• Afrekenen
  • Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 1/2004

    Mecenas Joseph Drucker

    Door de kunst geadeld

    Door: Marianne Braun

    Tijdens de renovatie van het Rijksmuseum zijn de meesterwerken te bezichtigen in de Philipsvleugel. Wie weet nog dat deze ooit de Drucker-uitbouw heette en een belangrijke collectie negentiende-eeuwse schilderijen huisvestte, bijeengebracht door de broer van feministe Wilhelmina Drucker?



    Het Rijksmuseum verbouwt en renoveert; De Nachtwacht en andere topstukken hangen zolang te pronk in de Philipsvleugel. Zo heet de Zuidvleugel van het museum tegenwoordig B ook nationaal respect kun je kopen. De Zuidvleugel is een samenvoeging van drie gebouwen die in de loop der tijd aan het museum zijn gebouwd. Rijksmuseumarchitect Cuypers en zijn zoon hebben ze nog ontworpen. Het ‘fragmentengebouw’ dat zo heette omdat er delen van monumenten in waren verwerkt B werd het eerst in gebruik genomen, in 1900. De twee die er daarna bij zijn gebouwd, hebben samen jarenlang de ‘Drucker-uitbouw’ geheten. What’s in a name?

    Eind december 1903 legde Jean Carl Joseph B voor zijn familie Josef B Drucker in een Haags notariskantoor vast dat zijn kunstverzameling na zijn dood aan de Nederlandse staat zou komen. De collectie zou in haar geheel bewaard moeten blijven in het Rijksmuseum te Amsterdam, onder de naam ‘de Drucker-verzameling’. Drucker en zijn vrouw waren toen al in gesprek met het Rijksmuseum. Als dat zijn best deed om ze mooi tentoon te stellen, wilde het echtpaar zo’n twintig schilderijen en aquarellen van de Haagse School in bruikleen geven. Zo kwamen, nu precies honderd jaar geleden, de stukken van Mauve, Willem Maris en Weissenbruch in een zaal van het fragmentengebouw te hangen. Het publiek kon ze naar de wens van de sympathieke verzamelaar gratis bekijken. 

    Mauve-manie
    Josef Drucker was geboren in 1862. Hij was een van de nieuwe rijken die op wat latere leeftijd van hun hobby B kunst verzamelen B een deugd van genereus burgerschap hadden gemaakt. Zijn geld had Drucker op 23-jarige leeftijd geërfd van zijn vader, de uit Duitsland afkomstige rentenier Louis Drucker. Toen woonde hij al in Londen, waar hij in 1886 trouwde met Maria Lydia Fraser. Deze redersdochter hoefde evenmin te werken B of te trouwen B voor haar geld.

    Het bruikleen Drucker-Fraser was een echte aanwinst voor het Rijksmuseum. Jarenlang was er voor de Haagse School bijna alleen maar Britse en Amerikaanse belangstelling geweest. Toen deze ‘moderne kunst’ eindelijk in eigen land gewaardeerd begon te worden, was er weinig meer over om aan te schaffen. Met de tevredenheid van het gelijk dacht Drucker zo’n kwart eeuw later dan ook terug aan de spotternijen die hij met zijn ‘Bosboom-, Israels-, Maris- en Mauve-manie’ had mogen incasseren.

    Joseph Drucker was een jongere broer van Hendrik Lodewijk Drucker, fractieleider van de Vrijzinnig Democratische Bond in de Tweede Kamer. De feministe Wilhelmina Drucker was hun vijftien jaar oudere halfzus. Zij was de tweede dochter van Louis Drucker uit een eerdere B buitenechtelijke B verbintenis. In 1885, toen Joseph kunst begon te verzamelen, publiceerde zij met haar zus onder schuilnaam een soort sleutelroman over zijn moeder. Hierin beschuldigden ze haar van alles wat lelijk was. Als Nederland niet oppaste, waarschuwden ze, zouden haar ambitieuze en hebzuchtige kinderen nog meer ‘smetten werpen op Hollands roemrijk verleden’. Joseph zou, in plaats van te rouwen om zijn vaders dood, hebben gereisd om dure beelden en voorwerpen van zilver te kopen. ‘Ons Nederlandsch fabrikaat kwam natuurlijk niet in aanmerking.’

    Na nog enkele incriminerende publicaties over de weduwe Drucker en haar kinderen ontvingen Wilhelmina en haar zus van de gekwelde familie het gedeelte van de vorstelijke erfenis van hun vader waarop ze naar hun mening recht hadden. De ironie van de geschiedenis heeft gewild dat zowel Joseph, Hendrik Lodewijk als Wilhelmina Drucker zich een plaats in de portrettengalerij van Hollands roemrijk verleden heeft verworven. 

    Mammon
    Na 1905 werd de blijde boodschap van het kinderloze echtpaar Drucker-Fraser aan het Rijksmuseum steeds duidelijker: het zou uiteindelijk de hele verzameling ten geschenke krijgen. Mits er een passende ruimte voor werd aangebouwd, met een eigen ingang. Omdat de financiële toezegging uit Den Haag daarvoor uitbleef, hield de toenmalige museumdirecteur de zaak scherp met oranje eerbetoon. Koningin Wilhelmina kwam de Drucker-collectie bekijken en de schenker werd gedecoreerd met het Commandeurskruis van Oranje Nassau. In 1909 was de ‘Drucker-uitbouw’ af. De twee bruiklenen werden omgezet in een schenking en de gulle gever kreeg het grootkruis van Oranje Nassau.

    Er volgden nieuwe bruiklenen, nieuwe koninklijke bezoeken, nieuwe omzetten in schenkingen. De Drucker-uitbouw werd te klein. En dat terwijl Drucker schilderijen van Breitner en Isaac Israels in de aanbieding had, en porselein en zilver. Op voorwaarde dat er voor een tweede aanbouw werd gezorgd. Die kwam er, in 1919. Enkele jaren later kwam er echter ‘wegens bezuinigingen’ een eind aan de gratis toegang.

    In de jaren twintig arriveerde Mauves prachtige Morgenrit aan het strand en werden de zalen tot tevredenheid van het echtpaar Drucker gemoderniseerd. Ontbrak het de kunstverzamelaar en zijn vrouw tijdens hun leven geenszins aan erkenning en lof, eind jaren dertig konden ze in een boek van de kunstenaar en latere verzetsheld Willem Arondeus lezen dat Drucker een man was ‘met veel geld die B niet zonder ijdelheid en eerzucht B het in de kunst gezocht heeft om zich in zijn bezit te adelen’.

    Dat boek ging overigens over het leven van Matthijs Maris, de tweede van het drietal schilderende broers. Volgens ook andere welingelichte bronnen was er een ontmoeting geweest tussen deze schilder-dromer, met zijn diepe haat tegen de mammon, en de kunstkoper Drucker. De schilder had de torenhoog biedende heer in pelsjas het gat van de deur gewezen. Vandaar dat de Haagse School-collectie van het Rijksmuseum zo weinig werken van Matthijs Maris bevat. 

    Na de dood van Drucker en zijn vrouw werd de verzameling Drucker-Fraser in 1947 het bezit van het Rijksmuseum. In de Drucker-uitbouw kwamen ook andere negentiende-eeuwse doeken te hangen. Maar de collectie Drucker-Fraser is verreweg de belangrijkste schenking geweest en vormt het hart van dit deel van de collectie. Met de Drucker-uitbouw zelf ging het langzaam bergafwaarts. Vanuit het hoofdgebouw was het zalencomplex in de achterafhoek van het museum voor de bezoekers moeilijk te vinden. Het jaarverslag van 1991 constateerde dat de ingang aan de buitenkant zo minuscuul was dat ze door de meeste mensen onopgemerkt bleef. In 1996 werden de Drucker-uitbouw en het fragmentengebouw B met sponsorhulp van KPN B tot één fraaie ‘Zuidvleugel’ samengevoegd.


    Wat gaat er na de tentoonstelling Wegens verbouwing geopend? met de Philipsvleugel gebeuren? Na wat gezoek is nu al op de website te vinden dat de >Zuidvleugel= de ruimte wordt voor tijdelijke tentoonstellingen. Info@rijksmuseum.nl antwoordt op die vraag echter: ‘Dat is nog niet bekend, kijk t.z.t. maar even op onze website.’ Dat schiet niet erg op voor wie benieuwd is naar wat ‘de nationale schatkamer van Nederland’ van plan is met het erfgoed van J.C.J. Drucker en de bijbehorende behuizing. 

    Marianne Braun werkt aan een biografie van Wilhelmina Drucker.