In 1970 wankelde het leven van de 67-jarige kinderarts Dr. Benjamin Spock. Conservatieven hadden al langere tijd de pik op hem en daar kwam nu een felle aanval door de Republikeinse vicepresident Spiro Agnew bij. In een toespraak klaagde Agnew over anarchie in Amerikaanse gezinnen. Kinderen kwamen volgens hem in vuile kleren, met ongewassen handen en ongekamde haren aan tafel. En ouders zeiden daar niets van, omdat ze van Dr. Spock hadden gehoord dat ze dit moesten tolereren. Die zou tegen discipline zijn, waardoor veel jongeren ontspoorden en in langharig tuig veranderden.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Ook in het progressieve kamp waren er bedenkingen. Spock had zichzelf altijd als een vrouwenvriend beschouwd, maar volgens feministen was hij een ouderwetse seksist die in zijn opvoedboeken grossierde in stereotypen van jongens en meisjes. Zijn vermeende toegeeflijkheid stond ook hun tegen, maar dan omdat hij moeders ondergeschikt maakte aan de grillen van hun kinderen.
En tot overmaat van ramp kon Spock evenmin rekenen op steun van zijn gezin. Zijn oudste zoon Mike had in een interview met Ladies Home Journal verteld dat zijn vader nauwelijks affectie voor hem had getoond. Hij had hem als kind nooit gekust. Als iemand hem vroeg of hij ‘familie van’ was, zei Mike liever dat hij familie was van die andere Dr. Spock, de vulcan met puntoren uit de sciencefictionserie Star Trek.
