Home Geen was drogen op zondag

Geen was drogen op zondag

  • Gepubliceerd op: 18 nov 2008
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Huub Wijfjes

Geen was drogen op zondag

door Huub Wijfjes

Binnen een jaar drie historische boeken over Amsterdamse woningbouwcorporaties; dan moet er iets bijzonders aan de hand zijn.

Want woningbouwcorporaties behoren ongetwijfeld tot de saaiste, niet erg tot de verbeelding sprekende organisaties in onze samenleving. Ze beheren meestal enorme hoeveelheden woningen, bij elkaar geperst in uniforme wijken – soms ook in mooie overigens. Van belang voor de mensen die er wonen, maar verder zo vanzelfsprekend als het brood dat je dagelijks bij de bakker koopt.
Dat is althans het populaire beeld, dat er bijvoorbeeld toe heeft geleid dat de woningbouwvereniging nauwelijks serieuze geschiedschrijving heeft opgeleverd. Er zijn natuurlijk vele gelegenheidswerkjes, veelal bij jubilea geschreven door bestuurders op leeftijd. Het zijn nostalgische terugblikken, doorspekt met een anekdotiek die alleen voor de insiders echt te doorgronden en te waarderen is.
Jammer is dat wel, want huisvesting is in vele opzichten historisch belangwekkend. Voor de ontwikkeling van architectonische of esthetische opvattingen, bijvoorbeeld; daarvoor hoef je slechts naar de illustraties in de drie boeken te kijken. Maar ook als een gebied waar de politieke en sociale geschiedenis elkaar raken. Want veel van de nog bestaande woningbouwcorporaties hebben hun wortels in idealistische motieven om de barre woonomstandigheden van de volksklassen te verbeteren.
Die motieven dwongen de Woningwet van 1901 af; ongetwijfeld een van de belangrijkste stukken wetgeving van de twintigste eeuw. Hij maakte een goede volkshuisvesting tot een zorg van de overheid en leidde direct tot de oprichting van corporatieve verenigingen en stichtingen die met overheidsfinanciering aan de slag togen om de arbeider lucht en ruimte te geven.

Devote protestanten
Dat idealisme heeft in de loop van de twintigste eeuw plaatsgemaakt voor een meer zakelijke benadering van het huisvestingsprobleem. Nu zijn er enorme fusiecorporaties die met de commerciële huizenbouwers, projectontwikkelaars en makelaars concurreren op de markt van wonen en ‘woonbeleving’, zoals dat nu wordt genoemd. Het oorspronkelijke idealisme is achter die professionele haag vermengd geraakt met klantgerichtheid, service en nieuwe politieke doelstellingen als integratie en conflictbeheersing.
Sommigen betreuren dat, maar het woongenot is er niet minder op geworden. En de geschiedschrijving ook niet, want in het fusiegeweld is aardig wat geld opzijgelegd om de geschiedenis te laten optekenen, inclusief die overgang van idealistisch paternalisme naar grootschalige professionaliteit.
Zo hebben de twee fusiepartners van de in juli 2008 opgerichte Amsterdamse koepel Stadgenoot, de socialistische georiënteerde Algemene Woningbouw Vereniging (AWV) en de katholieke corporatie Het Oosten, hun rijke verleden laten boekstaven. Het Oosten verzocht daartoe de romanschrijver Willem van Toorn een historische schets te maken tegen de achtergrond van de geschiedenis van Amsterdam. De AWV vroeg iets soortgelijks aan cultuurpsycholoog en publicist Jos van der Lans. De gereformeerde corporatie Patrimonium, die in 2004 met Rochdale onder haar met historische idealen beladen naam verderging, heeft het ogenschijnlijk het meest professioneel aangepakt. Via het historisch Documentatiecentrum van de VU mochten twee historici vier jaar aan het werk.
In de wedren tussen een romancier, een cultuurpsycholoog en twee historici om het beste boek lijkt de geschiedwetenschap het meest baat te hebben bij de historici. Maar toch is dat maar ten dele het geval, want eigenlijk gaat elk van de boeken wel mank aan een gebrek, ook dat van de laatsten.
Niet bij steen alleen voldoet vanzelfsprekend het meest aan de eisen van de wetenschap, zoals een behoorlijke annotatie en een systematisch en nauwkeurig onderzoek van primaire en secundaire bronnen. Maar de geschiedenis zoals die dan wordt opgetekend is toch wel erg sterk een institutionele geschiedenis, waarin de producten van dat instituut (de woningcomplexen) en zeker het sociale (bewoners)perspectief weinig tot niet aan de orde komen.
Dat is jammer, want Patrimonium nodigt daartoe wel uit. De woningbouwstichting dateert weliswaar uit 1911, maar de auteurs plaatsen die oprichting terecht in het licht van de ontwikkeling van het protestants-sociale denken dat concrete vormen aannam met de oprichting van de Christelijke Werkliedenvereniging Patrimonium in 1876. Het was een club rond Klaas Kater en andere devote protestanten, die meer wilden dan alleen de arbeider bewust maken van de materiële ellende die hem omringde; ze wilden hem ook bij God brengen of houden.

Dreigende verloedering
Want de socialisten rukten op, met vakbonden, politieke partijen en ook woningbouw. Hoe ze dat deden kunnen we uitgebreid lezen bij Van der Lans, die een fraai portret geeft van de mengeling van idealisme en paternalisme die ook bij de socialistische volkshuisvesters rond AWV en het Amsterdamse gemeentebestuur naar voren kwam. Want niet alleen bij Patrimonium mochten de huurders van de fonkelnieuwe huurwoningen de was op zondag niet buiten drogen of dieren houden op de balkons; ook de opzichters van de AWV hielden een strak zicht op dreigende verloedering. Hier was immers niet alleen een nieuw huizenblok gebouwd, maar ook een bouwsteen gelegd voor een compleet nieuwe, socialistische toekomst.
Van der Lans geeft van die sociale controle een fraai beeld, bijvoorbeeld door op de fiets te klauteren met AWV-opzichter en huurophaler Jan de Jong. Samen met de hoogbejaarde doet Van der Lans de in 1935 begonnen dagelijkse tocht langs de AWV-complexen nog eens over. Zo’n historische herbeleving is een journalistieke methode die min of meer bij gebrek aan geschreven bronnen is ontstaan, maar komt de leesbaarheid aanzienlijk ten goede en vult het historische verhaal van de corporatie en de bestuurders aan met het perspectief van de bewoners. Dat maakt Het rode geluk uiteindelijk toch een completer boek, ofschoon het de stortvloed aan keurig uitgezochte wederwaardigheden van de leiding ontbeert die de auteurs van het Patrimoniumboek uit de archieven hebben opgediept.
Nog een stap verder van de klassieke geschiedschrijving gaat Willem van Toorn, die in een vrijwel nootloos boek literaire technieken loslaat op persoonlijke observaties, gesprekken met bewoners en wat basale historische gegevens over Het Oosten. Het verhaal speelt dan ook maar deels in de historische context; de vertelling is helemaal opgebouwd rondom de auteur, die zelf geboren is in een van de woningen van Het Oosten. Van Toorn probeert als het ware tot de essentie van zijn vroegere huisbaas door te dringen. Zijn methode resulteert in een uiterst leesbaar geheel, maar in vergelijking met de andere boeken is hij voor de historisch belangstellende lezer toch het minst interessant.
De fusies van de afzonderlijke corporaties (die tussen AWV en Patrimonium ketste in 2003 op het laatste moment af) heeft dus niet geleid tot een fusie van verschillende historische stijlen. Eigenlijk is dat jammer, want met de historische precisie van Bekkers en Van der Woude, de creativiteit en originaliteit van Van der Lans en het schrijftalent van Van Toorn had misschien wel een ideaal boek kunnen worden gemaakt over een van de meest onderbelichte onderwerpen uit de sociale en politieke geschiedenis.

Huub Wijfjes is mediahistoricus aan de Universiteit van Groningen.

Wouter Beekers en Rolf van der Woude
Niet bij steen alleen. De Woningstichting Patrimonium Amsterdam 1876-2003. Van sociale vereniging tot sociale onderneming
560 p. Verloren, € 30,00

Jos van der Lans
Het rode geluk. Een geschiedenis van de Algemene Woningbouw Vereniging
304 p. Bas Lubberhuizen, € 24,50

Willem van Toorn
De stad en Het Oosten. Het verhaal van een woningbouwvereniging
224 p. Bas Lubberhuizen, € 24,50

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel leest u historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Nu de eerste maand voor maar 1,99.

Nieuwste berichten

Amerikaanse agenten brengen Noriega over de naar de VS
Amerikaanse agenten brengen Noriega over de naar de VS
Interview

‘Ook de arrestatie van de Panamese leider Noriega in 1989 was volkenrechtelijk illegaal’

De aanval op Venezuela en de ontvoering van president Nicolás Maduro doen denken aan de invasie van Panama in 1989, waarbij Amerika de militaire leider Manuel Noriega gevangennam. Ook toen gebruikte het Witte Huis drugshandel als legitimering, vertelt academicus Pablo Isla Monsalve. ‘Maar de VN veroordeelde de actie als een illegale interventie.’ Op 15 december...

Lees meer
Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief. Schilderij door Repin
Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief. Schilderij door Repin
Artikel

Voor de Oekraïners zijn de kozakken weer hun helden

De Russen en de Oekraïners strijden ook over de interpretatie van hun gezamenlijke verleden. Waren de beroemde kozakken nu helden of verraders? Dat hangt ervan af wie je het vraagt.  Het is alsof ze zo uit de schilderijen van Ilja Repin zijn gestapt: Oekraïense militairen die aan het front poseren als zeventiende-eeuwse kozakken. Het beroemdste voorbeeld is Repins doek De Zaporozjekozakken schrijven de Turkse sultan een brief uit 1891. Daarop beantwoorden de kozakken het ultimatum van...

Lees meer
Een klaslokaal van een jongensschool in Tegelen
Een klaslokaal van een jongensschool in Tegelen
Nieuws

Heemkunde werd bijna een schoolvak tijdens de Duitse bezetting

Tijdens de Duitse bezetting probeerde de collaborerende overheid heemkundig onderwijs in te voeren. Maar het plan verzandde in procedures.  De Nederlandse jeugd moest vertrouwd gemaakt worden met de eigen regio, zijn geschiedenis, cultuur en natuur. Heemkundelessen op de middelbare school waren hiervoor het beste middel, dacht Jan van Dam, die in november 1940 aantrad als secretaris-generaal op het departement van Onderwijs. De tijd was er rijp voor: ‘Op...

Lees meer
Kabinet Den Uyl op het bordes
Kabinet Den Uyl op het bordes
Artikel

Minderheidskabinet of met gedoogsteun: creatieve kabinetsvormen waren soms een oplossing

D66, CDA en VVD willen samen een minderheidskabinet vormen. Afwijkende kabinetsvormen hadden in het verleden wisselend succes. De allereerste Nederlandse kabinetten waren volledige zakenkabinetten, omdat pas in 1888 de eerste politieke partijen werden gevormd. In 1883 trad het laatste pure zakenkabinet aan onder leiding van de advocaat Jan Heemskerk, die een waterstaatkundig ingenieur als minister...

Lees meer
Loginmenu afsluiten