Home Dossiers Israël en de Palestijnen Netanyahu’s broer leidde legendarische bevrijdingsactie

Netanyahu’s broer leidde legendarische bevrijdingsactie

  • Gepubliceerd op: 27 mei 2024
  • Laatste update 29 mei 2024
  • Auteur:
    Bram de Graaf
  • 12 minuten leestijd
De Israëlische commando's in de Mercedes waarmee ze de Oegandese troepen willen misleiden.
Slachtoffers tijdens de Jom Kippoeroorlog tussen Israël en de Palestijnen
Dossier Israël en de Palestijnen Bekijk dossier

In 1976 bevrijdden Israëlische commando’s ruim honderd gijzelaars op het vliegveld van Entebbe in Oeganda. De gewaagde operatie oogstte wereldwijd lof en bewondering.

In de vroege ochtend van 18 februari 2024 bestormden Israëlische commando’s een appartementencomplex in Rafah. Terwijl helikopters en straaljagers de omgeving bestookten, schakelden ze op de tweede verdieping van het gebouw meerdere Hamas-strijders uit en bevrijdden de gijzelaars Fernando Simon Marman (60) en Louis Har (70). Beide mannen waren op 7 oktober ontvoerd uit de kibboets Nir Yitzak in Israël.

Meer historische context bij het nieuws? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Israël werd die ochtend wakker met uitgebreide televisieverslagen van de geslaagde bevrijdingsactie, waarbij geen enkele Israëli was omgekomen. Daarentegen waren tientallen terroristen gedood, meldden nieuwscommentatoren euforisch. Sommigen trokken de vergelijking met Entebbe; het Oegandese vliegveld waar op 4 juli 1976 Israëlische commando’s 102 gegijzelde Joodse vliegtuigpassagiers en Franse bemanningsleden hadden bevrijd uit een luchthavengebouw. Saillant detail: die aanval werd geleid door Jonathan ‘Yoni’ Netanyahu, de oudste broer van Israëls huidige premier Benjamin Netanyahu.

Netanyahu’s hadden leiderschapskwaliteiten

De Netanyahu’s kwamen oorspronkelijk uit Polen. Hun grootvader, rabbijn Nathan Mileikowsky, was daar een vurig pleitbezorger van de zionistische beweging. In 1920 emigreerde hij met zijn gezin naar Palestina, waar de achternaam in het Hebreeuws ‘Netanyahu’ werd. Hun vader Benzion (1910-2012) studeerde geschiedenis in Jeruzalem en vestigde zich met zijn vrouw Tzila Segal (1912-2000) in 1940 in New York, waar hij directeur werd van The New Zionist Organisation of America. Daar kwam op 13 maart 1946 hun eerste zoon Jonathan ter wereld, door iedereen Yoni genoemd.

Na de stichting van de staat Israël verhuisde het gezin in 1949 naar Tel Aviv, waar zonen Benjamin (‘Bibi’, 21 oktober 1949) en Iddo (24 juli 1952) werden geboren. In Israël was Benzion hoogleraar Joodse geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. De jongens groeiden op met een vader die ervan overtuigd was dat de Joden altijd zouden moeten vechten voor hun bestaan en voor het land Israël en dat de Arabieren niet te vertrouwen waren. Hoewel de broers Netanyahu uitblonken op school en er wetenschappelijke carrières voor hen lonkten, kwam dienen in het leger om die Joodse staat te beschermen voor hen alle drie op de eerste plaats. Zeker voor de idealistische Yoni. Hij was zich al jong van die taak bewust en vertoonde al bij de padvinderij leiderschapskwaliteiten. Hij kon ook goed met de pen overweg en schreef talloze prachtige brieven aan vrienden en familie die bewaard zijn gebleven en later werden gepubliceerd. 

Voor de Netanyahu’s kwam het beschermen van de Joodse staat op de eerste plaats

Het gezin Netanyahu woonde van 1956 tot 1958 in de Verenigde Staten voor onderzoekswerk van Benzion. In 1963 verhuisden ze er opnieuw heen en rondde Yoni er zijn middelbare school af. Hij ergerde zich aan het inhoudsloze leven van zijn Amerikaanse medescholieren, noteerde hij. ‘Ik wil elk moment van mijn leven tegen mezelf kunnen zeggen: dit heb ik gedaan.’ Na het behalen van zijn diploma keerde hij daarom alleen terug naar Israël, waar hij zich aanmeldde voor de IDF (Israel Defence Forces). Hij kwam bij de parachutistenbrigade terecht en maakte naam als moedig en bekwaam officier. ‘Behalve commandant was hij onze leraar. Hij eiste veel van ons, maar ging zelf altijd voorop,’ herinnerde een ondergeschikte zich.

Yoni Netanyahu in 1973.
Yoni Netanyahu in 1973.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

‘Wie waagt wint’

Gedurende de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 vocht hij als reservist eerst met zijn bataljon in de Sinaï. Nadat de verouderde Egyptische tankdivisies waren verslagen, werd hij naar de Golanhoogten gestuurd. Bij de reddingsactie van een medesoldaat die zwaargewond achter de Syrische linies lag, verbrijzelde een kogel Yoni’s ellenboog. Voor zijn daad ontving hij de hoogste onderscheiding voor moed.

Tijdelijk ongeschikt voor het leger reisde Yoni, inmiddels getrouwd met zijn jeugdliefde Tirza Goodman, in september 1967 terug naar de Verenigde Staten voor studies filosofie en wiskunde aan Harvard. De rest van het gezin Netanyahu woonde weer in Israël. Daar werd Bibi als vrijwilliger opgenomen in Sayeret Matkal, de in 1957 opgerichte speciale eenheid van de IDF naar voorbeeld van de Britse Special Air Service (SAS). Ze bestond uit ongeveer honderd van de meest fysiek sterke en intelligente jonge soldaten van de IDF. Hun motto was – net als dat van de SAS: ‘Wie waagt wint’. Hun taken bestonden onder meer uit geheime verkenningsmissies in vijandelijk gebied en anti-terreuroperaties, zoals het beëindigen van gijzelingen.

Terwijl Yoni in de VS studeerde groeide de onrust aan de Israëlische grenzen. Er waren vrijwel dagelijks schermutselingen: regelmatig staken Palestijnse terroristen de grens over en zaaiden dood en verderf. ‘Een nieuwe oorlog lijkt onvermijdelijk,’ schreef Yoni aan zijn ouders. ‘Het sterkt mijn overtuiging dat hoe eerder ik terugkom, hoe beter. Zodra mijn arm genezen is, stel ik me weer als reservist beschikbaar.’

Na nog geen jaar op Harvard zat ook Yoni bij Sayeret Matkal, waar hij voor zijn gevoel het meest tot zijn recht zou komen. Vanwege zijn ruime ervaring werd hij compagnieleider. Met een team ontvoerde hij in 1972 in Zuid-Libanon een aantal Syrische verbindingsofficieren die werden geruild tegen in Syrië vastgehouden Israëlische vliegtuigbemanningen. Aan die actie nam ook de jongste broer Iddo Netanyahu deel, die ook was ingelijfd bij Sayeret Matkal. De leiding besloot daarna dat de broers niet meer samen aan één operatie zouden deelnemen, zodat het gezin niet het risico liep meerdere zonen tegelijk te verliezen.

‘Hoe eerder ik terug kom, hoe beter’

Op 8 mei 1972 leidde dat bijna tot een ruzie tussen Bibi en Yoni. Bibi was teamleider bij de bestorming van een door Palestijnen gekaapt Sabena-toestel op het vliegveld van Tel Aviv. Yoni zei dat hij Bibi’s plaats zou innemen omdat hij meer ervaring had: ‘Ik weet wat te doen, in elke situatie.’ Bibi weigerde. ‘Dan gaan we samen.’ ‘Nee, denk aan vader en moeder.’ ‘Het is mijn leven,’ antwoorde Yoni. Commandant Ehud Barak, de latere president en politieke rivaal van Bibi, verbood echter dat Yoni ook deelnam. Bij de geslaagde actie werd Bibi in zijn arm geschoten. ‘Yoni zag me gewond op de grond liggen en rende naar me toe. Toen hij zag dat het slechts een vleeswond was, zei hij glimlachend: “Ik zei toch dat je niet moest gaan”,’ herinnerde Bibi zich later.  

Familie van gijzelaars eisten onderhandelingen

Ook tijdens de Jom Kippoeroorlog van 1973 onderscheidde Yoni zich door gewonde kameraden te ontzetten. Daarna bleven terroristische acties Israël teisteren. In april 1974 vermoordden drie geïnfiltreerde Palestijnen in een appartementencomplex in Kirjat Sjmona achttien burgers, waaronder negen kinderen. Een maand later was een school in Ma’alot doelwit. Een bevrijdingsactie door Sayeret Matkal mislukte volledig. Terwijl de regering van Golda Meir tijd probeerde te rekken door zogenaamd te onderhandelen over het vrijlaten van gedetineerde Palestijnen bestormde de eenheid de school. Rookgranaten ontnamen echter het zicht van de scherpschutters en de commando’s, die het verkeerde klaslokaal binnenvielen. Toen ze na een halve minuut hun fout inzagen, hadden de gijzelnemers elders in het gebouw hun Kalashnikovs leeggeschoten op de 88 gegijzelden. Er vielen 26 doden, waaronder 21 kinderen.

Copycats

Hoe risicovol en gedurfd Operatie Bliksemschicht was geweest, bleek wel toen andere landen erna identieke bevrijdingsmissies uitvoerden. Op 19 februari 1978 kwamen achttien Egyptische commando’s op Cyprus om toen ze gijzelaars op het internationale vliegveld wilden bevrijden. De actie was ongeautoriseerd en Cypriotische militairen openden meteen het vuur. Op 24 november 1985 faalde Egypte opnieuw toen een gekaapt Egypt Air-toestel op Malta werd bestormd: 58 van de 95 inzittenden stierven. Bij een bevrijdingspoging van 52 gijzelaars in de Amerikaanse ambassade in Teheran stierven op 24 april 1980 acht Amerikaanse militairen toen het tanktoestel voor de helikopters in de Iraanse woestijn door opwaaiend zand crashte. De afgeblazen operatie kostte president Jimmy Carter zijn herverkiezing. De bestorming van een gekaapt Lufthansa-toestel op 18 oktober 1977 in Mogadishu door de Duitse antiterreureenheid GSG 9 slaagde wel. GSG 9 was in 1972 gevormd na het drama op de Olympische Spelen in München, waar elf Israëlische atleten werden vermoord.

Het fiasco leidde tot de oprichting van Yamam, een in antiterrorisme gespecialiseerde politie-eenheid voor operaties op eigen grondgebied. Sayeret Matkal kon zich daardoor concentreren op het buitenland.

Op 27 juni 1976 kaapten twee Palestijnen en twee Duitse terroristen een Air France-toestel dat van Tel Aviv op weg was naar Parijs. Bij een tussenlanding in Athene waren ze aan boord gegaan. Via Libië vloog het door naar vliegveld Entebbe in Oeganda, waar meer gijzelnemers wachtten. De 260 passagiers en bemanningsleden werden daar ondergebracht in de eersteklaspassagiersruimte van de oude terminal, de Joodse passagiers gescheiden van de andere. De Oegandese dictator Idi Amin, een goede vriend van PLO-leider Arafat, liet zijn troepen het vliegveld bewaken. De kapers eisten vijf miljoen dollar losgeld, de vrijlating van veertig Palestijnen in Israëlische gevangenissen en de vrijlating van dertien andere gevangenen, waaronder Duitse RAF-leden, in Kenia, Frankrijk, Zwitserland en West-Duitsland. Als niet aan hun eisen werd voldaan, zouden ze gijzelaars executeren. Op aandringen van Amin lieten de kapers de niet-Joodse gijzelaars vrij. De twaalf bemanningsleden besloten te blijven.

De Israëlische commando's in de Mercedes waarmee ze de Oegandese troepen willen misleiden. De operatie stond onder leiding van Yoni Netanyahu.
De Israëlische commando’s gebruiken bij Operatie Bliksemschicht een Mercedes om vijand te misleiden. Bron: Wikimedia/IDF.

In Israël eisten familieleden van de gijzelaars dat er onderhandeld zou worden met de gijzelnemers. De regering van premier Yitzhak Rabin vreesde echter dat onderhandelen een precedent zou scheppen; geen Israëli zou meer veilig zijn in het buitenland. Toch stemde Israël toe, mits het ultimatum van 1 juli verschoven kon worden naar 4 juli. De reden: het verschafte het leger de gelegenheid om een spectaculaire bevrijdingsactie voor te bereiden: Operatie Bliksemschicht.

‘Een strijder, broer en leider’

Toen Rabin op 3 juli om 18.30 uur groen licht gaf voor de operatie, waren vier Hercules-transporttoestellen al onderweg. Aan boord waren honderd soldaten van verschillende elite-eenheden, een paar landrovers en een zwartgeverfde Mercedes die leek op die van Amin om de bewaking te misleiden. Ze werden gevolgd door twee Boeing 707’s, waarvan er een was ingericht als hospitaal, de ander als commandocentrum. Een deel van de Israëli’s zou de Oegandese militairen op de grond uitschakelen en Amins luchtmacht op Entebbe vernietigen zodat die hen niet kon achtervolgen; een deel zou de transporttoestellen beveiligen als ze bijgetankt werden en de evacuatie van de gijzelaars in goede banen leiden; een deel zou het ernaast gelegen burgervliegveld en de landingsbanen bezetten en een laatste deel – de mannen van Sayeret Matkal – zou de oude terminal bestormen waar de gijzelaars zaten. Ze vlogen op een hoogte van vijftig meter om onzichtbaar te blijven voor de radar. Omdat ze de afstand van vierduizend kilometer niet in een keer konden afleggen, had Kenia toestemming gegeven om bij te tanken in Nairobi. Daar bleef het hospitaaltoestel achter om eventuele gewonden bij de terugkeer te behandelen.

Vliegtuigen vlogen op vijftig meter hoogte om onder de radar te blijven

De Mossad had van de vrijgelaten gijzelaars een goed beeld gekregen van de situatie op het vliegveld, het aantal kapers en de Oegandese manschappen. Yoni Netanyahu was vanwege zijn ervaring aangewezen om het 29 man tellende aanvalsteam te leiden dat de terminal moest binnengaan en de gijzelaars bevrijden. Hij had het aanvalsplan opgesteld. Terwijl het commandovliegtuig boven Entebbe cirkelde, landde zijn Hercules-toestel met open vrachtdeuren als eerste en parkeerde in het donker zo dicht mogelijk bij de oude terminal. De Mercedes en landrovers reden in hoge snelheid op het gebouw af. Oegandese militairen die hen schietend probeerden tegen te houden werden uitgeschakeld. Het lawaai van de schoten alarmeerde de kapers binnen. Yoni besefte daarom dat elke seconde telde en leidde de bestorming, zijn mannen aanmoedigend hem te volgen. Vanuit het gebouw werd op hen geschoten. ‘Ik keek waar ik naar binnen moest,’ herinnerde commando Shlomo zich. ‘Op dat moment zag ik Yoni. Ik denk dat hij toen werd geraakt, want ik zag hem met een vertrokken gezicht een ​​halve draai maken. Toen zakte hij met gebogen knieën ineen.’

Yoni had kogels in zijn arm en borst en bloedde hevig. Maar hij had zijn mannen orders gegeven om niet voor de gewonden te zorgen totdat de gijzelaars waren bevrijd. Ze stormden het gebouw binnen en schreeuwden door megafoons in het Engels en Hebreeuws: ‘Ga liggen!’ Tijdens het vuurgevecht kwamen drie gijzelaars en alle kapers om.

De schaduw van een broer

Gebruikmakend van Yoni’s populariteit begon Bibi in 1988 een politieke carrière voor de conservatief-liberale Likudpartij. In 1996 werd hij voor het eerst premier. Met zijn beleid kwam hij loodrecht tegenover zijn oude kameraden van Sayeret Matkal te staan, waaronder vrienden van Yoni en zijn eigen vrienden, zoals zijn oud-commandant Barak. Tien Entebbe-veteranen schreven in maart 2023 een open brief aan Bibi waarin zij hem verweten dat hij ‘bewust en met open ogen de staat Israël en het volk van Israël opoffert voor zijn eigen belangen en verdeeldheid zaait’.

‘Maar er is sprake van een volledige scheiding tussen de broers,’ aldus een voor dit artikel geraadpleegde Israëlische oud-paratroeper. ‘Wat Bibi ook doet, de eer van Yoni is nooit geschaad.’

Terwijl de bevrijde gijzelaars naar de Hercules-toestellen werden geleid, ontfermden hospikken zich over Yoni. De kogel in zijn borst was er aan de andere kant weer uitgekomen en hij had veel bloed verloren. Hij werd op een brancard gelegd en probeerde overeind te komen. Bij het vliegtuig aangekomen, bleek hij overleden.

Binnen een uur na het begin van de actie waren de vier Hercules-toestellen weer in de lucht, met 102 geredde gijzelaars. Eén gijzelaar ontbrak: holocaust-overlevende Dora Bloch (76) was de dag ervoor opgenomen in een ziekenhuis. Ze werd op bevel van de furieuze Amin vermoord.

In Israël barstte bij terugkeer van de toestellen op het militaire vliegveld Tel Nov een groot volksfeest los. Twee dagen later werd Yoni, die postuum was bevorderd tot luitenant-kolonel, onder grote belangstelling begraven op de militaire begraafplaats op de Herzl-berg bij Jeruzalem. Van de ene op de andere dag was hij een beroemdheid en nationale held in Israël. Operatie Bliksemschicht werd omgedoopt tot Operatie Jonathan en talloze straten en scholen werden naar hem vernoemd. Nog altijd vormt hij een inspiratie voor de IDF. Tijdens de 45-jarige herdenking van de actie in 2021 sprak president Herzog bij Yoni’s graf de woorden: ‘Sinds Entebbe is Yoni in ons hart en onze geest gegrift als een symbool van een soldaat, een strijder, een commandant, een broer en leider, waar we tegenop kunnen kijken en leren over moed en heldenmoed.’

Geredde passagiers op het vliegveld na de bevrijdingsactie van Netanyahu.
Geredde gijzelaars worden in Israël met luid gejuich ontvangen. Bron: Wikimedia/Government Press Office Israël.

Meer weten

  • Sayeret Matkal – The Greatest Operations of Israel’s Elite Commandos (2023) van Aviram Halevi en Avner Shur, beiden veteranen van de eenheid. Belicht ook de menselijk kant van deze soldaten.
  • De Netanyahu’s – Een verhaal over een onbetekenende en uiteindelijk zelfs verwaarloosbare episode in de geschiedenis van een zeer ­beroemde familie (2023) van Joshua Cohen. Deze met de Pulitzer Prize bekroonde roman duikt op een grappige manier in het familieverleden van de Israëlische premier.
  • Operation Thunderbolt: The Entebbe Raid – The Most Audacious Hostage Rescue Mission in History (2016) van Saul David is een gedetailleerd verslag van deze unieke bevrijdingsactie.
  • Follow me – The Yoni Netanyahu story (2012) van Jonathan Gruber is een documentaire waarin familie en mede-militairen Yoni’s verhaal vertellen.