Ondertussen wemelde het echter van de geruchten dat de Heilige Alliantie, het verbond van Frankrijk, Pruisen, Oostenrijk en Rusland, doende was een leger op de been te brengen om het gezag over de kolonies te herstellen. Ook kondigde tsaar Alexander aan dat hij de Russische activiteiten aan de Amerikaanse westkust verder wilde uitbreiden. We zijn het haast vergeten, maar in die jaren waren de Russen aan de westkust aanwezig, tot niet ver van het huidige San Francisco. De Russian River in Noord-Californië herinnert er nog aan.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
De Engelsen maakten zich zorgen over deze ontwikkelingen. Ze namen het voortouw door aan de Verenigde Staten een formele alliantie voor te stellen om gezamenlijk te waarschuwen tegen agressie in de Amerikaanse continenten. John Quincy Adams, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, liet zich niet bij de neus nemen. Hij voelde er niets voor om als bijwagen van de Engelsen te fungeren in een gebied waar de Verenigde Staten steeds nadrukkelijker aanwezig waren en zich na de oorlog van 1812, tegen de Engelsen, ook zelfstandig wilden presenteren. Amerika wilde geen Europese grootmachten op het westelijk halfrond die zijn ambities zouden kunnen frustreren.
Adams haalde president Monroe over om de Verenigde Staten een waarschuwing te laten uitspreken, en die ook aan Engeland te adresseren. Op 2 december 1823 stuurde Monroe zijn jaarlijkse boodschap aan het Congres. Tot ieders verrassing stond daarin een sensationele aankondiging: ‘De Amerikaanse continenten (…) kunnen voortaan niet beschouwd worden als landen die door enige Europese macht gekoloniseerd kunnen worden.’ Verderop werd een waarschuwing uitgesproken dat verdere pogingen tot kolonisatie zouden worden beschouwd ‘als gevaarlijk voor onze vrede en veiligheid’. Bemoeienis van Europese machten met de nieuwe onafhankelijke landen op het westelijk halfrond zou worden gezien ‘als de manifestatie van een onvriendelijke uitgangspositie tegenover de Verenigde Staten’.

Dit is de beroemde Monroe-doctrine, ondanks de naam het werk van Adams. Het was een kras stukje bluf, aangezien de VS absoluut niet de middelen hadden om deze woorden kracht bij te zetten. Bij wijze van balans sprak de president ook uit dat het beleid was om ‘niet te interveniëren in de interne zaken van een van zijn [Europa’s] machten.’
Amerika bluft: het had niet de middelen om zijn woorden kracht bij te zetten
De Europese machten reageerden geschoffeerd, maar zoals Adams had voorzien waren ze te verdeeld om er gezamenlijk iets aan te doen. Het zette de VS stevig aan de kant van de nieuwe regimes, ook al waren die niet echt onder de indruk van hun nieuwe bondgenoot.
Amerika moest kunnen ingrijpen
Zolang er niets gebeurde, leidde de Monroe-doctrine dan ook een sluimerend bestaan. De VS vocht zijn eigen oorlog met Mexico (1846-1848) en pikte een groot deel van het land in: Californië en de huidige zuidwestelijke staten.
De Monroe-doctrine is daarna, met uitbreidingen door Theodore en Franklin Roosevelt, een hoeksteen gebleven van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Theodore Roosevelts adagium was het bekende ‘speak softly and carry a big stick’. Toen de Duitsers in 1902 Venezuela bombardeerden omdat het land zijn schulden niet had betaald, behandelde Roosevelt dit als een inbreuk op de Monroe-doctrine. Hij vertelde de keizer dat hij te ver was gegaan en liet de hele Amerikaanse marine oefenen in het Caribisch gebied. Van de Duitsers werd niets meer gehoord.

Roosevelt trok wel een les uit deze ervaring. Hij was zo ongelukkig met de kleine ‘pestlandjes’ in Midden-Amerika, hun onbetaalde rekeningen en de risico’s van Europese interventie, dat hij de Monroedoctrine uitbreidde. Ditmaal deed hij dat niet om kolonisering door Europese landen te voorkomen, maar als rechtvaardiging voor Amerikaanse interventie. In zijn State of the Union in 1904 formuleerde hij de Roosevelt Corollary: in gevallen van ‘flagrant en chronisch wangedrag door een Latijns-Amerikaans land’ kon Amerika interveniëren. Was de Monroe-doctrine ooit bedoeld om Europese invloed in Latijns- en Midden-Amerika te voorkomen, nu werd het een instrument van Amerikaanse invloed.
De Venezuelacrisis van 1902
Sindsdien heeft de VS talloze malen ingegrepen op het Westelijk Halfrond. Amerikaanse militairen waren gestationeerd in onder meer Haïti, de Dominicaanse Republiek en Nicaragua. Franklin Roosevelt verdedigde het dictatoriale bewind van de Somoza-familie in Nicaragua eens met de woorden: ‘Somoza may be a son of a bitch, but he is our son of a bitch.’
Sinds de Cubaanse revolutie in 1959 is Cuba een Amerikaanse obsessie gebleven, wat leidde tot een mislukte invasie in de Varkensbaai in 1961 en talloze pogingen om Fidel Castro te vermoorden. Tijdens de Koude Oorlog gebruikten de VS alle mogelijke middelen om te voorkomen dat de Sovjet-Unie zijn invloed in Midden- en Zuid-Amerika uitbreidde, met de Cubacrisis en de oorlogen in Midden-Amerika tijdens de Reagan-jaren als duidelijkste voorbeeld. In 1991 pakte het nog de Panamese president Manuel Noriega op.
Eerst moesten de Sovjets worden geweerd, nu is China de boosdoener
Donald Trumps claims dat Amerika wordt aangevallen door terroristen in de vorm van drughandelaars en dat hij daaraan het recht ontleent om vermeende drugsschepen te vernietigen, past helemaal in de Monroedoctrine. Het stationeren van een vliegdekschip voor de kust van Venezuela roept direct herinneringen op aan de Venezuelacrisis van 1902. En zoals decennialang de Sovjet-Unie buiten de deur gehouden moest worden, is nu China de boosdoener. De bottom line is hetzelfde: handen af van onze invloedssfeer. John Quincy Adams zou het onmiddellijk herkennen.
Bemoeizucht en territoriumdrift: voor de Verenigde Staten is het doodnormaal
Amerika heeft de Venezolaanse president Nicolás Maduro gevangengenomen. Na jaren van verwaarlozing en toenemende Chinese invloed besteedt Amerika weer meer aandacht aan zijn achtertuin. De basisgedachte achter dit buitenlandbeleid is dat Amerika het enige land is dat mag optreden op het westelijk halfrond. Een tweede aspect ervan is dat het Amerika vrijstaat om daar simpelweg...
Amsterdam sloeg een flater door te experimenteren met riolering
De ontlasting werd Nederlandse steden rond 1850 letterlijk te veel. Overal lag poep en de stank was niet te harden. Het werd tijd voor een goede riolering, maar hoe moest die eruitzien? Rotterdam koos voor het degelijke spoelstelsel, terwijl Amsterdam besloot te experimenteren. Europese steden verzopen in de negentiende eeuw in hun eigen drek. De...
Democratie komt op 4 en 5 mei centraal te staan
‘In een tijd waarin radicalisering en polarisatie alledaagse begrippen zijn geworden en er wereldwijd in toenemende mate sprake is van conflictsituaties, wijst het Nationaal Comité 4 en 5 mei op het belang van een weerbare democratische rechtsstaat.’ Dat staat in het beleidsplan voor de periode 2026-2031. De les van de Tweede Wereldoorlog is volgens het...
Toekomstvoorspeller Turchin werd weggehoond, maar kreeg gelijk
Het zij u vergeven als u geen flauw idee heeft wat cliodynamica is. Het wordt niet onderwezen aan Nederlandse universiteiten, media laten het schaamteloos links liggen. Wat een gemiste kans is, want deze academische discipline heeft nogal een klapstuk: het kan de toekomst voorspellen. De Amerikaanse geleerde Peter Turchin stichtte het vakgebied rond de eeuwwisseling,...
Joodse vluchtelingen kregen een kille ontvangst in de Cariben
Joden en niet-Joden die vluchtten voor de Duitse bezetter en over de hele wereld verstrooid raakten, hebben na de Tweede Wereldoorlog weinig aandacht gekregen. Het proefschrift van Rosa de Jong brengt daarin verandering. Enkele duizenden Joodse Nederlanders, niet-Joodse echtgenoten, verzetsmensen en Engelandvaarders vluchtten tot eind 1942 uit het bezette Nederland via Frankrijk naar Spanje en...
Lood hielp de homo sapiens overleven
Een nieuwe studie in Science Advances suggereert dat moderne mensen, de homo sapiensen, mogelijk beter bestand waren tegen loodvergiftiging dan neanderthalers, wat hun overleving heeft bevorderd. Onderzoekers ontdekten sporen van lood in fossiele tanden van oude mensachtigen en testten vervolgens moderne en oude genvarianten op stukjes hersenen. Bij de neanderthalervariant verstoorde lood de ontwikkeling van...
Xi Jinping gebruikt het verleden, net als de Chinese keizers die hem voorgingen
De Chinese president Xi Jinping wijst graag op het lange verleden van zijn land. Dat heeft moeilijke periodes gekend, maar zou zijn herrezen onder leiding van de Communistische Partij. ‘Volgens Xi zal China weer het land zijn dat het vroeger was,’ zegt historicus en geopolitiek analist Frans-Paul van der Putten. Over dit streven schreef hij...
Johannes van der Kemp was de zelfbenoemde redder van de inheemse Zuid-Afrikanen
Predikant Johannes van der Kemp stichtte in 1803 een nederzetting om de Zuid-Afrikaanse Khoi te bekeren en te helpen. Was hij daarmee een weldoener of een kolonisator? Daarover verschillen de meningen nog steeds. Feiten zijn feiten, maar geschiedenis kun je boetseren indachtig de tijdsgeest. Wie vroeger als held werd gezien kan plotseling als boeman worden...
Historici schrijven kinderboek: ‘Jongeren groeien te weinig op met geschiedenisverhalen’
Neerlandicus en filosoof Lotte Jensen en kunsthistoricus en directeur van het Mauritshuis Martine Gosselink publiceerden beiden afgelopen jaar een kinderboek. Historisch Nieuwsblad vroeg ze wat er anders is aan schrijven voor kinderen. Wat wilden ze overbrengen? Hebben ze er nog iets aan gehad voor hun ‘volwassen’ werk? We spreken elkaar in de kamer van Martine...
Een korte oorlog zou de Chinees-Japanse relatie voor altijd tekenen
Diplomatieke spanningen tussen China en Japan lopen hoog op na opmerkingen van premier Sanae Takaichi over Taiwan. China is boos en verwijst naar het militaristische verleden van Japan. Dat begon allemaal met de Eerste Chinees-Japanse Oorlog in 1894. Hoewel Westerse machten zich al vanaf het einde van de vijftiende eeuw in Azië lieten gelden, leidde...
Flexibele calvinisten verloren de religieuze concurrentiestrijd op Java
Waarom hebben de Nederlanders niet heel Java tot het calvinisme bekeerd? Volgens de pas gepromoveerde historicus Alexander van der Meer lag het niet aan de zendelingen en predikanten. Zij waren bereid aanpassingen te doen aan de lokale cultuur. Terwijl Spaanse missionarissen bijna de hele Filipijnen katholiek maakten, lukte het Nederlandse zendelingen amper het calvinisme te...
Ignatius van Loyola was de generaal van de omstreden jezuïeten
In een periode van religieuze strijd stichtte Ignatius van Loyola een nieuwe kerkelijke orde: de jezuïeten. Ze beloofden eeuwige armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Maar als onderwijzers en biechtvaders van wereldlijke heersers kregen ze ook veel macht – en dat riep weerstand op. Inigo Lopéz van Loyola las het liefst ridderromans over strijdbare edelmannen en aantrekkelijke...
