Alle artikelen
Het interbellum is hot. Ook in Nederland staat die fascinerende periode tussen de beide wereldoorlogen sinds enige tijd weer in de belangstelling – en terecht. Het heersende beeld van de jaren twintig en dertig is dat van een tijd van conservatisme en verstarring. Cultuurhistoricus H.W. von der Dunk heeft veel aan die visie bijgedragen. Zo’n dertig jaar geleden al stelde hij het Nederland van toen gelijk aan ‘een stille vijver’ met een cultuur van een ‘meisjesinternaat’. De gedachte dat de negentiende eeuw in Nederland, anders dan elders in Europa, voortduurde tot 1940 is tot vandaag gangbaar. Zelfgenoegzaamheid en provincialisme zijn de kernbegrippen van de Nederlandse interbellumcultuur, en dan is het woord ‘verzuiling’ nog niet eens gevallen.
De historiografie van het Nederlandse interbellum lijdt ernstig aan begripsverwarring. Economisch- en politiek- historici, literatuur-, kunst- en cultuurhistorici praten langs elkaar heen. ‘Europa’ is een context en dimensie waaraan het structureel ontbreekt bij het interbellumonderzoek. Pas recent is er enige aandacht voor de invloed van de Eerste Wereldoorlog op de Nederlandse cultuur.
De Duits-Nederlandse betrekkingen in het interbellum vormden in vroeger jaren veelal het onderwerp van politiek correcte en welwillende bestudering van wisselende contacten. De bundel over culturele wisselwerkingen tussen Duitsland en Nederland, het bekende Berlijn-Amsterdam 1920-1940. Wisselwerkingen (1982) van Kathinka Dittrich, of W.H. Würzners Aspecten van het interbellum (1990) zijn daar voorbeelden van. Bij zijn benoeming als hoogleraar Nederlands-Duitse betrekkingen aan de Universiteit van Groningen kondigde Frits Boterman in 1999 aan het terrein grondig op de schop te willen nemen. Uitgaande van fundamentele kritiek op het bestaande beeld van Nederland in het interbellum, tonen de bijdragen in deze door hem en Marianne Vogel geredigeerde bundel dat het, zoals Boterman nogal onderkoeld in zijn inleiding opmerkt, met de gezapigheid van Nederland ‘nogal meeviel’.
Boterman kiest voor de aanpak van de cultural transfer als studieobject; hij pleit, met andere woorden, voor onderzoek naar de directe contacten en wederzijdse beïnvloeding tussen Nederlandse en Duitse cultuurdragers. In het interbellum oefende Berlijn als centrum van de moderne kunst grote aantrekkingskracht uit. Nederlanders reisden die jaren heen en weer en namen over wat ze wilden overnemen. Individuele schrijvers (Nico Rost), kunstenaars (Theo van Doesburg), instellingen (de Nederlands-Duitsche Vereeniging) en tijdschriften fungeerden als culturele bemiddelaars.
Duitsers (Thomas Mann) toonden van hun kant ook belangstelling voor Nederland, zij het in geringere mate. Al die contacten kunnen natuurlijk alleen op waarde worden geschat tegen de achtergrond van de West-Europese cultuur in het algemeen. Boterman noemt in dat verband een aantal complexe thema’s, zoals het veranderende mensbeeld, de opkomst en receptie van de massacultuur, de verhouding tussen politiek en cultuur, en het spanningsveld tussen eigenheid en openheid.
De artikelen vormen een staalkaart van in Duitsland en Nederland overeenkomstige gevoelens van onbehagen en behagen met de moderniteit. Over en weer werden die uitgedrukt in de termen ‘Nederlands’ of ‘Duits’: begrippen waarvan de connotatie sterk kon verschillen. Zo werd het expressionisme in het Nederland van de jaren twintig als schilderstijl ‘Duits’ genoemd, wat in de toenmalige retour à l’ordre-trend gelijkstond aan ‘minder gewenst’. In de oud-liberale en conservatieve kringen van de Nederlands-Duitse Vereniging werd ‘de’ Duitse cultuur daarentegen juist als ‘goed’ en ‘gewenst’ beschouwd, als remedie tegen de ontbindende krachten van het tijdsgewricht. Zo fungeerden de buurstaten voor elkaar als vormgever van hun eigen moderniteit.
Er staan in deze bundel mooie, lezenswaardige studies van kenners als Marianne Vogel, Gregor Langfeld en Léon Hanssen. Nieuw onderzoek wordt aangekondigd (Dieuwertje Dekkers) en van ander onderzoek een proeve gegeven (Ismee Tames). Boterman heeft school gemaakt met zijn kritische, nuchtere en op empirisch onderzoek gebaseerde aanpak. Daar mag Amsterdam nu verder van profiteren, want in oktober neemt hij afscheid van de Universiteit van Groningen en stapt hij over naar die van Amsterdam.
Madelon de Keizer leidt het onderzoeksproject ‘Modernisering en cultuur in Nederland 1900-1940’ aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Nederland was geen meisjesinternaat
Nederland en Duitsland in het interbellum. Wisselwerking en contacten; van politiek tot literatuur onder redactie van Frits Boterman en Marianne Vogel. 256 p. Verloren, euro 23,00 Het interbellum is hot. Ook in Nederland staat die fascinerende periode tussen de beide wereldoorlogen sinds enige tijd weer in de belangstelling – en terecht. Het heersende beeld van...
Een bleek en frêle genie
Requiem voor Chopin door Benita Eisler. 287 p. De Bezige Bij, euro 23,50 Frederyck Chopin werd in 1810 in Polen geboren als zoon van een verarmde adellijke jongedame en een arme boer uit de Vogezen. Na korte tijd furore te hebben gemaakt als muzikaal wonderkind verliet Frederyck zijn moederland om in Frankrijk een nieuw bestaan...
Geen ontaarde moeder
Een koningin met mannenbenen. Fanny Blankers-Koen, atlete van de eeuw door Kees Kooman. 240 p. L.J. Veen, euro 16,50 ‘In dit boek krijgt u antwoord op de vraag of Fanny Blankers-Koen zich in haar privé-leven net zo koninklijk heeft gedragen als in het atletiekstadion,’ zegt Kees Kooman dreigend in zijn voorwoord. Moet je dan doorlezen,...
Een blonde Vlaamse collaborateur
Hij was een zwarte. Over oorlog en collaboratie door L.P. Boon. 156 p. Meulenhoff/Manteau, euro 12,50 Tussen 22 juni en 6 juli 1946 verschenen in De roode vaan, de partijkrant van de Belgische communistische partij, acht korte artikelen van de hand van L.P. Boon (1912-’76). De auteur was toentertijd een jonge, gedreven redacteur, die de...
Het domineesland is toch niet zo wereldvreemd
De Nederlandse buitenlandse politiek in de twintigste eeuw onder redactie van Bob de Graaff, Duco Hellema en Bert van der Zwan. 200 p. Boom, euro 19,90 Hoe realistisch was de Nederlandse buitenlands politiek in de twintigste eeuw? Nog nooit zijn er zoveel studies over allerlei deelgebieden van het buitenlands beleid verschenen als in de afgelopen...
Mijn verhaal: ’Langzaam begon ik iets te begrijpen van de Indonesische vrijheidsstrijd’
In 1946 werden de eerste dienstplichtigen naar Indonesië gestuurd om daar het Nederlandse gezag, tijdens de oorlog door de Japanners omvergeworpen, te herstellen. Wim Balijon (78) maakte deel uit van deze 7 December Divisie, die pas eind 1949, kort voor de souvereiniteitsoverdracht, naar Nederland terugkeerde. ‘Wat wist ik als eenvoudige arbeidersjongen van Indië? Helemaal niets....
Omwonenden hebben sinds de jaren twintig last van Schiphol
Volgens de rechter worden omwonenden niet genoeg beschermd tegen de geluidsoverlast van Schiphol. Al in de jaren twintig waren er klachten van omwonenden over de nieuwe luchthaven.
Duizend jaar weer in de Lage Landen
Waarom verloren de Spanjaarden de Slag bij Nieuwpoort? En bombardeerden de Engelsen Keulen in plaats van Hamburg? Weerhistoricus Jan Buisman reconstrueert meer dan duizend jaar weer in de Lage Landen. Hij worstelt vooral met tolrekeningen en schaalindelingen, maar ontdekt ook de momenten dat wind en regen een beslissende wending aan de geschiedenis gaven. Julius Caesar...
Het hoge woord: De laatste restjes tropisch Nederland
De recente politieke spanningen tussen Den Haag en de Antillen zijn terug te voeren naar het Statuut dat in 1954 de onderlinge Koninkrijksrelaties regelde. Nederland kan hierdoor geen bestuurlijke knopen doorhakken zonder instemming van de andere twee landen, die op hun beurt vasthouden aan de status-quo. Een klassieke patstelling. Het is een...
De gevleugelde woorden van Marcus Tullius Cicero
Zijn kracht lag in het gesproken woord, in een tijd dat gewapende generaals het voor het zeggen hadden. De Romeinse politicus Cicero klom op tot het hoogste ambt, maar vond een gewelddadig einde. Op 29 juni 2003 kwam ik in Berlijn Cicero tegen. Bij de zijstraat van Unter den Linden die naar de Amerikaanse ambassade...
Veertig jaar na het aftreden van Konrad Adenauer
Veertig jaar geleden, op 15 oktober 1963, nam Konrad Adenauer afscheid als bondskanselier van West-Duitsland. Tijdens de veertien jaren van zijn regering zette hij het verslagen land weer op de kaart als een stabiele democratie en trouwe bondgenoot van het Westen. Oud-Parool-correspondent in Bonn Herman Sandberg was erbij. Herman Sandberg, de nu 84-jarige oud-hoofdredacteur van...
Onderwijs is de beste remedie tegen kinderarbeid
Kinderarbeid roept bij velen heftige emoties op. Deels is dat een erfenis uit de negentiende eeuw, toen in Nederland een met de nodige drama omgeven strijd werd gevoerd tegen ‘kinderexploitatie’. Opmerkelijk is dat er sterke overeenkomsten zijn met de huidige acties tegen kinderarbeid. ‘Ja, die arme fabriekskinderen, ze worden vermoord naar ziel en naar lichaam,’...
