Kunt u iets vertellen over uw bijzonderste vondst?
‘Mijn grootste vondst heb ik in 2022 gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. Ik heb ontdekt dat het lente was op het noordelijk halfrond, op het moment dat 66 miljoen jaar geleden een meteoriet met de omvang van de Mount Everest een enorme krater sloeg in de Golf van Mexico. De dieren waren op het noordelijk halfrond door hun voedselvoorraden heen en kwetsbaarder dan ze in de zomer zouden zijn geweest. Het is opvallend dat het herstel op het zuidelijk halfrond ruim twee keer zo snel ging. De meteorietinslag luidde het einde in van het dinotijdperk, het Mesozoïcum. In De laatste lente van de dinosauriërs schrijf ik erover.’
Hoe ontdekte u dat het lente was?
‘Ik heb visfossielen onderzocht die in de Amerikaanse staat North Dakota zijn aangetroffen. De vissen zijn overleden op de dag van de meteorietinslag. Dat bevestigt het ruimtepuin – aardgesteente dat bij de inslag is verdampt, in de ruimte stolde en vervolgens in glazen bolletjes op de aarde neerregende – dat is aangetroffen in hun kieuwen. Via de groeilijnen in hun versteende botten, vergelijkbaar met de ringgroei van bomen, heb ik het seizoen van hun overlijden kunnen reconstrueren; de vissen waren net ontwaakt uit hun winterslaap, ze waren weer gaan eten en aan het groeien.’
Lagen deze visfossielen in een depot?
‘Nee, ik heb ze zelf uit de grond gehaald. Ik hoorde ervan dankzij emeritus hoogleraar Jan Smit van de VU, een van de beroemde grondleggers van de meteorietinslagtheorie. In een lezing vertelde hij over de recente ontdekking van de visfossielen. Ik dacht meteen: oh my god, als ik die vissen kan onderzoeken, dan kan ik de laatste jaren van de dinotijd beschrijven. Ik schreef Jan ter plekke vanuit de zaal een mailtje. Vervolgens heeft hij mij als studente aanbevolen bij de Amerikaan die in North Dakota het opgravingsgebied beheert. Jan heeft me ook een lening verstrekt om in Amerika onderzoek te doen, want de inschrijftermijn was al gesloten voor de reisbeurzen.’
Waar verbleef u?
‘Op een camping in het dichtstbijzijnde dorpje bij het afgebakende stuk land waar de fossielen liggen. Ik had me van te voren niet gerealiseerd dat Jan niet met me mee zou gaan. Ik was gewend om met een groep veldwerk te verrichten, maar nu was ik alleen met de Amerikaan die de site beheert.’
Moest u lang zoeken voordat u een fossiel vond?
‘Nee, er waren er zoveel, dat als ik er eentje compleet uit de grond wilde halen, ik andere moest breken. Mijn nagels laat ik altijd groeien als ik veldwerk moet doen, een nagel is verfijnd gereedschap. De vissen waren samengebracht in een tsunami-achtige golf die veroorzaakt is door de seismische klap van de meteoriet. Binnen hetzelfde uur zijn ze allemaal overleden. Ik heb fossielen meegenomen en ze op celniveau via hoge-resolutieröntgenscans in Grenoble onderzocht. We hebben veel data verzameld en met mijn coauteurs hebben we ons artikel naar Nature gestuurd. Vanwege het zorgvuldige peer-review-proces duurde het een halfjaar voordat het uiteindelijk werd gepubliceerd.’
Hoe was dat?
‘Het voelde alsof ik de Nobelprijs had gewonnen. Maar ik ontdekte even later dat een collega-onderzoeker doodleuk mijn onderzoek slordig had overgedaan en had gepubliceerd in een concurrerend vakblad. Ik heb bij dat vaktijdschrift aangekaart dat onderzoeksdata ontbraken. De wetenschappelijke concurrentie is moordend, ik denk dat het erger is dan vroeger.’
Waarom bent u paleontoloog geworden?
‘Als kind was ik een loner. Ik zwierf buiten rond en raakte gefascineerd door schelpen die ik vond op een schelpenpaadje. In de bibliotheek las ik dat sommige schelpen fossielen zijn, en dat ze je iets kunnen vertellen over het verleden. Ik kom niet uit een academisch milieu, ik heb in drie pleegezinnen gewoond tot ik op mijn zeventiende zelfstandig ging wonen. Via het vmbo, de havo en het vwo belandde ik op de universiteit en koos voor aardwetenschappen. Geschiedenis vind ik ook interessant, maar dat is voor mij niet lang genoeg geleden.’
Melanie During
(1989) is paleontoloog. Ze studeerde aardwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit en promoveerde in de paleontologie aan de Universiteit van Uppsala. In 2023 verscheen De laatste lente van de dinosauriërs. De dinosaurus van uitsterving tot ontdekking. Komend najaar start haar theatertour Hoe ik per ongeluk een T. rex vond.

