De Slowaakse Republiek gedroeg zich onder leiding van de geestelijke Jozef Tiso als trouwe vazal van de nazi’s. Tot tevredenheid van Adolf Hitler: ‘Interessant om te zien hoe dat katholieke priestertje ons de Joden aanlevert.’
De Conferentie van München in 1938 is een berucht staaltje internationale diplomatie. Tsjechoslowakije werd op de snijtafel gelegd: nazi-Duitsland mocht het Sudetenland annexeren om de daar wonende Duitse minderheid ‘Heim ins Reich’ te brengen. Dat buurlanden Polen en Hongarije ook stukken van Tsjechoslowakije mochten afsnoepen is minder bekend. En dat de in München gemaakte afspraken ook de weg plaveiden voor een onafhankelijke Slowaakse Republiek is helemaal in de vergetelheid geraakt.
Toch was de president ervan, de katholieke priester Jozef Tiso, een van de trouwste vazallen van Adolf Hitler.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Slowakije werd voor Hitler en zijn trawanten een ‘modelstaat’, die als blauwdruk diende voor de relaties met andere satellietstaten in Midden- en Oost-Europa. De Duitsers konden Tiso en zijn 26.000 km2 grote republiek goed gebruiken voor Duitse oorlogsdoeleinden. Tiso had op zijn beurt zijn lot en dat van 2,5 miljoen inwoners van Slowakije onlosmakelijk verbonden met dat van de nazi’s: ‘Ons bondgenootschap met Duitsland is logisch omdat het de soevereiniteit van onze staat garandeert.’
Tiso’s regime was begonnen in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Toen was de Tsjechoslowaakse Republiek ontstaan uit de brokstukken van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Maar de Slowaakse Volkspartij (SNS), die in 1913 was opgericht, verzette zich fel tegen de samenvoeging van Slowaken en Tsjechen in één staat. De oprichter en eerste partijleider Andrej Hlinka en zijn opvolger Tiso waren conservatieve geestelijken. Zij meenden dat de overwegend katholieke Slowaken werden onderdrukt door de overwegend protestantse Tsjechen, die vanuit Praag de scepter zwaaiden over Tsjechoslowakije.

Van eerdere beloftes over Slowaakse autonomie kwam in de praktijk niets terecht: de eerste Tsjechoslowaakse grondwet ging uit van het bestaan van één Tsjechoslowaaks volk met één Tsjechoslowaakse taal. Aanvankelijk maakte de overgrote meerderheid van de Slowaken zich daar totaal geen zorgen over, maar dat veranderde in de jaren dertig. Het overwegend agrarische Slowakije was steeds verder achteropgeraakt bij het welvarender geïndustrialiseerde Tsjechië en werd bovendien zwaar getroffen door de wereldwijde economische crisis. De Slowaakse Volkspartij speelde sluw in op de ellende en presenteerde autonomie als wondermiddel. Of zoals Hlinka het vlak voor zijn dood in 1938 verwoordde: ‘Wij willen een soeverein volk zijn! Er zijn geen Tsjechoslowaken, wij willen alleen Slowaken zijn!’.
Oppositie werd monddood gemaakt
De regering in Praag hield zich nog steeds doof voor Slowaakse verzoeken, maar de Slowaakse Volkspartij had in Hitler een machtige bondgenoot. De nasleep van de Conferentie van München, die in Praag resulteerde in een politieke crisis, maakte de weg vrij voor Slowaakse autonomie én een machtsovername door de Slowaakse Volkspartij.
Net als veel andere Europese conservatief-nationalistische partijen in het Interbellum flirtte deze partij met het fascisme. Sterke leiders waren in de jaren dertig in de mode. Tiso werd Vodca (leider) van een eenpartijstaat waarin Tsjechen en Joden voortaan tweederangsburgers waren. Hij sprak van een ‘vrijwillige versimpeling’ van het politieke landschap ‘om een nieuw Slowakije op te bouwen’.

De SNS volgde daarbij het voorbeeld van de nazi’s: de Hlinka-jeugd, gemodelleerd naar de Duitse Hitlerjugend, speelde voortaan een hoofdrol in de opvoeding van jongeren en de paramilitaire Hlinka-garde zorgde ervoor dat niemand protesteerde. Vakbonden, culturele organisaties en sportverenigingen die niet aan de SNS waren verbonden, werden verboden. Een propagandabureau controleerde de media. Aan het einde van 1938 was de oppositie monddood gemaakt en was er nog maar één stem te horen in Tiso’s ‘Nieuwe Slowakije’: die van de leider.
Maar die leider moest op zijn beurt wel luisteren naar Hitler. In maart 1939 eiste deze dat Tiso de onafhankelijkheid van de Slowaakse Republiek uitriep, zodat Tsjechoslowakije uiteenviel en nazi-Duitsland de restanten van Tsjechië kon inlijven. Hitler dwong Tiso een Schutzvertrag (beschermingsverdrag) te tekenen: in ruil voor Duitse bescherming beloofden de Slowaken het buitenlands, militair en economisch beleid ‘in nauwe samenwerking met de Duitse regering’ vorm te geven. Anders gezegd: het ‘onafhankelijke’ Slowakije liep als vazalstaat aan de Duitse leiband.
Een geheime clausule bepaalde dat voortaan driekwart van de Slowaakse export naar de Duitse oorlogsindustrie ging. Economisch ging het Tiso ogenschijnlijk voor de wind. De werkloosheid verdween als sneeuw voor de zon, maar zijn schatkist bleef leeg omdat de Duitsers alleen met schuldpapier betaalden.

Door het verdrag werd Slowakije onherroepelijk aan Hitlers zijde de oorlog ingezogen. Slowaakse troepen namen deel aan de Duitse invasies van Polen en de Sovjet-Unie, maar de Slowaakse prestaties op het slagveld waren buitengewoon pover. Na grote verliezen werden alle Slowaakse soldaten teruggetrokken van het oostfront en overgeplaatst naar Italië.
Vanaf maart 1942 werden Slowaakse Joden gedeporteerd. Sterker nog, Tiso betaalde de nazi’s 500 Reichsmark per persoon voor de ‘hervestiging’ in ‘speciaal gereserveerde gebieden’ in Polen. Hitler was er uitermate tevreden over. Hij liet zich tegenover propagandaminister Joseph Goebbels ontvallen dat het ‘interessant is om te zien hoe dat katholieke priestertje ons de Joden aanlevert’. Tiso was in Hitlers ogen een trouwe bondgenoot en de Vodca kon tot het einde van de oorlog rekenen op steun van de Führer.
Per parachute gedropte partizanen zaaiden onrust
Internationaal kwam de Slowaakse Republiek in een isolement terecht door collaboratie met het Derde Rijk, deelname aan de oorlog aan Duitse zijde en de deportatie van de Slowaakse Joodse gemeenschap naar vernietigingskampen in Polen. Ook Tiso’s landgenoten waren minder van hem gecharmeerd dan Hitler. Toen de krijgskansen keerden, raakte de Slowaakse Volkspartij haar greep op de maatschappij kwijt.
Het ondergrondse verzet was lang verdeeld geweest, maar in december 1943 sloegen Slowaakse protestanten en communisten de handen ineen. Zij sloten een geheim verbond: als Slowaakse Nationale Raad smeedden ze plannen om Tiso te wippen. Ze konden daarbij rekenen op de steun van hoge officieren die geen heil meer zagen in het bondgenootschap met de Duitsers. Ook waren er contacten met de Tsjechoslowaakse regering in ballingschap, die sinds 1939 in Londen zetelde.
Het ultieme doel van de Slowaakse Nationale Raad was de wederopstanding van de Tsjechoslowaakse Republiek, maar dan wel als federatie op basis van absolute gelijkwaardigheid tussen Tsjechië en Slowakije. Door een opstand hoopte de Raad internationale steun te vergaren voor dit idee en tegelijkertijd te bewijzen dat niet alle Slowaken heulden met de vijand.

Op papier leek het een solide plan. Vanuit een hoofdkwartier in de uitlopers van het Tatragebergte rond het pittoreske stadje Banská Bystrica in centraal Slowakije moesten eenheden van het Slowaakse leger de Wehrmacht in de rug aanvallen in defensieve stellingen bij de hoger gelegen bergpassen in het Tatragebergte in het oosten. Het doel? De weg vrijmaken voor een offensief van het Russische Rode Leger vanuit Polen en Oekraïne.
Omdat tot op het hoogste regeringsniveau samenzweerders meededen, konden in het geheim grote voorraden aangelegd worden. Zo had de president van de Slowaakse Centrale Bank meer dan drie miljard Slowaakse kronen naar Banská Bystrica gesluisd en had opperbevelhebber Ferdinand Čatloš twee nieuwe, zwaar bewapende infanteriedivisies – in totaal 25.000 manschappen – in het oosten gelegerd, onder het mom van voorbereidingen voor de verdediging van Slowakije. Dit was de harde kern van de opstand. Het ongeveer 14.000 man tellende, licht bewapende geheime Eerste Tsjechoslowaakse Leger in Banská Bystrica moest onder aanvoering van generaal Ján Golian – het meesterbrein van de opstand – een eventuele Duitse tegenaanval uit het westen afslaan.
In de zomer van 1944 kwam het oorlogsgeweld steeds dichterbij. De Wehrmacht leek overal in Europa op de terugtocht. Het Rode Leger stond bijna aan de grens van Slowakije. Vanuit de Sovjet-Unie per parachute gedropte partizanen zaaiden met hun acties onrust in Slowakije. In Warschau kwam het Poolse Thuisleger in opstand. Roemenië schaarde zich na een staatsgreep bij de geallieerden.
Neonazi’s aanbidden Tiso
Jozef Tiso is populair bij Slowaakse extreem-rechtse splinterpartijen. Volkspartij Ons Slowakije (L’SNS) van Marian Kotleba bouwt naar eigen zeggen voort op Tiso’s nalatenschap. In zijn jongere jaren paradeerde Kotleba rond in het uniform van de Hlinka-garde. In 2013 werd hij tot ieders verrassing gekozen tot gouverneur van Banská Bystrica en van 2016 tot 2023 zetelde de L’SNS in het parlement. Bij de laatste verkiezingen deed Kotleba niet mee vanwege een veroordeling voor het gebruik van neonazi-symboliek. Republika, een afsplitsing van de L’SNS die zeer actief is op sociale media, wist net als andere splinterpartijen de kiesdrempel niet te halen.

Tiso zag de bui al hangen, maar aarzelde lang of hij een Duits aanbod om te helpen bij het bestrijden van de partizanen zou accepteren. Op 29 augustus kondigde de Vodca aan dat de Wehrmacht grootschalige acties zou gaan uitvoeren op Slowaakse bodem. Daarop besloot de Slowaakse Nationale Raad niet langer te wachten en tot actie over te gaan: generaal Golian riep de opstand uit.
Maar Čatloš kreeg op het laatste moment koudwatervrees en droeg de Slowaakse soldaten via de radio op in hun barakken te blijven. De Duitsers maakten van de verwarring gebruik om razendsnel hun eigen, eveneens in het geheim voorbereide plannen uit te voeren: ze ontwapenden het volgens hen onbetrouwbare Slowaakse leger. Zonder ook maar één schot te lossen werden Čatloš’ nieuwe infanteriedivisies in het oosten uitgeschakeld. Slechts een paar duizend Slowaakse militairen wisten Banská Bystrica te bereiken.
Tiso vlucht met de staart tussen de benen
Daar stonden Golian en zijn bescheiden leger er alleen voor tegen een Duitse overmacht. Alle aanvalsplannen konden direct de prullenbak in, want hij had de handen vol aan het verdedigen van het bergachtige gebied rond Banská Bystrica. Alle mannen van onder de 40 werden gemobiliseerd, waardoor Golians Eerste Tsjechoslowaakse Leger aanzwol tot 78.000 matig getrainde manschappen. Het werd – zij het mondjesmaat – door de lucht bevoorraad door de Amerikanen en de Sovjets.
De Slowaakse Nationale Raad organiseerde ondertussen het dagelijks leven in en rond Banská Bystrica. Een radiozender verzorgde nieuwsbulletins, er verschenen opmerkelijk veel kranten, en films en theatervoorstellingen moesten het moreel hooghouden.
Dat was nodig ook. De Duitsers hadden het gebied rond Banská Bystrica volledig omsingeld en snoepten er steeds stukjes vanaf. Een poging van Tsjechoslowaakse eenheden van het Rode Leger om vanuit Polen door te stoten naar de opstandelingen liep vast op de Duitse fortificaties in het Tatragebergte.
De Slowaakse Nationale Opstand duurde uiteindelijk twee maanden, tot de Wehrmacht zwaar bewapende reserves in de strijd gooide. Het Eerste Tsjechoslowaakse Leger werd van alle kanten tegelijk aangevallen door 83.000 Duitse militairen met tanks, artillerie en grootschalige luchtsteun. Op 27 oktober 1944 viel Banská Bystrica. Golian werd gevangengenomen en een paar maanden later geëxecuteerd.

Wat later in de geschiedenisboeken de Slowaakse Nationale Opstand ging heten was met harde hand neergeslagen, maar het einde voor Tiso’s Slowaakse Republiek was onherroepelijk. Keihard optreden door de Wehrmacht kon niet voorkomen dat 13.000 partizanen ook na de opstand nog acties uitvoerden en vanaf begin 1945 trok het Rode Leger eindelijk Slowakije binnen.
Op 4 april 1945 viel de hoofdstad Bratislava. Tiso en de zijnen vluchtten met de staart tussen de benen naar Duitsland. Daar troffen de Amerikanen de Vodca later aan in een kapucijnerklooster. In 1947 werd hij in Praag ter dood veroordeeld. Tiso toonde geen berouw. Hij vond juist dat hij respect verdiende voor de wijze waarop hij Slowakije door moeilijke omstandigheden had geloodst.
Tiso’s republiek overleefde de oorlog niet. Tsjechië en Slowakije werden herenigd. Het was onverstandig voor Slowaken om zich in het communistische Tsjechoslowakije openbaar uit te spreken voor autonomie, maar die wens kwam al snel weer bovendrijven na de Fluwelen Revolutie van 1989. Vier jaar later leidde een politieke en economische crisis in Slowakije tot een nieuwe onafhankelijke Slowaakse Republiek. De Slowaakse Nationale Opstand speelt een cruciale rol in hedendaagse Slowaakse geschiedenisboeken omdat deze de breuk belichaamt tussen de eerste – ook wel als klerikaal-fascistisch betitelde – Slowaakse Republiek van Tiso en de huidige.
De rol van Tiso in de geschiedenis is in Slowakije echter nog steeds voer voor discussie. De meeste Slowaken houden Tiso verantwoordelijk voor collaboratie met de nazi’s en de deportatie van de Slowaakse Joden, maar zeker op het conservatieve platteland worden vraagtekens gezet bij de naoorlogse veroordeling van de katholieke priester. Daar wordt Tiso vooral gezien als een verdediger van Slowaakse belangen, een tragisch slachtoffer van de omstandigheden.
Wederopstanding van de SNS
Na de Fluwelen Revolutie in 1989 is de Slowaakse Nationale Partij heropgericht. De eerste partijleider van de nieuwe SNS, Ján Slota, schuwde nationalisme, extremisme en xenofobie niet. Hij had grote bewondering voor Jozef Tiso, die hij ‘een van de grootste zonen van het Slowaakse volk’ noemde. Opvolger Andrej Danko heeft de scherpe kantjes ervan afgeslepen en de SNS is inmiddels een trouwe, zij het wispelturige, coalitiepartner voor de regering van premier Robert Fico. Die heeft zelf de Slowaakse soevereiniteit hoog in het vaandel staan en hoopt met EU- en NAVO-lidmaatschappen op zak ook van Russische, Amerikaanse en Chinese walletjes te kunnen eten.
Meer weten:
- De spoken van Visegrád (2018) door Ivo van de Wijdeven behandelt ook Slowakije tijdens en tussen de wereldoorlogen.
- Priest, Politician, Collaborator (2013) door James Mace Ward is een uitgebreide biografie van Jozef Tiso.
- Slovakia in History (2011) door Mikuláš Teich e.a. (red.), over onder meer de Slowaakse Nationale Opstand.
