Alle artikelen
The Art of Staying Neutral: the Netherlands in the First World War, 1914-1918
423 p. Amsterdam University Press, € 39,50
Ismee Tames
Oorlog voor Onze Gedachten: oorlog, neutraliteit en identiteit in het Nederlandse publieke debat 1914-1918
300 p. Uitgeverij Verloren, € 28,00
Nu de zorgen over de militaire uitzending naar Uruzgan alleen maar toenemen, zal Nederland misschien nog wel eens gaan terugverlangen naar de jaren rond de Eerste Wereldoorlog, de periode van de gewapende-neutraliteitspolitiek. Ons land hield zich toen strikt afzijdig van het wereldgebeuren, vermeed angstvallig bondgenootschappelijke verplichtingen van wat voor aard dan ook en hield zich verre van militaire avonturen in het buitenland. Twee nieuwe boeken, beide handelsedities van academische proefschriften, bewijzen echter eens te meer dat ook die periode van zelfgekozen isolement bepaald niet zaligmakend was.
Maartje Abbenhuis, een in Nederland geboren maar in Nieuw-Zeeland getogen historica, publiceert met haar The Art of Staying Neutral de eerste omvangrijke Engelstalige studie over Nederland tijdens de mobilisatiejaren 1914-1918. Daarin ligt meteen ook de belangrijkste kwaliteit van het boek. Angelsaksische historici kunnen zich eindelijk een duidelijk beeld vormen over een klein, maar niet onbelangrijk aspect van de Eerste Wereldoorlog in West-Europa: hoe een kleine natie in een oorlog waar naast de militaire strijdmiddelen ook de economische een grote rol speelden, zijn neutraliteit slechts met veel kunst- en vliegwerk kon bewaren.
Abbenhuis behandelt deze materie in een twaalftal thematisch geordende hoofdstukken, steunend op een indrukwekkend bronnenonderzoek dat in een al even omvangrijk notenapparaat wordt verantwoord. Ze besteedt vooral veel aandacht aan de militaire aspecten: de defensiestrategie, de problematiek rond de staat van oorlog en beleg, de grensbewaking en de smokkelarij, de roep om demobilisatie en het spanningsveld tussen de militaire en economische neutraliteit. In vergelijking met het grote aantal feitelijke gegevens dat zij presenteert, blijft ze op het interpretatieve vlak vrij bescheiden. Echt nieuwe gezichtspunten biedt het boek niet, maar Abbenhuis legt wel een solide basis voor verder Engelstalig onderzoek naar dit onderwerp.
Ismee Tames’ onderzoek richtte zich meer op de intellectuele geschiedenis van de mobilisatiejaren. Haar kernvraag is ‘de omschrijving van de eigen nationale identiteit zoals die uit het publieke debat over de positie van Nederland naar voren kwam’. Tames analyseerde de nieuwscommentaren en ideeën van een groep vooraanstaande juristen en historici als Struycken, Colenbrander, Kernkamp, Van Hamel en Gerretson. In hoeverre die ook inderdaad de toon zetten in het publiek debat blijft echter onbewezen.
Uit hun geschriften distilleert zij een ontwikkelingsproces waarin een aanvankelijk geloof in het belang van het internationale volkenrecht plaatsmaakt voor dat in de eigen soevereiniteit, om dan in de laatste oorlogsjaren te leiden naar een roep om vrede en internationale democratie, waarin Nederland een voortrekkersrol zou kunnen vervullen.
Een fundamenteel manco in Tames’ studie is dat ze die positieveranderingen uitsluitend verklaart als een reactie op internationale gebeurtenissen. Ze gaat volledig voorbij aan het feit dat Nederland in 1914 al vijftig jaar een neutraliteitspolitiek voerde en zich daarbij beschermd had gevoeld door het internationaal volkenrecht. Dat juristen als Struycken en Van Hamel enkele weken na de Duitse inval in België niet meer schrijven over het Recht, maar over het eigen belang van Nederland was dus niet omdat, zoals Tames beweert, ‘Groot-Brittannië zich het Recht wist toe te eigenen als het ideaal van de Entente’ (een povere rechtsgeleerde die zich zo de kaas van het brood laat eten), maar omdat de oorlog dat Recht aan zijn soldatenlaars had gelapt. Zoals Struycken schreef in december 1914: ‘De oorlog [kan] in zijn wezen en doel de regelen van recht en humaniteit niet verdragen, waarin men hem in vredestijd heeft willen binden.’
Tames heeft te weinig oog voor de ontstaansgeschiedenis en invloed van de in wezen volkomen pragmatische, het eigenbelang dienende neutraliteitspolitiek. Nederland wilde als militair zwakke, maar economisch sterke natie vóór alles de status-quo bewaren; vandaar ook dat men na de oorlog pleitte voor een coulante behandeling van Duitsland: het liefst zag men de vooroorlogse machtsverhoudingen hersteld.
Dit alles neemt niet weg dat Tames in haar boek een prachtig beeld schetst van een intellectueel debat in Nederland, waarin men te midden van het bruut geweld der oorlogvoerenden met de moed der wanhoop trachtte een nieuwe orde te scheppen, waardoor de wereld beter zou worden en Nederland hetzelfde bleef.
Paul Moeyes is auteur van Buiten schot. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog (2001). In oktober verschijnt bij de Arbeiderspers zijn nieuwe boek, De sterke arm, de zachte hand. Het Nederlandse leger en de neutraliteitspolitiek.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Maartje M. AbbenhuisThe Art of Staying Neutral: the Netherlands in the First World War, 1914-1918
Maartje M. Abbenhuis The Art of Staying Neutral: the Netherlands in the First World War, 1914-1918 423 p. Amsterdam University Press, € 39,50 Ismee Tames Oorlog voor Onze Gedachten: oorlog, neutraliteit en identiteit in het Nederlandse publieke debat 1914-1918 300 p. Uitgeverij Verloren, € 28,00 Nu de zorgen over de militaire uitzending...
Brieven
ArchieventestErg leuk, jullie Grote Archieventest. Hij is ongetwijfeld stukgelezen door jullie lezers. Hij is in elk geval goed bestudeerd door de medewerkers van het Nationaal Archief.Bij de lunch met een klef broodje kaas verbaasden mijn collega’s zich over de hoeveelheid onjuistheden in het artikel. Zo biedt het Nationaal Archief wel degelijk informatie voor het onderwijs....
Hongaarse vluchtelingen in Nederland
Sovjet-tanks maakten op 4 november 1956 een bloedig einde aan de Hongaarse opstand. Tienduizenden Hongaren vluchtten naar het buitenland. Nederland opende zijn grenzen – voor een zeer select aantal vluchtelingen. Helpen wilden we wel, maar de schatkist bleef dicht. Otto Gyula Tánczos uit Hongarije was 24 jaar toen hij op 25 november 1956 via Oostenrijk...
Hoe propagandaminister Joseph Goebbels het Duitse volk bespeelde
Berlijn probeert van een villa van Joseph Goebbels af te komen. Als propagandaminister mocht hij vrijwel nooit meebeslissen over belangrijke zaken, maar hij werd wel het gezicht van het Derde Rijk.
De Slag bij Verdun
Negentig jaar geleden, op 21 februari 1916, begonnen de Duitsers de Slag om Verdun. Een grote aanval moest de Fransen duidelijk maken dat verder vechten zinloos was. Tien maanden lang viel er één dode per minuut. Daarna was het verloren gegane gebied weer in Franse handen. Dit artikel is exclusief voor abonnees Begrijp het heden,...
Simón Bolívar inspireerde revolutionairen
Zijn voorbeeld inspireerde talloze revolutionairen in Europa en Zuid-Amerika; de Venezolaanse oud-president Hugo Chavez zag zich als zijn erfgenaam. Wie was Simón Bolívar, en wat maakte hem zo geliefd, bewonderd – en gehaat? Als ruiterstandbeelden een indicatie zijn voor iemands historische betekenis, dan is die van Simón Bolívar groot en grensoverschrijdend: van Managua tot New York,...
Liberalen versus confessionelen
Eind negentiende eeuw werden de liberale machthebbers in Nederland uitgedaagd door een monsterverbond van katholieken en gereformeerden. De liberalen aarzelden: de kerk zijn vrijheid gunnen of het ‘zwarte gevaar’ met harde hand de kop indrukken? ‘Een manifest van absolutisme en barbarisme’ – zo diskwalificeerde de Nieuwe Rotterdamsche Courant in 1864 de encycliek Quanta cura van paus...
Racismealarm
Sociologisch onderzoek vraagt vaak naar de bekende weg. Wie zijn ogen niet in zijn zak heeft en het oor regelmatig te luisteren legt op borrels, recepties, verjaarsfeestjes en in de kroeg, weet wel zo’n beetje hoe het Nederlandse volk over de wereld denkt. Het verbaast me dan ook dat er zo’n ophef wordt gemaakt over...
Eurocentrisme
Op het laatste moment nam ik van een andere docent een cursus over de mondialisering over. Vandaar dat ik ook maar het voorgeschreven handboek overnam: C.A. Bayly, The Birth of the Modern World, 1780-1914. Bovendien had ik over dat handboek al veel goeds gelezen. Het zou een meesterwerk zijn dat alle andere handboeken over de...
Brieven: Branders en slavernij
OntploffingIn Historisch Nieuwsblad 2006/2 staat een onjuistheid in het bijschrift bij een illustratie in het artikel over Michiel de Ruyter. De reproductie op pagina 30 laat geen ontploffing zien, maar een – succesvolle – branderaanval op de Royal James. Branders waren kleine afgedankte scheepjes, volgepropt met vaten teer en ander brandbaar materiaal, die tijdens zeeslagen...
Marius Broekmeyer, Bedrogen bedriegers. Stalin contra Hitler
Zelden heeft een studie zoveel stof doen opwaaien als De ijsbreker van de Russische historicus Viktor Suvorov. In dat boek beweerde Suvorov dat Hitler met zijn aanval op de Sovjet-Unie, die op 22 juni 1941 begon en de geschiedenis in is gegaan als Operatie Barbarossa, Stalin maar net voor was geweest. Hoewel het communisme al...
Jan Bank en Marita Mathijsen (red.),Plaatsen van herinnering. Nederland in de negentiende eeuw
De negentiende eeuw is hard op weg een volwaardige plaats te krijgen in de Nederlandse geschiedschrijving. Werd er vroeger nog wel eens eenzijdig verwezen naar de duffe geest van Jan Salie en vader Stastok om de eeuw te karakteriseren, dankzij groeiend en boeiend onderzoek komt er steeds meer dynamiek in ons beeld van de eeuw...
