Alle artikelen
Fluitschip
Die graanhandel uit de Oostzee ging terug tot de vijftiende eeuw. In 1438 en 1441 waren de Hollanders al in de Sont in oorlog met de Duitse Hanzestad Lübeck, om de doorgang tussen Zweden en Denemarken open te houden voor hun scheepvaart. In de daaropvolgende jaren slaagden de Hollanders erin de Hanze definitief uit het gebied te verdrijven. Vooral in het laatste kwart van de vijftiende eeuw kwam steeds meer graan voor Holland uit het Oostzeegebied. De Hollanders groeiden uit tot de Europese vrachtvaarders bij uitstek. Uit het oudste register van de Sont-tol, een door de Deense kroon tussen 1497 en 1857 geheven tol op schepen die door de Sont voeren, blijkt dat in 1497 al meer dan de helft van de passerende schepen uit Holland afkomstig was. Rond 1500 maakten per jaar tussen de driehonderd en vierhonderd Hollandse schippers een reis door de Sont en terug. Dat aantal werd in de loop van de zestiende eeuw alleen maar groter. In een kleine dertig jaar, tussen 1507 en 1539, nam de in Amsterdam geïmporteerde hoeveelheid graan toe met 50 procent. Vanwege de graanhandel bouwde Holland een grote eigen handelsvloot, die met 40.000 tot 50.000 ton twee keer zo groot was als die van machtige stadstaat Venetië. Naar schatting hadden de Hollanders omstreeks 1530 ongeveer vierhonderd grote schepen in de vaart: meer dan Frankrijk en Engeland samen. Dankzij de enorme expansie van de graanhandel streefde Amsterdam halverwege de zestiende eeuw alle concurrerende stapelmarkten voorbij en werd zijn positie als centrale graanmarkt onbetwist. Het meeste graan kwam uit Polen, Oost-Pruisen en Lijfland, in het huidige Letland en Estland. In de jaren zestig van de zestiende eeuw leverde alleen Dantzig (Gdansk) in Polen al ongeveer 40.000 lasten graan aan Holland – één last was ongeveer twee ton. De totale aanvoer van Baltisch graan uit alle havens uit het Oostzeegebied beliep in die tijd naar schatting 72.000 lasten. Daarmee konden 650.000 mensen in de Nederlanden en elders in West-Europa worden gevoed. De helft van het graan volstond om de bevolking van de zes grote Hollandse steden, én die van Antwerpen te voeden. Er was in die jaren sprake van een ware een invasie van Baltisch graan. De belangrijkste oorzaak was een prijsverschil tussen oost en west. In West-Europa traden een economische groei en inflatie op die het Oostzeegebied nauwelijks kende. Daardoor ontstond een prijsverschil tussen onder meer Amsterdam en de Oostzeehavens, waardoor in de graanhandel aanzienlijke winsten konden worden behaald.Er was in die jaren sprake van een ware invasie van Baltisch graan.Dat Amsterdam kon uitgroeien tot dé graanhaven van West-Europa, had daarnaast te maken met de gunstige ligging van de stad. Bovendien wisten de Hollanders de transportkosten laag te krijgen. Aanvankelijk waren die juist hoog. Dat zette de Hollanders ertoe aan efficiëntere schepen te ontwikkelen. Het grote voorbeeld daarvan was het fluitschip, dat een revolutie veroorzaakte in het vervoer van bulkgoederen als hout, graan en zout. De fluit had een groot laadvermogen en een kleine bemanning. Voor een fluit van tweehonderd ton kon worden volstaan met negen of tien bemanningsleden, terwijl een gelijkwaardig Engels schip er minstens dertig nodig had. Van belang was bovendien dat de Hollanders beschikten over goede netwerken. Cornelis Pietersz. Hooft was daarvan een sprekend voorbeeld. De contacten die hij voor zijn twintigste had opgebouwd kwamen na zijn terugkeer in Amsterdam goed van pas. Bovendien verspreidde de familie Hooft zich over strategische handelsplaatsen in heel Europa. De broers Cornelis en Willem bestierden de zaak in Amsterdam. In Dantzig zaten twee andere broers, Jan en Gerrit. Daarnaast stelden drie neven de handelsbelangen veilig in het Franse La Rochelle, het Portugese Aveiro en Bergen in Noorwegen. La Rochelle was het centrum van de Franse zoutexport, Aveiro het Portugese; Bergen was een exporthaven voor haring en andere vis. Bovendien kreeg Cornelis sterke banden met Italië. Aan het einde van de zestiende eeuw verbreedde hij zijn handelsnetwerk net als een aantal andere Hollandse kooplieden naar de laars van Europa, waar de vraag naar graan toenam. Cornelis handelde er dan ook in graan en rogge. Daarnaast trad hij vanaf 1592 op als vertegenwoordiger van Italianen die in Amsterdam graan kochten, claimde hij schade als Italiaanse schepen beschadigd raakten en regelde hij schepen voor Italiaanse kooplieden.
Politieke macht
Cornelis was daarmee geen uitzondering. Veel andere Amsterdamse kooplieden concentreerden zich op de winstgevende handel in graan en hadden daarvoor een netwerk dat zich uitstrekte van het Baltisch gebied tot de Middellandse Zee. Hoewel Cornelis ook investeerde in de Verenigde Oost-Indische Compagnie (bij de oprichting ervan in 1602 vroeg hij voor 9600 gulden aandelen aan) bleef de handel in graan zijn kernactiviteit. De Hollandse beheersing van de Oostzeehandel was erg gunstig voor de Republiek. Ze stimuleerde andere economische activiteiten als scheepsbouw, de textielindustrie en de zeilmakerij. Ook was het de drijvende kracht achter de eerder genoemde handel op het Middellandse-Zeegebied, waar geregeld een tekort was aan graan. Het bulkgoederenvervoer legde zo de basis voor het succes van de Opstand tegen Spanje: in 1587 schreef de Spaanse vertegenwoordiger Benito Nuñez vanuit Polen aan de hertog van Parma dat zonder de aanvoer van graan en hout de opstandige provincies Holland en Zeeland spoedig het loodje zouden leggen. De hoge urbanisatiegraad en de vitaliteit van de steden zijn voor een groot deel te danken aan de handel met het Oostzeegebied.Tijdgenoten zagen de handel met het Baltische gebied als de ruggengraat van de Nederlandse economieGeen wonder dus dat tijdgenoten spraken van de ‘moedernegotie’. Zij zagen de handel met het Baltische gebied als de ruggengraat van de Nederlandse economie. Het was de oudste handel van de Republiek, en er werden in termen van schepen en bemanning de meeste middelen aan besteed. Bovenal leverde de Oostzeehandel het broodgraan voor Amsterdam en andere steden, als een moeder die haar kinderen te eten gaf. De investeringen in de Oostzeehandel waren navenant. Jaarlijks werd er voor ongeveer 6 miljoen gulden in geïnvesteerd: meer dan de investeringen in de veenhandel, landwinning, windmolens en schepen. Gedurende het grootste deel van de zeventiende eeuw was het ook meer dan er werd uitgegeven aan de handel met Indië. De handel met de Oostzee was dus cruciaal voor de Republiek. De vaart op Indië was natuurlijk veel spectaculairder – de handel met de Baltische staten verliep sterk routinematig, zonder veel avonturen en ongelukken -, maar de Oostzee-handel was dus zeker zo succesvol. De scheepvaart en handel op het Oostzeegebied brachten meer rijkdom op dan de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Al met al legde de Oostzeehandel de basis voor de rijkdom van de Gouden Eeuw. Zo werd in 1636 een raming gemaakt van de Europese invoer in Amsterdam. Die had op dat moment een waarde van 30 miljoen gulden. Het aandeel van de Oostzee daarin was 12,5 miljoen: meer dan 40 procent. Daarnaast waren Noorwegen, Noord-Rusland en Noord-Duitsland goed voor nog eens 5 miljoen, oftewel 10 procent. Meer dan de helft van de in 1636 in Amsterdam aangevoerde producten was dus afkomstig uit de Baltische regio.
De Baltische handel was in de eerste helft van de zeventiende eeuw dan ook de belangrijkste bron van rijkdom van de HollandersDe Baltische handel was in de eerste helft van de zeventiende eeuw dan ook de belangrijkste bron van rijkdom van de Hollanders, en vooral van de Amsterdamse kooplieden. Dat vertaalde zich in politieke macht. Veel handelaren waren ook regenten. Cornelis vormde daarop geen uitzondering. In 1582 wordt hij benoemd tot schepen, en in 1583 en 1586 werd hij herkozen. In 1584 trad Cornelis bovendien toe tot de vroedschap, een positie die hij tot het einde van zijn leven innam. Bovendien werd hij meerdere malen afgevaardigd naar de gewestelijke Staten van Holland en was hij van 1589 tot 1601 lid van de Gecommitteerde Raden (het dagelijks bestuur) van Holland en West-Friesland. Daar bleef het echter niet bij. In 1588 werd hij gekozen tot burgemeester van Amsterdam, een van de belangrijkste ambten in de Republiek. Cornelis viel in de smaak: hij werd elfmaal herkozen, voor het laatst in 1610. Cornelis Pietersz. Hooft verdient in de handel met het Oostzeegebied een fortuin. De nalatenschap wordt bij zijn overlijden in 1626 geschat op 321.500 gulden. Hij zou er vandaag de dag moeiteloos de Quote-500 mee halen.
Meer informatie
Boeken Wie naar informatie zoekt over de Oostzeehandel, begint bij Jonathan Israels The Dutch Republic. It’s Rise, Greatness and Fall 1477-1806 (1995) en Maarten Praks Gouden Eeuw. Het raadsel van de Republiek (2002). Een mooie inkijk biedt ook A.Th. van Deursen, De last van veel geluk. De geschiedenis van Nederland 1555-1702 (2004). Onmisbaar is Milja van Tielhof, The ‘Mother of all Trades’. The Baltic Grain Trade in Amsterdam from the Late 16th to the Early 19th Century (2002). Uit dit boek is ook de informatie over Cornelis Pietersz. Hooft in dit artikel afkomstig. Het meest toegankelijke, rijk geïllustreerde en leesbare werk is een artikel van J. Thomas Lindblad, ‘Nederland en de Oostzee 1600-1850’, te vinden in Remmelt Daalder e.a. (red.), Goud uit graan. Nederland en het Oostzeegebied 1600-1850 (1998). In Kees Zandvliet, De 250 rijksten van de Gouden Eeuw. Kapitaal, macht, familie en levensstijl (2006) staat een korte schets van het leven van Cornelis Pietersz. Hooft. Artikelen Nederlanden dankten rijkdom aan hun liggingDit artikel is exclusief voor abonnees
De moedernegotie
Rusland en Oekraïne verlengen het graanakkoord. In de Gouden Eeuw haalden Hollanders op grote schaal graan uit de Baltische staten.
‘De hele wereld komt hier bijeen’
De Gouden Eeuw kwam Amsterdam niet aanwaaien. De Amsterdammers beschouwden het water om hen heen niet als obstakel, maar als een buitenkansje om zich met nieuwe werelden te verbinden. Zo groeide het ‘achterwerk van de wereld’ uit tot stapel-, kapitaal- en zelfs informatiemarkt van de wereld. Een wandeling langs de getuigen van deze rijke periode....
‘Ook in Nederland moet de minister-president aanwezig zijn bij de herdenking van het slavernijverleden.’
James Kennedy: ‘Het valt mij als Amerikaan op dat de slavernij maar een kleine rol speelt in de manier waarop Nederlanders naar hun geschiedenis kijken. Amerikaanse presidenten laten zich al enige tijd expliciet uit over het slavernijverleden. Het is in dit opzicht interessant dat de laatste twee presidenten het voormalige slaveneiland Gorée bij Senegal –...
Signalementen
Angela Dekker Verloren verleden 254 p. De Geus, € 19,90 Alleen de titel van dit boek deugt niet, want die hoort bij de mooie reeks van uitgeverij Verloren over hoogtepunten uit het vaderlands verleden. Verder is dit een uitstekend geschreven en gevoelige reportage over de tienduizenden Russen die in de twintigste eeuw vanwege de Revolutie,...
Hunebedden in Rolde en de toren van Barneveld
Met de verschijning van Nederland van prehistorie tot Beeldenstorm onder redactie van de mediëvist Wim Blockmans en de historisch letterkundige Herman Pleij is de omvangrijke vierdelige reeks Plaatsen van herinnering voltooid. Net als in de drie eerdere delen (over de zestiende en zeventiende eeuw, de negentiende eeuw en de twintigste eeuw) zijn in dit boek...
Het behendig manoeuvreren van Caesar
Dit boek, dat in het Nederlands simpel Caesar heet, heeft in de oorspronkelijke Engelse uitgave een boodschap in de titel: Caesar. The Life of a Colossus. Het boek zelf is met 640 bladzijden kolossaal van omvang. Maar moet er werkelijk nog een kloek werk komen op mijn rijk gevulde plank Caesar-studies? In zijn opzet heeft...
De gewelddadigste eeuw ooit
Niall Ferguson is een van die Britse historici die meer tijd lijken door te brengen in vliegtuigen en televisiestudio’s dan in archieven en bibliotheken. Schijnbaar moeiteloos produceert hij een eindeloze stroom boeken, televisieseries en krantenartikelen. Hij is verbonden aan drie topuniversiteiten (Harvard, Oxford en Stanford), is als karikatuur vereeuwigd in de film The History Boys...
De Nieuwe Mensch
In 1937 schilderde Henri van de Velde het monumentale schilderij De Nieuwe Mensch, dat uitdrukking gaf aan het nationaal-socialistische gedachtegoed. Het werk eindigde in Musserts werkkamer, en werd tijdens de bezetting de oorlog ingezet als propagandamiddel. Vanaf 2009 is het te zien in de opstelling over de twintigste eeuw van het nieuwe Rijksmuseum. In 1937...
Baden-Powell: redder van het Britse imperium
De World Scout Jamboree in Zuid-Korea wordt afgelast vanwege een naderende orkaan. De Britse generaal Baden-Powell stond in 1907 aan de basis van 's de scouting.
De ideeën van de Verlichting stammen niet uit Frankrijk, maar uit de Republiek
De beroemde historicus Jonathan Israel combineert verschillende historische methodes en weet zo steeds opnieuw de wereld van historici op te schudden. In zijn werken over de Nederlandse Republiek gaat hij op zoek naar de wisselwerking tussen sociaal-economische ontwikkelingen en het ontstaan van ideeën. Hoe populair en invloedrijk vage ideeën kunnen zijn, bleek in de jaren...
Slavernij op Curaçao
Slaven die zelf slaven hielden en vrijen die voor een bestaan in slavernij kozen: het slavenbestaan op Curaçao zag er anders uit dan de geijkte verhalen over de verhouding tussen blank en zwart suggereren. Er was eerder slavernij in Afrika dan op de Caribische plantages en in het zuiden van de Verenigde Staten. Toch worden...
De wederopbouw van Nederland
Het succes van de naoorlogse wederopbouw zou te danken zijn geweest aan de typisch Nederlandse waarden van hard werken en sober leven. Maar Nederland profiteerde eenvoudigweg van de wereldeconomische groei. Geen land in West-Europa, Duitsland uitgezonderd, kwam zo beschadigd uit de Tweede Wereldoorlog als Nederland. Er waren ongeveer 230.000 doden te betreuren, inclusief de 105.000...
