Alle themapagina's

Michiel Baud onderzocht het Argentinië van Máxima's vader

Algemeen - Internationale betrekkingen - Politieke geschiedenis

Door: Micha Kat en Frans Smits

HN nr. 4/2001`De rol van inquisiteur heb ik geen moment geambieerd'

Toen premier Kok hem vroeg het onderzoek te verrichten naar het Argentinië waar Máxima's vader minister was geweest, had Michiel Baud nog nooit van Zorreguita gehoord. ‘Een tragisch technocraat’, noemt Baud Zorregueta. `Maar mild ben ik niet geweest. Iemand fout noemen vind ik niet mild.'
`Technocraat'. Tientallen malen komt het woord voor in het rapport Militair Geweld, Burgerlijke Verantwoordelijkheid, dat Michiel Baud in opdracht van het ministerie van Algemene Zaken schreef over de `historische achtergrond en context van de politieke functies die Jorge Zorreguieta vervulde in het Argentinië van de junta (1976-'83)'. In relatie tot nazi-Duitsland, een parallel die Baud veelvuldig trekt, wordt dit woord vaak in verband gebracht met schrijftafelmoordenaars als Eichmann, lieden die de treinen op tijd lieten rijden naar de vernietigingskampen. In relatie tot Zorreguieta heeft `technocraat' een heel andere lading.
        Baud (48): `Je moet het woord zien in Latijns-Amerikaans perspectief. Met name in het Chili onder Pinochet bestond een sterke neiging om beleidsmakers binnen te halen die niets van doen hadden met politiek of democratie. Het ging dan vooral om economen, vaak opgeleid in Chicago, met een Ph.D. op zak. In Chili werden zij de ``Chicago-boys'' genoemd. Deze neoliberale economen zijn echte technocraten, veel meer dan Zorreguieta, die juist niet goed opgeleid is en ook actief is in de agrarische politiek. Daarom mijn aarzeling om hem volmondig een technocraat te noemen. Ik gebruik het liever als bijvoeglijk naamwoord en heb het over ``zijn technocratische visie'' en ``zijn technocratische passie''. Wellicht had ik ook het woord ``vakminister'' kunnen gebruiken. De Argentijnse technocraten faalden overigens compleet waar die in Chili wel succes hadden. In die zin is Zorreguieta dus een tragische technocraat.'

Michiel Baud begon zijn `Latijns-Amerikaanse leven' in 1976, toen hij na zijn kandidaatsexamen in Groningen tabak ging plukken in Canada. Van daaruit reisde hij een halfjaar door Mexico en Midden-Amerika. `Het was mijn eerste trip buiten Europa, en een echte ontdekkingsreis. Nieuwe geuren, de armoede - ja, het maakte veel indruk.' In die tijd van sterk engagement klonk aan de universiteiten de roep om meer aandacht voor de derde wereld in het historisch curriculum. Baud, inmiddels kandidaatsassistent bij het Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns-Amerika (CEDLA): `Er was een lezingencyclus over Latijns-Amerika waar ik Harry Hoetink, hoogleraar antropologie in Utrecht, leerde kennen, die me op het spoor zette van de Dominicaanse Republiek. Aan het eind van de negentiende eeuw leende een Nederlandse bank, Westendorp & Co., het land een groot geldbedrag en verkreeg op die manier de controle over de lokale economie, waarvan de tabaksteelt een belangrijke pijler was. Een interessant gegeven, waar ik direct meer over wilde weten.' Het onderzoek kreeg een sociaal-historisch karakter. Baud verbleef ruim een jaar op het eiland in een tabaksdorp tussen de kleine boeren: `Participeren en observeren met een accent op oral history.' In 1991 promoveerde hij met Peasant Society under Siege. Tobacco Cultivators in the Cibao (Dominican Republic), 1870-1930.
        Via de Vrije Universiteit, het Koninklijk Instituut voor de Tropen, alsmede de universiteiten van Rotterdam en Leiden, kwam Baud in april 2000 terug bij het CEDLA, dit keer als directeur. Baud: `Toen het CEDLA in de jaren zestig ontstond, bepaalden politieke onderwerpen en nieuwe sociale bewegingen de agenda. Nu staat engagement veel minder centraal en kijken we meer naar de toepasbaarheid van het onderzoek.' Zeer toepasbaar is een onderzoeksprogramma naar duurzaam toerisme in de Andes; het historische onderzoek van het CEDLA wordt sterk bepaald door etnische onderwerpen en multiculturaliteit (indianen, zwarten, hun emancipatie en opname in de maatschappij). Ook het vraagstuk van de `politieke, etnische en culturele grenzen' en de rol daarin van `regionale economische verbanden als de North American Free Trade Agreement (NAFTA)' krijgt veel aandacht. Baud: `Het valt op dat er in Latijns-Amerika nauwelijks oorlogen zijn gevoerd tussen de staten onderling, terwijl de legers in deze landen vaak zeer dominant aanwezig zijn. Je moet concluderen dat die legers dus vooral een binnenlandse functie hebben.'

Non-persoon
Dat gold zeker voor het Argentinië van Videla, al heeft het leger toen in een wanhoopspoging om het bestuurlijk falen te maskeren wel een megalomane oorlog ontketend tegen Engeland om de Falkland-eilanden. Het was de bizarre laatste episode van een van de meest macabere dictaturen uit de wereldgeschiedenis; in zijn rapport staat Baud uitgebreid stil bij gruwelen als het weghalen van baby's bij `foute' ouders, het dumpen van levende mensen uit vliegtuigen en het martelen van gevangen: elektrische schokken, bijna-verstikking, verkrachting, pijniging met brandende sigaretten, het uittrekken van nagels. Baud: `Maar toen ik de onderzoeksopdracht kreeg, dacht ik direct aan de beroemde persconferentie waarin Loe de Jong afrekende met Aantjes en besloot: zo doe ik het dus niet. De rol van inquisiteur heb ik geen moment geambieerd. Overigens is mij inhoudelijk geen enkele beperking opgelegd. Mijn enige beperkingen waren de geringe tijd die me ter beschikking stond en de eis van geheimhouding.'
        Een vergelijking met het onderzoek van De Jong naar de rol van Claus von Amsberg in de Wehrmacht tijdens de oorlog in Italië dringt zich op. Dat onderzoek duurde erg kort en ging niet diep. De Jong bezocht met een medewerker een aantal archieven en een paar dagen later keerde hij terug op Schiphol met de boodschap: het mag! Baud: `De Jong keek specifiek naar de persoon Claus. Ik deed dat bij Jorge Zorreguieta niet. Ik heb geen antecedentenonderzoek gedaan. Ik keek naar de maatschappelijke en historische context van zijn politieke functies.' Een belangrijk verschil is natuurlijk dat het bij Claus ging om de echtgenoot zelf, terwijl we thans te maken hebben met de `vader van'. Ook lag nazi-Duitland in de jaren zestig in Nederland gevoeliger dan de Argentijnse junta nu. `Toen ik aan de klus begon, wist ik al behoorlijk veel over de periode-Videla, maar van Zorreguieta had ik nog nooit gehoord. Hier op het CEDLA hebben we echt een uitstekende bibliotheek, een van de beste van Europa, maar we hebben slechts twee verwijzingen naar de vader van Máxima kunnen vinden. Beide gingen over zijn rol bij het omzeilen van de graanboycot van de Sovjet-Unie in 1980. Zorreguieta was in Argentinie een non-persoon; Argentijnse historici kenden hem niet.'

Baud wilde met zijn rapport niet meer dan `de context' beschrijven waarin Zorreguieta functioneerde, zodat de Nederlander beter in staat is een gefundeerd en gedocumenteerd oordeel te geven over zijn publieke leven. Over het beleid dat Zorreguieta uitvoerde, op basis van de agenda van zijn superieur Martinez de Hoz, lezen we het een en ander; over het dagelijks leven van de (onder)staatssecretaris niets. Wat deed hij? Met wie ging hij om? Baud: `Dat heb ik inderdaad niet onderzocht. Toch heb ik het gevoel dat ik wel een goed beeld heb van de man. Hij was veel op reis, ook in Argentinië zelf. Maar hij borrelde niet met de generaals.' Hoe weet hij dat? `Wat is weten? Ik leid dat af uit de structuur van het bewind. De burgers stonden op grote afstand van de militaire machthebbers. Daar komt bij dat Zorreguieta zeker niet behoorde tot de nationale elite of de oligarchie. Hij had weinig opleiding, weinig land, en heeft zich stapje voor stapje omhoog moeten werken in het landbouwwereldje. Ik heb ook absoluut niet de indruk dat hij iemand was die veel naar het theater ging of een actief sociaal leven leidde. Maar zeker weten doen we op dit punt weinig. Mijn onderzoek zal zeker niet het laatste woord over hem zijn. Toch heeft nog niemand me tot nu toe gecorrigeerd. Journalisten en wetenschappers uit Nederland niet, maar ook niet de kenners uit Argentinië, waar passages van mijn boek vertaald zijn.'

Fysieke eliminatie
Een punt dat Baud in zijn boek niet aanstipt is de `grondwet' waarop Zorreguieta de eed zweert. In deze grondwet wordt het uitroeien van de subversivos expliciet als beleidsdoel genoemd. Baud: `In de statuten van de junta, in de zogeheten actas van de basisdoelen, is inderdaad sprake van het erradicar van de subversieven. Daar heeft hij op gezworen. Maar let op: er is niet gekozen voor het woord aniquilar. Bij dat laatste is er geen twijfel mogelijk over de fysieke vernietiging; erradicar laat nog enige ruimte. Het betekent letterlijk ``met wortel en al uittrekken'' en heeft vooral betrekking op groepen en ideeën. Een woordspelletje? Wellicht. Wat het regime wilde, was voor iedereen duidelijk.' Waarom heeft hij de eed niet genoemd? Baud: `Die kwam naar voren toen mijn onderzoek al klaar was. Maar als ik het eerder had geweten, zou ik hem misschien ook niet hebben genoemd. Het verandert op geen enkele manier het beeld dat ik in mijn rapport heb geschetst.'
        Wel opmerkelijk vindt Baud het dat Zorreguieta in tegenstelling tot veel andere bewindslieden rustig in de regering is blijven zitten en in 1979 zelfs nog promotie maakte. Ook de verklaring die zijn vrouw ondertekende en waarin de junta werd bedankt voor bewezen diensten heeft hem niet onberoerd gelaten. `Ik vind het schokkend dat mevrouw Zorreguieta het nog in 1989 voor Videla opneemt, zes jaar na het eind van de junta, toen er in Argentinië al mensen waren veroordeeld wegens de ontvoering en fysieke eliminatie van tegenstanders.'
        Vindt Baud dan niet dat hij gezien al deze feiten te mild is geweest in zijn eindoordeel? Is Zorreguieta niet gewoon wat we in het Nederlands ronduit een crimineel noemen? Baud: `Ik ben niet mild geweest. Iemand fout noemen vind ik niet mild.' Heeft hij dan een mening over het feit dat ons koningshuis zich aan de familie Zorreguieta verbindt? `Als onderzoeker heb ik die mening niet, en als privé-persoon houd ik die mening voor me. Mijn taak is slechts die van informatieverschaffer.'

Baud is zich terdege bewust van de mogelijkheid dat zijn onderzoek door nieuwe feiten over de rol van Zorreguieta achterhaald kan raken. `Als duidelijk zou worden dat hij zelf direct betrokken was bij het vermoorden van mensen, ja, dat zou wel een heel ander beeld geven. Maar ook natuurlijk als aan het licht zou komen dat hij honderd subversivos heeft gered uit de klauwen van het vernietigingsapparaat.'

MILITAIR GEWELD, BURGERLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID. ARGENTIJNSE EN NEDERLANDSE PERSPECTIEVEN OP HET MILITAIRE BEWIND IN ARGENTINIË (1976-1983)
door Michiel Baud. 208 p. Sdu, ƒ 29,90





 
 
 
Klik hier voor het Thuiswinkelcertificaat