Snikhete zomers zijn een vast onderdeel van het New Yorkse leven, zozeer dat verzengende hittegolven weer snel verdwijnen uit het collectieve geheugen. Dat geldt niet voor de zomer van 1896, toen van 4 tot 15 augustus de temperaturen opliepen tot 32 graden Celsius, met 90 procent luchtvochtigheid. Nachten brachten nauwelijks afkoeling. Maar de hitte was niet wat het jaar 1896 uitzonderlijk maakte.
Dat deze zomer nog aan de orde komt in geschiedenisboeken en zelfs een apart boek waard was, danken we aan Theodore Roosevelt. De latere president was toen voorzitter van de Board of Police Commissioners: vier mannen die de supervisie hadden over het politiewerk. Roosevelt slaagde erin om van de hittegolf iets te maken wat je nu een mediamoment zou noemen.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Meest dodelijke hittegolf ooit
Het vergt de nodige verbeeldingskracht om je voor te stellen hoe het geweest moet zijn in de huurkazernes, de tenement buildings, waar vaak hele gezinnen één kamer deelden, die soms ook nog werkruimte was. Geen wonder dat mensen tijdens de hittegolf ergens een plekje buiten opzochten, in de schaduw, op brandtrappen, daken en de pieren langs de rivier. De gemeente handhaafde strikt het verbod om in de parken te slapen, zoals in Central Park, de groene long van Manhattan.
Naar schatting 1500 mensen overleefden de hittegolf niet, voornamelijk omdat ze van die daken of brandtrappen afvielen, of van de pier de rivier in rolden. Maar ook omdat de hitte overweldigend was. Het doodscertificaat van ene Peder Matthias Olsen (1849-1896) meldt als doodsoorzaak ‘the excessive heat’, leidend tot ‘softening of the brain’.
Roosevelt schreef op 15 augustus aan zijn zus: ‘De hittegolf was de ergste en meest dodelijke die we ooit gekend hebben. Het aantal doden steeg tot het op het niveau lag van de cholera-epidemie. Paarden stierven met honderden tegelijk, zozeer dat hun karkassen niet konden worden geborgen, wat een serieuze geur van de pest toevoegde, en we moesten honderden tonnen ijs distribueren van de opslagplaatsen naar de mensen in de armere wijken’.
Caviatanden
De jonge Roosevelt wist maar al te goed hoe armoedig de leefomstandigheden waren, ook als de temperaturen minder genadeloos waren. Zelf was hij onderdeel van de New Yorkse elite, maar als commissaris dwaalde hij graag rond om te zien wat er in de stad gebeurde, vooral ’s nachts. Zijn opdracht was om de corruptie in het politieapparaat aan te pakken, en in het nachtleven werd flink betaald aan politiefunctionarissen om een oogje toe te knijpen.
Bij dat werk werd Theodore actief gevolgd door de media, die met hem meegingen op patrouille. Voor de verslaggevers was de 37-jarige Roosevelt een man van ‘ongewone fysieke kracht’ en ‘onbeperkte vitaliteit’. Twee beroemd geworden journalisten hielpen hem te zien wat de elite liever negeerde. De ene was de fotograaf Jacob Riis, die in 1890 het baanbrekende boek How the Other Half Lives had gepubliceerd, een boek dat diepe indruk had gemaakt op Roosevelt. De ander was Lincoln Steffens, een onderzoeksjournalist die in 1904 zijn meesterwerk The Shame of the Cities zou publiceren over grote stadscorruptie.

Roosevelt was niet bang voor publiciteit, integendeel, hij schrok er niet voor terug om die te sturen op een voor hem aantrekkelijke wijze. Hoewel Roosevelt maar een van de vier commissioners was, leek het alsof hij de commissioner was. Het was een ware onemanshow. Roosevelts grote witte caviatanden die voor zijn gezicht uit leken te marcheren, werden deel van zijn imago. Het verhaal ging dat corrupte of drinkende politiemannen ’s nachts ongemakkelijk rondkeken of ze in het donker iemand zagen met een oplichtend gebit. Een ondernemende straathandelaar verkocht setjes valse tanden met politiefluitjes. De handelaar werd gearresteerd, waarna Theodore zijn verzameling tanden bekeek en vaststelde dat ze ‘heel aantrekkelijk’ waren.
Blokken ijs uit de Hudson
Terwijl de hittegolf de stad in zijn greep hield en de gemeente niets deed om burgers te helpen, stelde Roosevelt na een paar dagen voor om gratis ijs uit te delen in de stad. We hebben het over blokken ijs, ’s winters geoogst uit de Hudson en de meren van de staat New York. Bij welgestelde New Yorkers was de iceman een bekende verschijning, maar de meeste bewoners konden zich die luxe niet permitteren.
Roosevelt haalde de stad over ijs te kopen en weg te geven, vooral in de Lower East Side, de buurt waar net aangekomen immigranten probeerden te overleven. Hij overzag hoogstpersoonlijk de distributie, rondlopend in de sloppenwijken om erop toe te zien dat het ijs naar de meest behoeftigen ging. Hij zag hoe ouders stukjes ijs kapten van de grote blokken om hun kinderen op te laten zuigen. Zijn ervaringen in New York maakten van Roosevelt een hervormingsgezinde Republikein, een man die tijdens zijn presidentschap van 1901 tot 1909 grote, vaak progressieve verandering bracht.

De hete zomer van 1896 had ook andere lange termijn politieke gevolgen. Net die week kwam de Democratische kandidaat voor het presidentschap, William Jennings Bryan, naar New York. De bevlogen orator had op de Democratische conventie zijn beroemd geworden ‘Cross of Gold’-speech gehouden, waarin hij het vasthouden aan de gouden standaard aan de kaak stelde. In New York, in Madison Square Garden, zou hij op 12 augustus formeel zijn nominatie aanvaarden. Om de populistische toon van zijn campagne wat te temperen wilde Bryan een verstandige, gematigde speech houden. Dat deed hij door zijn verhaal zo saai voor te lezen in de bloedhete ruimte, dat een deel van het teleurgestelde publiek voor het einde vertrokken was, naar adem happend. De campagne zou zich nooit herstellen van het verloren momentum.
Roosevelts activiteiten in New York zouden een opstapje blijken naar zijn nationale rol. Hij werd minister onder president McKinley, vocht in de oorlog met Spanje op Cuba, werd vicepresident, en in 1901 volgde hij McKinley op toen die werd vermoord. William Jennings Bryan, de grote onvervulde populistische hoop, zou in 1896, in 1900 en nog eens in 1908 verliezend presidentskandidaat zijn. Die hete zomer leek de zoetgevooisde Bryan de dominante politicus, maar het zou de ijs uitdelende Theodore zijn die het Witte Huis veroverde.
