• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 5/2006

    Nederland en de politieke erkenning van de PLO

    ‘Wat, hebt u de hand van die terrorist geschud?’

    Door: Martijn Blekendaal en Simon van Melick
    Het pro-Israëlische Nederland moet begin jaren zeventig niets weten van contact met de PLO. Maar onder druk van de oliecrisis en internationale ontwikkelingen stapt het schoorvoetend op de weg naar erkenning van een 'terroristische' organisatie. Daar zaten ze dan die septemberdag in 1977, schouder aan schouder op de woonboot van oud-Kamerlid Joop van Elsen (KVP): de griffier van de vaste Kamercommissie van Buitenlandse Zaken Willem-Hendrik de Beaufort, journalisten als Henk Hofland, An Salomonson (beiden NRC Handelsblad) en James Dorsey (Trouw), en Kamerleden als Hans van Mierlo (D'66), Relus ter Beek, Klaas de Vries en Harry van den Bergh (allen PvdA). 

    De Palestijnen waren in Nederland: twee vertegenwoordigers van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO). Echt welkom zullen beide heren zich niet gevoeld hebben. Om hun veiligheid te garanderen moesten ze 's nachts wisselen van hotelkamer. De pers volgde elke beweging met argusogen. De joodse gemeenschap ook. Max van der Stoel, minister van Buitenlandse Zaken, weigerde hen te ontvangen. En de vaste Kamercommissie wilde slechts 'informeel' bij elkaar komen. Praten met de 'terroristische' Palestijnen was in Nederland een politiek taboe.
     

    Praten met de 'terroristische' Palestijnen was in Nederland een politiek taboe 

    In deze grimmige sfeer nodigde Joop van Elsen zijn Palestijnse en Nederlandse gasten uit voor een kennismaking op zijn woonboot op de Kager Plassen. Ezzedine Kalak van de PLO-vestiging uit Parijs en zijn Brusselse collega Naim Khader waren in het pro-Israëlische Nederland om het lot van het Palestijnse volk onder de aandacht te brengen.

    Tevens wilden ze peilen of in Nederland, net als in een aantal andere Europese landen, een PLO-kantoor gevestigd kon worden. Bij voorkeur met een 'semi-diplomatieke' status. Dat betekende geen officiële erkenning van de PLO, maar wel toegang tot bijvoorbeeld het ministerie van Buitenlandse Zaken en deelname aan het diplomatieke leven. 
               
    Hoe beladen deze geheimzinnige bijeenkomst was, bleek toen de zeevloot van Ronny Naftaniels Werkgroep Israël met toortsen en spandoeken als 'PLO doe water bij de wijn' halverwege de avond op de Kager Plassen verscheen. Naftaniel: 'De PLO was een terroristische organisatie; de bijeenkomst de opwaardering van een criminele organisatie. Wij vonden die Kamerleden hypocriet: in de Tweede Kamer verkondigen dat de regering niet officieel in contact mag treden met de PLO, maar dan in het geheim zelf wel met ze praten.'
     

    'De PLO was een terroristische organisatie; de bijeenkomst de opwaardering van een criminele organisatie'

    Ook het gekozen moment lag gevoelig. Een week tevoren was de Duitse werkgeversvoorzitter Hans-Martin Schleyer ontvoerd door de Rote Arme Fraktion. 'Griezelig,' noemde G. Philips Mok het in het Nieuw Israelitisch Weekblad (NIW), 'dat een Nederlands Kamerlid een "diplomaat" uit de rangen van de Palestijnse terreur onthaalt in dezelfde week dat in Duitsland een stel met diens club verwante misdadigers een grootscheepse ontvoeringsactie, compleet met een bloedbad waarbij vier mensen de dood vonden, op touw hebben gezet.'

    Voormalig Tweede-Kamerlid Harry van den Bergh, in die tijd ook wel 'de vaste Kamercommissie voor betrekkingen met Israël' genoemd, geeft toe: 'Het was politiek riskant. En ik vraag me nu ook af of dit wel de taak van een Kamerlid was. Maar we moesten toch ergens de dialoog beginnen? En de ontmoeting was ook zeker niet zonder betekenis. Het was spannend, en vooral interessant, om van de Palestijnen zelf kennis te nemen van hun standpunten. Dat was een doorbraak, of in elk geval een eerste stap.'
     

    Oliecrisis

    De huiver voor de Palestijnen is begin jaren zeventig groot. Palestijnen, zo is het heersende beeld, zijn gelijk aan terrorisme. Het Palestina Komitee doet alles om duidelijk te maken dat er nog een andere kant van het verhaal is. 'We werden altijd gesommeerd de acties te veroordelen, maar we wilden ook de achtergronden ervan geven,' vertelt Bertus Hendriks, een van de oprichters van het Palestina Komitee (1969). 'We protesteerden tegen een eenzijdig gebruik van het etiket "terreur" voor Palestijnse gewelddaden,' voegt Paul Kuiper, oud-bestuurslid van het Palestina Komitee, toe. 'Wij vonden het onrechtvaardig dat dit etiket niet geplakt werd op de Israëlische gewelddaden, die vaak veel meer slachtoffers veroorzaakten.'

    Meer ruimte voor het Palestijnse perspectief ontstaat na de eerste oliecrisis van 1973. Nederland ondervindt door de Arabische olieboycot directe economische gevolgen van zijn pro-Israëlische houding. De Nederlandse regering had Israël in de oorlogen van 1967 en 1973 ruimhartig met wapens ondersteund en moest nu de prijs betalen. Onder druk van de oliecrisis sluit een van Israëls trouwste bondgenoten zich geleidelijk aan bij de internationale politieke ontwikkelingen. Van harte gaat dit
    niet.
     

    De Nederlandse regering had Israël in de oorlogen van '67 en '73 met wapens ondersteund en moest nu de prijs betalen

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen