Na de Eerste Wereldoorlog hadden de Verenigde Staten zich naar binnen gekeerd. Het land was geen lid geworden van de Volkenbond, en de meeste Amerikanen waren voorstander van isolationisme. Met de groeiende onrust in Europa en elders in de wereld, nam het Congres in de jaren dertig daarom een reeks neutraliteitswetten aan. Die zaten president Franklin Roosevelt danig in de weg toen hij − zich bewust van het gevaar − Amerika begon voor te bereiden op een nieuwe oorlog.
FDR moest voorzichtig opereren om het verzet tegen internationale betrokkenheid niet aan te wakkeren en kon de voorbereiding van Amerika aanvankelijk alleen marginaal verbeteren. Hij had het Congres zover gekregen de wapenembargo’s op te heffen zodat de Engelsen op basis van cash-and-carry Amerikaanse wapens konden kopen. In september 1940 sloot hij een deal met Winston Churchill waarbij vijftig oude Amerikaanse destroyers werden geruild voor marinebases in Newfoundland en het Caribisch gebied. FDR negeerde daarbij het Congres en kreeg de kritiek dat hij zich als een dictator gedroeg.
De binnenlandse oppositie kreeg een gezicht in de persoon van Charles Lindbergh, die in 1927 als eerste per vliegtuig solo en non-stop de oceaan was overgestoken. Lindbergh reisde graag en veel door Duitsland en Italië, waar hij werd gefêteerd door de fascistische regimes. Hij had zich laten inpakken door de Duitsers en was trots op de onderscheiding die hij van Adolf Hitler had gekregen.
Dit artikel is exclusief voor abonnees

Lindbergh was zo onder de indruk geraakt van de Duitse oorlogsmachine, dat hij geen cent gaf voor de Engelse overlevingskansen. Dat verkondigde hij in de vele toespraken die hij hield in Amerika, en daar werd naar geluisterd. Volgens een opinieonderzoek in de zomer van 1939 was Amerika fifty-fifty verdeeld over neutraliteit. Charles Lindbergh bleek de populairste man in Amerika: hij werd hoger gewaardeerd dan Roosevelt. Het verklaart deels waarom FDR zo voorzichtig aftastte hoe ver hij kon gaan.
America First Committee
Toen in Europa de oorlog uitbrak, nam de druk op Amerika om te helpen toe. Maar dat gold ook voor het verzet vanuit de samenleving. Na de val van Frankrijk in het voorjaar van 1940 woedde in de Verenigde Staten het zogenoemde ‘Grote Debat’ over deelname aan de oorlog. Als tegenhanger van Roosevelt, die als president natuurlijk het beste politieke platform had om zijn ideeën over het voetlicht te brengen, richtten studenten aan Yale in september 1940 het America First Committee (AFC) op. Hierin zaten ook zakenlui: voorzitter Alvah Curtis Roebuck was de directeur van warenhuisketen Sears.
De leden van de Committee waren bang dat de Verenigde Staten meegezogen zouden worden in de oorlog en vonden dat Amerika zich moest concentreren op de verdediging van zijn eigen grenzen en belangen. Ze waren geen pacifisten, zo benadrukten ze. In hun kringen verkeerden een aantal uitgesproken antisemieten, zoals Lindbergh en Henry Ford.

De Committee vreesde dat de Amerikaanse democratie een deelname aan de nieuwe Europese oorlog niet zou overleven, en dat de oorlogsinspanningen de vrijheid in eigen land zouden ondermijnen. Die laatste twee argumenten kwamen niet uit de lucht vallen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had president Woodrow Wilson er maatregelen doorheen geramd, en was de vrijheid van meningsuiting behoorlijk ondermijnd. Zo was de socialistische leider en presidentskandidaat Eugene Debs gevangengezet vanwege zijn pacifistische overtuigingen.
Roosevelt-haters en oprechte isolationisten
Roosevelt, die bezig was aan zijn campagne voor een derde termijn (wat ongekend was), had er weinig twijfel over laten bestaan dat hij vond dat Amerika alles moest doen om Groot-Brittannië en de bondgenoten in Europa te helpen. In januari 1941 had de president zijn plan aangekondigd om het de Engelsen mogelijk te maken militair materieel te kopen op afbetaling. Hij stuurde de Lend-Lease Act naar het Congres, dat op 10 januari begon te beraadslagen.
Het werkte in zijn voordeel dat Engeland net de directe dreiging van een Duitse invasie had afgewend. Bovendien kon FDR nog profiteren van de gloed van zijn herverkiezing in 1940. Toen het debat begon, lieten opiniepeilingen grote meerderheden zien voor hulp aan de Engelsen. Churchill hield een toespraak waarin hij zei geen ‘legers’ nodig te hebben. Hij eindigde met de woorden ‘Give us the tools and we will finish the job’.
Isolationisten geloofden er niets van. Ze stelden dat Amerika door de Britten te helpen feitelijk aan Engelse kant ging meestrijden. Het AFC stelde dat wapensteun Amerika’s eigen herbewapeningsprogramma ondermijnde. Zegslieden van de German American Bund stookten het vuurtje verder op door de Lend-Lease Act een provocatie te noemen. Om niet achter te blijven, verkondigden de communisten in Amerika hetzelfde – de Sovjet-Unie was op dat moment nog bondgenoot van Duitsland. Zo trok het AFC supporters uit verschillende politieke hoeken. Er waren Roosevelt-haters, oprechte isolationisten en mensen die dachten dat Amerikaanse Joden hun land in de richting van deelname duwden.
Pearl Harbor betekende het einde
Lindbergh, altijd de solist, had enige afstand bewaard tot het AFC, hoewel hij toespraken had gehouden op hun bijeenkomsten. De afstand was wederzijds, omdat het AFC-bestuur Lindberghs standpunten te extreem vond. Op 17 april 1941 kwam daar verandering in, toen de American First Committee het Chicago Stadium boekte voor Lindbergh, waar hij meer dan tienduizend mensen toesprak. Hij zei dat het tijd was de voorstanders van isolationisme onder één banier te verzamelen: ‘America First’.
Mede dankzij Lindberghs uitgesproken steun groeide het aantal leden van de America First Committee van 300.000 tot 800.000. Op het hoogtepunt van zijn bestaan – dat slechts vijftien maanden duurde – had de Committee 450 afdelingen door het hele land. Maar Lindbergh leverde de organisatie ook problemen op toen hij in september 1941 een antisemitische tirade hield en ‘het Joodse ras’ brandmerkte als ‘een van de belangrijkste groepen die dit land in de richting van oorlog drijven’.
Het einde van de America First Committee was onvermijdelijk na de aanval van Japan op Pearl Harbor op 7 december 1941. Een paar dagen later werd de organisatie officieel opgeheven. De leiding gaf een verklaring uit waarin ze zich achter de Amerikaanse oorlogsinspanningen schaarde. De meeste leden, inclusief Charles Lindbergh, zouden de oorlog steunen of er zelf aan deelnemen. Maar de reputatie van Lindbergh zou nooit echt herstellen van zijn pro-Duitse stellingnames. ‘America First’ werd na de oorlog een term die vooral werd gemeden – totdat Donald Trump hem een tweede leven gaf.
