De Duitser Wilhelm Münzenberg schopte het van straatarme schoolverlater tot succesvol mediamagnaat. Hij gebruikte zijn invloed om zowel de nazi’s als de sovjets dwars te zitten. Maar wie doodden hem uiteindelijk? Of deed hij dat toch zelf?
Op 17 oktober 1940 deden twee jagers een gruwelijke ontdekking in het onherbergzame woud van Le Cougnet, 50 kilometer ten oosten van Grenoble. Aan de voet van een eikenboom, geheel bedekt door bladeren, vonden zij het in verregaande staat van ontbinding verkerend stoffelijk overschot van een man. Onderzoek van agenten van de lokale gendarmerie wees uit dat het ging om een in 1887 in Erfurt geboren Duitser, genaamd Wilhelm Münzenberg. Het dure horloge om zijn pols en de resten van een strop om zijn nek deden vermoeden dat de man zichzelf door ophanging van het leven had beroofd. Veel reden om dieper in de zaak te duiken zagen de agenten niet. Na de inval van de Wehrmacht in Frankrijk waren er wel meer wanhopige zielen, onder wie veel gevluchte Duitsers, die geen andere uitweg dan zelfdoding zagen.
Wat de agenten niet wisten was dat deze Wilhelm Münzenberg niet zomaar een Duitser was, maar een van de meest invloedrijke communisten ter wereld wiens naam prijkte op verschillende zwarte lijsten. In de voorgaande twintig jaar was Willi Münzenberg de spin in een wereldwijd web van communistische kranten en weekbladen, filmstudio’s, uitgeverijen, mantelorganisaties en bedrijfscellen geweest. Als instigator van verschillende grote publiciteitscampagnes en liefdadigheidsacties had hij een enorm netwerk opgebouwd. Van het Kremlin tot Hollywood, van de Parijse salons tot de Britse elite-universiteiten, van de Indiase onafhankelijkheidsbeweging tot de Zuid-Amerikaanse vakbonden, overal had ‘der Willi’ contacten en invloed. Terwijl de een hem zag als een onvermoeibaar strijder voor de rechten van de allerzwaksten wereldwijd, zagen anderen hem als een cynische manipulator en propagandist die louter de belangen van de Sovjet-Unie behartigde.

Zijn macht was voor een deel gebaseerd op zijn sterk ontwikkelde sociale vaardigheden, een enorme werkkracht en een onmiskenbaar talent voor organisatie en publiciteit. Waar de charismatische Münzenberg verscheen, gebeurde er iets en kwamen dingen in beweging. Tegelijk dankte hij zijn opkomst ook aan een toevallige ontmoeting in Zwitserland, waar hij in 1912 als armlastige, ongeschoolde werkzoekende was beland. In zijn woonplaats Zürich raakte hij bevriend met enkele uit het tsaristische Rusland gevluchte communisten, onder wie Vladimir Lenin en Leon Trotski. Die zagen wel iets in de energieke jonge Duitser en betrokken hem bij allerlei organisatorische klusjes. Münzenberg bleek al snel uiterst bedreven in allerlei semi-clandestiene activiteiten, zoals het vervalsen van paspoorten, het smokkelen van documenten en het inpalmen van invloedrijke figuren. Toen Lenin en Trotski in oktober 1917 de macht grepen in Rusland veranderde zijn leven drastisch. Plots had Münzenberg zeer machtige vrienden met grote ambities en toegang tot oneindige geldstromen.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Succesvol concern
Op basis daarvan wist hij na zijn terugkeer naar Duitsland in 1919 een belangrijke positie in de Kommunistische Partei Deutschlands te verwerven. Geen enkele andere KPD’er had zulke nauwe contacten met de plots hooggeëerde leiders van de Sovjet-Unie. Hoewel Münzenberg namens de KPD van 1924 tot 1933 in de Rijksdag zat zou hij nooit een echte partijman worden. Zijn aandacht ging vooral uit naar buitenparlementaire activiteiten, waarbij hij zowel de partijgrenzen als de landsgrenzen overschreed.
Zo zette hij in 1921 met steun van Moskou de Internationale Rode Hulp op, een soort communistisch Rode Kruis bedoeld om stakende en strijdende arbeiders over de hele wereld te ondersteunen. Met hulp van tal van medewerkers wereldwijd organiseerde Münzenberg liefdadigheidsacties en solidariteitscampagnes, onder andere voor opstandelingen in de Marokkaanse Rif en voor de vrijlating van de ter dood veroordeelde Amerikaans-Italiaanse anarchisten Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti. Hij wierf daarbij actief steun onder wat in zijn kringen smalend ‘burgerlijke intellectuelen’ werden genoemd. Onder meer Albert Einstein, Marie Curie, Romain Rolland, George Grosz en Charlie Chaplin wist hij voor een van zijn initiatieven te strikken.
De zaak Sacco en Vanzetti
Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti woonden als Italiaanse immigranten in Boston en bewogen zich in anarchistische kringen. In 1920 waren de twee mannen gearresteerd op verdenking van een roofmoord, waarbij 1500 dollar was buitgemaakt. Hoewel er nauwelijks direct bewijs was voor hun schuld werden Sacco en Vanzetti na een geruchtmakend en breed in de media verslagen proces ter dood veroordeeld. De zaak leidde tot wereldwijde protesten en petities: de straf zou vooral door vreemdelingenhaat en anti-linkse sentimenten zijn ingegeven. Het mocht niet baten want beide mannen werden op 23 augustus 1927 op de elektrische stoel ter dood gebracht.

Als een van de eerste communisten richtte hij zich bovendien op de niet-westerse wereld met de oprichting van de Liga tegen Imperialisme en Koloniale Onderdrukking. Hoewel de Sovjet-Unie op de achtergrond als geldschieter diende, presenteerde Münzenberg het initiatief nadrukkelijk als niet ideologisch gebonden. Daardoor groeiden de conferenties van de Liga uit tot een ontmoetingsplek voor tal van niet-communistische Afrikaanse en Aziatische onafhankelijkheidsstrijders, zoals de latere presidenten van Indonesië en India, Mohammed Hatta en Jawaharlal Nehru.
Met Russisch geld zette Münzenberg daarnaast een succesvol mediaconcern op, met de veelgelezen krant Welt am Abend en het dankzij de fotografie baanbrekende weekblad Arbeiter-Illustrierte-Zeitung. Beide waren goed voor oplages van tegen de 150.000 exemplaren. Ook in de opkomende filmindustrie in Berlijn wist Münzenberg een belangrijk aandeel te verwerven, onder meer door de distributie van enkele populaire films uit de Sovjet-Unie, zoals Pantserkruiser Potemkin van Sergei Eisenstein.

Zo was de straatarme schoolverlater uit Erfurt op zijn veertigste verjaardag een welgestelde burgerman geworden, met een peperduur appartement bij de Kurfürstendamm, een eigen bodyguard en een Lincoln limousine met chauffeur. In het bruisende uitgaansleven van het Berlijn van de late jaren twintig was de dandyeske mediamagnaat een bekende verschijning geworden die zich meer thuis leek te voelen op de rode loper dan achter de rode vlaggen van de KPD. Niet alleen in zijn eigen partij wekte zijn luxueuze levensstijl wrevel op. Als belichaming van een decadente linkse hypocrisie was ‘de rode miljonair’ een geliefkoosd doelwit voor de nazi-propaganda.
Münzenberg liep liever op de rode loper dan achter rode vlaggen
Fluistercampagnes
Toen Adolf Hitler aan de macht kwam maakte Münzenberg zich dan ook snel uit de voeten en vertrok naar Parijs. Daar maakte hij zich nog meer gehaat bij de nazi’s door het voortouw te nemen in enkele succesvolle campagnes tegen het Derde Rijk. Zo gaf hij in 1933 reeds het in dertig talen vertaalde Bruinboek van de Hitler-terreur en de Rijksdagbrand uit, waarin de theorie werd verspreid dat de nazi’s zelf het Duitse parlementsgebouw in brand hadden gestoken.

Als antwoord op het proces in Leipzig tegen Marinus van der Lubbe en enkele als verdachten aangemerkte communisten organiseerde Münzenberg een ‘Contra-proces’ in Londen met enkele prominente Britse advocaten die gehakt maakten van alle beschuldigingen. De veroordeling van Van der Lubbe kon Münzenberg niet tegenhouden, maar mede door zijn opzienbarende campagnes kregen de tamelijk lukraak opgepakte communisten vrijspraak. Na deze blamage konden de nazi’s het bloed van Münzenberg wel drinken en de Gestapo had zijn naam hoog op de moordlijst staan.
Proces na de Rijksdagbrand
De brand in de Rijksdag op 27 februari 1933 leidde tot een golf aan arrestaties. Uiteindelijk zouden vijf mannen ervoor terechtstaan. Naast de Nederlander Marinus van der Lubbe waren dit de partijvoorzitter van de Duitse KPD en drie Bulgaarse communisten. De nazi’s hoopten met het in de media breed uitgemeten proces een propagandistische slag te slaan. Maar dat mislukte jammerlijk. De voorovergebogen, schijnbaar gedrogeerde Van der Lubbe deed er het zwijgen toe, terwijl de Bulgaarse communist Georgi Dimitrov de show stal met een vlammend verweer. De nog niet volledig gelijkgeschakelde rechtbank veroordeelde uiteindelijk alleen Van der Lubbe. Dimitrov zou nadien hoofd van de Komintern en de eerste communistische premier van Bulgarije worden.

Toch waren de nazi’s in 1940 niet de enigen die het op Münzenberg gemunt hadden. De NKVD, Stalins geheime dienst, was eveneens al een tijdje naar de Duitser op zoek. In Moskou was Münzenberg aan het einde van de jaren dertig ernstig in diskrediet geraakt. Vanaf 1936 had Jozef Stalin een zuiveringscampagne ontketend, de Grote Terreur genoemd, waarin tal van trouwe communisten uit de beginjaren plots als verraders van de revolutie werden aangemerkt. Onder de tienduizenden slachtoffers bevonden zich oude kameraden van Münzenberg uit zijn Zwitserse jaren, zoals Karl Radek en Grigori Zinovjev, terwijl Leon Trotski sinds 1929 in ballingschap leefde.
Bij een bezoek aan Moskou in oktober 1936 merkte Münzenberg dat ook zijn positie ter discussie was komen te staan. Naar Moskou gevluchte KPD’ers, zoals de latere DDR-leiders Walter Ulbricht en Wilhelm Pieck hadden nooit veel met hem opgehad en waren een fluistercampagne tegen hem begonnen. Münzenberg zou volgens deze intriganten heimelijk een trotskist zijn, een etiket dat in die jaren als een verkapt doodvonnis gold. Maar de beruchte nachtelijke klop op zijn hoteldeur bleef uit en Münzenberg mocht na bemiddeling van de eveneens in Moskou verblijvende Italiaanse communist Palmiro Togliatti terugkeren naar Parijs. Als coördinator van allerlei solidariteitscampagnes met de slachtoffers van zowel Hitlers terreur als Francisco Franco’s oorlog tegen de Spaanse Republiek werd Münzenberg vooralsnog onmisbaar geacht. Toch was Münzenberg wel zo slim om de herhaalde oproepen om zich weer in Moskou te melden te negeren.

Tweedehands auto
In 1938 brak hij definitief met de Sovjet-Unie en met de Duitse KPD en nam hij het initiatief voor de uitgave van een nieuw weekblad, Die Zukunft, dat zowel links als anti-stalinistisch was. Dat was niet zonder gevaar, want de lange arm van Stalin reikte tot ver over de grenzen van de Sovjet-Unie. Zo had de NKVD in de voorgaande jaren onder meer de overgelopen spion Ignace Reiss en de oudste zoon van Trotski, Leon Sedov, geliquideerd. Uiteindelijk zou ook Trotski op 21 augustus 1940 door de NKVD uit de weg worden geruimd.
De moord op Trotski
Meer dan tien jaar was Leon Trotski al op de vlucht voor Jozef Stalin toen hij na omzwervingen in Turkije, Noorwegen en Frankrijk in 1939 aankwam in Mexico. Hij kreeg er onderdak bij het beroemde schildersechtpaar Diego Rivera en Frida Kahlo. Maar ook in Mexico wist de NKVD hem te vinden. Nadat in mei 1940 een eerste aanslag mislukte, lukte het de Spaanse communist Ramón Mercader om de entourage van Trotski binnen te dringen. Met een ijsbijl sloeg hij Trotski vanachter op zijn hoofd, terwijl die achter zijn bureau een artikel aan het lezen was. De moord leverde Mercader niet alleen een gevangenisstraf op van twintig jaar, maar in 1960 ook een door Nikita Chroesjtsjov opgespelde onderscheiding als Held van de Sovjet-Unie.

Was ook Münzenberg slachtoffer van een koele stalinistische afrekening? Tegenwoordig wordt deze theorie door veel historici het meest waarschijnlijk geacht. Wat we zeker weten is dat Münzenberg na de Duitse inval in juni 1940 terechtkwam in een interneringskamp voor Duitse emigranten in de buurt van Lyon. Daar begon de volgens medegevangenen opvallend montere Münzenberg direct plannen te maken om naar Zwitserland te vluchten, waar hij zijn strijd tegen Hitler en Stalin wilde voortzetten. Uiteindelijk wist hij met enkele andere Duitse vluchtelingen te ontsnappen om vervolgens koers te zetten richting de Zwitserse grens. Halverwege verliet Münzenberg de groep, omdat hij had vernomen dat in het dorpje Montagne een tweedehands auto te koop stond. Vanaf dat moment heeft niemand nog iets van Münzenberg vernomen tot het moment dat vier maanden later zijn stoffelijk overschot werd aangetroffen in het woud van Le Cougnet.
Waren de Duitsers gevolgd door een agent van de NKVD of de Gestapo? Of was wellicht een van zijn medevluchtelingen de dader? Van hen allen is de identiteit bekend, behalve van één roodharige jonge Duitssprekende man. Was hij de moordenaar? De wijze waarop Münzenberg om het leven is gebracht, wijkt af van de modus operandi van zowel de NKVD als de Gestapo. Zo waren zijn identiteitspapieren niet weggenomen, wat bij zulke liquidaties meestal wel gebeurde. Als de daders het op een zelfmoord wilden doen lijken, waarom verborgen ze het lijk dan in een onherbergzaam woud?
Was hij plots bevangen door vertwijfeling?
Een roofmoord is eveneens onwaarschijnlijk, gelet op het dure horloge dat werd aangetroffen. Was het dan toch zelfmoord? Had Münzenberg zijn wanhoop voor de anderen weten te verbergen of was hij plots bevangen geraakt door een vlaag van vertwijfeling? Hoe Willi Münzenberg precies aan zijn eind is gekomen, zal wel altijd een raadsel blijven.
Meer weten:
- Willi Münzenberg. Fighter against Fascism and Stalinism (2020) door John Green houdt het op zelfmoord.
- Double Lives. Stalin, Willi Munzenberg and the Seduction of the Intellectuals (2003) door Stephen Koch geeft de NKVD de schuld.
- The Red Millionaire (2004) door Sean McMeekin wijst ook naar de NKVD.
