Alle artikelen
Romeinse wijn wordt maar al te vaak bestempeld als mulsum, een wijn op smaak gebracht met honing en kruiden. Bij tal van antieke auteurs zijn recepten voor deze drank te vinden. De indruk ontstaat zo dat de Romeinen slechts wijnen met kruiden dronken, maar dat is niet correct.
Sterker nog, de wijnen die het hoogst in de kwaliteitsrangorde stonden, waren de caecubum en de falernum. Beide zijn krachtige zoete wijnen die lang bewaard konden worden en bovendien met de tijd in smaak verbeterden. Tenminste, als het oogstjaar goed was. Zo’n wijn was de Opimius, genoemd naar de consul die dat jaar, 121 voor Christus, in functie was. Deze legendarische wijn komt in tal van bronnen voor, en er wordt altijd met ontzag over gesproken.
Naast de twee genoemde grand cru’s, beide afkomstig uit Campanië, waren er nog veel meer. Plinius de Oudere noemt in Boek XIV van zijn bekende Naturalis Historia onder andere de wijnen van Setia, Alba, Velletri, Massica en Sorrente. De lievelingswijn van Julius Caesar schijnt mamertinum geweest te zijn, een wijn afkomstig van Sicilië. En dit zijn alleen nog maar de wijnen van het Italische schiereiland. Daarnaast kende ook Gallië vanaf een zeker moment eigen cru’s: onder andere allobrogica, de wijn van de Allobroges (omgeving Vienne), biturica, de wijn van de Bituriges (omgeving Bordeaux) en raetica, wijn van de Raeti (Alpen).
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Romeinse wijnproductie
Vanaf ongeveer de tweede eeuw voor Christus hielden de Romeinen zich met wijnbouw bezig. Vóór hen hadden de Etrusken dat al gedaan, en in het zuiden van het schiereiland introduceerden Griekse kolonisten rond 700 voor Chr. de wijnbouw. Maar vanaf de tweede eeuw voor Christus kregen de Romeinen dan eindelijk zelf de smaak te pakken. Op grote landgoederen werd voor de markt geproduceerd.

Vagnari was een keizerlijk bezit uit de eerste eeuw na Christus, waar een groot aantal kruiken, dolia, zijn gevonden, ingegraven in de grond. Iedere kruik kon zo’n 1.000 liter bevatten. De dolia bevonden zich in de cella vinaria of wijnkelder. Ze waren ingegraven om de temperatuur van de wijn koel en constant te houden. Dergelijke cella vinaria waren er ook in Zuid-Frankrijk. Op het Zuid-Franse domein Mas de Tourelles is eind vorige eeuw een Romeins wijngoed nagebouwd, voorafgegaan door een uitgebreide studie naar de wijnmaaktechnieken van de Romeinen. Als inspiratie dienden diverse antieke auteurs die over landbouwkundige zaken hebben geschreven, waaronder Cato, Plinius de Oudere en Columella.
Uit die bronnen en uit de moderne reconstructie komt het beeld naar voren dat druiven met de hand werden geoogst en vervoerd in manden. Die werden leeggestort in grote betonnen bakken waar de druiven met de voeten gekneusd werden. Via buizen of afvoergoten liep het vrijgekomen sap in een volgende set bakken, of rechtstreeks de dolia in.
De overgebleven schillen en pitten werden vervoerd naar een grote houten pers, die vervolgens uit die massa nog een hoeveelheid sap perste. Ook die ‘perswijn’ werd aan de dolia toegevoegd. Het geheel vergiste vervolgens. Was de fermentatie voltooid, werden de dolia afgesloten en kreeg de wijn korte of langere tijd rust. Vanuit de dolia werd de gerede wijn vervolgens overgeheveld in amforen en verscheept door het hele Romeinse Rijk.
Defrutum, zout en gips
Aan de most werden in de dolia vaak nog een aantal ingrediënten toegevoegd. Dergelijke ingrediënten hadden vooral een rol in het wijnmaakproces. Ze werden niet primair toegevoegd vanwege de smaak. De belangrijkste toevoeging was defrutum: sterk ingekookt druivensap. Volgens Columella werd defrutum toegevoegd op de derde dag van de fermentatie.
Uit de experimenten bij Mas de Tourelles bleek de functie van defrutum: om te zorgen voor voldoende alcohol én voldoende zuren; ingekookte most heeft namelijk een hogere zuurgraad dan gewone wijn. Het maken van defrutum was een net zo belangrijk proces binnen een Romeins wijnbedrijf als het eigenlijke wijnmaken. Zonder dit kleverige goedje geen voortzetting van de wijnproductie. Een beetje zoals graan opzij leggen voor het inzaaien van volgend jaar.

Een andere toevoeging was een minieme hoeveelheid geroosterd zout of, als dat niet voorhanden was, zeewater. Dit had een rol bij het klaringsproces, waardoor helderder wijnen verkregen werden. De hoeveelheden zout waren zo klein dat het niet of nauwelijks effect op de smaak moet hebben gehad. Naast deze twee ingrediënten konden nog andere ingrediënten toegevoegd worden, bijvoorbeeld gips, voor het verhogen van de zuurgraad en een betere klaring.
Druivenrassen
Anno 2016 zijn we gewend aan wijnen die onderscheiden worden door de verschillende gebruikte druivenrassen. Een Merlot smaakt anders dan een Pinot Noir, en een Riesling anders dan een Chardonnay. Dit was in de Romeinse tijd niet anders, alleen weten we niet exact wat voor druivenrassen toen gebruikt werden. Antieke auteurs geven wel namen, maar is geen enkele betrouwbare grond om aan te nemen dat in de Oudheid gebruikte druivenrassen enige continuïteit vertonen met nu nog bestaande rassen.
Druivenrassen veranderen, muteren. Of ze sterven uit of kruisen spontaan met andere rassen. Plinius de Oudere noemt bijvoorbeeld de net al genoemde raetica; mogelijk is er een verwantschap met het in Zwitserland nog bestaande ras rèze, maar welke is niet meer te achterhalen. Hetzelfde geldt voor de Romeinse aminum en de hedendaagse amigne, een druif die voorkomt in Zwitsers Wallis en net als aminum wijnen voortbrengt met honingzoete tonen.
Invloed van zuurstof
Niet altijd is bekend van welke druivenrassen een Romeinse cru werd gemaakt. Wat we weer wel weten, is dat veel van de hoogst gewaardeerde wijnen wit waren. De grote zoete wijnen van de Romeinen waren gemaakt van witte druivenrassen, net zoals de meeste grote zoete wijnen van nu dat zijn. Die Romeinse witte wijnen rijpten meestal enige jaren, mits van voldoende kwaliteit.
Echt goede falernum was namelijk donkergekleurd, bruinig. Tal van antieke auteurs maken hier opmerkingen over. Belangrijkste reden van die bruine kleur was de invloed van zuurstof als gevolg van jarenlang bewaren. Bij falernum en diverse andere cru’s moeten we daarom denken aan oxidatieve wijnen als sherry en madeira, maar dan zonder de versterking met alcohol, een uitvinding van veel later eeuwen.
Smaak
Inmiddels hebben we door de bestudering van het proces een beeld van de smaak gekregen. De toevoeging van defrutum zorgde behalve voor meer alcohol en zuren ongetwijfeld ook voor meer restsuiker. De wijnen waren zoet, zoals veel auteurs beschrijven. De beschreven kleuren van de grote cru’s suggereren invloed van zuurstof, waardoor het oxidatieve, notige, gerijpte smaakpalet van sherry en madeira in beeld komt. Met deze wetenschap is het schenken van een mooie madeira of sherry op een Romeins festival tegenwoordig net zo goed te verdedigen als een kruidenwijn zoals mulsum.
En dan hebben we het nog niets eens gehad over simpeler wijnen, voor alledag en verkrijgbaar bij de thermopolia, de wijnbarren van Rome en Pompeï. Die wijnen waren juist weer zuur en dun, weten we uit de beschrijvingen. Waarmee maar gezegd is: de Romeinse drankenkaart was veel rijker dan mulsum alleen.

De Romeinen waren dol op wijn
Romeinse wijn wordt maar al te vaak bestempeld als mulsum, een wijn op smaak gebracht met honing en kruiden. Bij tal van antieke auteurs zijn recepten voor deze drank te vinden. De indruk ontstaat zo dat de Romeinen slechts wijnen met kruiden dronken, maar dat is niet correct. Sterker nog, de wijnen die het hoogst...
Donner Party
Tot het collectieve geheugen van de Amerikanen behoort het ijzingwekkende verhaal over de ‘Donner Party’. In 1846 trok een groep van 87 pioniers met huifkarren westwaarts. Na een barre tocht raakten ze ingesloten door de sneeuw in de Sierra Nevada. Onderling gold al snel het recht van de sterkste. Het is eind 1845. In de...
COLUMN: Annegreet van Bergen over het kopieerapparaat
Wie een tekst wilde vermenigvuldigen was jarenlang aangewezen op de stencilmachine, die vlekkerige papieren afleverde. De komst van het kopieerapparaat betekende een hele verbetering, al kon dat in het begin alleen door techneuten worden bediend. Kopieën mocht professor George Maat niet maken. Naar het waarom had deze anatoom maar niet gevraagd. Er was al zoveel...
Lord Horatio Kitchener (1850-1916)
Lord Kitchener was een man van mythische proporties. Het Britse volk juichte zijn benoeming tot minister van Oorlog dan ook toe. Maar zijn collega-ministers hadden grote moeite met deze houwdegen. Zijn voortijdige dood in 1916 kwam hun goed uit. Niemand durfde het hardop te zeggen, en schriftelijke bewijzen ontbreken. Maar het nieuws dat veldmaarschalk Herbert...
Vikingen waren heersers van de zee
Ze waren barbaars, seksueel onverzadigbaar en plunderden aan de lopende band. Zo schilderden hun vijanden de Vikingen af. In werkelijkheid waren ze niet woester dan andere Europese volkeren. Wel waren ze veel betere scheepsbouwers. Het Deense Aalborg was in de Middeleeuwen een belangrijke haven, en nog steeds heeft de stad een indrukwekkende vloot. Alleen ligt...
Middeleeuws Dorestad
Het leven was goed in het middeleeuwse Dorestad. Alle luxe was er verkrijgbaar, zelfs zijde uit China. Toch raakte de stad na een paar generaties in het slop.
Paul vanden Boeynants (1919-2001)
In 1966 werd Paul Vanden Boeynants premier van België. Dat was het hoogtepunt van een spectaculaire carrière, die bijna 25 jaar later eindigde met een reeks schandalen. ‘VdB’ pleegde belastingfraude en er waren zelfs geruchten dat hij een staatsgreep wilde plegen. Het was wereldnieuws op zaterdagavond 16 januari 1989: de bijna 70-jarige oud-premier Paul Vanden...
COLUMN: Jaap Scholten over zijn huis
De Joodse József Szterényi doorliep in de negentiende eeuw een fraaie carrière in Boedapest. Hij kocht er een huis boven op een heuvel, dat hij prachtig liet verbouwen. Tegenwoordig is Jaap Scholten de bewoner. Ons huis in Boedapest en de opeenvolgende eigenaren illustreren de recente roerige geschiedenis van dit deel van Europa....
Johannes van ’t Lindenhout (1836-1918)
Eind negentiende eeuw gold Johannes van ’t Lindenhout als ‘de grootste weesvader van het land’. Hij wist een heuse wezenindustrie te stichten, die zelfs populair was bij toeristen. Toch kostten twee affaires hem uiteindelijk de kop. Niemand had het vooraf gepland. Het gebeurde gewoon. Het wezendorp Neerbosch groeide in de laatste decennia van de negentiende...
Aandelenhandel VOC
De VOC was het eerste bedrijf ter wereld met verhandelbare aandelen. Dat was een belangrijke vernieuwing, maar het systeem bleek fraudegevoelig. Een jarenlang conflict tussen de Compagnie en zakenman Isaac le Maire maakt duidelijk wat er mis kon gaan. Isaac le Maire had graag het laatste woord. Ruim twintig jaar lang verkeerde Le Maire in...
COLUMN: Annejet van der Zijl over terrorist Najim Laachraoui
Waarom ontpopte de vriendelijke, behulpzame Najim zich tot een terrorist? Omdat hij zich verloren voelde, meent Annejet van der Zijl. En omdat hij wist dat er geen kansen voor hem waren. ‘Jongens waren we – maar aardige jongens…’ Het is misschien vreemd, maar elke keer als ik de foto’s zie van de jonge...
De scherpe pen van Jacob Israël de Haan
Vanaf 1919 beschreef journalist Jacob Israël de Haan de toenemende haat tussen de Joden en de Arabieren in Palestina. Zijn felle kritiek op het zionisme werd hem uiteindelijk fataal. Zo lang de oudste inwoners van Jeruzalem zich konden herinneren, hadden de Arabieren en Joden van de stad gebroederlijk het einde van het Mozes-festival gevierd. Traditiegetrouw...
